id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 17 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2006:ARR.20060517.5 Rolnummer: 2005AR892 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-03-02 Raadplegingen: 159 - laatst gezien 2026-07-01 04:26 Fiche
- Wanneer een verklaring tot nadelige rechtsgevolgen voor de auteur kan leiden, komt aan die verklaring een bijzondere bewijswaarde toe. Deze verklaring is een buitengerechtelijk bekentenis in de zin van art. 1354 B.W.
- Als een zaakvoerder van een transportvennootschap meer dan 2 weken na de beweerde diefstal van een trekker, zich vergist omtrent het al dan niet verzekerd zijn van deze trekker tegen diefstal, begaat hij een onverschoonbare dwaling. (Art. 1110 B.W.). UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Geldigheidsvereisten overeenkomst - Toestemming - Dwaling BURGERLIJK RECHT - BEWIJS VAN VERBINTENISSEN - Algemeen (bewijs van verbintenissen) BURGERLIJK RECHT - BEWIJS VAN VERBINTENISSEN - Bekentenis Vrije woorden: Verzekeringen
- bewijs overeenkomst - buitengerechtelijke bekentenis
- dwaling - (on)verschoonbaarheid Nota: Voorziening in cassatie de dato 25 oktober 2006(C.06.0580.N) Voorziening in cassatie verworpen bij arrest van het Hof van Cassatie de dato 20 september 2007 Tekst van de beslissing Voorziening in cassatie de dato 25 oktober 2006(C.06.0580.N) Voorziening in cassatie verworpen bij arrest van het Hof van Cassatie de dato 20 september 2007 Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, TWEEDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen: In zake: 2005/AR/892 FORTIS AG NV, met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, Emile Jacqmainlaan 53, appellante, vertegenwoordigd door Mr. Jos JANSSEN loco Mr. VANDEN BOER Dirk, advocaat te 3920 LOMMEL, Lepelstraat 125 tegen het vonnis gewezen op 24 februari 2005 door de Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt tegen TRANSPORT BILLEN ROGER BVBA, met maatschappelijke zetel te 3500 HASSELT, Bosstraat 205/1, H.R. HASSELT nr. 95.550 geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. ORY Daniëlle, advocaat te 3500 HASSELT, Maastrichtersteenweg 8/2 ***
- Wat voorafgaat.
- 1 In de inleidende dagvaarding van 3 februari 1999 om te verschijnen voor de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt houdt BVBA TRANSPORT ROGER BILLEN voor dat zij voor haar wagenpark diverse polissen afsloot met NV AG 1824, thans NV FORTIS AG, waaronder een trekker type Mercedes, bouwjaar 1993 met nummerplaat FAU 397 en dit onder de polis 266.161.
- Zij houdt voor dat in deze polis tevens de waarborg diefstal werd opgenomen. Zij houdt voor dat zij bij brief van 2 april 1997 gericht aan NV AG 1824 diverse polissen waaronder polis
- 151 heeft opgezegd tegen 22 april
- Zij voert aan dat deze trekker op 2 april 1998 gestolen werd te Hasselt, Lummense Kiezel, waar dit voertuig door een van haar werknemers was geparkeerd. Zij voert aan dat uit het geseponeerd strafdossier duidelijk is gebleken dat het hier gaat om een diefstal. Zij voert aan dat zij de diefstal aangaf bij NV AG 1824, thans NV FORTIS AG, doch dat deze tussenkomst weigerde, stellende dat de verzekeringsovereenkomst bij gemeen akkoord was geschorst sedert 21 april
- Zij voert aan daarmee niet akkoord te gaan omdat door haar opzeg werd betekend tegen 22 april 1998 en omdat zij nooit enig bericht zou hebben ontvangen dat de polis bij overeenkomst tegen een eerdere datum dan 22 april 1998 zou zijn beëindigd of geschorst. Zij eist de nakoming van de verzekeringsprestatie van NV FORTIS AG. Zij begroot in laatste conclusie voor de eerste rechter na cijfermatige uitbreiding van haar eis de verzekeringsprestatie na te komen door NV FORTIS AG op euro 27.465,00, te vermeerderen met interesten sedert de datum van de diefstal, zijnde 2 april 1998 en de gerechtelijke interesten aan de wettelijke interestvoet.
- In het beroepen vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt van 24 februari 2005 verklaart de eerste rechter de uitgebreide eis van BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER ontvankelijk en deels gegrond. Zij veroordeelt NV FORTIS AG haar tussenkomst te verlenen op grond van de polis volgens contract nummer 03/26.616.151/07 ingevolge de diefstal van de trekker Mercedes met nummerplaat FAU
- Zij veroordeelt NV FORTIS AG tot betaling aan BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER van de som van euro 23.087,93, meer de verwijlinteresten aan de wettelijke rentevoet vanaf 2 april 1998 tot de datum van de dagvaarding en van dan af meer de gerechtelijke interesten.
- Met een verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd op de griffie van dit Hof op 25 maart 2005, heeft NV FORTIS AG een naar vorm en termijn regelmatig en toelaatbaar hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt van 24 februari
- Het hoger beroep is gericht tegen BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER.
- De eisen in hoger beroep. 3.
- NV FORTIS AG vraagt om bij hervorming van het beroepen vonnis de eis van BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER ontvankelijk, doch ongegrond te verklaren, minstens ongegrond te verklaren voor wat betreft de omvang van de initiële gevorderde schade en derhalve het maximale bedrag van de verzekeringsprestatie te bepalen op euro 21.940,
- NV FORTIS AG vraagt om bij hervorming van het beroepen vonnis BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER te verwijzen in de proceskosten van beide aanleggen. 3.
- BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER vraagt om het beroepen vonnis te bevestigen. 3.
- De zaak werd behandeld op de openbare terechtzitting van 18 april
- Beoordeling. Ten aanzien van het geschil over de vraag of het diefstalrisico van de trekker Mercedes met nummerplaat FAU 397, dat zich beweerdelijk heeft voorgedaan op 2 april 1998, op die datum al dan niet verzekerd was bij NV FORTIS AG. 4.
- NV FORTIS AG roept tegen BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER de buitengerechtelijke bekentenis uitgaande van BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER in. BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER betwist niet dat haar zaakvoerder tijdens een verhoor in het geseponeerd strafdossier met betrekking tot de beweerde diefstal van de trekker Mercedes op 21 april 1998 verklaard heeft aan de verbalisant : "ik kan u tevens nog mededelen dat zowel de trekker als de oplegger niet verzekerd waren tegen diefstal" . Deze verklaring werd door de zaakvoerder van BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER ondertekend. 4.
- BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER voert aan dat de wilsuiting in voormelde verklaring van haar zaakvoerder niet geldig was wegens dwaling omtrent de feiten. Zij voert aan dat de verklaring eerder berust op een vergissing of onvoldoende nazicht van de polis. Zij voert aan dat zij bij het afleggen van de verklaring niet zeker was van de geldingsduur van de betreffende polis daar verschillende polissen met verschillende vervaldata door haar bij NV FORTIS AG waren opgezegd. 4.
- BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER bewijst hier niet dat wegens dwaling de geldigheidsvoorwaarden van haar toestemming in de door haar zaakvoerder als haar orgaan ondertekende verklaring van 21 april 1998 niet vervuld zijn. Zij bewijst niet dat de verklaring berust op een vergissing of op een onvoldoende nazicht van de polis. Zij bewijst niet dat haar zaakvoerder bij het afleggen van de verklaring van 21 april 1998 niet zeker was van de geldingsduur van de polis. Het Hof stelt ten overvloede vast dat, zelfs in de hypothese dat bewezen zou geraken dat BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER zou bewijzen, quod non, dat haar zaakvoerder bij het afleggen van de verklaring van 21 april 1998 zich heeft vergist omtrent de feiten, dan nog de geldigheidsvoorwaarden van zijn toestemming in de verklaring van 21 april 1998 vervuld blijven. Om de geldigheid van de toestemming aan te tasten moet de dwaling verschoonbaar zijn. Dergelijke dwaling is immers onverschoonbaar omdat een redelijke zaakvoerder van een transportvennootschap zich in gelijkaardige omstandigheden, te weten meer dan 14 dagen na de diefstal van een trekker, niet zou hebben vergist over de vraag of die trekker al dan niet op datum van de diefstal tegen diefstal verzekerd was. Een zaakvoerder van een transportvennootschap als deze van BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER dwaalt niet over de vraag of zijn trekkers al dan niet verzekerd zijn tegen diefstal. Het Hof komt dus tot de conclusie dat de toestemming van de zaakvoerder van BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER in de verklaring van 21 april 1998 geldig is.
- De verklaring van 21 april 1998 van de zaakvoerder als orgaan van BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER is een buitengerechtelijke bekentenis. BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER verklaart daarmee immers dat de trekker Mercedes op het ogenblik van de beweerde diefstal niet verzekerd was, ofschoon zij er belang bij had dit te ontkennen. Het is precies omdat de verklaring tot nadelige rechtsgevolgen voor de auteur, hier BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER, kan leiden dat aan haar verklaring bijzondere bewijswaarde toekomt.
- De eerste rechter heeft overwogen dat voormelde verklaring van de zaakvoerder van BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER niet kan beschouwd worden als een bekentenis, daar hij voordien op 3 april 1998 verklaard heeft dat de trekker wel verzekerd was. De eerste rechter heeft overwogen dat uit tegenstrijdige verklaringen geen bekentenis in hoofde van BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER kan worden afgeleid.
- De verklaring van de zaakvoerder van BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER van 3 april 1998, gehoord als slachtoffer: "de trekker is verzekerd tegen diefstal bij de maatschappij AG onder de polis 03/
- 151/07 voor een som van 3.600.000 Belgische frank" maakt geen deel uit van de van de verklaring van 21 april
- De verklaring van 3 april 1998 laat het bestaan van de buitengerechtelijke bekentenis van 21 april 1998 onverkort. Het Hof stelt vast dat er slechts 1 buitengerechtelijke bekentenis is, te weten de door de zaakvoerder ondertekende verklaring van 21 april 1998 waarin hij als orgaan van BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER een voor hem nadelig feit beaamt. Het Hof neemt de verklaring van 21 april 1998 in haar geheel zoals ze is zonder ze te splitsen, te weten een verklaring van het orgaan van BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER inhoudende dat de trekker niet verzekerd was tegen diefstal. De verklaring van 21 april 1998 is niet complex. Het is niet omdat de verklaring tegenstrijdig is met een andere verklaring op een vroeger tijdstip dat de verklaring van 21 april 1998 niet gekwalificeerd kan worden als een buitengerechtelijke bekentenis, nu de eerdere verklaring van 3 april 1998, die geen buitengerechtelijke bekentenis inhield, op 21 april 1998 geldig herroepen is. 4.
- Hetgeen NV FORTIS AG aanvoert, te weten dat er op 2 april 1998 geen diefstalverzekering was voor die trekker wordt bewezen door de buitengerechtelijke bekentenis van de zaakvoerder van BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER van 21 april
- De wijziging in de rechtsverhouding tussen partijen totstandgekomen na het aangaan in 1996 van de verzekeringsovereenkomst 03/26.616.151 mag bewezen worden door een buitengerechtelijke bekentenis. Het rechtsfeit dat er op 2 april 1998 geen diefstalverzekering was voor de trekker, die beweerdelijk op 2 april 1998 werd gestolen, kan voorwerp uitmaken van een buitengerechtelijke bekentenis. Nu NV FORTIS AG bewijs levert van de buitengerechtelijke bekentenis, waarin BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER beaamt dat er op het ogenblik van de beweerde diefstal van de trekker geen diefstalverzekering was heeft NV FORTIS AG geen verdere bewijslast van het rechtsfeit dat er op het ogenblik dat de beweerde diefstal van de trekker heeft plaatsgevonden geen diefstalverzekering voor die trekker was. Ingevolge de buitengerechtelijke bekentenis van 21 april 1998 bestaat er geen meningsverschil meer over de vraag of de beweerd gestolen trekker op 2 april 1998, datum van de beweerde diefstal, al dan niet verzekerd was tegen diefstal. Het Hof dient dan ook niet verder te onderzoeken of NV FORTIS AG al dan niet bewijst dat een overeenkomst is totstandgekomen, die als rechtsgevolg heeft dat er op 2 april 1998 geen aanspraak meer kon gemaakt worden op dekking voor het risico diefstal met betrekking tot de trekker, die volgens BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER op 2 april 1998 gestolen werd.
- Het Hof komt dus tot de conclusie dat het hoger beroep van NV FORTIS AG gegrond is, nu NV FORTIS AG met de buitengerechtelijke bekentenis van 21 april 1998 bewijst dat er geen betwisting meer bestaat over het rechtsfeit dat er op 2 april 1998 geen diefstalverzekering was voor de trekker, die beweerdelijk op 2 april 1998 werd gestolen. De toepassingsvoorwaarde voor de herroeping van de buitengerechtelijke bekentenis van 21 april 1998, te weten dwaling, is hier niet vervuld. De aangevoerde dwaling is hier onverschoonbaar. De dwaling is onverschoonbaar omdat een redelijke zaakvoerder van een transportvennootschap, zoals deze van BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER zich niet vergist over de vraag of en welke trekkers op een bepaalde datum, te weten hier 2 april 1998, al dan niet verzekerd zijn tegen diefstal. Het feit dat de zaakvoerder verschillende polissen met diverse vervaldata heeft opgezegd maakt de dwaling niet onverschoonbaar, nu een redelijk zaakvoerder van een dergelijk transportvennootschap 14 dagen na een beweerde diefstal weet of behoort te weten welke trekkers al dan niet verzekerd zijn tegen diefstal.
- Ten aanzien van de proceskosten. BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER wordt als de in het ongelijk gestelde partij verwezen in de proceskosten van beide aanleggen. OM DIE REDENEN HET HOF, Recht doende op tegenspraak; Gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935; Verklaart het hoger beroep van NV FORTIS AG toelaatbaar en gegrond. Het beroepen vonnis hervormend: Verklaart de eis van BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER tegen NV FORTIS AG ongegrond. Verwijst BVBA TRANSPORT BILLEN ROGER in de proceskosten van beide aanleggen aan de zijde van NV FORTIS AG. Vereffent de proceskosten aan de zijde van NV FORTIS AG op : -rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg: euro 349,53 -rolrecht hoger beroep: euro 186,00 -rechtsplegingsvergoeding hoger beroep: euro 475,96 Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van 17 mei
- waar aanwezig waren: F. PEETERS Voorzitter K. VAN HAELST Raadsheer A. VERHAERT Raadsheer M. GIJSEMANS Griffier PDF document ECLI:BE:HBANT:2006:ARR.20060517.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.