← België

ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070906.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 06 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070906.7 Rolnummer: 2007EV37 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2008-05-05 Raadplegingen: 112 - laatst gezien 2026-07-02 15:57 Fiche

  1. Niet alleen de kosten die uitdrukkelijk geregeld werden in dat KB komen voor vergoeding in aanmerking. De curator is ook gerechtigd op de betaling van die kosten die nuttig waren voor de uitvoering van zijn taak. Dit is het geval voor de kost van het opvragen van een Graydonrapport.
  2. De BTW die de curator ontvangt op zijn verrichtingen in het kader van de vereffening van de failliete boedel behoort tot de te verdelen massa. Het feit dat de ontvangen BTW in beginsel als een boedelschuld moet afgedragen worden aan de fiscus doet daaraan geen afbreuk. Uit de bepalingen van het KB van 10 augustus 1998 volgt dat het ereloon van de curator moet berekend worden op de som die de curator ontvangen heeft in het kader van de vereffening van het faillissement ongeacht de reden van ontvangst en ongeacht de preferente toewijzing ervan bij de verdeling. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement - Andere Vrije woorden: Faillissement - curator - kosten - ereloon - berekeningsbasis Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 10-08-1998 - 52 ELI link Pub nr 1998009694 Tekst van de beslissing - Mr. F , qq. curator faillissement BVBA ALMEX CONSTRUCT, met ze-tel gevestigd te Booischot, Oude Aarschotsebaan 31, Hiertoe aangesteld bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Mechelen de dato 18 maart
  3. Verzoekende partij tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Mechelen d.d. 21 mei
  4. Voor wie verschijnt : Mr. E. Van Camp, advocaat te 2018 Antwerpen, Molenstraat 52-
  5. * * * De curator van het faillissement van BVBA Almex Construct verzocht met een verzoekschrift neergelegd op 18 mei 2007 om de begroting van kosten en ereloon. In dat verzoekschrift had de curator opgave gedaan van de gemaak-te kosten en de berekening gemaakt van het ereloon. In het bestreden vonnis van 21 mei 2007 heeft de rechtbank van koophandel te Mechelen de kosten voor het opvragen van het rap-port Graydon ten bedrage van 48,28 EUR verworpen. Wat betreft de berekening van het ereloon oordeelde de eerste rech-ter dat als berekeningsbasis diende genomen de gerealiseerde acti-va zonder BTW. De staat van kosten en ereloon van de curator werd dienovereen-komstig begroot in het bestreden vonnis. Met een verzoekschrift neergelegd op 15 juni 2007 tekende de cura-tor hoger beroep aan tegen dit vonnis op beide voornoemde punten. De zaak werd op de zitting van 28 juni 2007 in beraad genomen. ***
  6. De eerste rechter heeft de kosten voor het opvragen van het rapport Graydon om een dubbele reden afgewezen. Enerzijds oordeelt de rechtbank dat voor deze kosten geen vergoe-ding is voorzien in het KB van 10 augustus
  7. Anderzijds oordeelt de rechtbank dat de vergoeding voor deze kos-ten moet aangezien worden als begrepen in de forfaitaire vergoeding van 70 EUR die aan de curator voor algemene onkosten wordt toe-gekend bij de opening van het faillissementsdossier.
  8. De curator kan genoodzaakt zijn in het kader van een goede afwik-keling van de vereffening van de failliete boedel andere kosten te maken dan deze die uitdrukkelijk voorzien zijn in het KB van 10 au-gustus
  9. Niet alleen de kosten die uitdrukkelijk geregeld werden in dat KB komen voor vergoeding in aanmerking. De curator is ook gerechtigd op de betaling van die kosten die nuttig waren voor de uitvoering van zijn taak.
  10. De kosten die uitdrukkelijk geregeld werden zijn opgesomd in art. 10 en 11 van het KB van 10 augustus
  11. De kosten voor het opvragen van het rapport Graydon vallen noch onder de omschrijving van art. 10 (kosten van bijstand) noch onder de omschrijving van art. 11 (administratieve kosten).
  12. De rechtbank heeft de opportuniteit van de kosten in kwestie niet beoordeeld. In het advies van de rechter-commissaris wordt onder nr. 3 wel op-gemerkt dat "een dergelijk rapport ook bij de griffie kan worden op-gevraagd", hetgeen erop wijst dat de opportuniteit van deze kosten door de rechter-commissaris betwist wordt. In het verzoekschrift tot hoger beroep heeft de curator uiteen gezet welke nuttige inlichtingen uit het rapport Graydon kunnen worden geput. Deze linichitngen zijn ruimer dan deze van het dossier ter grif-fie en betreffen onder andere inlichtingen met betrekking tot de ven-noten, bestuurders en dergelijke van de gefailleerde vennootschap. Gelet op de relatief geringe kosten in kwestie lijkt het principieel op-vragen van het rapport Graydon verantwoord ter vervollediging van de inlichtingen die de curator nuttig kan gebruiken voor een goede afwikkeling van de vereffening van de failliete boedel zelfs indien nadien blijkt bij de vereffening dat deze inlichtingen eigenlijk overbo-dig waren. De opportuniteit van deze kost moet immers beoordeeld worden op het ogenblik van het opvragen van het rapport.
  13. De forfaitaire vergoeding van 70 EUR heeft blijkbaar betrekking op de kosten die gemaakt worden voor het openen van een dossier. De kosten voor het opvragen van het rapport Graydon zijn geen kos-ten voor de opening van een dossier. Zodoende kunnen deze kosten niet beschouwd worden als reeds vervat zijnde in deze forfaitaire kosten.
  14. De curator heeft terecht de kosten voor het rapport Graydon opge-nomen in de staat van kosten.
  15. De BTW die de curator ontvangt op zijn verrichtingen in het kader van de vereffening van de failliete boedel behoort tot de te verdelen massa. Het feit dat de ontvangen BTW in beginsel als een boedelschuld moet afgedragen worden aan de fiscus doet daaraan geen afbreuk. Uit de bepalingen van het KB van 10 augustus 1998 volgt dat het ereloon van de curator moet berekend worden op de som die de cu-rator ontvangen heeft in het kader van de vereffening van het faillis-sement ongeacht de reden van ontvangst en ongeacht de preferente toewijzing ervan bij de verdeling. De curator heeft deze BTW dan ook terecht opgenomen in de bere-keningsbasis van het ereloon. O M D I E R E D E N E N : H E T H O F, Rechtdoende op eenzijdig verzoekschrift; Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935; Verklaart het hoger beroep gegrond, Wijzigt het bestreden vonnis, begroot de staat van kosten van de curator van het faillissement BVBA Almex Construct op 2.229,58 EUR en de staat van ereloon op 5.311,02 EUR. Verwijst de zaak voor verdere afhandeling naar de eerste rechter. Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van 6 SEPTEMBER 2007 waar aanwezig waren : de heer E. HULPIAU Voorzitter mevrouw A. WINANTS Raadsheer de heer J. EMBRECHTS Raadsheer mevrouw C. VERSWYVELEN Griffier C. VERSWYVELEN J. EMBRECHTS A. WINANTS E. HULPIAU PDF document ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20070906.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.