← België

ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070418.16

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 18 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070418.16 Rolnummer: 2007AR582 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-07-27 Raadplegingen: 115 - laatst gezien 2026-07-02 15:33 Fiche Een akte van rechtspleging wordt geacht in de taal van de rechtspleging te zijn gesteld wanneer alle vermeldingen vereist voor de regelmatigheid van de akte in die taal zijn gesteld. Krachtens art. 1057, 7° van het Gerechtelijk Wetboek bevat de akte tot hoger beroep op straffe van nietigheid de uiteenzetting van de grieven. De uiteenzetting van de grieven moet derhalve worden gesteld in de taal van de rechtspleging. Hetzelfde geldt voor de vermeldingen die als argumenten of middelen dienen tot ondersteuning van die grieven vermits deze vermeldingen deel uitmaken van de grieven zelf en de tegenpartij met het oog op haar verweer in de gelegenheid moet worden gesteld daarvan kennis te nemen in de taal van de rechtspleging. Wat de rechtsadagia in het Latijn betreft ('exceptio non adimpleti contractus' en 'pacta sunt servanda') stelt het Hof vast dat het gaat om uitdrukkingen die hun vaste plaats hebben verworven in de Nederlandstalige juridisch vaktaal. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Algemeen (taalgebruik in gerechtzaken) Vrije woorden: Taalgebruik in gerechtszaken - akte van hoger beroep - Latijnse adagia - geen strijdigheid met wet op het gebruik der talen in gerechtszaken Tekst van de beslissing Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, TWEEDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen: In zake: 2007/AR/582 SLUYS INTERNATIONAL NV, met maatschappelijke zetel te 2570 DUFFEL, Nijverheidsstraat 1, KBO-nummer 0423.281.175 appellante, vertegenwoordigd door Mr. VAN PUTTEN Wim, advocaat te 2000 ANTWERPEN, Bordeauxstraat 14 tegen het vonnis gewezen op 22 januari 2007 door de Rechtbank van koophandel te Antwerpen tegen

  1. M & M ILEGEMS NV, met maatschappelijke zetel te 2000 ANTWERPEN, Jordaenskaai 24, KBO-nummer 0403.792.093, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. HENDRICKX Carl, advocaat te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 210 A
  2. COOLTECH NV, met maatschappelijke zetel te 3570 ALKEN, Industrieterrein Kolmen 1607, KBO-nummer 0415.453.044, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. A. GEENS loco Mr. VANDENHOUDT Olivier, advocaat te 3583 PAAL, Paalsesteenweg 133 *** 1.
  3. Het geschil van partijen betreft de uitvoering van een aannemingsovereenkomst van 2 april 1999 waarbij de n.v. M & M Bouw Antwerpen, thans n.v. M & M Ilegems, zich verbond tot de bouw van een industriegebouw te Duffel in opdracht en voor rekening van de n.v. Sluys International. De n.v. M & M Ilegems plaatste de bouw van een luchtzuiveringsinstallatie in onderaanneming bij de n.v. Cooltech. Tussen partijen ontstond betwisting over de al dan niet volledige dan wel gebrekkige uitvoering van de werken en de betaling van de aannemingssom. 1.
  4. De n.v. M & M Ilegems dagvaardde op 30 oktober 2000 de n.v. Sluys International voor de rechtbank van koophandel te Antwerpen in betaling van onbetaald gebleven facturen. Bij tussenvonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen van 15 november 2000 werd Christian Ebinger gelast met een deskundigenonderzoek. De gerechtsdeskundige heeft zijn opdracht uitgevoerd. 1.
  5. De n.v. M & M Ilegems bracht vervolgens op 12 april 2005 een dagvaarding in tussenkomst uit ten laste van haar onderaannemer n.v. Cooltech. 1.
  6. Het beroepen vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen van 22 januari 2007 heeft de oorspronkelijke hoofdeis van de n.v. M & M Ilegems gegrond verklaard door de n.v. Sluys International te veroordelen tot de betaling van: - een som van euro 99 025 wegens het saldo van de aannemingssom, - een som van euro 54 833 wegens rente naar rato van 10% per jaar vanaf 1 juli 2000 tot 31 januari 2006, vermeerderd met verwijlinteresten naar rato van dezelfde rentevoet vanaf 1 februari 2006 tot op de dag van de betaling, - een som van euro 5 000 wegens tergend en roekeloos verweer. De n.v. Sluys International werd tevens veroordeeld om binnen de 5 dagen vanaf de betekening van het vonnis haar akkoord te verlenen tot vrijgave van de waarborg gesteld bij de c.v. Algemene Borgstellingen, bij gebreke waarvan het vonnis als titel tot vrijgave zal gelden. De n.v. Sluys International werd bijkomend veroordeeld over te gaan tot de definitieve oplevering van het werk per 1 oktober 2004 binnen de 30 dagen na de betekening van het vonnis bij gebreke waarvan het vonnis zal gelden als titel tot definitieve oplevering. De oorspronkelijke tegeneis van de n.v. Sluys International werd gegrond verklaard ten belope van euro 66 025 met dien verstande dat deze som reeds werd verrekend met de hoofdvordering. De eis in tussenkomst en vrijwaring werd gegrond verklaard in die mate dat de n.v. Cooltech een som dient te betalen van euro 17 085, vermeerderd met de gerechtelijke interesten. De expertisekosten werden ten laste van de n.v. M & M Ilegems gelegd waarbij de n.v. Cooltech dan werd veroordeeld tot vrijwaring van de n.v. M & M Ilegems ten belope van euro 5
  7. De kosten van het geding werden voor 4/5de ten laste van de n.v. Sluys International en voor 1/5de ten laste van de n.v M & M Ilegems gelegd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 1.
  8. De n.v. Sluys International, hierna appellante genoemd, legde op 23 februari 2007 ter griffie van dit Hof een verzoekschrift tot hoger beroep neer. De zaak werd behandeld ter terechtzitting van 28 maart
  9. 1.
  10. Ter terechtzitting van 28 maart 2007 heeft eerste geïntimeerde, de n.v. M & M Ilegems, voor ieder ander verweer, de exceptie van nietigheid van het verzoekschrift tot hoger beroep opgeworpen wegens schending van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken. Appellante heeft daarover mondeling haar verweer laten gelden ter terechtzitting. 1.
  11. Het blijkt dat in het verzoekschrift tot hoger beroep op p. 22, onderaan, teksten voorkomen in een andere taal dan deze van de rechtspleging, te weten in de Engelse taal. Het betreft citaten uit een werfverslag en uit het contract van partijen. Het blijkt eveneens dat appellante op p. 7, 8 en 23 van haar verzoekschrift tot hoger beroep staande uitdrukkingen en/ of rechtsadagia in het Latijn aanhaalt. Van deze in een andere taal dan deze van de rechtspleging gestelde teksten is geen vertaling toegevoegd nog werd de zakelijke inhoud ervan in de procestaal weergegeven. 1.
  12. Overeenkomstig art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken moet voor de rechtspleging voor alle rechtscolleges in hoger beroep de taal worden gebruikt waarin het bestreden vonnis is gesteld, te dezen derhalve het Nederlands. Deze regel is krachtens art. 40 van de voormelde taalwet voorgeschreven op straffe van nietigheid die zelfs ambtshalve door de rechter wordt uitgesproken. Hieruit volgt dat de akte tot hoger beroep moet gesteld worden in de taal van de bestreden beslissing. Een akte van rechtspleging wordt geacht in de taal van de rechtspleging te zijn gesteld wanneer alle vermeldingen vereist voor de regelmatigheid van de akte in die taal zijn gesteld. Krachtens art. 1057, 7° van het Gerechtelijk Wetboek bevat de akte tot hoger beroep op straffe van nietigheid de uiteenzetting van de grieven. De uiteenzetting van de grieven moet derhalve worden gesteld in de taal van de rechtspleging. Hetzelfde geldt voor de vermeldingen die als argumenten of middelen dienen tot ondersteuning van die grieven vermits deze vermeldingen deel uitmaken van de grieven zelf en de tegenpartij met het oog op haar verweer in de gelegenheid moet worden gesteld daarvan kennis te nemen in de taal van de rechtspleging. 1.
  13. Te dezen heeft appellante een grief tegen het beroepen vonnis ingediend m.b.t. de beoordeling van de laattijdigheidsboetes. Zij heeft deze grief laten steunen op een citaat uit een werfverslag van 24 maart 2000, dat als bewijs van aanvaarding door eerste geïntimeerde wordt aangevoerd, en op een citaat uit art. 1.
  14. van de overeenkomst van partijen van 12 april 1999, dat zij als bewijs van de verbintenis van eerste geïntimeerde tot betaling van een vertragingsboete wil laten gelden. Deze Engelstalige citaten zijn vermeld zonder vertaling in de taal van de rechtspleging en zonder weergave in die taal van hun zakelijke inhoud. Deze citaten betreffen dus geen loutere illustraties van de beweringen van appellante maar gegevens waarvan de tegenpartijen kennis moeten nemen voor hun verweer en die noodzakelijkerwijze bij de beoordeling van het hoger beroep zullen moeten worden ontmoet door de appelrechter. Geïntimeerde toont aldus aan dat middelen die tot één van de grieven zelf van appellante behoren, gesteld zijn in een andere taal dan deze van het bestreden vonnis en van de rechtspleging in hoger beroep. De akte tot hoger beroep is met toepassing van 24 en 40 van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken nietig. 1.
  15. Wat de aanhalingen van staande uitdrukkingen en/of rechtsadagia in het Latijn betreft ("exceptio non adimpleti contractus" en "pacta sunt servanda") stelt het Hof vast dat het gaat om uitdrukkingen die hun vaste plaats hebben verworven in de Nederlandstalige juridisch vaktaal. In het gebruik hiervan wordt geen strijdigheid met de voorschriften van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken aangetroffen. OM DIE REDENEN HET HOF, Recht doende op tegenspraak; Gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935; Verklaart het verzoekschrift tot hoger beroep van de n.v. Sluys International, neergelegd ter griffie van dit Hof op 23 februari 2007 met toepassing van art. 24 en 40 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken nietig. Verwijst appellante in de proceskosten in hoger beroep vereffend aan de zijde van eerste geïntimeerde op de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep van euro 485,87 en aan de zijde van tweede geïntimeerde niet vereffend bijgebrek van opgave. Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van 18 april
  16. waar aanwezig waren: F. PEETERS Voorzitter K. ALLEGAERT Raadsheer A. VERHAERT Raadsheer M. GIJSEMANS Griffier M. GIJSEMANS A. VERHAERT K. ALLEGAERT F. PEETERS PDF document ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070418.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.