← België

ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070419.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 19 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070419.7 Rolnummer: 1261 p 2006 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-10-11 Raadplegingen: 106 - laatst gezien 2026-07-02 15:34 Fiche

  1. Het Hof verklaart het vonnis van de eerste rechter nietig wegens een tegenstrijdige motivering. De eerste rechter veroordeelt aan de ene kant de beklaagde voor de feiten van art. 280-281 Sw. en gaat er dus van uit dat er geen blijvende werkonbekwaamheid was, en stelt aan de andere kant een deskundige aan teneinde de gevolgen van de slagen, eventueel blijvende werkonbekwaamheid, te bepalen.
  2. Om proceseconomische redenen wordt geen deskundige aangesteld omdat het bij voorbaat vaststaat dat de beklaagde wordt vrijgesproken. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Algemeen (strafrecht - algemene beginselen) STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Vonnis - Nietigheid STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Nietigheid vonnis/onderzoek Vrije woorden: Strafrecht - Bevoegdheid en rechtspleging - Correctionele rechtbank - Vonnis - Nietigheid - Tegenstrijdige motivering Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende Te Antwerpen, veertiende kamer [...] Procedure. [...]
  3. Het vonnis van de eerste rechter is nietig wegens tegenstrijdige overwegingen vermits de eerste rechter enerzijds beklaagde veroordeelde voor de feiten van de tenlastelegging 280-281 van het Strafwetbek er van uitgaande dat er geen blijvende werkonbekwaamheid was en anderzijds toch een deskundige aanstelde teneinde de gevolgen van de slagen, eventueel blijvende werkonbekwaamheid, te bepalen waardoor eventueel artikel 400 van het Strafwetboek zou kunnen van toepassing zijn. Derhalve wordt het bestreden vonnis vernietigd, evoceert het Hof binnen de perken van het hoger beroep de zaak overeenkomstig artikel 215 van het Wetboek van Strafvordering, en spreekt uit in eerste en laatste aanleg.
  4. Alvorens recht te doen op strafrechtelijk en civiel gebied zou dus eerst de deskundige moeten aangesteld worden teneinde de rechter te adviseren omtrent de door het slachtoffer opgelopen letsels en de hieruit voortvloeiende kwalificatie van de feiten van de tenlastelegging en de hieraan gekoppelde strafmaat.
  5. Evenwel blijkt vanaf de opening der debatten in hoger beroep dat de beklaagde A. K geenszins betrokken was als dader, of mededader of medeplichtige, bij daden van slagen aan het slachtoffer G ODB en dus evenmin van enige strafbare deelneming aan slagen met een of meer verzwarend omstandigheden, welke die dan ook mogen wezen.
  6. Het Hof acht het dan ook wegens proces-economisch motieven niet verantwoord om een deskundige aan te stellen teneinde de gevolgen van de slagen, die het slachtoffer ontving van iemand anders dan van beklaagde, te bepalen nu bij voorbaat vaststaat dat beklaagde wordt vrijgesproken nu het geenszins is bewezen dat hij aan de vechtpartij deelnam. Immers de kosten van zulke expertise vallen zo wie zo ten laste van de maatschappij en de expertise kan geenszins de vaststelling dat beklaagde A. K moet worden vrijgesproken van de tenlastelegging opzettelijk slagen te hebben toegebracht (overeenkomstig hetzij artikel 400 van het Strafwetboek hetzij artikel 280-281 van het Strafwetboek), ontzenuwen. [...] PDF document ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070419.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.