← België

ECLI:BE:HBANT:2006:ARR.20060405.10

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 05 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2006:ARR.20060405.10 Rolnummer: 1288 p 2005 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-10-18 Raadplegingen: 108 - laatst gezien 2026-07-01 04:18 Fiche Wat de mogelijkheid tot hoger beroep tegen een beslissing omtrent de proceskosten betreft, moet er een onderscheid worden gemaakt tussen : - de beslissing waarbij de rechtbank oordeelt over het geheel of gedeeltelijk ten laste leggen van kosten (veroordeling tot de kosten); - de beslissing van de voorzitter van de rechtbank waarbij overeenkomstig artikel 97 van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, ten aanzien van een veroordeelde partij de kosten worden vastgesteld (vaststelling van de kosten). De eerste beslissing kan worden bestreden met een hoger beroep. De tweede beslissing, die niet contradictoir verloopt ook al is de strafrechtelijke veroordeling zelf op tegenspraak verlopen, dient te worden bestreden met een verzet volgens een procedure naar analogie met het opgeheven decreet van 16 februari 1807 (Pasinomie, XIV, p. 100). UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Gerechtskosten STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Beslissingen waartegen hoger beroep Vrije woorden: Proceskosten - Hoger Beroep - Verzet tegen de kosten Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende Te Antwerpen, negende kamer [...]

  1. De ontvankelijkheid van het hoger beroep - Beperktheid van het hoger beroep Uit de akte van hoger beroep d.d. 23 november 2005 blijkt dat het hoger beroep van de beklaagde tegen het bestreden vonnis is beperkt en dit "enkel met betrekking tot de proceskosten". - Feitelijke elementen De strafvordering werd in dit dossier ingesteld op 28 december 2003 door een vordering van de procureur des Konings te Turnhout lastens de beklaagde wegens feiten d.d. 15 december 2003 van verkrachting, wederrechtelijke vrijheidsberoving, opzettelijke slagen of verwondingen, bedreiging met gebaren en belaging en wegens feiten d.d. 28 december 2003 wegens belaging en bedreigingen met gebaren (st. 52). De Onderzoeksrechter te Turnhout deelde op 15 oktober 2004 het dossier mede aan de procureur des Konings voor passende vordering (st. 113) en ondertekende dezelfde datum een vereffeningsstaat betreffende de gerechtskosten voor een bedrag van 3.331,53 euro samengesteld uit 2.372,56 euro (NICC), 162,19 euro (dr. H.W.), 392,46 euro (I.T.) en 404,32 euro (NICC) (st. 112). Bij beschikking van de raadkamer te Turnhout d.d. 11 januari 2005 werd verklaard dat er geen aanleiding was tot vervolging van de beklaagde voor het feit A (verkrachting op M.J. op 15 december 2003) en werd de beklaagde voor de feiten B (wederrechtelijke vrijheidsberoving van M.J. op 15 december 2003), C (opzettelijke slagen aan ex-partner M.J. op 15 december 2003), D (bedreigingen door gebaren of zinnebeelden aan M.J. op 15 december 2003), E (belaging van M.J. op 15 december 2003), F (bedreigingen door gebaren of zinnebeelden M.J. op 28 december 2003), G (belaging van M.J. op 28 december 2003) en H (met voorbedachtheid slagen aan E.K., met tijdelijke arbeidsongeschiktheid op 28 december 2003) verwezen naar de correctionele rechtbank (st. 124). Met het bestreden vonnis d.d. 10 november 2005 werd aan de beklaagde de gewone opschorting van de uitspraak van veroordeling verleend en werd hij veroordeeld in de kosten van het proces, belopende in het geheel en tot op datum van dit vonnis 3.676,66 euro (st. 144). - Ontvankelijkheid van het hoger beroep Het openbaar ministerie heeft gevorderd dat een hoger beroep beperkt tot de proceskosten, zoals dit van de beklaagde, niet ontvankelijk is. Het hof kan die stelling niet volgen. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen : - de beslissing waarbij de rechtbank oordeelt over het geheel of gedeeltelijk ten laste leggen van kosten (veroordeling tot de kosten) ; - de beslissing van de voorzitter van de rechtbank waarbij overeenkomstig artikel 97 van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, ten aanzien van een veroordeelde partij de kosten worden vastgesteld (vaststelling van de kosten). De eerste beslissing kan worden bestreden met een hoger beroep. De tweede beslissing, die niet contradictoir verloopt ook al is de strafrechtelijke veroordeling zelf op tegenspraak verlopen, dient te worden bestreden met een verzet volgens een procedure naar analogie met het opgeheven decreet van 16 februari 1807 (Pasinomie, XIV, p. 100). Het hoger beroep van de beklaagde in dit dossier heeft geen betrekking op de wijze waarop de voorzitter van de rechtbank de gerechtskosten heeft vastgesteld (bijv. berekening, niet toegepaste vermindering of vergissingen). De beklaagde voelt zich echter wel gegriefd door de beslissing van de rechtbank om hem te veroordelen tot alle in dit dossier gemaakte kosten, ook tot die kosten die volgens de beklaagde uitsluitend werden veroorzaakt door de feiten waarvoor een buitenvervolgingstelling werd verleend. De tegensprekelijke beslissing van de correctionele rechtbank m.b.t. de kostenveroordeling kan anders dan de beslissing van de voorzitter van de rechtbank m.b.t. de vaststelling van de kosten niet met een verzet worden bestreden. Het hoger beroep van de beklaagde is dan ook wel degelijk ontvankelijk.
  2. De gegrondheid van het hoger beroep De beklaagde heeft terecht aangevoerd dat hij niet kan worden veroordeeld tot de betaling van gerechtskosten die uitsluitend zijn gemaakt m.b.t. de tenlastelegging A (verkrachting) waarvoor de raadkamer op 11 januari 2005 een buitenvervolgingstelling heeft verleend. De volgende gerechtskosten werden uitsluitend veroorzaakt door de niet weerhouden tenlastelegging A en hadden voor de bewezen geachte tenlasteleggingen geen enkel nut, namelijk de kosten NICC ten bedrage van 2.372,56 euro en 404,32 euro (DNA-bepaling) en de kosten dr. H.W. ten bedrage van 162,19 euro. (afnemen set seksuele agressie). De overige gerechtskosten (o.m. de kosten van het geestesonderzoek van de beklaagde en de kosten van dagvaarding) werden ondeelbaar veroorzaakt door de bewezen geachte tenlasteleggingen B tot en met H en moeten dan ook door de beklaagde worden gedragen. Het bestreden vonnis moet in die zin worden hervormd. [...] PDF document ECLI:BE:HBANT:2006:ARR.20060405.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.