← België

ECLI:BE:HBANT:2006:ARR.20060419.20

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 19 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2006:ARR.20060419.20 Rolnummer: 2003AR1007-1119 Rechtsgebied: Overige - Handelsrecht Invoerdatum: 2010-03-02 Raadplegingen: 157 - laatst gezien 2026-07-01 04:20 Fiche

  1. Een verzekeraar, partij in het geding, kan onderscheiden contractuele banden hebben met meerdere andere procespartijen. Daaraan staat niet in de weg dat die verzekeraar als rechtspersoon in eigen naam en in dezelfde hoedanigheid in het geding aanwezig is. Deze is dan ook slechts één materiële procespartij met meerdere materieelrechtelijke hoedanigheden die geen hoger beroep tegen zichzelf kan instellen.
  2. Artikel 79, 1ste lid WLVO geldt voor de verzekeraar t.o.v. alle verzekerden in hetzelfde geding. Wanneer deze verzekerden tegenstrijdige belangen hebben, vermag zij niet de leiding van het geding waar te nemen aan de zijde van de ene verzekerde tegen de andere verzekerde. De verzekeraar staat dan naast de verzekerden en oefent zijn eigen rechten uit. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Voorwaarden hoger beroep - Algemeen HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Landverzekering - Landverzekeringscontract in het algemeen Vrije woorden:
  3. Hoger beroep - proceshoedanigheid - materiële procespartij - materieelrechtelijke hoedanigheid
  4. Verzekeringen - art. 79, 1ste lid WLVO - belangenconflict tussen verzekeraar en verzekerde - leiding van het geding Nota: Voorziening in Cassatie d.d. 29/09/2006 (C.06.0500.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090529.4) verworpen bij arrest van het Hof van Cassatie de dato 29 mei
  5. Tekst van de beslissing VOORZIENING IN CASSATIE DD. 29/09/2006 (C.06.0500.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090529.4) Voorziening in Cassatie verworpen bij arrest van het Hof van Cassatie de dato 29 mei
  6. Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, TWEEDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen: In zake: 2003/AR/1007 - 2003/AR/1119 I. 2003/AR/1007 AXA BELGIUM NV, voorheen AXA ROYALE BELGE, met maatschappelijke zetel te 1170 BRUSSEL, Vorstlaan 25, ingeschreven in het handelsregister te Brussel, onder het nummer 356.389, KBO-nummer 404.483.367 appellante, vertegenwoordigd door Mr. M. LAMBRICHTS loco Mr. BYVOET Thierry, advocaat te 3500 HASSELT, Leopoldplein 25 bus 1 tegen het vonnis gewezen op 14 februari 2003 door de Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt tegen
  7. L.M., arbeider, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. LEJEUNE Luc, advocaat te 3400 LANDEN, Oscar Huysecomlaan 17
  8. S.F., arbeider, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. W. TIRMARCHE loco Mr. DEWAEL Marc, advocaat te 3400 LANDEN, Stationsstraat 108 A
  9. LUXAUTO NV, met maatschappelijke zetel te 9000 GENT, Coupure Links 673, ingeschreven in het handelsregister te Gent, onder het nummer 145.673, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. Petra VAN DAMME loco Mr. VERACHTERT Patrick, advocaat te 3900 OVERPELT, Oude Markt 18/1
  10. RENOTEC NV, met maatschappelijke zetel te 2440 GEEL, Acaciastraat 14C, ingeschreven in het handelsregister te Turnhout onder het nummer 61.327, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. Hans VAN HEUSDEN loco Mr. BELMANS Koen, advocaat te 2440 GEEL, Possonsdries 7
  11. KBC- VERZEKERINGEN NV, met maatschappelijke zetel te 3000 LEUVEN, Waaistraat 6, ingeschreven in het handelsregister te Leuven onder het nummer 121, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. LENAERTS Mit, advocaat te 3730 HOESELT, Tommenstraat 16
  12. S.M.C., geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. LENAERTS Mit, advocaat te 3730 HOESELT, Tommenstraat 16
  13. KONTRIMO NV, met maatschappelijke zetel te 9140 TEMSE, Frankrijkstraat 6, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen, onder het nummer 226.482, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. Eve DIELS loco Mr. CORTHOUTS André, advocaat te 3511 KURINGEN, Kuringenstraat 11
  14. AXA BELGIUM NV, voorheen AXA ROYALE BELGE NV, met maatschappelijke zetel te 1170 BRUSSEL, Vorstlaan 25, H.R. Brussel nr. 356.389 geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. Eve DIELS loco Mr. CORTHOUTS André, advocaat te 3511 KURINGEN, Kuringenstraat 11 II. 2003/AR/1119 AXA BELGIUM NV, voorheen AXA ROYALE BELGE NV, met maatschappelijke zetel te 1170 BRUSSEL, Vorststraat 25, ingeschreven in het handelsregister te Brussel, onder het nummer 356.389, appellante, vertegenwoordigd door Mr. Eve DIELS loco Mr. CORTHOUTS André, advocaat te 3511 KURINGEN, Kuringenstraat 11 tegen het vonnis gewezen op 14 februari 2003 door de Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt tegen
  15. LUXAUTO NV, met maatschappelijke zetel te 9000 GENT, Coupure Links 673, ingeschreven in het handelsregister te Gent, onder het nummer 145.673, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. Petra VAN DAMME loco Mr. VERACHTERT Patrick, advocaat te 3900 OVERPELT, Oude Markt 18/1
  16. L.M., arbeider, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. LEJEUNE Luc, advocaat te 3400 LANDEN, Oscar Huysecomlaan 17
  17. S.F., geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. W. TIRMARCHE loco Mr. DEWAEL Marc, advocaat te 3400 LANDEN, Stationsstraat 108 A
  18. RENOTEC NV, met maatschappelijke zetel te 2440 GEEL, Acaciastraat 14 C, ingeschreven in het handelsregister te Turnhout, onder het nummer 61.327, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. Hans VAN HEUSDEN loco Mr. BELMANS Koen, advocaat te 2440 GEEL, Possonsdries 7
  19. KBC- VERZEKERINGEN NV, met maatschappelijke zetel te 3000 LEUVEN, Waaistraat 6, H.R. Leuven nr. 121 geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. LENAERTS Mit, advocaat te 3730 HOESELT, Tommenstraat 16
  20. S.M.C., geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. LENAERTS Mit, advocaat te 3730 HOESELT, Tommenstraat 16
  21. KONTRIMO NV, met maatschappelijke zetel te 9140 TEMSE, Frankrijkstraat 6, H.R. ANTWERPEN nr. 226.482 geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. Eve DIELS loco Mr. CORTHOUTS André, advocaat te 3511 KURINGEN, Kuringenstraat 11 ***
  22. Wat voorafgaat. 1.
  23. In de loop van 2000 voerde de n.v. Renotec restauratiewerken uit aan de St.-Jacobuskerk van Schurhoven te Sint-Truiden. Daartoe was een metalen stelling geplaatst van 30 m lang en 10 m hoog langs de zijgevel van de kerk in de Kazelstraat. De stelling was geplaatst door de n.v. Kontrimo. Die stelling is op 27 mei 2000 omstreeks 3u45 's nachts omgevallen en terechtgekomen op vier personenwagen en op een lichte vrachtwagen. Op dat ogenblik waren er klaarblijkelijk hevige windstoten. Deze beschadigde voertuigen: - een Ford Mondeo behoorde toe aan L.M., - een Peugeot behoorde toe aan S.F., - een lichte vrachtwagen Renault Master behoorde toe aan de n.v. Luxauto. - een Peugeot behoorde toe aan S.M.C. 1.
  24. L.M. dagvaardde de n.v. Renotec op 23 mei 2001 om te verschijnen voor de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt en vorderde de veroordeling van de gedaagde tot de betaling van een som van euro 5 984,03 (241.395,- : 40,3399), vermeerderd met de vergoedende interesten vanaf 27 mei 2000 en de gerechtelijke interesten. Hij liet zijn eis steunen op art. 1382 en 1384, 1ste lid van het Burgerlijk Wetboek. S.M.C. en haar verzekeraar eigen schade, de n.v. KBC Verzekeringen, zijn vrijwillig in dit geding tussengekomen en vorderden van de gedaagde Renotec de betaling van een schadevergoeding van euro 6 748,35 (272.226,- : 40,3399) voor KBC Verzekeringen en van euro 472,83 (19.074,- : 40,3399) voor S.M.C., vermeerderd met de vergoedende interesten en de gerechtelijke interesten. Zij steunden op art. 1382 en art. 1384, 1ste lid van het Burgerlijk Wetboek. De n.v. Kontrimo, die als onderaannemer van de n.v. Renotec de stelling bouwde, is op 27 december 2001 vrijwillig in het geding tussengekomen. De n.v. Axa Royale Belge is op 10 januari 2002 als BA-verzekeraar van de n.v. Kontrimo vrijwillig in het geding tussengekomen. 1.
  25. S.F. dagvaardde de n.v. Renotec op 30 augustus 2001 om te verschijnen voor de vrederechter van het kanton Geel en vorderde de veroordeling van de gedaagde tot de betaling van een schadevergoeding van euro 959,35 (38.700,- : 40,3399), vermeerderd met de vergoedende interesten. Hij legde art. 1384, 1ste lid van het Burgerlijk Wetboek ten grondslag van zijn eis. Bij vonnis van de vrederechter van het kanton Geel van 27 december 2001 werd de zaak verzonden naar de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt. De n.v. Luxauto dagvaardde de n.v. Renotec op 4 oktober 2001 om te verschijnen voor de politierechtbank te Hasselt (afd. St.-Truiden) en vorderde de veroordeling van de gedaagde tot de betaling van een schadevergoeding van euro 1 914,21 (77.219,- : 40,3399), vermeerderd met de vergoedende interesten. Zij legde art. 1382 en art. 1384, 1ste lid van het Burgerlijk Wetboek ten grondslag van haar eis. Bij vonnis van de politierechtbank van St.-Truiden van 8 mei 2002 werd de zaak verzonden naar de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt. De n.v. Renotec stelde een tusseneis in vrijwaring in tegen haar B.A.-verzekeraar Axa Royale Belge. L.M., KBC Verzekeringen, S.M.C., S.F. en Luxauto stelden een rechtstreekse eis in tegen Axa Royale Belge met toepassing van art. 86 Wet Landverzekeringsovereenkomst. De n.v. Renotec stelde ook een tusseneis in vrijwaring in tegen de n.v. Kontrimo. L.M., KBC Verzekeringen, S.M.C., S.F. en Luxauto hebben hun eisen ook uitgebreid tegen de n.v. Renotec en stelden ook een rechtstreekse eis in tegen Axa Royale Belge als BA-verzekeraar van Kontrimo met toepassing van art. 86 Wet Landverzekeringsovereenkomst. 1.
  26. Het beroepen vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt van 14 februari 2003 heeft de voormelde zaken samengevoegd. De eerste rechter oordeelde dat de stelling een gebrek vertoonde en dat de n.v. Renotec de bewaarder was van deze gebrekkige stelling. De aansprakelijkheid van de n.v. Renotec werd aangenomen op grond van art. 1384, 1ste lid van het Burgerlijk Wetboek. De eerste rechter verklaarde de tusseneis in vrijwaring van de n.v. Renotec tegen haar verzekeraar en de rechtstreekse eisen van L.M., KBC Verzekeringen, S.M.C., S.F. en Luxauto tegen dezelfde verzekeraar Axa Royale Belge gegrond. Er werd niet bewezen geacht dat de n.v. Kontrimo een fout zou gemaakt hebben bij de bouw of de verankering van de stelling. Alle tegen haar ingediende eisen werden ongegrond verklaard. In acht genomen de wijziging van sommige eisen in de loop van het geding veroordeelde de eerste rechter vervolgens de n.v. Renotec en de n.v. Axa Royale Belge solidair tot de betaling: - aan L.M. van de som van euro 4 877,48, vermeerderd met de vergoedende interesten vanaf 27 mei 2000 tot 23 mei 2001 en vanaf dan met de gerechtelijke interesten tot op de dag van de betaling, - aan de n.v. KBC Verzekeringen van de som van euro 6 748,35, vermeerderd met de vergoedende interesten vanaf 25 juli 2000 tot op 29 oktober 2001 en vanaf dan met de gerechtelijke interesten tot op de dag van de betaling, - aan S.M.C., van de som van euro 472,83, vermeerderd met de vergoedende interesten op euro 7 221,18 vanaf 27 mei 2000 tot 25 juli 2000, en vanaf dan op euro 742,73 tot op 29 oktober 2001, en vanaf dan met de gerechtelijke interesten tot op de dag van de betaling, - aan S.F. van de som van 979,17, vermeerderd met de vergoedende interesten vanaf 27 mei 2000 tot op 30 augustus 2001 en vanaf dan met de gerechtelijke interesten tot op de dag van de betaling, - aan de n.v. Luxauto van de som van euro 2 410, vermeerderd met de vergoedende interesten vanaf 26 mei 2000 tot op 23 mei 2001 en vanaf dan met de gerechtelijke interesten tot op de dag van de betaling. De eis in vrijwaring van de n.v. Renotec werd ongegrond verklaard tegenover de n.v. Kontrimo en gegrond tegenover de n.v. Axa Royale Belge. De n.v. Renotec en de n.v. Axa Royale Belge werden verwezen in alle proceskosten. 1.
  27. De n.v. Axa Belgium, voorheen de n.v. Axa Royale Belge, hierna appellante genoemd, heeft hoger beroep ingesteld met een naar vorm en termijn regelmatig verzoekschrift, neergelegd ter griffie van dit Hof van 8 april
  28. Dit hoger beroep werd ingeschreven onder nr. 2003/AR/
  29. De n.v. Axa Belgium, voorheen de n.v. Axa Royale Belge, hierna appellante genoemd, heeft nogmaals hoger beroep ingesteld met een naar vorm en termijn regelmatig verzoekschrift, neergelegd ter griffie van dit Hof van 17 april
  30. Dit hoger beroep werd ingeschreven onder nr. 2003/AR/
  31. Beide zaken werden behandeld ter terechtzitting van 7 maart
  32. De samenvoeging Voormelde hoger beroepen zijn ingesteld tegen hetzelfde vonnis. Wegens hun samenhang en om redenen van goede rechtsbedeling worden beide hogere beroepen met toepassing van art. 30 van het Gerechtelijk Wetboek samengevoegd.
  33. Eisen in hoger beroep. 3.
  34. De n.v. Axa Belgium, appellante inzake 2003/AR/1007, vordert dat alle tegen haar ingediende eisen bij hervorming van het beroepen vonnis ongegrond zouden worden verklaard. Ondergeschikt, vraagt zij rekening te houden met haar opmerkingen over de schade van de geïntimeerden De n.v. Axa Belgium, appellante inzake 2003/AR/1119, vordert dat alle tegen haar ingediende eisen als verzekeraar van de n.v. Renotec bij hervorming van het beroepen vonnis onontvankelijk, ontoelaatbaar, minstens ongegrond zouden worden verklaard. Ondergeschikt vraagt zij haar tusseneis tot vrijwaring tegen de n.v. Renotec gegrond te verklaren. Meer ondergeschikt verzoekt zij rekening te willen houden met vrijstellingen en plafonds vermeld in de polis of in de wet. 3.
  35. De n.v. Luxauto concludeert tot de afwijzing van de hogere beroepen van de n.v. Axa Belgium. Zij heeft incidenteel beroep ingesteld en vordert de hervorming van het beroepen vonnis in die mate dat zowel de n.v. Renotec, als de n.v. Kontrimo, als de n.v. Axa Belgium solidair, in solidum minstens de een bij gebreke van de ander zou worden veroordeeld tot de betaling van een schadevergoeding van euro 3 699,04, vermeerderd met de vergoedende interesten vanaf de dag van het vonnis, de gerechtelijke interesten en de proceskosten. Zij heeft tevens een tegeneis ingesteld tegen de n.v. Axa Belgium tot de betaling van een schadevergoeding van euro 2000 wegens tergend en roekeloos hoger beroep. 3.
  36. L.M. concludeert tot de bevestiging van het vonnis a quo. Ondergeschikt, met name wanneer het Hof enige aansprakelijkheid zou aanvaarden aan de zijde van de n.v. Kontrimo, heeft tweede geïntimeerde incidenteel beroep ingesteld. Hij vordert dat in dat geval zowel de n.v. Renotec, als de n.v. Kontrimo, als de n.v. Axa Belgium solidair, in solidum minstens de een bij gebreke van de ander zou worden veroordeeld tot de betaling van een schadevergoeding van euro 4 877,48, vermeerderd met de vergoedende interesten vanaf 27 mei 2000, met de gerechtelijke interesten en de proceskosten. In dat geval Renotec, Kontrimo en Axa te verwijzen in alle proceskosten. 3.
  37. S.F. concludeert tot de bevestiging van het beroepen vonnis. Hij heeft een tegeneis ingesteld en vordert de veroordeling van de n.v. Axa Belgium tot de betaling van een schadevergoeding van euro 2 000 wegens tergend en roekeloos hoger beroep. Ondergeschikt, met name wanneer het Hof enige aansprakelijkheid zou aanvaarden aan de zijde van de n.v. Kontrimo, heeft derde geïntimeerde incidenteel beroep ingesteld. Hij vordert dat in dat geval zowel de n.v. Renotec, als de n.v. Kontrimo, als de n.v. Axa Belgium solidair, in solidum minstens de een bij gebreke van de ander zou worden veroordeeld tot de betaling van een schadevergoeding van euro 979,17, vermeerderd met de vergoedende interesten vanaf 27 mei 2000, met de gerechtelijke interesten en de proceskosten. 3.
  38. De n.v. Renotec verzoekt de hogere beroepen van de n.v. Axa Belgium onontvankelijk, ontoelaatbaar, minstens ongegrond te verklaren. Zij verzoekt alle vorderingen tegen haar als ongegrond af te wijzen en beoogt aldus incidenteel beroep in te stellen. Zij vraagt dat haar tegenpartijen zouden verwezen worden in de proceskosten. Ondergeschikt verzoekt zij dat haar oorspronkelijke eis in vrijwaring tegen de n.v. Kontrimo en de n.v. Axa Belgium gegrond zou worden verklaard en deze zouden gehouden worden haar te vrijwaren voor alle veroordelingen zowel in hoofdsom, rente en kosten. Meer ondergeschikt vraagt Renotec, alvorens verder recht te doen deskundigenonderzoeken te bevelen: - een eerste deskundigenonderzoek om na te gaan: - "(...) of de stelling behept was met een abnormaal kenmerk of abnormale gesteldheid waardoor deze ongeschikt werd voor normaal gebruik en aan derden schade kon berokkenen, - of de stelling, verankerd door middel van Fisherpluggen van 70mm en een boorgat van 140mm elke 3 m op een hoogte van 4m en 8m, rekening houdend met de restauratiewerken waarbij twee voegen 2 à 3 cm diende te worden uitgeslepen en kapotte stenen dienden te worden vervangen, rekening houdend met de staat van de voegen waarin verankerd werd, rekening houdend met de weersomstandigheden dd. 27 mei 2000 en rekening houdend met de geldende ARAB-voorschriften, op zorgvuldige wijze is geplaatst, (...)" - een tweede deskundigenonderzoek om na te gaan: - "(...) of op 27 mei 2000 omstreeks 4u00 te Sint-Truiden, ter hoogte van de Kazelstraat en de kerk van Schurhoven er sprake is van een windhoos, een uitzonderlijk natuurverschijnsel (...)". 3.
  39. De n.v. KBC Verzekeringen en S.M.C. concluderen tot de bevestiging van het beroepen vonnis. Zij hebben een tegeneis ingesteld en vorderen de veroordeling van de n.v. AXA Belgium tot de betaling van een schadevergoeding van euro 2 000 wegens tergend en roekeloos hoger beroep. Ondergeschikt, met name wanneer het Hof enige aansprakelijkheid zou aanvaarden aan de zijde van de n.v. Kontrimo, hebben vijfde en zesde geïntimeerde incidenteel beroep ingesteld. Zij vorderen dat in dat geval zowel de n.v. Renotec, als de n.v. Kontrimo, als de n.v. Axa Belgium solidair, in solidum minstens de een bij gebreke van de ander zou worden veroordeeld tot de betaling: - aan de n.v. KBC Verzekeringen van een schadevergoeding van euro 6 748,35, vermeerderd met de vergoedende interesten vanaf 27 mei 2000, met de gerechtelijke interesten en de proceskosten. - aan S.M.C. van de som van euro 472,83, vermeerderd met de vergoedende interesten op euro 7 221,18 vanaf 27 mei 2000 tot 25 juli 2000, en vanaf dan op euro 742,73 tot op 29 oktober 2001, en vanaf dan met de gerechtelijke interesten tot op de dag van de betaling, en de proceskosten. 3.
  40. De n.v. Kontrimo concludeert tot de bevestiging van het beroepen vonnis, tenminste in zoverre zij buiten zake werd gesteld.
  41. Beoordeling. Toelaatbaarheid van de hogere beroepen. 4.
  42. Renotec verzoekt de hogere beroepen van Axa Belgium ontoelaatbaar of onontvankelijk te verklaren. Deze exceptie wordt evenwel door geen enkel middel ondersteund. Het blijkt een loutere stijlformule te zijn. Het Hof bemerkt geen ambtshalve op te werpen ontoelaatbaarheid behoudens dan in zoverre de n.v. Axa Belgium het hoger beroep inzake 2003/AR/1007 heeft ingesteld tegen zichzelf. Eenzelfde procespartij kan niet tegelijk appellant op hoofdberoep en geïntimeerde op hoofdberoep of gedaagde partij in het geding in hoger beroep zijn. Het onderscheid dat Axa Belgium maakt tussen wat zij, enerzijds, haar "hoedanigheid van B.A.-verzekeraar van de n.v. Renotec" en, anderzijds, haar "hoedanigheid van de B.A.-verzekeraar van de n.v. Kontrimo" noemt, slaat op de onderscheiden contractuele verbintenissen die zij heeft aangegaan met meerdere andere partijen in hetzelfde geding, op grond waarvan zij eventueel door haar contractuele wederpartijen of door derden zou kunnen aangesproken worden. Als rechtspersoon is zij in eigen naam in dezelfde hoedanigheid, doch op een te onderscheiden contractuele of buitencontractuele grondslag, betrokken in het geding. Axa Belgium is in onderhavig geding m.a.w. slechts één materiële procespartij, niettegenstaande zij in meerdere materieelrechtelijke hoedanigheden kan worden aangesproken. Het hoger beroep van Axa Belgium inzake 2003/AR/1007 is ontoelaatbaar in zoverre dit werd ingesteld tegen zichzelf. Hoger beroep Axa Belgium (2003/AR/1007) - (on)toelaatbaarheid van de oorspronkelijk tegen haar ingediende eisen. 4.
  43. Axa Belgium houdt voor dat zij in eerste aanleg vrijwillig is tussengekomen in het geding dat door L.M. was ingesteld tegen Renotec, waarin Kontrimo reeds eerder vrijwillig was tussengekomen. Zij zegt deze tussenkomst te hebben gedaan als B.A.-verzekeraar van Kontrimo. Zij voert aan dat tegen haar, na haar tussenkomst als B.A.-verzekeraar van Kontrimo, door andere procespartijen, benadeelden van het schadegeval, geen tusseneisen konden worden gesteld op grond van de B.A.- verzekering aangegaan tussen haarzelf en Renotec. Zij vordert dat deze oorspronkelijke tusseneisen ontoelaatbaar zouden worden verklaard. De eerste rechter meende te hebben kunnen vaststellen dat Axa Belgium bij haar vrijwillige tussenkomst niet optrad in enige bijzondere hoedanigheid ("namens, in de plaats van of als vertegenwoordiger van haar verzekerde") zodat de tusseneisen die door benadeelden tegen haar werden ingediend met toepassing van art. 86 Wet Landverzekeringsovereenkomst toelaatbaar moesten worden verklaard ongeacht of zij de grondslag van hun eis vonden in BA.-verzekeringsovereenkomst Axa Belgium-Kontrimo, dan wel in de B.A.-verzekeringsovereenkomst Axa Belgium-Renotec. 4.
  44. Oorspronkelijk werd Renotec bij exploot van 23 mei 2001 gedagvaard door L.M.. In dat geding is Kontrimo vrijwillig tussengekomen door middel van haar verzoekschrift van 27 december
  45. Slechts op 10 januari 2002 is Axa Belgium, toen nog Axa Royale Belge, vrijwillig in dit geding tussengekomen, waarbij werd geargumenteerd: "Dat verzoekster B.A.-verzekeraar is van N.V. KONTRIMO", en enkel akte van de vrijwillige tussenkomst werd gevraagd. Axa Belgium heeft aldus haar recht op vrijwillige tussenkomst uitgeoefend zoals dat haar krachtens het gemeen recht (art. 15 en 16 van het Gerechtelijk Wetboek) toekwam, en haar zelfs in het bijzonder was toegekend krachtens art. 89, §2, 1ste lid Wet Landverzekeringsovereenkomst. Vanaf dan heeft Axa Belgium zich opgesteld achter Kontrimo, hebben zij gezamenlijk conclusies genomen, ingediend door dezelfde raadsman. Axa Belgium is echter niet in de plaats van haar verzekerde, noch namens of voor rekening van haar verzekerde, noch door middel van naamlening in het geding tussengekomen. Verzekerde Kontrimo en verzekeraar Axa Belgium stonden naast elkaar als afzonderlijke procespartijen met ieder een eigen belang. Andere procespartijen, zoals L.M. en Renotec, konden met toepassing van art. 13 van het Gerechtelijk Wetboek een tusseneis tegen Axa Belgium indienen, waarbij zij hun tusseneis konden laten steunen op de contractuele band met Axa Belgium (B.A.-polis Axa - Renotec) en op art. 86 Wet Landverzekeringsovereenkomst (L tegenover de verzekeraar van de, volgens hem, aansprakelijken). Axa Belgium is, zoals gezegd, niet in de plaats van haar verzekerde doch naast haar verzekerde Kontrimo in het geding gekomen en kon als afzonderlijke, in eigen naam en enkel voor eigen rekening tussenkomende partij in rechte worden aangesproken door andere procespartijen, eventueel op andere rechtsgronden dan deze waarop haar vrijwillige tussenkomst was gestoeld. Ten onrechte voert Axa Belgium aan dat het feit dat zij de leiding van het geschil voor haar verzekerde Kontrimo had opgenomen eraan in de weg stond dat zij nog kon aangesproken worden als verzekeraar van een andere procespartij. Zij meent dat zij als leidster van het geschil voor haar verzekerde Kontrimo haar rechten van verdediging niet kon uitoefenen tegen de eisen die tegen haar werden ingediend als B.A.-verzekeraar van Renotec. Deze eisen waren volgens haar ontoelaatbaar De leiding van het geschil is voor de verzekeraar volgens art. 79, 2de lid Wet Landverzekeringsovereenkomst een recht. Het is echter tegelijk volgens art. 79, 1ste lid Wet Landverzekeringsovereenkomst de plicht van de verzekeraar zich achter haar verzekerde binnen de grenzen van de dekking op te stellen. De nakoming van deze plicht wordt echter onverenigbaar met de uitoefening van voormeld recht wanneer er een belangenconflict ontstaat tussen de verzekeraar en de verzekerde(n). Te dezen wordt het bestaan van zo'n belangenconflict vastgesteld in zoverre twee partijen in het geding zijn met dezelfde B.A.-verzekeraar die elkaars tegenpartij geworden zijn door de tusseneis in vrijwaring van Renotec ten laste van Kontrimo. De bewering van Axa Belgium dat zij de leiding van het geding aan de zijde van haar verzekerde Kontrimo heeft genomen, staat er dus niet aan in de weg dat zij haar recht op de leiding van het geschil in onderhavig geding niet verder kon uitoefenen van zodra het voormelde belangenconflict tot stand kwam. Vanaf dan stond zij in het geding naast haar verzekerden en op de tusseneis in vrijwaring van Renotec en op de tusseneis van dezelfde Renotec ex art. 86 Wet Landverzekeringsovereenkomst ook zelfs tegenover één van haar verzekerden. Niets stond de uitoefening van haar rechten van verdediging in de weg. Zij vermocht zowel tegenover derden- schadelijders als tegenover haar verzekerden haar rechten ten volle laten gelden. De wijze waarop Axa Belgium haar rechtsbijstand inrichtte doet aan dit alles niet af. De oorspronkelijke tusseneisen tegen Axa Belgium zijn dan ook toelaatbaar. De aansprakelijkheid voor het schadegeval. 4.
  46. In het beroepen vonnis werd de aansprakelijkheid van Renotec met toepassing van art. 1384, 1ste lid van het Burgerlijk Wetboek voor de schade in kwestie bewezen geacht. Er werd aangenomen dat de stelling behept was met een gebrek, onder de bewaring van Renotec vertoefde en door haar val de schade veroorzaakte waarvan de vergoeding wordt gevorderd. Afwezigheid van aansprakelijkheid wegens overmacht 4.
  47. Op incidenteel beroep vordert Renotec de afwijzing van iedere aansprakelijkheid wegens de tussenkomst van een vreemde oorzaak. Volgens haar zou de val van de stelling enkel te wijten zijn aan een plaatselijke windhoos met buitengewone kracht, zijnde een uitzonderlijk en onvoorzienbaar natuurverschijnsel. Het is niet betwist dat de stelling is omgevallen toen een hevige wind achter het afdekzeil sloeg en de verankeringspluggen uit de muur heeft getrokken. Volgens Renotec waren de hevige windstoten zo krachtig dat overmacht moet worden aangenomen. In eerste aanleg werd de bewijslast van deze bewering terecht opgelegd aan Renotec. Renotec levert geen afdoend rechtstreeks noch onrechtstreeks bewijs. Zij legt enkel een krantenartikel (Het Belang van Limburg van 29 mei 2000) over waarin over het schadegeval in kwestie wordt bericht. De journalist maakt gewag van een "hevige windstoot" en van de bewering van een brandweerman dat hij was opgeroepen voor een omgewaaide boom, welk voorval evenwel naar plaats noch naar omstandigheden nader is omschreven. Deze publicatie, die enkel op beweringen en niet op vaststaande feiten steunt, levert geenszins het rechtstreekse bewijs dat de windstoten ten tijde van het schadegeval overmacht waren. Evenmin heeft Renotec omstandigheden bewezen die iedere mogelijke fout zijnerzijds of van anderen uitsluiten. De hierna vermelde redengeving i.v.m. de fout van Renotec tonen trouwens het tegendeel aan. De beweringen van Renotec maken het onvoldoende waarschijnlijk dat een deskundigenonderzoek naar de weersomstandigheden ter plaatse van het schadegeval op 27 mei 2000 omstreeks 4u00 nodig is voor de oplossing van het geschil. Op haar desbetreffende vraag wordt dan ook niet ingegaan. De aansprakelijkheid op grond van art. 1384, 1ste lid van het Burgerlijk Wetboek. 4.
  48. Renotec betwist dat de stelling in kwestie behept was met een gebrek. Zij betwist eveneens dat zij de bewaarder was van de stelling. De schadelijders voeren terecht aan dat Renotec de bewaarder was van de stelling. Het is niet betwist dat de stelling de eigendom van Renotec was. Kontrimo had zich als gespecialiseerd stellingenbouwer verbonden de stelling te monteren, te demonteren en te hermonteren. Deze stelling bevond zich op de werf van Renotec en werd door haar gebruikt voor haar renovatiewerken aan de kerk. Renotec bevestigde het afdekzeil aan de stelling waardoor de windgevoeligheid toenam. Eens de stelling geplaatst en de werken van Renotec begonnen waren, zoals dat het geval was op 27 mei 2000, had laatst genoemde het genot en het gebruik van haar eigen stelling met recht van toezicht, leiding en controle. Renotec toont niet aan, ook niet door de onderhandse overeenkomst met Kontrimo, dat zij het toezicht, de leiding en de controle in rechte of in feite had overgedragen aan Kontrimo. Renotec was de bewaarder van de stelling. In het beroepen vonnis werd het onrechtstreeks bewijs van het gebrek van de stelling aangenomen. Volgens de eerste rechter vormde het abnormale gedrag van de stelling, met name dat zij omviel onder druk van windstoten die niet ongewoon waren, het bewijs van het gebrek van de stelling vermits een volgens de regels van de kunst geplaatste en verankerde stelling moet geacht worden niet om te vallen. De schadelijders voeren aan dat het onrechtstreeks bewijs van het gebrek van de stelling niet nodig is, vermits dat gebrek, met name de ontoereikende verankering, rechtstreeks bewezen is. Nadat de aandacht van de verbalisanten door een afgevaardigde van Kontrimo getrokken was op de staat van de voegen van de gevel van de kerk hebben deze blijkens hun proces-verbaal van 27 mei 2000 in de loop van de dag van het schadegeval vastgesteld: "De voegen tegen de gevel waar de stelling stond, waren inderdaad volledig uitgeslepen". Op 29 mei 2000 werd door gerechtsdeurwaarder Jan Kerkstoel vastgesteld: "Al de voegen, met het blote oog zichtbaar, van de rechter zijgevel met de rug naar de straatzijde gericht zijnde, van de Sint-Jacobskerk te Sint-Truiden doorlopend werden uitgeslepen." De vaststelling werd door bijgevoegde foto's geïllustreerd. Aan deze materiële vaststelling komt, bij gebrek van tegenbewijs, bewijswaarde toe. In het expertiseverslag van ir. A. Dresselaers, die zijn onderzoek ter plaatse gedeeltelijk verrichtte in aanwezigheid van afgevaardigden van Renotec, Kontrimo en verzekeraar Axa Royale Belge, op verzoek van laatst genoemde, dat bij gebrek aan tegenspraak slechts kan gelden als een nuttige inlichting, wordt o.m. besloten als volgt: "b. Naar onze mening is de oorzaak van de schade duidelijk het gevolg van het uitslijpen van de voegen en uitkappen van de gebarsten stenen tot tegen de verankeringen waardoor deze verankeringen het grootste deel van de aanhechting verloren en derhalve loskwamen ten gevolge van de windkracht op de afdekzeilen. Het uitslijpen van de voegen in de betreffende gevel werd vastgesteld door dhr Jan Kerkstoel, beëdigd gerechtsdeurwaarder. Dat het wegslijpen gebeurde tot tegen de verankeringen hebben wij tegensprekelijk kunnen vaststellen aan de andere kerkgevels." (p. 5, punt 2.3.b. verslag Dresselaers). De schadelijders leveren aldus het afdoende bewijs dat de voegen van de gevel door Renotec doorlopend werden weggeslepen. Na deze slijpwerken zaten de ankers van de stelling nog onvoldoende stevig vast in de muur. Deze gesteldheid van de stelling, die bestond op het ogenblik van het schadegeval, is een abnormaal kenmerk voor een stelling zoals deze in kwestie. Deze abnormale gesteldheid kan schade berokkenen vermits de stabiliteit van de stelling erdoor wordt aangetast en deze bij minder gunstige doch normaal te verwachten weersomstandigheden kon omvallen. Door het bewijs van de voormelde feiten en omstandigheden is het door Renotec gevraagde deskundigenonderzoek niet nodig voor de oplossing van het geschil. De oorzaak van dit gebrek doet niet af aan de aansprakelijkheid van de bewaarder van de gebrekkige zaak in de zin van art. 1384, 1ste lid van het Burgerlijk Wetboek. Het incidenteel beroep van Renotec is in dit onderdeel ongegrond. De aansprakelijkheid op grond van art. 1382-1383 van het Burgerlijk Wetboek 4.
  49. Vermits de quasi-delictuele aansprakelijkheid van Renotec vaststaat met toepassing van art. 1384, 1 van het Burgerlijk Wetboek is het niet meer dienend voor de oplossing van het geschil zijn beweerde fouten op grond van art. 1382-1383 van het Burgerlijk Wetboek te beoordelen. Door de oorspronkelijke tusseneis in vrijwaring van Renotec, en van de oorspronkelijke tusseneisen van de schadelijders tegen Kontrimo en tegen de B.A.-verzekeraar van Kontrimo, met name Axa Belgium , staat de beweerde contractuele (tegenover Renotec) dan wel buitencontractuele fout van Kontrimo (tegenover de schadelijders) nog wel ter beoordeling. In eerste aanleg werd het niet bewezen geacht dat Kontrimo een fout zou hebben begaan. Volgens Renotec en de schadelijders was de stelling onvoldoende stevig verankerd. Rekening gehouden met de vetustiteit van de gevel met voegen van kalkmortel, de uit te voeren werken inzonderheid het uitslijpen van alle voegen, en de te verwachten weersomstandigheden, zou de verankering door Kontrimo met stalen trekkers in pluggen van 7 cm in een geboorde opening

(140), in de hoogte op 4m00 en 8m00 en in de lengte alle 3m00, niet stroken met de regels van de kunst. Deze partijen beperken zich tot het louter poneren van het standpunt dat de verankeringswijze van Kontrimo, de gekende omstandigheden in acht genomen, foutief was, d.w.z. strijdig was met de regels van de kunst. Hun bewering wordt op geen enkele wijze onderbouwd. Deze is dan ook onvoldoende waarschijnlijk om aan te nemen dat een deskundigenonderzoek, zoals gevraagd door Renotec, kan bijdragen tot de oplossing van het geschil. Renotec toont evenmin aan dat Kontrimo zou tekort gekomen zijn aan haar informatieplicht. Als aannemer, gespecialiseerd restaurateur, was Renotec zelf voldoende op de hoogte, of moest dit alleszins zijn, van de wijze waarop zij haar werken moest uitvoeren zonder de stevigheid van de stelling in gevaar te brengen. De incidentele beroepen van Renotec, en de schadelijders zijn in zoverre zij de veroordeling tot vrijwaring of de veroordeling in betaling beogen van Kontrimo en haar B.A.-verzekeraar Axa Belgium ongegrond. De verzekeringswaarborg van Axa Belgium ten gunste van haar verzekerde Renotec. De rechtstreekse eisen van de schadelijders tegen de verzekeraar. De exceptie van uitsluiting van dekking 4.
  1. Axa Belgium voert aan dat zij de verzekeringswaarborg niet moet verstrekken op grond van de toepassing van art. 6.2.
  2. van de algemene polisvoorwaarden, die luiden als volgt: "Van dekking uitgesloten zijn: (...) 6.2.
  3. een zulk danige tekortkoming aan de voorzichtigheids- of veiligheidsnormen, aan de wetten, regels of gebruiken eigen aan de verzekerde activiteiten van de onderneming, dat de schadelijke gevolgen van die tekortkoming - volgens de mening van ieder die terzake normaal bevoegd is, bijna onvermijdelijk waren,...". Renotec verweert zich door aan te voeren dat art. 6.2.
  4. van de algemene polisvoorwaarden zonder toepassing moet worden gelaten wegens zijn onbestaanbaarheid met art. 8 Wet Landverzekeringsovereenkomst, en door bovendien voor te houden dat haar fout in geen geval van aard was schadelijke gevolgen teweeg te brengen die door ieder die terzake normaal bevoegd is zou beschouwd worden als bijna onvermijdelijk. Volgens art. 8, 2de lid Wet Landverzekeringsovereenkomst dekt de verzekeraar de schade veroorzaakt door de schuld, zelfs de grove schuld van de verzekeringsnemer, de verzekerde of de begunstigde. De verzekeraar kan zich conventioneel van zijn verplichtingen bevrijden in die gevallen die op uitdrukkelijk en beperkende wijze in de overeenkomst zijn bepaald. Art. 6.2.
  5. van de algemene polisvoorwaarden bevat in algemene bewoordingen een omschrijving van schadegevallen veroorzaakt door grove schuld, zonder op beperkende en uitdrukkelijke wijze bepaalde gevallen van grove schuld uit te sluiten. Door als norm in te voeren dat de uitsluiting slaat op gevallen waarvan de schade "bijna onvermijdelijk" wordt geacht door ieder normaal bevoegd persoon, wordt uitgedrukt dat het risico buiten de normale risicoberekening van de verzekeraar ligt. De objectieve risicoverzwaring, gekoppeld aan het subjectief weten door de verzekerde dat er risicoverzwaring is, maken de schuld van de verzekerde precies tot een grove schuld. Het is daarenboven door Axa Belgium geenszins aangetoond dat de werkwijze van Renotec tot schade heeft geleid die door ieder normaal bevoegd persoon als bijna onvermijdelijk zou worden aangezien. Ook hier beperkt Axa Belgium zich tot het poneren van een bewering. Klaarblijkelijk werd door de stand van de werken van Renotec, gekoppeld aan de hevige wind, het kritisch punt van de trekkracht van de verankering van de stelling overschreden, wat nog niet impliceert dat ieder normaal bevoegd persoon zou hebben geoordeeld dat schade bijna onvermijdelijk was. Renotec heeft derhalve aangetoond dat het verzekeringscontract wel degelijk in onderhavig schadegeval voorziet (art. 6.1 bijzondere polisvoorwaarden en art. 1, 3.2 en 3.5 algemene polisvoorwaarden) en het niet uitsluit. Tegenwerpbaarheid van excepties aan derde-schadelijders - rechtstreekse vordering van de schadelijders. 4.
  6. De schadelijders hebben hun eis tot schadeloosstelling ook rechtstreeks ingesteld tegen de B.A.-verzekeraar van Renotec, te weten Axa Belgium. In eerste aanleg werden deze rechtstreekse eisen gegrond verklaard. De benadeelden hebben krachtens art. 85 Wet Landverzekeringsovereenkomst een eigen recht tegen de verzekeraar. De tegenwerpbaarheid aan de benadeelden van de excepties, die de verzekeraar kan laten gelden tegen zijn verzekerde, is omschreven in art. 87 Wet Landverzekeringsovereenkomst. De toepassing van dit wetsartikel komt te dezen evenwel niet ter sprake, vermits de door de verzekeraar aangevoerde exceptie, zoals voormeld, werd afgewezen. Het hoger beroep van de verzekeraar is in dit onderdeel ongegrond. De schadeloosstelling De schade van L.M. 4.
  7. In eerste aanleg werd de eis tot schadevergoeding van L.M. toegekend, in solidum ten laste van Renotec en Axa Belgium voor een som van euro 4 877,48, vermeerderd met de rente zoals voormeld. L.M. vraagt de bevestiging. Renotec en Axa Belgium hebben tegen de omvang van de toegekende schadevergoeding geen grieven ingediend. De schade van S.M.C. en van de n.v. KBC Verzekeringen. 4.
  8. In eerste aanleg werd de eis tot schadevergoeding van S.M.C. en van de n.v. KBC Verzekeringen toegekend, in solidum ten laste van Renotec en Axa Belgium voor een som van euro 6 748,35 (KBC Verzekeringen) en van euro 472,83 (M.-C. Schepers), vermeerderd met de rente, zoals voormeld. S.M.C. en de n.v. KBC Verzekeringen vragen de bevestiging. Renotec en Axa Belgium hebben tegen de omvang van de toegekende schadevergoeding geen grieven ingediend. De schade van S.F. 4.
  9. In eerste aanleg werd de eis tot schadevergoeding van S.F. toegekend, in solidum ten laste van Renotec en Axa Belgium voor een som van euro 979,17, vermeerderd met de rente, zoals voormeld. S.F. vraagt de bevestiging. Renotec en Axa Belgium hebben tegen de omvang van de toegekende schadevergoeding geen grieven ingediend. De schade van de n.v. Luxauto. 4.
  10. In eerste aanleg werd de eis tot schadevergoeding van de n.v. Luxauto toegekend, in solidum ten laste van Renotec en Axa Belgium voor een som van euro 2 410, vermeerderd met de rente, zoals voormeld. De n.v. Luxauto heeft desbetreffend incidenteel beroep ingesteld en vordert de gehele toewijzing van haar oorspronkelijke eis ten belope van euro 3 699,
  11. vermeerderd met de rente vanaf de dag van het schadegeval. Renotec en Axa Belgium vragen de afwijzing van het incidenteel beroep van Luxauto. De grief van Luxauto slaat op de vergoeding voor wachttijd. Luxauto rekent 90 dagen aan naar rato van euro 19,83 per dag. Renotec werpt tegen dat de opdracht tot expertise van het beschadigde voertuig slechts werd gegeven op 8 augustus 2000, terwijl het ongeval gebeurde op 27 mei
  12. Zij laat bovendien gelden dat de kosten van het takelen van de wagen niet afdoende wordt bewezen door de "pro forma"-factuur van Luxauto zelf van 29 november
  13. 4.
  14. Uit het dossier van Luxauto blijkt dat haar rechtsbijstandverzekeraar slechts aangifte van het schadegeval via de makelaar ontving op 26 juni 2000, of één maand na het schadevoorval. De aanstelling van een expert geschiedde blijkbaar slechts op 19 juli
  15. De expertise werd pas uitgevoerd op 24 augustus
  16. Dit abnormaal tijdsverlies is niet te wijten aan de fout van Renotec. De inertie van Luxauto, of van degenen die voor haar zijn tussengekomen, stemde niet overeen met het optreden van een redelijk en voorzichtig persoon in dezelfde omstandigheden. Zo'n persoon zou immers schadebeperkend zijn opgetreden. Er bestaat dan ook grond voor gedeelde aansprakelijkheid. De raming van de eerste rechter ten belope van nog 15 wachtdagen ten laste van Renotec heeft de juiste maat van de deling van de aansprakelijkheid uitgedrukt en wordt door het Hof bijgetreden. Wat de kosten van het takelen betreft blijkt dat Luxauto dit werk zelf op zich heeft genomen. Er kan van haar geen factuur worden geëist vermits zij deze dienst slechts aan zichzelf heeft geleverd. Dat neemt evenwel niet weg dat er een kost staat tegenover deze prestatie, die slechts is voortgekomen uit de fout van Renotec. De aansprakelijke en zijn verzekeraar zijn dan ook vergoeding verschuldigd. De begroting van de schade van Luxauto door de eerste rechter wordt bevestigd. 4.
  17. Axa Belgium verzoekt alleszins rekening te houden met de "in de polis voorziene, en wettelijke toegestane, franchises en plafonds voor vergoedingen". Zij laat echter na concreet aan te wijzen welke vrijstellingen en/of plafonds zij precies wil laten gelden en welk gevolg dit verweer zou kunnen hebben op de concrete toewijzing van de tegen haar ingediende eisen. Wegens de aldus door Axa Belgium zelf gecreëerde onduidelijkheid in haar in te algemene bewoordingen geformuleerd verweer, kan niet worden uitgemaakt wat zij juist bedoeld. Zo'n verweer is niet toewijsbaar. De tegeneisen van S.M.C. en KBC Verzekeringen, van S.F. en van Luxauto tot schadeloosstelling wegens tergend en roekeloos geding. 4.
  18. Volgens de voormelde geïntimeerden is de proceshouding van Axa Belgium dilatoir met de bedoeling de vergoeding die zij aan de slachtoffers verschuldigd is, zo lang mogelijk uit te stellen. Zij menen daardoor geschaad te zijn en vragen een schadeloosstelling voor verlies van kosten en tijd ten belope van euro 2000 ieder. Axa Belgium moest als professionele verzekeringsmaatschappij beseffen dat haar belangrijkste verweer, te weten dat zij niet kon aangesproken worden als B.A.-verzekeraar van Renotec omdat zij in die zogezegde "hoedanigheid" niet in het geding was, geen steek hield. De eerste rechter heeft dit verweer pertinent en oordeelkundig weerlegd. Desalniettemin nam Axa Belgium nog het initiatief om met ditzelfde verweer hoger beroep in te stellen en dan nog wel met twee onderscheiden verzoekschriften tot hoger beroep. Daardoor werden de kosten aan de zijde van de schadelijders gemaximaliseerd, terwijl zij reeds sinds 2000 wachten op enige vergoeding, niettegenstaande het gevorderde eerder beperkt en nauwelijks voor betwisting vatbaar was. De schade was ook in de ogen van Axa Belgium onbetwistbaar veroorzaakt door hetzij de fout van Renotec, hetzij de fout van Kontrimo, die zij beide in burgerrechtelijke aansprakelijkheid verzekerde (in haar conclusie van 29 april 2005 verwierp ze zelf de theorie van de ‘windhoos'/overmacht die Renotec had ontwikkeld). De proceshouding van Axa Belgium is te dezen niet in overeenstemming met deze van een redelijke, voorzichtig en bedachtzaam persoon in dezelfde omstandigheden. Haar verweer was roekeloos. Haar houding was ook tergend door de rechtmatige vergoeding van de slachtoffers jarenlang uit te stellen door het aanwenden van juridisch niet-steekhoudende middelen. Axa Belgium moet instaan voor de schade die zij daardoor heeft veroorzaakt. De aangerichte schade wordt ex aequo et bono geraamd op euro 1 500 per partij die een tegeneis heeft ingediend. OM DIE REDENEN HET HOF, Recht doende op tegenspraak; Gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935; Voegt de hogere beroepen ingeschreven onder nr. 2003/AR/1007 en 2003/AR/1119 samen. Verklaart het hoger beroep van n.v. Axa Belgium inzake 2003/AR/1007 ontoelaatbaar in zoverre dit tegen haarzelf werd ingesteld en toelaatbaar voor het overige, doch ongegrond. Verklaart het hoger beroep van n.v. Axa Belgium inzake 2003/AR/1119 toelaatbaar doch ongegrond. Verklaart het incidenteel beroep van geïntimeerde n.v. Renotec toelaatbaar doch ongegrond. Verklaart het incidenteel beroep van de n.v. Luxauto toelaatbaar doch ongegrond. Bevestigt het beroepen vonnis in alle beschikkingen. Verklaart de tegeneisen van geïntimeerden S.M.C., KBC Verzekeringen, S.F. en de n.v. Luxauto toelaatbaar en gedeeltelijk gegrond. Veroordeelt n.v. Axa Belgium tot de betaling wegens tergend en roekeloos hoger beroep aan: - S.M.C. en de n.v. KBC Verzekeringen samen de som van euro 1 500, vermeerderd met de gerechtelijke interesten naar rato van de wettelijke rentevoet vanaf de dag van onderhavige uitspraak tot aan de dag van de betaling, - S.F. de som van euro 1 500, vermeerderd met de gerechtelijke interesten naar rato van de wettelijke rentevoet vanaf de dag van onderhavige uitspraak tot aan de dag van de betaling, - n.v. Luxauto de som van euro 1 500, vermeerderd met de gerechtelijke interesten naar rato van de wettelijke rentevoet vanaf de dag van onderhavige uitspraak tot aan de dag van de betaling. Wijst het meer gevorderde op tegeneis af. Verwijst appellante n.v. Axa Belgium in de gedingkosten in hoger beroep inzake 2003/AR/1007 en inzake 2003/AR/1119 vereffend aan de zijde van L.M. op de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep van euro 475,96, aan de zijde van S.F. vereffend op de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep van euro 475,96, aan de zijde van n.v. Luxauto op de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep van euro 475,96, aan de zijde van de n.v. Renotec op de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep van euro 475,96, aan de zijde van S.M.C. en de n.v. KBC Verzekeringen samen op de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep van euro 475,96, en aan de zijde van de n.v. Kontrimo vereffend op de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep van euro 475,
  19. Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van 19 april
  20. waar aanwezig waren: F. PEETERS Voorzitter K. VAN HAELST Raadsheer A. VERHAERT Raadsheer M. GIJSEMANS Griffier PDF document ECLI:BE:HBANT:2006:ARR.20060419.20 Gerelateerde publicatie(s) Link JUSTEL: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090529.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.