← België

ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070523.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 23 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070523.6 Rolnummer: 45 p 2007 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-10-15 Raadplegingen: 143 - laatst gezien 2026-07-02 15:40 Fiche

  1. Het Hof dient bij de lezing van het strafdossier vast te stellen dat met betrekking tot het geheel van de feiten waarop het onderzoek betrekking heeft gehad parallel twee strafonderzoeken werden gevoerd, en met name: enerzijds een gerechtelijk onderzoek op vordering van de Procureur des Konings, en anderzijds een opsporingsonderzoek door de Sociale Inspectie op vordering van de Arbeidsauditeur. Op verzoekschrift van beklaagde besliste vervolgens de Onderzoeksrechter bij beschikking overeenkomstig artikel 61quinquies van het Wetboek van Strafvordering dat het lopende onderzoeksdossier gekend bij het Arbeidsauditoraat kon worden gevoegd bij het door hem gevoerd gerechtelijk onderzoek. Deze beschikking werd overgemaakt aan de Arbeidsauditeur, die zich akkoord verklaarde het dossier van het arbeidsauditoraat over te maken ten einde het te voegen bij het gerechtelijk onderzoek. De rechtbank werd evenwel alleen gevat van de feiten die het voorwerp hebben uitgemaakt van het gerechtelijk onderzoek, hetzij deze waarvan de Onderzoeksrechter was gevat (mensenhandel). Het Hof is dan ook en onder meer niet gevat van het enkele feit van de illegale tewerkstelling zoals strafbaar gesteld door de Wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers. Het feit van het misbruik maken van de onwettige of precaire administratieve toestand van de slachtoffers, dat voorheen een constitutief bestanddeel van het misdrijf menshandel vormde en thans een verzwarende omstandigheid is geworden, vereenzelvigt zich niet met het feit van de illegale tewerkstelling, zoals strafbaar gesteld door voornoemde Wet. Overigens kan het Hof niet voor de eerste maal in graad van hoger beroep een tweede misdrijfomschrijving van de thans aanhangig gemaakte feiten voorzien. Het Hof is dan ook thans enkel gevat van feiten van mensenhandel.
  2. Dat de tewerkstelling niet regelmatig was en dat de betrokkenen een lager en op andere wijze samengesteld loon dan volgens de toepasselijke CAO voorzien ontvingen en meer uren werkten dan een normale duurtijd van een werkweek, is op zich niet afdoende om daarom de tewerkstelling te dezen als in strijd met de menselijke waardigheid te beoordelen. De betrokkenen werden betaald en werden gratis in normale omstandigheden gehuisvest en gevoed. Ze hebben zich overigens niet beklaagd over hun werkomstandigheden, vergoeding en hun huisvesting. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Mensenhandel Vrije woorden: Mensenhandel - Tewerkstelling niet in strijd met menselijke waardigheid Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 433 quinquies § 1-3 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 433 septies § 2 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende te Antwerpen, veertiende kamer, [...]
  3. Het is evenwel niet bewezen dat de tewerkstelling van de betrokken Roemenen plaatsgreep in omstandigheden die in strijd waren met de menselijke waardigheid. Dat de tewerkstelling niet regelmatig was en dat de betrokkenen een lager en op andere wijze samengesteld loon dan volgens de toepasselijke CAO voorzien ontvingen en meer uren werkten dan een normale duurtijd van een werkweek, is op zich niet afdoende om daarom de tewerkstelling te dezen als in strijd met de menselijke waardigheid te beoordelen. De betrokkenen werden betaald en werden gratis in normale omstandigheden gehuisvest en gevoed. Ze hebben zich overigens niet beklaagd over hun werkomstandigheden, vergoeding en hun huisvesting. Het is evenmin bewezen dat de betrokken Roemenen niet op vrije wijze in hun essentiële fysieke, sociale en intellectuele noden konden voorzien. Het is dan ook niet aangetoond dat beklaagden misbruik hebben gemaakt van de feitelijke situatie dat de betrokken Roemenen vergeleken met hun thuissituatie in aanzienlijk betere materiële toestand konden verkeren, ondanks het feit dat hun de normale in België geldende sociale bescherming en voorzieningen, en onder meer wat de verloning betreft, werd ontzegd. Geen afdoende feitelijke omstandigheden worden door het Openbaar Ministerie aangehaald en bewezen om elke twijfel bij het Hof nopens dit constitutief element van het hen ten laste gelegde en thans aangehouden misdrijf van mensenhandel uit te sluiten. Beklaagden worden dan ook vrijgesproken van de hen thans ten laste gelegde feiten. BESLISSING: [...] PDF document ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070523.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.