id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 19 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2006:ARR.20060419.20 Rolnummer: 2003AR1007-1119 Rechtsgebied: Overige - Handelsrecht Invoerdatum: 2010-03-02 Raadplegingen: 157 - laatst gezien 2026-07-01 04:20 Fiche
(140), in de hoogte op 4m00 en 8m00 en in de lengte alle 3m00, niet stroken met de regels van de kunst. Deze partijen beperken zich tot het louter poneren van het standpunt dat de verankeringswijze van Kontrimo, de gekende omstandigheden in acht genomen, foutief was, d.w.z. strijdig was met de regels van de kunst. Hun bewering wordt op geen enkele wijze onderbouwd. Deze is dan ook onvoldoende waarschijnlijk om aan te nemen dat een deskundigenonderzoek, zoals gevraagd door Renotec, kan bijdragen tot de oplossing van het geschil. Renotec toont evenmin aan dat Kontrimo zou tekort gekomen zijn aan haar informatieplicht. Als aannemer, gespecialiseerd restaurateur, was Renotec zelf voldoende op de hoogte, of moest dit alleszins zijn, van de wijze waarop zij haar werken moest uitvoeren zonder de stevigheid van de stelling in gevaar te brengen. De incidentele beroepen van Renotec, en de schadelijders zijn in zoverre zij de veroordeling tot vrijwaring of de veroordeling in betaling beogen van Kontrimo en haar B.A.-verzekeraar Axa Belgium ongegrond. De verzekeringswaarborg van Axa Belgium ten gunste van haar verzekerde Renotec. De rechtstreekse eisen van de schadelijders tegen de verzekeraar. De exceptie van uitsluiting van dekking 4.
- Axa Belgium voert aan dat zij de verzekeringswaarborg niet moet verstrekken op grond van de toepassing van art. 6.2.
- van de algemene polisvoorwaarden, die luiden als volgt: "Van dekking uitgesloten zijn: (...) 6.2.
- een zulk danige tekortkoming aan de voorzichtigheids- of veiligheidsnormen, aan de wetten, regels of gebruiken eigen aan de verzekerde activiteiten van de onderneming, dat de schadelijke gevolgen van die tekortkoming - volgens de mening van ieder die terzake normaal bevoegd is, bijna onvermijdelijk waren,...". Renotec verweert zich door aan te voeren dat art. 6.2.
- van de algemene polisvoorwaarden zonder toepassing moet worden gelaten wegens zijn onbestaanbaarheid met art. 8 Wet Landverzekeringsovereenkomst, en door bovendien voor te houden dat haar fout in geen geval van aard was schadelijke gevolgen teweeg te brengen die door ieder die terzake normaal bevoegd is zou beschouwd worden als bijna onvermijdelijk. Volgens art. 8, 2de lid Wet Landverzekeringsovereenkomst dekt de verzekeraar de schade veroorzaakt door de schuld, zelfs de grove schuld van de verzekeringsnemer, de verzekerde of de begunstigde. De verzekeraar kan zich conventioneel van zijn verplichtingen bevrijden in die gevallen die op uitdrukkelijk en beperkende wijze in de overeenkomst zijn bepaald. Art. 6.2.
- van de algemene polisvoorwaarden bevat in algemene bewoordingen een omschrijving van schadegevallen veroorzaakt door grove schuld, zonder op beperkende en uitdrukkelijke wijze bepaalde gevallen van grove schuld uit te sluiten. Door als norm in te voeren dat de uitsluiting slaat op gevallen waarvan de schade "bijna onvermijdelijk" wordt geacht door ieder normaal bevoegd persoon, wordt uitgedrukt dat het risico buiten de normale risicoberekening van de verzekeraar ligt. De objectieve risicoverzwaring, gekoppeld aan het subjectief weten door de verzekerde dat er risicoverzwaring is, maken de schuld van de verzekerde precies tot een grove schuld. Het is daarenboven door Axa Belgium geenszins aangetoond dat de werkwijze van Renotec tot schade heeft geleid die door ieder normaal bevoegd persoon als bijna onvermijdelijk zou worden aangezien. Ook hier beperkt Axa Belgium zich tot het poneren van een bewering. Klaarblijkelijk werd door de stand van de werken van Renotec, gekoppeld aan de hevige wind, het kritisch punt van de trekkracht van de verankering van de stelling overschreden, wat nog niet impliceert dat ieder normaal bevoegd persoon zou hebben geoordeeld dat schade bijna onvermijdelijk was. Renotec heeft derhalve aangetoond dat het verzekeringscontract wel degelijk in onderhavig schadegeval voorziet (art. 6.1 bijzondere polisvoorwaarden en art. 1, 3.2 en 3.5 algemene polisvoorwaarden) en het niet uitsluit. Tegenwerpbaarheid van excepties aan derde-schadelijders - rechtstreekse vordering van de schadelijders. 4.
- De schadelijders hebben hun eis tot schadeloosstelling ook rechtstreeks ingesteld tegen de B.A.-verzekeraar van Renotec, te weten Axa Belgium. In eerste aanleg werden deze rechtstreekse eisen gegrond verklaard. De benadeelden hebben krachtens art. 85 Wet Landverzekeringsovereenkomst een eigen recht tegen de verzekeraar. De tegenwerpbaarheid aan de benadeelden van de excepties, die de verzekeraar kan laten gelden tegen zijn verzekerde, is omschreven in art. 87 Wet Landverzekeringsovereenkomst. De toepassing van dit wetsartikel komt te dezen evenwel niet ter sprake, vermits de door de verzekeraar aangevoerde exceptie, zoals voormeld, werd afgewezen. Het hoger beroep van de verzekeraar is in dit onderdeel ongegrond. De schadeloosstelling De schade van L.M. 4.
- In eerste aanleg werd de eis tot schadevergoeding van L.M. toegekend, in solidum ten laste van Renotec en Axa Belgium voor een som van euro 4 877,48, vermeerderd met de rente zoals voormeld. L.M. vraagt de bevestiging. Renotec en Axa Belgium hebben tegen de omvang van de toegekende schadevergoeding geen grieven ingediend. De schade van S.M.C. en van de n.v. KBC Verzekeringen. 4.
- In eerste aanleg werd de eis tot schadevergoeding van S.M.C. en van de n.v. KBC Verzekeringen toegekend, in solidum ten laste van Renotec en Axa Belgium voor een som van euro 6 748,35 (KBC Verzekeringen) en van euro 472,83 (M.-C. Schepers), vermeerderd met de rente, zoals voormeld. S.M.C. en de n.v. KBC Verzekeringen vragen de bevestiging. Renotec en Axa Belgium hebben tegen de omvang van de toegekende schadevergoeding geen grieven ingediend. De schade van S.F. 4.
- In eerste aanleg werd de eis tot schadevergoeding van S.F. toegekend, in solidum ten laste van Renotec en Axa Belgium voor een som van euro 979,17, vermeerderd met de rente, zoals voormeld. S.F. vraagt de bevestiging. Renotec en Axa Belgium hebben tegen de omvang van de toegekende schadevergoeding geen grieven ingediend. De schade van de n.v. Luxauto. 4.
- In eerste aanleg werd de eis tot schadevergoeding van de n.v. Luxauto toegekend, in solidum ten laste van Renotec en Axa Belgium voor een som van euro 2 410, vermeerderd met de rente, zoals voormeld. De n.v. Luxauto heeft desbetreffend incidenteel beroep ingesteld en vordert de gehele toewijzing van haar oorspronkelijke eis ten belope van euro 3 699,
- vermeerderd met de rente vanaf de dag van het schadegeval. Renotec en Axa Belgium vragen de afwijzing van het incidenteel beroep van Luxauto. De grief van Luxauto slaat op de vergoeding voor wachttijd. Luxauto rekent 90 dagen aan naar rato van euro 19,83 per dag. Renotec werpt tegen dat de opdracht tot expertise van het beschadigde voertuig slechts werd gegeven op 8 augustus 2000, terwijl het ongeval gebeurde op 27 mei
- Zij laat bovendien gelden dat de kosten van het takelen van de wagen niet afdoende wordt bewezen door de "pro forma"-factuur van Luxauto zelf van 29 november
- 4.
- Uit het dossier van Luxauto blijkt dat haar rechtsbijstandverzekeraar slechts aangifte van het schadegeval via de makelaar ontving op 26 juni 2000, of één maand na het schadevoorval. De aanstelling van een expert geschiedde blijkbaar slechts op 19 juli
- De expertise werd pas uitgevoerd op 24 augustus
- Dit abnormaal tijdsverlies is niet te wijten aan de fout van Renotec. De inertie van Luxauto, of van degenen die voor haar zijn tussengekomen, stemde niet overeen met het optreden van een redelijk en voorzichtig persoon in dezelfde omstandigheden. Zo'n persoon zou immers schadebeperkend zijn opgetreden. Er bestaat dan ook grond voor gedeelde aansprakelijkheid. De raming van de eerste rechter ten belope van nog 15 wachtdagen ten laste van Renotec heeft de juiste maat van de deling van de aansprakelijkheid uitgedrukt en wordt door het Hof bijgetreden. Wat de kosten van het takelen betreft blijkt dat Luxauto dit werk zelf op zich heeft genomen. Er kan van haar geen factuur worden geëist vermits zij deze dienst slechts aan zichzelf heeft geleverd. Dat neemt evenwel niet weg dat er een kost staat tegenover deze prestatie, die slechts is voortgekomen uit de fout van Renotec. De aansprakelijke en zijn verzekeraar zijn dan ook vergoeding verschuldigd. De begroting van de schade van Luxauto door de eerste rechter wordt bevestigd. 4.
- Axa Belgium verzoekt alleszins rekening te houden met de "in de polis voorziene, en wettelijke toegestane, franchises en plafonds voor vergoedingen". Zij laat echter na concreet aan te wijzen welke vrijstellingen en/of plafonds zij precies wil laten gelden en welk gevolg dit verweer zou kunnen hebben op de concrete toewijzing van de tegen haar ingediende eisen. Wegens de aldus door Axa Belgium zelf gecreëerde onduidelijkheid in haar in te algemene bewoordingen geformuleerd verweer, kan niet worden uitgemaakt wat zij juist bedoeld. Zo'n verweer is niet toewijsbaar. De tegeneisen van S.M.C. en KBC Verzekeringen, van S.F. en van Luxauto tot schadeloosstelling wegens tergend en roekeloos geding. 4.
- Volgens de voormelde geïntimeerden is de proceshouding van Axa Belgium dilatoir met de bedoeling de vergoeding die zij aan de slachtoffers verschuldigd is, zo lang mogelijk uit te stellen. Zij menen daardoor geschaad te zijn en vragen een schadeloosstelling voor verlies van kosten en tijd ten belope van euro 2000 ieder. Axa Belgium moest als professionele verzekeringsmaatschappij beseffen dat haar belangrijkste verweer, te weten dat zij niet kon aangesproken worden als B.A.-verzekeraar van Renotec omdat zij in die zogezegde "hoedanigheid" niet in het geding was, geen steek hield. De eerste rechter heeft dit verweer pertinent en oordeelkundig weerlegd. Desalniettemin nam Axa Belgium nog het initiatief om met ditzelfde verweer hoger beroep in te stellen en dan nog wel met twee onderscheiden verzoekschriften tot hoger beroep. Daardoor werden de kosten aan de zijde van de schadelijders gemaximaliseerd, terwijl zij reeds sinds 2000 wachten op enige vergoeding, niettegenstaande het gevorderde eerder beperkt en nauwelijks voor betwisting vatbaar was. De schade was ook in de ogen van Axa Belgium onbetwistbaar veroorzaakt door hetzij de fout van Renotec, hetzij de fout van Kontrimo, die zij beide in burgerrechtelijke aansprakelijkheid verzekerde (in haar conclusie van 29 april 2005 verwierp ze zelf de theorie van de ‘windhoos'/overmacht die Renotec had ontwikkeld). De proceshouding van Axa Belgium is te dezen niet in overeenstemming met deze van een redelijke, voorzichtig en bedachtzaam persoon in dezelfde omstandigheden. Haar verweer was roekeloos. Haar houding was ook tergend door de rechtmatige vergoeding van de slachtoffers jarenlang uit te stellen door het aanwenden van juridisch niet-steekhoudende middelen. Axa Belgium moet instaan voor de schade die zij daardoor heeft veroorzaakt. De aangerichte schade wordt ex aequo et bono geraamd op euro 1 500 per partij die een tegeneis heeft ingediend. OM DIE REDENEN HET HOF, Recht doende op tegenspraak; Gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935; Voegt de hogere beroepen ingeschreven onder nr. 2003/AR/1007 en 2003/AR/1119 samen. Verklaart het hoger beroep van n.v. Axa Belgium inzake 2003/AR/1007 ontoelaatbaar in zoverre dit tegen haarzelf werd ingesteld en toelaatbaar voor het overige, doch ongegrond. Verklaart het hoger beroep van n.v. Axa Belgium inzake 2003/AR/1119 toelaatbaar doch ongegrond. Verklaart het incidenteel beroep van geïntimeerde n.v. Renotec toelaatbaar doch ongegrond. Verklaart het incidenteel beroep van de n.v. Luxauto toelaatbaar doch ongegrond. Bevestigt het beroepen vonnis in alle beschikkingen. Verklaart de tegeneisen van geïntimeerden S.M.C., KBC Verzekeringen, S.F. en de n.v. Luxauto toelaatbaar en gedeeltelijk gegrond. Veroordeelt n.v. Axa Belgium tot de betaling wegens tergend en roekeloos hoger beroep aan: - S.M.C. en de n.v. KBC Verzekeringen samen de som van euro 1 500, vermeerderd met de gerechtelijke interesten naar rato van de wettelijke rentevoet vanaf de dag van onderhavige uitspraak tot aan de dag van de betaling, - S.F. de som van euro 1 500, vermeerderd met de gerechtelijke interesten naar rato van de wettelijke rentevoet vanaf de dag van onderhavige uitspraak tot aan de dag van de betaling, - n.v. Luxauto de som van euro 1 500, vermeerderd met de gerechtelijke interesten naar rato van de wettelijke rentevoet vanaf de dag van onderhavige uitspraak tot aan de dag van de betaling. Wijst het meer gevorderde op tegeneis af. Verwijst appellante n.v. Axa Belgium in de gedingkosten in hoger beroep inzake 2003/AR/1007 en inzake 2003/AR/1119 vereffend aan de zijde van L.M. op de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep van euro 475,96, aan de zijde van S.F. vereffend op de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep van euro 475,96, aan de zijde van n.v. Luxauto op de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep van euro 475,96, aan de zijde van de n.v. Renotec op de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep van euro 475,96, aan de zijde van S.M.C. en de n.v. KBC Verzekeringen samen op de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep van euro 475,96, en aan de zijde van de n.v. Kontrimo vereffend op de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep van euro 475,
- Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van 19 april
- waar aanwezig waren: F. PEETERS Voorzitter K. VAN HAELST Raadsheer A. VERHAERT Raadsheer M. GIJSEMANS Griffier PDF document ECLI:BE:HBANT:2006:ARR.20060419.20 Gerelateerde publicatie(s) Link JUSTEL: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090529.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div