id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 24 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2004:ARR.20040524.28 Rolnummer: 2003/AR/151 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2009-09-04 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-07-03 23:37 Fiche 1 UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Gecombineerd vervoer Vrije woorden: vervoersverzekering - dekking Fiche 2 UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Vervoersverzekering Tekst van de beslissing Zitting van: 24 MEI 2004 Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, 4e KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen: Inzake: 2003/AR/151 : de verzekeringsmaatschappijen naar hun respectievelijk nationaal recht :
- ALPINA COMPAGNIE D'ASSURANCES, vennootschap naar Zwitsers recht, gevestigd te 8034 Zürich (Zwitserland, Seefeldstrasse 123, en met uitbatingszetel in België gevestigd te 2000 Antwerpen, Lange Nieuwstraat 17, ingeschreven in het H.R. te Antwerpen onder nummer 217.828;
- AGRIPPINA VERSICHERUNG AKTIENGESELLSCHAFT, vennootschap naar Duits recht, met vennootschapszetel te 50668 Köln (Duitsland), Riehlerstrasse 90, (H.R. Köln 701), en met uitbatingszetel in België gevestigd te 2000 Antwerpen, Lange Nieuwstraat 17, ingeschreven in het H.R. te Antwerpen onder nummer 217.989;
- N.V. CONTINENTALE VERZEKERINGEN, met vennootschapszetel te 2000 Antwerpen, Lange Nieuwstraat 17, ingeschreven in het H.R. te Antwerpen onder nummer 8.186;
- EAGLE STAR INSURANCE COMPANY LIMITED, met vennoot-schapszetel te Engeland, EC 3A WBA London, St. Mary Axe 60, en met uitbatingszetel in België te 1040 Brussel, Wetstraat 62, ingeschre-ven in het H.R. te Brussel onder nummer 570.291;
- N.V. WINTERTHUR EUROPE VERZEKERINGEN, ingeschreven in het H.R. te Brussel onder nummer 1.459, met vennootschapszetel te 1000 Brussel, Kunstlaan 56; appellanten tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen d.d. 7 januari 2003; vertegenwoordigd door Meester B. Insel, advocaat te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 136; tegen : N.V. C.M.R. INTERNATIONAL, gevestigd te 2018 Antwerpen, Century Center, Box 24, De Keyserlei 58-60, ingeschreven in het H.R. te Antwerpen onder nummer 280.638; geïntimeerde vertegenwoordigd door Meester T. Hens loco Meester L. Schuermans, advocaat te 2300 Turnhout, de Merodelei 112; * * * * * * * Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd, waaronder het bestreden vonnis, op tegenspraak tussen partijen gewezen op 07/01/2003, door de rechtbank van koophandel te Antwerpen, waarvan geen akte van betekening wordt overgelegd, waartegen een naar vorm en termijn regelmatig en ontvankelijk hoger beroep werd ingesteld door akte van gerechtsdeurwaarder betekend op 13/01/2003, en neergelegd ter griffie van dit Hof op 16/01/2003; Overwegende dat geïntimeerde bij exploten van 17/11/1999 en 19/11/1999 appellanten dagvaardde, ertoe strekkende appellanten, in toepassing van de met hen onderschreven verzekeringspolis, elk voor hun respectievelijk aandeel, te veroordelen tot vergoeding van de door haar geleden schade, begroot op de tegenwaarde in EUR op de dag van de uitspraak van 78.733 USD, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten vanaf 19/11/1999, en de kosten van het geding; Overwegende dat appellanten in tweede conclusie, neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel te Antwerpen op 15/03/2002, een tegenvordering instelden, ertoe strekkende geïntimeerde te horen veroordelen tot betaling aan hen, met dien verstande dat de betaling aan een van hen bevrijdend zal zijn ten aanzien van de anderen, van 78.733 USD, om te rekenen in EUR tegen de hoogste koers van de dag van de uitspraak, te vermeerde-ren met de intresten tegen de wettelijke intrestvoet vanaf 19/11/1999 en de kosten van het geding; Overwegende dat het bestreden vonnis de respectieve vorderingen van partijen ontvankelijk verklaarde, de tegenvordering van appellan-ten ongegrond en de hoofdvordering van geïntimeerde gegrond, dit wil zeggen dat het appellanten veroordeelde, ieder voor hun respectievelijk aandeel onderschreven in de polis, tot betaling aan geïntimeerde van een bedrag van 78.733 USD, om te zetten in EUR op de dag van betaling, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten vanaf 17/11/1999 en de kosten van het geding; Overwegende dat appellanten bij hervorming van het bestreden vonnis de afwijzing van de hoofdvordering van geïntimeerde en de toekenning van hun oorspronkelijke tegenvordering nastreven; Overwegende dat geïntimeerde concludeert tot het ongegrond verklaren van het ingestelde hoger beroep en de bevestiging van het bestreden vonnis; Overwegende dat de feiten die ten grondslag liggen van de hoofd-vordering van geïntimeerde en de retroacten kunnen geschetst worden als volgt : - dat geïntimeerde op 28/10/1996 met de B.V.B.A AGRALY I KOMPANKIYA, handelend volgens het Statuut en de Wetten van de Republiek KAZACHSTAN, een overeenkomst heeft gesloten met betrekking tot de aankoop van 200 ton koper schroot (stuk 14 van geïntimeerde); - dat de overeenkomst een prijs bepaalt van 1.250 USD per ton, zijnde aldus in totaal een prijs van 250.000 USD; dat de le- vering FOB dient te geschieden; - dat deze 200 ton koper schroot deel uitmaken van de 300 ton die op 27/09/1996 door AGRALY I KOMPANKIYA werd ge-kocht bij de firma VIRA, eveneens gevestigd in de Republiek KAZACHSTAN (stuk 12 van geïntimeerde); - dat voormelde overeenkomst van 28/10/1996 in artikel 7 bepaalt dat de overeenkomst uitvoering zal hebben na over-making door AGRALY van de accreditieven aan de bank van VIRA (artikel 7.2) en dat VIRA de goederen zal leveren nadat de bank bevestigd heeft dat de accreditieven opgesteld zijn (artikel 7.3.); - dat op 29/10/1996 de bevoegde autoriteit te KAZACHSTAN toestemming geeft tot uitvoer aan VIRA en aan AGRALY (stuk 13 van geïntimeerde); - dat, nadat de vereiste accreditief was overgemaakt (zie hier-boven), VIRA op 20/11/1996 180 ton koper schroot vanuit het spoorwegstation te Mangishlak (Kazachstan) laat vervoeren naar RIGA (LETLAND); dat geïntimeerde voorafgaandelijk de kost van dit vervoer ten bedrage van 11.200 USD had voldaan (zie stuk 16 van geïntimeerde); - dat de 180 ton koper schroot (de resterende 20 ton zou wor-den nagezonden) werd geladen op drie platforms, genummerd 21340336, 24380032 en 24382277; dat deze gezamenlijk on-der dezelfde CIM - vrachtbrief worden vervoerd; - dat een CIM - vrachtbrief (stuk 2 van geïntimeerde) werd uitgeschreven waarin VIRA wordt vermeld als verzender en geïntimeerde als koper/importeur; dat de CIM - vrachtbrief per vergissing het nummer 24382272 vermeldt in plaats van het nummer 24382277; - dat wat betreft de betaling op de vrachtbrief wordt vermeld dat deze door AGRALY (persoon aansprakelijk voor de financiële afwikkeling) zal geschieden via de KZI - bank te Alma - Ata op het rekeningnummer 3467764; - dat de vertegenwoordiger van geïntimeerde, Vadim Ilyasov, na het vertrek van de goederen te Manghislak, op 21/11/1996, de betaling van 250.000 USD (1.250 USD per ton) verricht aan de firma AGRALY (stuk 17 van geïntimeerde); - dat op 09/12/1996 de platformen met nummers 21340336 en 24380032, met een totale lading van 120 ton koper schroot, worden ontvangen door het depot "Merkurs Rigante SIA"; dat deze goederen, na overlading, via zeevervoer zonder proble-men worden vervoerd naar geïntimeerde (zie stuk 18 van ge-intimeerde houdende de Bills of Lading met betrekking tot het zeevervoer van Riga - Rotterdam); - dat het derde platform met nummer 24382277, niettegen-staande dit op hetzelfde spoorstel werd vervoerd tot Riga, het depot "Merkurs Rigante" slechts bereikt op 13/01/1997 (zie de stukken 32, 33, en 34 van geïntimeerde); dat de lading van 60 ton koper schroot, met het oog op verder vervoer, in op-dracht van geïntimeerde, wordt overgeladen in 4 containers; - dat enkele dagen later, midden januari 1997, aan de Letse douane wordt gemeld dat er een eigendomsdispuut zou (ge-rezen) zijn tussen VIRA en AGRALY, waarbij VIRA aan-spraak zou maken op de goederen; - dat, in afwachting van het douane-onderzoek, de goederen op 27/01/1997 worden geblokkeerd bij "Merkurs Rigante"; dat, na onderzoek, het hoofd van de douane te Riga besluit de goederen, die op 03/02/1997 door de Letse douane uit het de-pot van "Merkurs Rigante" werden weggehaald, vrij te geven aan VIRA; - dat vervolgens de goederen op 13/02/1997 naar de firma NORD METAL HANDEL GmbH Duitsland worden getranspor-teerd; - dat uit een brief van Interpol Kazachstan aan Interpol Letland van 31/10/1997 blijkt dat, niettegenstaande volgens een (ei-gen) brief van AGRALY Y KOMPANIYA van 15/11/1996 door haar een accreditief van 710.000 USD was geopend bij de KZI bank van de stad Almaty, VIRA hiervan geen gebruik heeft gemaakt; - dat aldus, volgens geïntimeerde, aan haar tijdens het vervoer op onrechtmatige en zelfs frauduleuze wijze 60 ton koper schroot werd ontvreemd, en zij hierdoor een schade lijdt van 78.733 USD, zijnde de waarde van de 60 ton koper - residu, vermeerderd met het pro-rata gedeelte van de vrachtkosten Manghislak - Riga; - dat in opdracht van geïntimeerde op 07/05/1998 een ge- rechtelijke procedure werd opgestart tegen de bevoegde overheid van de Republiek Letland op grond van het feit dat het hoofd van de douane de goederen op 07/02/1997 op on-rechtmatige wijze heeft onttrokken aan geïntimeerde en vrij-gegeven aan de initiële verkoper VIRA (stuk 3 van geïnti-meerde); - dat de vordering van geïntimeerde tot veroordeling van de bevoegde overheid van de Republiek Letland tot vergoeding van de schade ten bedrage van 78.733 USD bij beschikking in eerste aanleg van 04/02/1999 werd afgewezen (stuk 4 van ge-intimeerde); dat deze beschikking in hoger beroep werd be-vestigd bij vonnis van 22/02/2000 (stuk 10 van geïntimeerde); - dat de N.V. B.D.M., agent van diverse medeverzekeraars, inmiddels bij schrijven van 27/06/1997 heeft gemeld dat dit schadegeval niet wordt gedekt onder voormelde polis, het-geen door geïntimeerde wordt betwist (zie stuk 8 van geïnti-meerde); - dat geïntimeerde vervolgens overging tot dagvaarding van haar verzekeraars (zie hierboven); Overwegende dat appellanten beweren dat zij niet gehouden zijn tot dekking, aanvoerende dat de kwestieuze goederen werden ontrok-ken aan geïntimeerde ingevolge een betwisting omtrent het eigen-domsrecht met betrekking tot deze goederen; dat een betwisting met betrekking tot het eigendomsrecht van de kwestieuze goederen geen transportrisico is en derhalve niet gedekt is door een vervoersassu-rantie; dat zij verder aanvoeren dat de omstandigheid dat artikel 1.4.1.1 van de abonnementspolis nr.157 C dat de dekking wordt verleend op basis van de GROTE VOORWAARDEN VAN ANTWERPEN, dit wil zeggen tegen alle risico's, niet betekent dat ieder verlies - ongeacht de oorzaak - automatisch onder de polis ressorteert; Overwegende dat geïntimeerde daarentegen beweert dat het verzekerd risico is verwezenlijkt door het loutere feit dat de koopwaar niet ter eindbestemming werd afgeleverd; Overwegende dat artikel 1.4.1.1 van de Algemene Bepalingen van de Abonnementspolis nr. N 157 C bepaalt : " GEWONE RISICO'S "De dekking wordt verleend op basis van de GROTE VOORWAAR-DEN VAN ANTWERPEN, d.w.z. tegen alle risico's met algehele teruggave van alle schade en/of verlies, hoe gering ook en om het even hoe ontstaan, eigen gebrek en eenvoudig gewichtsverlies alleen uitgesloten, tenzij zij een rechtstreeks en onmiddellijk gevolg zijn van een gedekt risico. ..."; Overwegende dat het feit dat de afgesloten abonnementspolis een dekking voor alle risico's betreft evenwel niet automatisch betekent dat ieder verlies - ongeacht de oorzaak - automatisch onder de polis ressorteert; dat de overeenkomst immers beheerst blijft door de gebruikelijke betekenis van de professionele termen van de polis, met inbegrip van de overeengekomen aard van de verzekering; Overwegende dat de transportverzekering de verzekerde vrijwaart tegen schade die door een transportgebeurtenis - zijnde een gebeurtenis die inherent is aan de reis - wordt veroorzaakt, of met andere woorden een door een gebeurtenis die daar haar oorzaak in vindt; dat, hoe breed het begrip "alle risico's" ook is, het niet elke mogelijke schade omvat, en met name niet die welke geen verband houdt met een reisevenement, maar uitsluitend met de commerciële be- drijvigheid van de verzekerde, meer bepaald de keuze van zijn contractant en zijn wijze van contracteren; dat met andere woorden de schade alleszins imperatief verband moet houden met een transportevenement; Overwegende dat derhalve een alle risico transportpolis alle transportrisico's dekt, doch niet risico's die vreemd zijn aan het vervoer; Overwegende dat in casu het feit dat geïntimeerde niet in het bezit is gekomen van de kwestieuze 60 ton koper schroot zijn oorzaak niet vindt in een transportevenement, doch wel in een eigendomsbetwis- ting; dat de oorspronkelijke verkoper van het kwestieus schroot, nl. de firma VIRA, ingevolge het niet betalen van de goederen door zijn koper, nl. Agraly i Kompankiya, (die de goederen op zijn beurt had doorverkocht aan geïntimeerde), van oordeel was dat de goederen haar nog steeds toebehoorden en terug in het bezit van deze goederen wenste te worden gesteld, waaraan gevolg werd gegeven door de douane van Letland; dat dit eigendomsdispuut - waardoor de kwestieuze 60 ton koper schroot niet ter eindbestemming, dit wil zeggen bij geïntimeerde raakte - een gevolg is van het feit dat de contractant van geïntimeer-de - zijnde Agraly i Kompankiya - haar eigen leverancier, nl. Vira, naliet te betalen en hiervoor het gevergde accreditief te openen; dat immers, hoewel Agraly in een schrijven van 15/11/1996 bevestigt dat er een accreditief werd geopend (stuk 22 van geïntimeerde), Vira in een schrijven van 20/12/1996 aan Agraly laat weten dat zij zich ontdaan ziet van haar verplichtingen volgens contract nr. 03 van 27/09/1996 en dat zij aandringt op een teruggave van de verladen goederen, wegens het niet uitvoeren door Agraly van par. 7.2 van het contract (het stellen van een accreditief), waardoor volgens haar het contract niet is van kracht geworden en de goederen Agraly niet toebehoren (stuk 23 van geïntimeerde); Overwegende dat het niet bij geïntimeerde terechtkomen van de kwestieuze 60 ton koper schroot aldus niet zijn oorzaak vindt in een transportevenement, doch wel in de keten van commerciële transacties die het vervoer voorafgingen; dat uiteraard de solvabiliteit en/of het commercieel fatsoen van de leveranciers van de verzekerde niet onder de waarborgen van een transportverzekering vallen; Overwegende dat de omstandigheid dat geïntimeerde vreemd is aan de eigendomsbetwisting tussen Vira en Agraly i Kompankiya, en de goederen door haar waren betaald aan haar contractant Agraly i Kompankyia, hieraan geen afbreuk doet, nu, zoals hierboven aangetoond, de omstandigheid dat de kwestieuze goederen de eindbestemmeling (geïntimeerde) niet hebben bereikt niet haar oorzaak vindt in een of ander transportevenement, doch enkel en alleen in een betwisting tussen Vira en haar contractant, Agraly i Kompankyia (zijnde koper van Vira en verkoper aan geïntimeerde), met betrekking tot het eigendomrecht op de kwestieuze goederen, ingevolge het niet nakomen door Agraly i Kompankyia van haar betalingsverplichtingen ten aan zien van Vira; Overwegende dat de schadeverwekkende feiten zich aldus buiten de draagwijdte van de dekking verleend door de kwestieuze abonne-mentspolis situeren, zodat de vordering van geïntimeerde als ongegrond dient te worden afgewezen; Overwegende dat de tegenvordering van appellanten dienvolgens zonder bestaansreden is geworden; OM DIE REDENEN HET HOF Recht doende op tegenspraak; Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935; Ontvangt het hoger beroep; verklaart het gegrond; Bevestigt het bestreden vonnis enkel in zoverre het de hoofdvorde- ring van geïntimeerde toelaatbaar verklaarde; Hervormt het bestreden vonnis voor het overige; Opnieuw wijzende, Verklaart de oorspronkelijke hoofdvordering van geïntimeerde ongegrond; Verklaart de oorspronkelijke tegenvordering van appellanten zonder bestaansreden geworden; Verwijst geïntimeerde in de kosten van de beide aanleggen, deze aan de zijde van appellanten niet begroot bij gebrek aan opgave. Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van VIERENTWINTIG MEI TWEEDUIZENDVIER, waar aanwezig waren : de Heer P. RENAERS Voorzitter de Heer M. CARETTE Raadsheer de Heer P. DE BAETS Raadsheer Mevrouw M. VAN AMMELEN Griffier Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div