id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 14 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2004:ARR.20040914.1 Rolnummer: 2003AR1880 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2006-03-06 Raadplegingen: 121 - laatst gezien 2026-07-03 23:39 Fiche 1.Het verzoek tot vervanging van de boedelnotaris vormt een nieuw geding (hoofdvordering) dat niet bij wijze van tusseneis door middel van een conclusie conform art. 809 van het Gerechtelijk Wetboek kan worden ingediend binnen de perken van het geding over de zwarigheden. Verzoekers hebben overigens hun verzoek ingediend door middel van een verzoekschrift op tegenspraak in e zin van art. 1034bis van het Gerechtelijk Wetboek, weze het dat zij de regel van de tegenspraak slechts gedeeltelijk in acht hebben genomen vermits zij de boedelnotaris, waarvan zij de vervanging vragen, niet in het geding hebben betrokken.
- Ongeacht nog of de kwestie of een dergelijk verzoek wel door middel van een verzoekschrift op tegenspraak kan worden ingediend (art. 700 van het Gerechtelijk Wetboek, dat de openbare orde raakt, schrijft immers voor dat de hoofdvordering bij dagvaarding wordt ingeleid behoudens wettelijke uitzonderingen i.v.m. de vrijwillige verschijning, te dezen niet het geval, en de rechtspleging op verzoekschrift, waarin de wet te dezen niet heeft voorzien), moet worden geconstateerd dat verzoekers een nieuwe hoofdvordering hebben willen inleiden wat zij met toepassing van art. 568, 602 e.v. en 616 van het Gerechtelijk Wetboek niet rechtstreeks voor het Hof van beroep vermogen te doen. Vrije woorden: Vereffening en verdeling nalatenschap verzoek tot vervanging boedelnotaris nieuwe hoofdeis geen tussengeschil oin geding over zwarigheden rechtspleging op tegenspraak t.o.v. boedelnotaris niet rechtstreeks voor Hof van beroep Tekst van de beslissing Het Hof,
- Wat voorafgaat. 1.
- In een dagvaarding van 9 januari 1998 om te verschijnen voor de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren hebben de consorten S., erf-genamen van hun moeder wijlen PH.SC., ten aanzien van hun mede-erfgename E.S. de vereffening en verdeling gevorderd van de nalaten-schap van voormelde erflater. Bij vonnis van 14 oktober 1998 heeft de voormelde rechtbank de eis gegrond verklaard door de verdeling van de nalatenschap in kwestie te bevelen met, zo nodig, de openbare verkoop van vier onroerende goe-deren afhangende van de te verdelen boedel te Kinrooi en door Bart Van Der Meersch als boedelnotaris aan te stellen en Myriam Fransman-Dalemans als notaris aan te wijzen om niet-verschijnende of weigerende partijen te vertegenwoordigen. In een vonnis van voormelde rechtbank van 4 november 1998 werd de-zelfde vereffening en verdeling nogmaals bevolen ook ten aanzien van Joz.S. De boedelnotaris heeft zijn werkzaamheden uitgevoerd als volgt: - op 16 november 1999 stelde hij het proces-verbaal van opening van werkzaamheden op, - op 12 januari 2001 werd de staat van vereffening-verdeling opgesteld, - op 8 maart 2001 werd het proces-verbaal van beweringen en zwarig-heden opgesteld, - op 25 april 2001 werd het proces-verbaal bevattend het advies van de boedelnotaris op de beweringen en zwarigheden opgesteld. De boedelnotaris maakte de betwistingen die rezen na de staat van ver-effening aanhangig bij de rechtbank door neerlegging van voormelde akten op 26 juni
- 1.
- Het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren van 4 juni 2003 heeft de zwarigheden ongegrond verklaard en de staat van vereffening en verdeling bekrachtigd. De zaak werd verzonden naar de boedelnotaris voor verdere afdoening. De vrijwillige tussenkomst van T.A. werd onontvankelijk verklaard. De kosten werden ten laste van de boedel gelegd. De voorlopige tenuitvoerlegging van dit vonnis werd toegestaan. 1.
- E.S. stelde een naar vorm en termijn regelmatig hoger beroep in bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 7 juli
- Dit hoger beroep werd ingeleid ter terechtzitting van het Hof van 2 sep-tember
- Aldaar werd akte verleend aan partijen van hun schriftelijk akkoord tot regeling van de conclusietermijnen en werd de rechtsdag bepaald op 17 oktober
- 1.
- Op 6 mei 2004 hebben de consorten S., geïntimeerden in het hoger beroep ingeleid door E.S., een verzoekschrift neergelegd ter grif-fie van dit Hof tot vervanging van de boedelnotaris. Dit verzoekschrift werd behandeld ter terechtzitting van 14 juni
- De zaak werd in beraad genomen. Op 20 augustus 2004 hebben de consorten S. een verzoek tot herope-ning van de debatten neergelegd. Zij laten hun verzoek steunen op het feit dat de boedelnotaris op 16 juni 2004 de bekrachtigingstaat en op 12 augustus 2004 de akte, houdende het proces-verbaal van afsluiting heeft verleden. Volgens verzoekers betreft dit een nieuw feit van over-wegend belang. Rekening houdend met de hierna ontwikkelde redenge-ving m.b.t. de onontvankelijkheid van het verzoek tot vervanging van de boedelnotaris, is het aangedragen nieuwe feit niet van overwegend be-lang en kan op het verzoek tot heropening van de debatten niet worden ingegaan.
- De beoordeling. 2.
- Verzoekers wrijven de boedelnotaris aan zijn werkzaamheden na de bekrachtiging van zijn staat van vereffening en verdeling niet verder te zetten niettegenstaande het vonnis dat de bekrachtiging uitsprak, te weten het voormelde vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren van 4 juni 2003, uitvoerbaar bij voorraad is en niettegen-staande hun uitdrukkelijk verzoek tot uitvoering van het vonnis a quo. Geïntimeerde concludeert tot de onontvankelijkheid van het verzoek tot vervanging van de boedelnotaris. 2.
- De overigens niet beroepen vonnissen van de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren van 14 oktober 1998 en van 4 november 1998, waarbij de vereffening en verdeling van de nalatenschap in kwes-tie werd bevolen en Bart Van Der Meersch als boedelnotaris werd aan-gesteld, zijn geen beslissingen alvorens recht te doen maar eindbeslis-singen. Dit wil zeggen dat de rechter zijn rechtsmacht over de aanhan-gige vorderingen heeft uitgeput. Wanneer nadien in de loop van de werkzaamheden van vereffening en verdeling, inzonderheid na het opstellen van de staat van vereffening zwarigheden worden ingediend in de handen van de boedelnotaris, zal deze een nieuwe zaak ter beoordeling van de ingediende zwarigheden aanhangig maken op de wijze vermeld in art. 1219, ,§2 van het Gerech-telijk Wetboek. De saisine van de rechtbank is in dat geval in de regel beperkt tot de door middel van het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden aanhangig gemaakte betwistingen. 2.
- Het verzoek tot vervanging van de boedelnotaris vormt een nieuw geding (hoofdvordering) dat niet bij wijze van tusseneis door mid-del van een conclusie conform art. 809 van het Gerechtelijk Wetboek kan worden ingediend binnen de perken van het geding over de zwarig-heden. Verzoekers hebben overigens hun verzoek ingediend door middel van een verzoekschrift op tegenspraak in de zin van art. 1034bis van het Gerechtelijk Wetboek, weze het dat zij de regel van de tegenspraak slechts gedeeltelijk in acht hebben genomen vermits zij de boedelnota-ris, waarvan zij de vervanging beogen, niet in het geding hebben be-trokken. Ongeacht nog de kwestie of een dergelijk verzoek wel door middel van een verzoekschrift op tegenspraak kan worden ingediend (art. 700 van het Gerechtelijk Wetboek, dat de openbare orde raakt, schrijft immers voor dat de hoofdvordering bij dagvaarding worden ingeleid behoudens wettelijke uitzonderingen i.v.m. de vrijwillige verschijning, te dezen niet het geval, en de rechtspleging op verzoekschrift, waarin de wet te dezen niet heeft voorzien), moet worden geconstateerd dat verzoekers een nieuwe hoofdvordering hebben willen inleiden wat zij met toepassing van art. 568, 602 e.v. en 616 e.v. van het Gerechtelijk Wetboek niet rechtstreeks voor het Hof van beroep vermogen te doen. Het onderhavig verzoek is dan ook onontvankelijk. OM DIE REDENEN Het Hof, Recht doende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935; Wijst het verzoek tot heropening van de debatten af, Verklaart het verzoek tot vervanging van notaris Bart Van Der Meersch als boedelnotaris inzake de vereffening en de verdeling van de nalaten-schap van wijlen PH.SC. niet ontvankelijk, Verwijst verzoekers in de gedingkosten van hun verzoek aan de zijde van appellante vereffend op de rechtsplegingsvergoeding van EUR 228,
- PDF document ECLI:BE:HBANT:2004:ARR.20040914.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div