id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 15 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070115.7 Rolnummer: 2005AR2272 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2009-08-14 Raadplegingen: 112 - laatst gezien 2026-07-02 15:10 Fiche Er is geen sprake van een risicoverzwaring omdat de handeling van overslag van goederen niet alleen niet uitdrukkelijk uit de verzekeringspolis is gesloten, doch zelfs wordt toegelaten door de bepalingen van de verzekeringspolis zelf, die uitdrukkelijk bepaalt dat er meerderen schepen/transportmiddelen het vervoer kunnen uitvoeren. In principe is er geen aanleiding tot het vervallen verklaren van het recht op vergoeding, wanneer de verzekerde de conventioneel bepaalde wijze betreffende de vaststelling en de raming van de schade niet heeft gevolgd, voorzover de verzekerde aantoont dat de schade tegensprekelijk werd vastgesteld. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Vervoersverzekering Vrije woorden: Verzekeringen - goederenvervoer 1. overlading goederen - verzwaring risico voor verzekeraar - weigering dekking 2. schending averijcommissariaat-beding - gevolgen - geen verval van recht op schadevergoeding Tekst van de beslissing Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, VIERDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen : In zake : 2005/AR/2272 : M. A., appellant tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen d.d. 17 mei 2005; vertegenwoordigd door Meester B. Insel, advocaat te 2018 Ant-werpen, Mechelsesteenweg 136; tegen : N.V. MERCATOR VERZEKERINGEN, met vennootschapszetel te 9000 Gent, Kortrijksesteenweg 302, ingeschreven in het H.R. te Gent onder nummer 967, en met uitbatingszetel te 2018 Antwer-pen, Desguinlei 100, ingeschreven in het H.R. te Antwerpen onder nummer 285.631; geïntimeerde vertegenwoordigd door Meester J.F. Peters loco Meester J. Eve-raerts, advocaat te 2020 Antwerpen, Jan van Rijswijcklaan 232; N.V. MARSH, met vennootschapszetel te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 2, met ondernemingsnummer 0403.276.906; gedaagde in gemeenverklaring vertegenwoordigd door Meester G. Straatman, advocaat te 2000 Antwerpen, De Burburestraat 6-8; * * * * * * * Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd, waaronder het bestreden vonnis, op tegen-spraak tussen partijen gewezen op 17/05/2005, door de rechtbank van koophandel te Antwerpen, waarvan geen akte van betekening wordt overgelegd, waartegen een naar vorm en termijn regelmatig en ontvankelijk hoger beroep werd ingesteld bij akten van ge-rechtsdeurwaarder, betekend op 26/07/2005, neergelegd ter griffie van dit Hof op 18/08/2005. Gelet op het ondergeschikt incidenteel beroep van geïntimeerde tegen appellant, ingesteld in beroepsconclusie, neergelegd ter griffie van dit Hof op 30/11/2005. Appellant dagvaardde bij exploot van 25/02/2004 geïntimeerde in betaling van een bedrag van 25.140,25 EUR, te vermeerderen met de vergoedende intresten vanaf 09/07/2002, de gerechtelijke intresten en de kosten, op grond van de bij geïntimeerde afgeslo-ten (goederen)verzekeringspolis nummer 0160391/44061 PEY 1/2, wegens beweerde geleden schade aan een partij glas tijdens het zeetransport van de haven van LE HAVRE (Frankrijk) naar BEIRUT (Libanon). Het bestreden vonnis verklaarde de vordering van appellant ont-vankelijk, doch ongegrond. Appellant streeft bij hervorming van het bestreden vonnis de toe-kenning van haar oorspronkelijke vordering tegen geïntimeerde na. Appellant vraagt bij dezelfde akte van hoger beroep voormeld het tussen te komen arrest bindend te verklaren aan de gedaagde in gemeenverklaring, zijnde N.V. MARSH. Geïntimeerde concludeert tot het ongegrond verklaren van het ingestelde hoger beroep en de bevestiging van het bestreden vonnis. Geïntimeerde stelt in ondergeschikte orde incidenteel beroep in tegen het vonnis a quo in de mate dat de eerste rechter oordeelde dat haar verweer met betrekking tot de weigering van verzeke-ringsdekking op grond van het feit dat appellant haar voorafgaan-delijk aan het transport niet in kennis had gesteld van de overla-ding van de goederen en de daarmee gepaard gaande risicover-zwaring, niet kan worden gevolgd, en verzoekt aldus de vordering van appellant ten aanzien van haar minstens om deze reden niet toelaatbaar, en minstens ongegrond, te verklaren. De doelstellingen van de door appellant ingestelde vorderingen en de toedracht van de feiten, die eraan ten grondslag liggen, werden in het bestreden vonnis afdoende toegelicht, zodat het Hof ernaar verwijst. Het Hof neemt akte dat partijen zich ter openbare zitting van 16/10/2006 akkoord verklaarden dat onderhavig geschil wordt be-slecht volgens het Belgisch recht. I. Wat betreft de hoofdvordering van appellant tegen geïntimeerde sub 1. Appellant vordert ten laste van geïntimeerde sub 1 - in haar hoedanigheid van goederenverzekeraar van appellant - vergoe-ding van beweerde geleden schade aan een partij glas, op grond van de verzekeringspolis ("Insurance Policy") No 0160391/44061 PEY 1/2 1. Overlading. Geïntimeerde sub 1 weigert dekking te verlenen op grond van het feit dat de goederen werden overgeladen van het ms "ALEXIA" naar het ms "ANASTASIA", zonder dat appellant haar hiervan in kennis had gesteld, en dit volgens haar een risicoverzwaring in-houdt.
- a)Uit de B/L MSCULH189270 blijkt dat de partij glas in de vertrek-haven van LE HAVRE werd ingeladen in het ms MSC ALEXIA (stuk 2 geïntimeerde sub 1). De lading werd in de haven van PIRAEUS overgeladen van het ms MSC ALEXIA naar het ms MSC ANASTASIA (stuk 3 geïnti-meerde sub 1). Na deze overlading werd het vervoer verder gezet en werd de be-treffende partij glas in de haven van BEIROET afgeleverd per ms MSC ANASTASIA (en niet per ms MSC ALEXIA) - (zie stuk 3 ge-intimeerde sub 1 en stuk 1 en 7 van appellant). Appellant betwist overigens niet dat de kwestieuze goederen tij-dens de duur van de zeereis in de haven van PIRAEUS werden overgeladen op een ander schip.
- b)Geïntimeerde sub 1 beweert dat door de voormelde overlading en de daarmee verband houdende behandelingen van de partij glas de kans op schade aanzienlijk werd verhoogd, en dit voor haar een risico-verzwaring met zich bracht; dat door de overlading van de goederen het risico dermate werd verzwaard dat zij (geïnti-meerde sub 1) de verzekering niet zou hebben aangegaan of daarin slechts op andere voorwaarden zou hebben toegestemd, indien de nieuwe staat van zaken ten tijde van het sluiten van de overeenkomst had bestaan. Geïntimeerde stelt derhalve dat, gezien appellant enkel een ver-zekeringspremie heeft betaald voor een verscheping zonder over-lading van de goederen ("direct shipment"), zij, ingevolge de over-lading van de goederen en de daarmee gepaard gaande risico-verzwaring, niet gehouden is dekking te verlenen op grond van de tussen partijen gesloten verzekeringspolis. Appellant betwist zulks, aanvoerende dat de handeling van over-slag van goederen niet uitdrukkelijk uit de tussen partijen gesloten verzekeringspolis is uitgesloten, en zelfs werd toegelaten door de polis.
- c)
- c)a. De verzekeringspolis dekt het volgende transport: ("Voyage"): "van AUBERVILLIERS via LE HAVRE, naar BEIRUT, van magazijn tot magazijn", hetgeen betekent dat er verschillende transportmidde-len (schip en vrachtwagens) dienden te worden ingezet, waarbij een overlading van de goederen onvermijdelijk was. Bijgevolg valt het vervoeren van de goederen op/in een ander transportmiddel onder dekking van de polis.
- c)b. Verder bepaalt de verzekeringspolis onder "vervoermiddel" dat het transport wordt uitgevoerd door middel van vrachtwagens en/of zeeschepen en/of alle andere transportmiddelen. Bijgevolg bepaalt de verzekeringspolis zelf dat er meerdere trans-portmiddelen kunnen worden ingezet voor het vervoeren van de kwestieuze goederen, hetgeen impliceert dat een mogelijke over-slag/overlading van de goederen onder de dekking van de verze-keringspolis valt. Er is derhalve geen sprake van een risicoverzwaring, zoals be-weerd door geïntimeerde sub 1, nu de handeling van overslag van goederen niet alleen niet uitdrukkelijk uit de verzekeringspolis is gesloten, doch zelfs wordt toegelaten door de bepalingen van de verzekeringspolis zelf, die uitdrukkelijk bepaalt dat er meerderen schepen/transportmiddelen het vervoer kunnen uitvoeren.
- c)c. Geïntimeerde sub 1 verwijst ten onrechte ter staving van haar stel-ling naar met appellant gevoerde briefwisseling in 2001, aange-zien de verzekeringspolis werd afgesloten in de loop van 2002. Inderdaad niets wijst erop dat die briefwisseling betrekking heeft op de kwestieuze verzekeringspolis, temeer daar N.V. MARSH aangeeft dat appellant haar aanzocht tot dekking van een vervoer-risico van een partij glas in de loop van mei 2002.
- d)Het verweer van geïntimeerde sub 1 dat zij niet gehouden is tot dekking op grond van de verzekeringspolis wegens overlading van de goederen dient derhalve als ongegrond te worden afgewezen. 2. Met betrekking tot de beweerde schending van het averijcom-missariaat-beding in de verzekeringspolis A.
- a)De instructies in het geval van eis in schadevergoeding ("instructi-ons in case of claim"), bijgevoegd aan de verzekeringspolis, waar-op appellant zich beroept, bepalen dat in het geval van schade de volgende instructies door de verzekerde verplicht moeten nage-leefd worden (stuk 1 van geïntimeerde sub 1). De voormelde instructies bepalen (in vertaling, zoals het Hof dit meent te moeten begrijpen): "In geval van verlies of schade is het volgen van de volgende in-structies onontbeerlijk: A. Indien de schade of het tekort zichtbaar is: 2° Verwittig onmiddellijk de averijcommissaris vermeld in de ver-zekeringspolis of indien dit onmogelijk is, contacteer de lokale of dichts bijzijnde Lloyd agent, elke andere bevoegde autoriteit of de verzekeringsmakelaars van de polis. De naleving van deze regel is essentieel". De betreffende verzekeringspolis No 0160391/44061 PEY 1/2 be-paalt in dit verband met betrekking tot de bevoegde averijcommis-saris (in vertaling zoals het Hof dit meent te moeten begrijpen): "Ingeval van claim: volg de bovenstaande instructies en contac-teer : Chrisphil S.a.r.l., Saarti Bldg., 4th Floor, Dekwaneh, City Rama Metn, P.O.B. 95 - 1475, Beirut, Libanon ". De verzekeringspolis bevat met andere woorden een averijcom-missariaat-beding, hetgeen inhoudt dat in geval van schade de verzekerde zich verplicht moet wenden tot een welbepaalde ave-rijcommissaris, in casu de S.a.r.l. Chrisphill, om de beschadigin-gen en de verliezen te laten vaststellen en onderzoeken.
- b)Appellant heeft in casu geen beroep gedaan op de averijcommis-saris aangeduid in de polis, nl. S.a.r.l. Chrisphill, om de schade vast te stellen, doch stelde integendeel M. Moukaddem aan als expert. Op 24/06/2002 meldde appellant aan zijn makelaar, zijnde de N.V. MARSH, het volgende: "Wij informeren U dat bij aankomst in de haven van Beirouth ver-toonde de goederen sporen van schade". Wij waren genoodzaakt MM TRASCO for Trading Assurance C° te contacteren." ... overeenkomstig uw fax van 08/08/2001, door een onachtzaam-heid hebben wij de naam van M. Chrisphill vermeldt in de polis, over het hoofd gezien". Appellant heeft met andere woorden een andere expert aange-steld, niettegenstaande hij wist of moest weten dat hij zich in geval van schade moest richten tot de averijcommissaris Chrisphill, om de expertise te laten uitvoeren, hetgeen appellant overigens uit-drukkelijk erkent/toegeeft bij de melding van het schadegeval aan zijn makelaar, N.V. MARSH.
- c)Geïntimeerde sub 1 beweert dat appellant enkel op basis van een verslag van de bij naam in de polis genoemde averijcommissaris zijn vordering in schadevergoeding kan bewijzen; dat ieder ander bewijs van schade uitgesloten is, omdat enkel de genoemde ave-rijcommissaris, als vertrouwenspersoon van de beide partijen (verzekeraar en verzekerde) de schade kan vaststellen en onder-zoeken, zijn oordeel dient te geven omtrent de oorzaken en om-standigheden van het schadegeval, en de omvang van de schade dient te bepalen. Geïntimeerde sub 1 beweert aldus dat de schending van het ave-rijcommissariaat-beding door appellant (verzekerde) tot gevolg heeft:
- a)dat het overeenkomstig de polis gevergd bewijs van schade, schadeomvang en schadeoorzaak ontbreekt,
- b)dat elk bewijs buiten het rapport van de averijcommissaris uitgesloten/niet toelaatbaar is, en
- c)dat de verzekerde geen recht heeft op verze-keringsvergoeding. Appellant beweert dat geïntimeerde sub 1 (verzekeraar) - bij monde van de N.V. MARSH, die volgens appellant hierbij heeft gehandeld als mandataris van geïntimeerde sub 1 - heeft inge-stemd dat M. Moukaddem als averijcommissaris kon optreden met betrekking tot het kwestieus schadegeval. Geïntimeerde ontkent ten stelligste dat zij ooit haar akkoord heeft betuigd met de aanstelling van M. Moukaddem als averijcommis-saris in plaats van de in de verzekeringspolis nominatief genoem-de averijcommissaris, nl. S.a.r.l. Chrisphill.
- c)a. Appellant brengt geen enkel bewijsstuk bij van het feit dat geïnti-meerde sub 1 als verzekeraar heeft ingestemd met de wijziging van de averijcommissaris, nl. met de aanstelling van een andere averijcommissaris dan de in de verzekeringspolis aangeduide ave-rijcommissaris, nl S.a.r.l. Chrisphill. Inderdaad appellant legt geen enkel schrijven voor uitgaande van NAUTICA als agent van geïn-timeerde sub 1, noch van hemzelf, waaruit de uitdrukkelijke in-stemming van geïntimeerde sub 1 met de wijziging van de averij-commissaris blijkt.
- c)b. Appellant toont, in tegenstelling tot haar bewering, evenmin aan dat de N.V. MARSH, optredende voor de verzekeraar, zich in haar schrijven van 26/06/2002 aan de heer M. Moukaddem akkoord verklaarde met de aanstelling van M. Moukaddem, en dit om de hierna volgende redenen: - dat de N.V. MARSH slechts op 24/06/2002 door appellant werd verwittigd van het schadegeval, hetzij drie dagen na-dat de expertise reeds had plaatsgevonden (nl. op 21/06/2002). - dat uit het schrijven van de N.V. MARSH van 26/06/2002 niet blijkt of kan worden afgeleid dat de N.V. MARSH de heer M. Moukaddem heeft aangesteld of in werking heeft gesteld, nu, zoals hierboven aangetoond, op dat ogenblik dat de N.V. MARSH in kennis werd gesteld van het scha-degeval, appellant niet alleen reeds de expert had aange-steld, doch bovendien de expertise reeds was uitgevoerd (nl. op 21/06/2002). Overigens kan, afgezien van het voor-gaande, ook uit de zinsnede: "wij vernamen dat U werd ge-contacteerd door de heer M. A. om een tegensprekelijke expertise te organiseren" van het schrijven van 26/06/2002, slechts worden afgeleid dat zij niet anders stelt dan dat het de verzekerde (in casu appellant) was, die deze deskundi-ge heeft aangesteld. - dat zulks bovendien alleen maar bevestiging kan vinden in het feit dat de N.V. MARSH op dezelfde dag, nl. op 26/06/2002, een schrijven richtte aan de verzekerde (in ca-su appellant) waarin zij stelde dat de verzekerde de averij-commissaris S.a.r.l. Chrisphill had dienen aan te stellen. - dat op het ogenblik dat de N.V. MARSH bij schrijven van 26/06/2002 de privé-expert van appellant verzocht haar toch op de hoogte te houden van de verdere ontwikkelin-gen in het dossier (stuk 8 geïntimeerde sub 1 en stuk 9 ap-pellant), de expertise door de eigen expert van appellant (M. Moukaddem) van 21/06/2002 reeds was uitgevoerd (stuk 4 geïntimeerde sub 1). - dat de omstandigheid dat de N.V. MARSH in het schrijven van 26/06/2002 de expert van appellant erop wijst dat de belangen van de verzekeraar bij de expertise moeten ge-vrijwaard worden op zich evenmin wijst op een mandaat van de verzekeraar, aangezien het behoort tot de verplich-tingen van de verzekerde om in geval van schade de rech-ten van de verzekeraar t.a.v. derden te vrijwaren, nu het schenden van deze elementaire verzekeringsplicht kan lei-den tot de aansprakelijkheid van de verzekerde. Het is der-halve logisch dat de N.V. MARSH, die in ieder geval de makelaar is van appellant, in het belang van deze laatste aan de expert van appellant vraagt om de rechten van de verzekeraar te vrijwaren. Voormelde elementen zijn inderdaad niet van aard om te kunnen concluderen dat de N.V. MARSH de heer M. Moukaddem heeft aangesteld als averijcommissaris, noch dat zij zich met diens aan-stelling door de verzekerde (appellant) akkoord verklaarde. Voormelde elementen laten bovendien evenmin toe te besluiten dat de N.V. MARSH op enigerlei wijze de schijn heeft verwekt dat appellant over het gewettigd vertrouwen mocht beschikken dat de N.V. MARSH handelde voor rekening van geïntimeerde sub 1, laat staan dat de N.V. MARSH zich in naam van deze laatste ook maar op enigerlei wijze heeft akkoord verklaard met de door ap-pellant aangestelde expert, nl. M. Moukaddem. Bijgevolg is de betwisting met betrekking tot de hoedanigheid van de N.V. MARSH als vertegenwoordiger van de verzekeraar - en meer in het bijzonder of zij in casu als mandataris van de verzeke-raar (geïntimeerde sub 1) is opgetreden, of minstens die schijn heeft gewekt - met betrekking tot dit onderdeel niet terzake die-nend. B. Bijgevolg staat vast dat de conventionele weg betreffende de vaststelling en raming van de schade niet werd gevolgd door ap-pellant, doch dat zulks in concreto en bij gebreke van uitdrukkelij-ke sanctie niet op zichzelf het verval van het recht op vergoeding met zich brengt. Appellant heeft onmiskenbaar een ernstige contractuele fout be-gaan door, handelaar zijnde, na te laten onmiddellijk na het scha-degeval de in de polis aangeduide averijcommissaris in te schake-len en in plaats daarvan een andere expert aan te stellen om de schade vast te stellen. Appellant alleen maar omwille van de niet ingeroepen tussen-komst van de averijcommissaris meteen vervallen verklaren van enige aanspraak op vergoeding, is evenwel volstrekt onredelijk als sanctie voor deze weliswaar bewezen nalatigheid, voor zover ap-pellant als verzekerde aantoont dat een contradictoire vaststelling van de schade heeft plaatsgevonden. Er is met andere woorden in principe geen aanleiding tot het ver-vallen verklaren van het recht van appellant op vergoeding, wan-neer hij de conventioneel bepaalde wijze betreffende de vaststel-ling en de raming van de schade niet heeft gevolgd, voorzover hij aantoont dat de schade tegensprekelijk werd vastgesteld. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de zeevervoerder (Mediter-ranean Shipping Company) blijkbaar bij aangetekend schrijven van 19/06/2002 (20/06/2002 volgens de poststempel) werd uitge-nodigd op een tegensprekelijke expertise (in aanwezigheid van de inmiddels door appellant aangestelde verzekeringsexpert), die de dag nadien (nl. op 21/06/2002) om 9.00 uur heeft plaatsgevonden (stuk 2 van appellant en stuk 8 van N.V. MARSH). Appellant toont derhalve in casu niet aan dat de zeevervoerder tijdig werd uitge-nodigd op de expertise van de door hem in strijd met de verzeke-ringspolis aangestelde deskundige. Hetgeen verklaart dat de zeevervoerder niet aanwezig was op de expertise uitgevoerd door M. Moukaddem op 21/06/2002. Afwe-zigheid die blijkt uit het verslag van M. Moukaddem zelf en wordt bevestigd door appellant in zijn beroepsconclusie van 30/12/2005, blz. 12, b3. Bijgevolg werden ten aanzien van de zeevervoerder dan ook geen tegensprekelijke vaststellingen gedaan. Het schadedossier werd slechts op 17/07/2002 aan geïntimeerde sub 1 overgemaakt, zodat zij voor een voldongen feit werd ge-plaatst en haar de mogelijkheid werd ontnomen om haar belangen tijdig veilig te stellen. Het feit dat de schade werd vastgesteld in aanwezigheid van de havenautoriteiten van Libanon is niet van aard om afbreuk te doen aan het niet tegensprekelijk karakter van het verslag van expert M. Moukaddem ten aanzien van de zeevervoerder, nu de havenauto-riteiten niet kunnen worden beschouwd als een vertegenwoordiger van de ene of andere partij. Bovendien beperkt het eenzijdig verslag van expert M. Moukad-dem zich tot een loutere opsomming van de beweerde bescha-digde goederen, zonder enige duiding te geven omtrent een mo-gelijke schadeoorzaak, omstandigheden van het schadegeval enz..., zodat ook om die redenen het summiere verslag van M. Moukaddem niet kan worden aanzien als het gevergde averij-commissariaat-rapport. Nu vaststaat dat de schade evenmin, op een niet contractuele wijze, tegensprekelijk werd vastgesteld, alsook dient te worden vastgesteld dat het eenzijdig verslag van M. Moukaddem boven-dien summier en onvolledig is nu het niets zegt over de mogelijke schadeoorzaak en onder meer de omstandigheden van het scha-degeval, geïntimeerde sub 1 terecht dekking van het schadegeval heeft geweigerd. De hoofdvordering van appellant tegen geïntimeerde sub 1 dient derhalve als ongegrond te worden afgewezen. II. Wat betreft de vordering van appellant tot bindendverklaring van het te wijzen arrest tegen de N.V. MARSH . De gedwongen tussenkomst tot bindendverklaring beoogt geen veroordeling van de derde partij, in casu N.V. MARSH, doch enkel de gemeenverklaring van het te wijzen arrest, teneinde te vermij-den dat de derde, in casu N.V. MARSH, naderhand derdenverzet zou instellen tegen dit arrest. N.V. MARSH gedraagt zich als naar rechte ten aanzien van de door appellant tegen haar ingestelde vordering in gedwongen tus-senkomst tot bindendverklaring. De door appellant ingestelde vordering in gedwongen tussen-komst tot bindendverklaring van het te wijzen arrest tussen appel-lant en geïntimeerde sub 1 ten aanzien van de N.V. MARSH, komt na onderzoek gegrond voor. OM DIE REDENEN HET HOF Recht doende op tegenspraak. Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935. Stelt vast dat partijen zich akkoord verklaarden dat het onderhavig geschil wordt beslecht volgens het Belgisch recht. Ontvangt het hoger beroep en het incidenteel beroep van geïnti-meerde sub 1 tegen appellant; verklaart beiden ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis, zij het op gedeeltelijk andere mo-tieven. Verklaart de vordering van appellant in hoger beroep strekkende tot gemeenverklaring van het uit te spreken arrest ten aanzien van de gedaagde in gemeenverklaring, nl. N.V. MARSH, ontvankelijk en gegrond. Verklaart het arrest gemeen aan de N.V. MARSH. Verwijst appellant in de kosten van het hoger beroep, deze vol-gens opgave in conclusies begroot aan de zijde van : - geïntimeerde op : - rechtsplegingsvergoeding 475,97 EUR en aan de zijde van N.V. MARSH niet begroot bij gebrek aan op-gave. Verwijst de N.V. MARSH in de kosten van de gemeenverklaring, deze niet begroot zijnde bij gebrek aan opgave. Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van VIJFTIEN JANUARI TWEEDUIZENDZEVEN, waar aanwezig waren : de Heer P. RENAERS Voorzitter Mevrouw B. PONET Raadsheer Mevrouw V. PEETERS Raadsheer Mevrouw M. VAN AMMELEN Griffier M. Van Ammelen P. Renaers V. Peeters B. Ponet PDF document ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070115.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div