id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 15 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070215.7 Rolnummer: 2006AR526 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2008-01-10 Raadplegingen: 117 - laatst gezien 2026-07-02 15:20 Fiche De in art. 44, tweede lid, WGA bedoelde tussenkomst van de commissaris inzake opschorting vereist zijn actief optreden bij het totstandkomen van de handeling van de schuldenaar waardoor de litigieuze schuld ontstaat. Vereist is dat hij een beslissing heeft genomen met betrekking tot de handeling in kwestie zoals die zich concreet heeft voorgedaan. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement - Rechten van de schuldeisers Vrije woorden: FAILLISSEMENT - Gevolgen - Rechten van de schuldeisers - Boedelschulden na eerder gerechtelijk akkoord Boedelschuld - WGA art. 44 - handeling verricht met medewerking, machtiging of bijstand van de commissaris inzake opschorting Wettelijke bepalingen: Wet - 17-07-1997 - 44 - 65 ELI link Pub nr 1997009767 Annotaties Publicaties: T.B.H. - Verougstraete I., "Medewerking, machtiging of bijstand van de commissaris inzake opschorting: enkele opvallende beslissingen - 2008
(111), p. 113 Tekst van de beslissing Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, VIJFDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen: Inzake : 2006/AR/526 - N.V. F, met maatschappelijke zetel gevestigd te APPELLANTE tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen d.d. 21 december
- vertegenwoordigd door Mr. P. Van Lierde loco Mr. J. Ste-vens, advocaat te 2018 Antwerpen, Justitiestraat
- TEGEN : - Mr. A., advocaat te - Mr. B., advocaat te Beiden qq. curator over het faillissement N.V. H Hiertoe aangesteld bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen de dato 3 mei
- GEÏNTIMEERDEN QQ. voor wie verschijnt : Mr. E. Manquoi, advocaat te 2000 Antwerpen, Schermersstraat
- -de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de Ontvanger der Di-recte Belastingen te Antwerpen, wiens kantoor gelegen is te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 1, woonstkeuze doende op het kantoor van de dienstchef van de Juridische Cel van de Administratie der directe Belastingen te Antwerpen, gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus
- GEÏNTIMEERDE vertegenwoordigd door Mr. D. Vandenhouten loco Mr. R. Lecoutre, advocaat te 2018 Antwerpen, De Damhoude-restraat
- ***** De Belgische Staat is schuldeiser van de gefailleerde NV H. voor onbetaald gebleven bedrijfsvoorheffingen. Hij is van oordeel dat het gaat om boedelschulden vermits de be-drijfsvoorheffingen in kwestie betrekking hebben op de periode waar-in aan NV H. in het kader van een procedure gerechtelijk de voorlopige opschorting (tot 18 juli 2000) en de definitieve opschorting werden toegestaan, voorafgaandelijk aan het faillissement, uitge-sproken op 3 mei
- In het bestreden vonnis van 21 december 2005 oordeelde de recht-bank van koophandel te Antwerpen dat de schulden in kwestie als boedelschulden overeenkomstig art. 44, tweede lid, WGA moeten worden beschouwd en dat deze schuldvordering kon worden ver-haald op het handelsfonds, in samenloop met F., pandhoudende schuldeiser. Met een verzoekschrift neergelegd op 15 februari 2006 tekende F. hoger beroep aan. Zij betwist dat het gaat om een boedelschuld en, ondergeschikt, dat deze kan verhaald worden op het handelsfonds. De Belgische Staat concludeert tot de ongegrondheid van het hoger beroep. De curators verklaren zich te gedragen als naar recht. ***
- De feiten die ten grondslag liggen aan het geschil werden uiteen ge-zet in het bestreden vonnis. Het hof verwijst ernaar.
- De Belgische Staat kan geen stuk overleggen waaruit blijkt dat de tewerkstelling, die aanleiding heeft gegeven tot het heffen van be-drijfsvoorheffing, verricht werd met medewerking, machtiging of bij-stand van de commissaris inzake opschorting.
- De in art. 44, tweede lid, WGA bedoelde tussenkomst van de com-missaris inzake opschorting vereist zijn actief optreden bij het tot-standkomen van de handeling van de schuldenaar waardoor de liti-gieuze schuld ontstaat. Vereist is dat hij een beslissing heeft geno-men met betrekking tot de handeling in kwestie zoals die zich con-creet heeft voorgedaan.
- Daaruit volgt dat een loutere instemming van de commissaris inzake opschorting met de verderzetting van de handel door de schuldenaar niet volstaat als bewijs van medewerking, bijstand of machtiging tot het stellen van de concrete handeling die aan de basis ligt van de schuld. Hoe de schuldenaar zijn bedrijvigheid concreet verder zette en meer bepaald met inzet van welke middelen en arbeidskrachten hij deze verderzetting wenste te realiseren blijkt niet het voorwerp geweest te zijn van enige inmenging van de commissaris inzake opschorting. Uit niets blijkt dat de commissaris inzake opschorting daadwerkelijk machtiging, bijstand of medewerking heeft verleend in de verdere tewerkstelling.
- Het is dan ook onjuist zoals de Belgische Staat in conclusies voor-houdt dat bewezen is dat de commissaris inzake opschorting "zijn medewerking en goedkeuring heeft verleend aan het verderzetten van de tewerkstelling". Dit feit kan niet als vermoeden afgeleid wor-den uit de loutere instemming met de verderzetting van de handel.
- Dit feit kan ook niet afgeleid worden uit de omstandigheid dat het vonnis dd. 12 oktober 1998 van voorlopige opschorting bepaalde dat de schuldenaar geen daden van beschikking mocht stellen zonder machtiging van de commissaris inzake opschorting. Onterecht meent de Belgische Staat dat hierdoor het bestuur werd ontnomen en "de akkoordschuldenaar in feite handelings-onbekwaam" werd. Krachtens art. 15 §1, derde lid WGA kan de rechtbank immers bepalen dat de schuldenaar geen daden van be-stuur of beschikking mag verrichten zonder machtiging van de com-missaris inzake opschorting. Vermits enkel de daden van beschik-king geviseerd werden in het vonnis kan de handelingsbeperking niet uitgebreid worden tot het bestuur. De verderzetting van de bestaande tewerkstelling is een daad van bestuur en niet van beschikking.
- Vermits niet bewezen is dat voldaan werd aan de wettelijke voor-waarden opdat de kwestieuze schuld overeenkomstig art. 44, tweede lid WGA als boedelschuld zou kunnen worden aanzien is de vorde-ring van de Belgische Staat ongegrond.
- Ten overvloede blijkt de schuldvordering van de Belgische Staat be-trekking te hebben op de bedrijfsvoorheffing voor de maanden juli 2000, december 2000 en april
- Vermits de periode van voorlopige opschorting beëindigd werd bij vonnis van 18 juli 2000 en van dan af de periode van definitieve op-schorting liep gaat de Belgische Staat er in conclusies op niet correc-te wijze van uit dat de bedrijfsvoorheffing in kwestie betrekking heeft op de periode van de voorlopige opschorting. Dit is maar het geval voor een beperkt deel.
- Zoals uiteen gezet door de Belgische Staat bestaat de handeling waaruit de schuld (de bedrijfsvoorheffing) is ontstaan in de beslissing tot verderzetting van de tewerkstelling. Daaruit moet worden afgeleid dat de tewerkstelling reeds bestond op het ogenblik dat de schuldenaar het gerechtelijk akkoord heeft aan-gevraagd.
- Vermits de wettelijke taak van de commissaris inzake opschorting vanaf de definitieve opschorting beperkt is tot de controle en toezicht op de uitvoering van het herstelplan en op het verloop van de ak-koordprocedure moet onder handelingen door de schuldenaar tij-dens de akkoordprocedure verricht met medewerking, machtiging of bijstand van de commissaris inzake opschorting zoals bedoeld in art. 44, tweede lid WGA verstaan worden de handelingen die door de schuldenaar zijn verricht tijdens de periode van voorlopige opschor-ting. Alleen maar de schulden die uit die handelingen ontstaan en zijn aangegaan voor de homologatie van het akkoord gelden als boedelschulden van het latere faillissement.
- Uit hetgeen hiervoor onder randnr. 8 werd vermeld bestaat de han-deling uit de beslissing tot verderzetting van de tewerkstelling. De beslissing om ook in de periode van definitieve opschorting de te-werkstelling verder te zetten is geen handeling verricht tijdens de periode van voorlopige opschorting. Derhalve vloeit de kwestieuze schuld (althans voor een belangrijk deel) niet voort uit een handeling verricht tijdens de periode van voorlopige opschorting. Ook om die reden is de vordering wat betreft de bedrijfsvoorheffing betrekking hebbend op de tewerkstelling na 18 juli 2000 ongegrond.
- De schuldvordering van de Belgische Staat wat betreft de bedrijfs-voorheffing voor de tewerkstelling tijdens akkoordprocedure kan niet als een boedelschuld van het faillissement worden aangezien. De zaak wordt terug naar de rechtbank van koophandel te Antwer-pen verzonden voor desgevallende opname van de schuldvordering in het passief. O M D I E R E D E N E N : H E T H O F, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935; Verklaart het hoger beroep gegrond, Wijzigt het bestreden vonnis, Zegt rechtens dat de schuldvordering van de Belgische Staat, be-trekking hebbend op bedrijfsvoorheffing geheven voor tewerkstelling tijdens de akkoordprocedure van NV H. , niet als een boedel-schuld van het faillissement kan worden aangezien, Verzendt de zaak naar de rechtbank van koophandel te Antwerpen voor eventuele opname in het passief van gezegd faillissement. Verwijst de curators qq. in de kosten van beide aanleggen, deze aan de zijde van : - N.V. F begroot op : · 356,97 EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg · 186,00 EUR rolrecht hoger beroep · 485,87 EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep - de Belgische Staat begroot op : * 485,87 EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van 15 FEBRUARI 2007 waar aanwezig waren : de heer E. HULPIAU Voorzitter de heer E. LEMMENS Raadsheer de heer J. EMBRECHTS Raadsheer mevrouw C. VERSWYVELEN Griffier C. VERSWYVELEN J. EMBRECHTS E. LEMMENS E. HULPIAU PDF document ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070215.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div