id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 28 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070328.21 Rolnummer: 327 p 2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-20 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-07-02 15:29 Fiche Beklaagden stellen dat het hoger beroep van de Stedenbouwkundig Inspecteur tegen de beslissing van de Bestendige Deputatie niet ontvankelijk is en dat derhalve het daarop volgende Ministerieel Besluit onwettig is. Door beklaagden werd een verzoekschrift tot nietigverklaring van het Ministerieel Besluit ingediend bij de Raad van State. Om reden dat een nieuwe regularisatieaanvraag werd ingediend, doen beklaagden afstand van het geding voor de Raad van State. Deze nieuwe regularisatieaanvraag dient impliciet aangezien te worden als afstand van de vroegere stedenbouwkundige aanvragen. De opgeworpen exceptie van illegaliteit met betrekking tot het hoger beroep van de Stedenbouwkundig Inspecteur en van het Ministerieel Besluit is dan ook doelloos. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Algemeen (ruimtelijke ordening) Vrije woorden: Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw - afstand administratieve procedure voor de Raad van State omwille van een nieuwe regularisatieaanvraag geldt impliciet als afstand van de vroegere stedenbouwkundige aanvragen - exceptie van illegaliteit van de vroegere stedenbouwkundige procedure is derhalve doelloos Tekst van de beslissing Hof van Beroep zitting houdende te Antwerpen, 12e kamer (... ) Ten onrechte doen beklaagden gelden dat het hoger beroep d.d. 13 april 2000 van de gemachtigde ambtenaar bij de minister tegen de beslissing van de Bestendige Deputatie van 30 maart 2000 niet ontvankelijk is en dat derhalve ook het daarop volgende Ministerieel Besluit onwettig is. Het valt op dat beklaagden die tegen voormeld Ministerieel Besluit een verzoekschrift tot nietigverklaring indienden bij de Raad van State voormelde redengeving alsdan niet opwierpen. Nu evenwel beklaagden bij brief van 29 januari 2003 afstand van geding deden voor de Raad van State om reden dat een nieuwe regularisatieaanvraag werd ingediend en nu zij inderdaad een nieuwe regularisatieaanvraag indienden, is zodanige aanvraag impliciet te aanzien als afstand van de vroegere stedenbouwkundige aanvragen, derwijze dat de opgeworpen exceptie van illegaliteit met betrekking tot het hoger beroep van de gemachtigde ambtenaar en van het Ministerieel Besluit zoals voormeld, doelloos is; immers zou, zelfs indien de exceptie zou aangenomen worden, daardoor aan de beklaagden alsdan nog steeds geen regelmatige vergunning bezorgd worden nu zij vooralsnog over niets (meer) beschikten omwille van de nieuw ingediende aanvraag; niet weerlegd wordt dat deze nieuwe aanvraag van 31 januari 2003 inmiddels werd verworpen bij beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van 30 juni 2003, waartegen het hoger beroep niet werd ingewilligd bij besluit van de Bestendige Deputatie van 15 januari 2004 en waartegen geen middelen worden aangevoerd. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070328.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.