id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 12 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20071212.6 Rolnummer: 2007/AR/1662 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2008-03-12 Raadplegingen: 128 - laatst gezien 2026-07-02 16:28 Fiche Vooraleer te kunnen beslissen over de vraag tot preferentiële toewijzing van de gezinswoning dient de rekening over de wederzijdse rechten van partijen opgemaakt. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJKSVERMOGENSRECHT - Wettelijk stelsel - Ontbinding/ Vereffening Vrije woorden: Huwelijksvermogensrecht - vereffening en verdeling - preferentiële toewijzing gezinswoning - rekening over wederzijdse rechten nodig Tekst van de beslissing Nummer : Rep. : 2007/ Zitting van : 12 december 2007 Eindarrest Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, 3e KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen : In zake : 2007/AR/1662 C. F. L., A P P E L L A N T tegen een vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt dd. 20 maart 2007; vertegenwoordigd door Meester M. Van Bosch, advo-caat te 3500 Hasselt, Toekomststraat 32; tegen : J. F., G E I N T I M E E R D E vertegenwoordigd door Meester E. Van Erum, advocaat te 3290 Diest, Engelandstraat 61; De wet van 26 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrij-den van de gerechtelijke achterstand (B.S. 12 juni 2007), is, behoudens voor wat de bepalingen betreft die krachtens die wet in werking zijn getreden op 22 juni 2007, niet van toepassing op deze zaak omdat reeds vóór 1 september 2007 in hoger beroep een rechtsdag en/of een kalender van de rechtspleging is vastgesteld en/of daarin vóór die datum een verzoek tot vaststelling voor het Hof werd ingediend.
- Wat voorafgaat: De doelstellingen van de ingestelde vordering en de toedracht der feiten, die eraan ten grondslag liggen, en ook de respectieve stellingen van partijen werden in het bestreden vonnis van de recht-bank van eerste aanleg te Hasselt dd. 20/03/2007, waarvan geen akte-betekening wordt voorgebracht, op blz. 2, 3 en 4, inzonderheid sub 1 en 2 nauw-keurig toegelicht, zodat het Hof daarnaar ver-wijst. Bij dat vonnis werd de vordering van de heer F. C. (hierna: de man) tot preferentiële overname van de gezinswoning te Halen, eerste afdeling, Zittaardstraat 14, gekadastreerd sectie B nummer 549/P, groot 23a76ca met toepassing van artikel 1447 van het Burgerlijk Wetboek ongegrond verklaard, werd de zaak terugverwezen naar de boedelnotaris B. Levecq te Herk-de-Stad teneinde de openbare verkoop van dat onroerend goed en de verdere bewerkingen van vereffening en verdeling te doen en werd notaris F. Junius te Hasselt aangesteld met vertegenwoordigingsbevoegdheid, kosten ten laste van de massa. Het hoger beroep van de man werd ingesteld bij een naar vorm en termijn regelmatig verzoek-schrift ingediend op 6/06/2007 en is ontvankelijk. Het strekt ertoe, bij hervorming van het bestreden vonnis, de vordering tot machtiging tot openbare verkoop te horen afwijzen en de boedel-notaris opdracht te horen geven om een staat van vereffening en verdeling te maken, eventueel voorafgegaan door een inventaris en rekening houdend met de preferente overname van de gezins-woning door de man, met verwijzing van mevrouw F. J. (hierna: de vrouw) in de kosten van beide instanties. De vrouw concludeert tot de ongegrondheid van het hoger beroep en de bevestiging van het bestreden vonnis, subsidiair te zeggen voor recht dat de preferentiële toewijzing van de gezinswoning dient gedaan binnen de drie maanden na dit arrest en tegen betaling van de opleg van euro 260.000, vermeerderd met de moratoire interesten aan de wettelijke rentevoet vanaf 9/03/2005, datum van schatting tot aan de dag van de overname. Zij beoogt de verwijzing van de man in de kosten.
- Beoordeling: 2.1 De boedelnotaris heeft enkel op 20/03/2006 een proces-verbaal van opening van werkzaamheden tot vereffening en verdeling van de huwelijksge-meenschap van partijen verleden, waarin hij vast-stelt dat de man, na schatting van de waarde van de gezinswoning door een landmeter-expert, geen concreet voorstel heeft gedaan tot overname van die woning zodat de gedwongen openbare verkoop ervan de enige mogelijkheid is voor partijen om uit onverdeeldheid te treden en dat de vrouw de gerechtelijke openbare verkoop van dat goed vor-dert, waarvoor de notaris machtiging van de rech-ter behoeft. De notaris adviseert dat, bij gebrek aan minnelijke regeling, wordt ingegaan op het verzoek van de vrouw, dat gebaseerd is op artikel 815 B.W, dat niemand verplicht om in onverdeeld-heid te blijven. De bespreking van de overige geschilpunten tussen partijen wordt voorlopig uitgesteld. 2.2 De man zegt dat hij alsnog gebruik wil maken van zijn recht tot preferentiële overname van de gezinswoning met de huisraad aan schattingsprijs, maar dat hij tot hiertoe heeft gewacht omdat hij problemen had voor het bekomen van een lening en dat er geen duidelijkheid bestond omtrent het exacte bedrag van de opleg die hij diende te betalen, gezien er nog rekening moet worden ge-houden met een aantal elementen rond het beheer en het bezit van spaargelden van partijen. De boedelnotaris heeft voorbarig de rechtbank gevat van de betwisting en nagelaten een staat van vereffening op te stellen. 2.3 In een onderhandse overeenkomst zijn partijen ondermeer overeengekomen om het betrokken onroe-rend goed te laten schatten door een landmeter en dat de man na ontvangst van het schattingsverslag gerechtigd is om binnen de maand na de kennisge-ving ervan, bij aangetekend schrijven aan de boedelnotaris te laten weten dat hij wenst over te gaan tot overname op basis van die schattings-prijs. Indien hij binnen die termijn laat weten dat hij NIET tot overname overgaat, komen partij-en op dat ogenblik terug samen om het vervolg van de vereffening te bespreken. De man heeft alles-zins geen afstand gedaan van zijn recht op prefe-rentiële overname van de gezinswoning en de vrouw bewijst dit ook niet. Afstand van recht moet worden bewezen en wordt niet vermoed. 2.4 De man heeft ook nooit laten weten dat hij NIET tot overname wil overgaan, wel integendeel heeft hij steeds voorgehouden dat hij wil overne-men, maar dat hij daartoe slechts kan overgaan nadat ook de problematiek van het roerend vermo-gen van partijen zal zijn opgelost omdat dit bepalend is voor de becijfering van de opleg die hij aan de vrouw zal verschuldigd zijn bij overname. 2.5 Naar luid van artikel 1447 van het Burger-lijk Wetboek beslist de rechtbank over de vraag tot preferentiële toewijzing van de gezinswoning en de huisraad met inachtneming van de maatschap-pelijke en de gezinsbelangen die erbij betrokken zijn en van de vergoedings- en vorderingsrechten van de andere echtgenoot. De man en thans het Hof blijven in het ongewisse of de combinatie van de gebeurlijk door de man nog te betalen vergoedin-gen en schulden, die niet gekend zijn vermits niet vaststaat dat alle gegevens omtrent het roerend vermogen werden voorgebracht, er geen boedelbeschrijving voorligt en de man doet gelden dat de vrouw daaromtrent gegevens achterhoudt, samen met de betaling van de oplegsom voor de overname voor de man niet te zwaar zal zijn. Het is dus noodzakelijk opdat over de toewijzing kan worden beslist, dat de rekening over de we-derzijdse rechten van partijen uitvoerig en nauw-keurig is opgemaakt, zodat eerst de staat van vereffening dient afgewerkt (zie o.m. Casman H., "Aantekeningen bij artikel 1447 B.W. en de toe-wijzing bij voorrang na echtscheiding", Rev. Trim. Dr. Fam., 1990, p.115 e.v., nr. 75 en 77; Engels, C. "Procesrechtelijk privaatrecht in verband met het notariaat" in "Notariële actuali-teit", Die Keure, 1992, nr. 29, p. 64; Brussel 24.03.1987, Rev. Not. B., 1991, 296, noot De Page, Ph.). 2.6 De zaak dient dan ook terug naar de boedelno-taris verwezen voor het opmaken van de staat van vereffening, waarbij de boedelnotaris stelling zal dienen te nemen, zowel wat betreft de waarde van de goederen als wat betreft het principe van de toewijzing bij voorrang. Het feit dat de rechtbank (en thans ingevolge het hoger beroep het Hof) gevat is door de neerlegging ter griffie van het proces-verbaal van moeilijkheden neemt niet weg dat de oplossing van het geschil, over-eenkomstig artikel 1209 van het Gerechtelijk Wetboek, kan worden uitgesteld tot bij het vonnis van homologatie, wat te dezen, om hoger gemelde redenen, aangewezen is. OM DIE REDENEN: HET HOF, na beraad, Recht sprekend op tegenspraak; Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en in volgende mate gegrond. Hervormt het bestreden vonnis, behoudens wat de verzending van de zaak naar de boedelnotaris teneinde verdere afhandeling van de hem toever-trouwde vereffening en verdeling en de toewijzing van de kosten betreft. Bevestigt het bestreden vonnis op die punten. Verwijst partijen gelet op hun wederzijds gelijk en ongelijk, onder omslaging der rechtsplegings-vergoedingen, ieder in de eigen kosten. Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van : TWAALF DECEMBER TWEEDUIZENDENZEVEN waar aanwezig waren : J.M. WETSELS Voorzitter M. VAN ROMPAY Raadsheer B. LUYTEN Raadsheer N. VAN DE VIJVER Griffier N. VAN DE VIJVER B. LUYTEN M. VAN ROMPAY J.M. WETSELS PDF document ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20071212.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div