id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 06 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2006:ARR.20061206.6 Rolnummer: 424 p 2005 Rechtsgebied: Overige - Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-20 Raadplegingen: 111 - laatst gezien 2026-07-02 14:47 Fiche
- Het Hof, als dwangsomrechter in hoger beroep in het kader van een vordering ex artikel 1385 quinquies van het Gerechtelijk Wetboek, is niet bevoegd om te oordelen omtrent de vraag of aan de veroordeling tot herstel al dan niet is voldaan, noch om de nietigheid te bevelen van bevelen tot betaling, nu dergelijke vorderingen executiegeschillen zijn.
- Eigendomsoverdracht doet in hoofde van de tot herstel veroordeelde partij geen onmogelijkheid ontstaan om over te gaan tot herstel in de oorspronkelijke toestand; de nieuwe eigenaar(s) dienen het opgelegde herstel te ondergaan.'Herstel van de plaatsen in hun oorspronkelijke toestand van de wederrechtelijke bouwsels zijnde de metalen boogloods, de loods met puntdak en het afdak' houdt ook de verwijdering in van de vloerplaat. De tot herstel veroordeelde partij houdt ten onrechte voor te hebben gedwaald en/of in de putatieve onmogelijkheid te hebben verkeerd in verband met de verwijdering van de vloerplaat, daar hij door de stedenbouwkundige dienst erop gewezen werd dat hij ook de vloerplaat diende te verwijderen en dit op een ogenblik dat er nog geen betekening met bevel tot betaling van een dwangsom was gebeurd, doch hij heeft geen initiatief genomen om de vloerplaat alsdan nog te verwijderen. Het herstel zoals bevolen was dus nog steeds niet uitgevoerd. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM - Algemeen (dwangsom) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Algemeen (ruimtelijke ordening) Vrije woorden:
- Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw - dwangsom - bevoegdheid dwangsomrechter in het kader van artikel 1385 quinquies Gerechtelijk Wetboek
- Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw - dwangsom - artikelen 1385 quinquies Gerechtelijk Wetboek - onmogelijkheid om aan de hoofdveroordeling te voldoen - bewijs - draagwijdte Tekst van de beslissing Hof van Beroep, zitting houdende te Antwerpen, 12de kamer (...) Nu de eerste rechter en thans het Hof gevat zijn in het kader van een vordering ex artikel 1385 quinquies Ger.Wb. is het Hof, gevat als dwangsomrechter in graad van hoger beroep, niet bevoegd te oordelen omtrent de vraag of aan de veroordeling tot herstel waaraan de dwangsom was gekoppeld, al dan niet is voldaan (en alsdan op welk tijdstip) noch om de nietigheid te bevelen van de bevelen tot betaling van 22 maart 2004 en 7 september 2004 nu dergelijke vorderingen duidelijk executiegeschillen zijn; ook het thans in graad van hoger beroep nieuw aangevoerde feit met name dat er een stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd op 19 juli 2004 is om die reden thans niet te onderzoeken door het Hof en zonder belang in het kader van huidig debat. Ten onrechte nam de eerste rechter aan dat de rechtstreeks dagende partij in de onmogelijkheid was om aan de hoofdveroordeling te voldoen en dat de dwangsom diende opgeheven vanaf 16 november 2003 waarbij tegelijk dient vastgesteld dat dergelijke datum uit niets blijkt. Noch het feit dat het bewuste onroerend goed destijds opeenvolgend werd verkocht noch het gegeven dat de eerste nieuwe eigenaar nadien zelf failliet verklaard werd doen in hoofde van de rechtstreeks dagende partij de onmogelijkheid ontstaan om nog steeds gevolg te geven aan de verplichting tot herstel in de oorspronkelijke toestand zoals door het veroordelend vonnis destijds opgelegd; de opeenvolgende nieuwe eigenaars dienen het opgelegde herstel - waartoe de rechtstreeks dagende partij het initiatief kon en moest nemen - te ondergaan en de successievelijke eigendomsoverdrachten vermochten niet te verhinderen dat de rechtstreeks dagende partij tot zodanig herstel zou overgaan. De rechtstreeks dagende partij houdt ten onrechte voor te hebben gedwaald en/of in de putatieve onmogelijkheid te hebben verkeerd om reden dat het veroordelend vonnis niet expliciet de verwijdering van de vloerplaat beschreef; de rechtstreeks dagende partij werd veroordeeld tot "het herstel van de plaatsen in hun oorspronkelijke toestand door slopen van de wederrechtelijke bouwsels zijnde de metalen boogloods, de loods met puntdak en het afdak"; dergelijk slopen houdt in dat alle onderdelen van de te slopen bouwsels mede dienen gesloopt zodat ook de betonnen vloerplaat, van die bouwsels integrerend deel uitmakende, diende gesloopt. Betrokkene heeft zijn beperkende en onterechte visie trouwens verwoord in zijn brief van 9 oktober 2002 waarin hij meldde: "alle in overtreding zijnde werken werden reeds gesloopt en teruggebracht in oorspronkelijke staat" waarop hij bij brief van 5 september 2003 door de stedenbouwkundige dienst erop werd gewezen dat ook de vloerplaat en de fundamenten (nog) dienden gesloopt; op dat ogenblik was nog geen betekening met bevel tot betaling van enige dwangsom geschied doch in plaats van aangepast te reageren heeft de rechtstreeks dagende partij niets nog verder ondernomen; hij wist dus minstens op dat ogenblik wat van hem verwacht werd zodat hij geen dwaling / putatieve onmogelijkheid thans kan voorhouden. Nu alsdan het herstel zoals bevolen nog steeds niet was uitgevoerd en integendeel duidelijk blijkt dat de rechtstreeks dagende partij niets meer ondernam om daaraan te remediëren, bestond in zijnen hoofde derhalve nog steeds de noodzakelijke prikkel om hem te verplichten vrijwillig gevolg te geven aan het bevolen herstel onder vorm van de opgelegde dwangsom. Dat de toestand later zou kunnen geregulariseerd worden doet aan voorgaande vaststelling geen afbreuk en is trouwens zeker niet de verdienste van de rechtstreeks dagende partij doch louter tengevolge van de inspanningen van de latere eigenaars. Alle overige beweringen van de rechtstreeks dagende partij zijn niet van aard om aan te nemen dat zij in een blijvende of tijdelijke onmogelijkheid was om als veroordeelde aan de hoofdveroordeling tot herstel te voldoen. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2006:ARR.20061206.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.