id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 13 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20071213.7 Rolnummer: 823 P 2005 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-11-17 Raadplegingen: 120 - laatst gezien 2026-07-02 16:29 Fiche Beklaagde wordt vervolgd wegens feiten waarvoor geen precieze aanduiding van de datum wordt gegeven, doch enkel een tijdspanne waarbinnen de feiten, zo bewezen, werden gepleegd. Er dient derhalve te worden nagegaan of, afhankelijk van de verschillende mogelijke data der feiten, in geen enkele hypothese de verjaring van de strafvordering is bereikt. Aldus dient het beginpunt van de periode in aanmerking te worden genomen, zijnde de voor de beklaagde meest gunstige hypothese. Er kan geen sprake zijn van eenheid van misdadig opzet tussen voormelde feiten en de feiten der overige tenlasteleggingen, nu op de voor laatst vermelde feiten in aanmerking te nemen data (zie verder) de strafvordering met betrekking tot de feiten sub B.3, B.4, D.3, D.4, E.3 en E.4 reeds door verjaring was vervallen. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Toepassing in tijd strafrecht Vrije woorden: Strafvordering - verjaring - aanvangspunt - eenheid van misdadig opzet- reeds verjaarde feiten Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Nota: tegen dit arrest werd geen cassatieberoep aangetekend Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende, 13 december 2007 te Antwerpen, veertiende kamer (...) Beticht van: A. Te Herselt op 27 juni 1997 en tussen 19 oktober 1997 en 23 maart 1999, meermaals, op niet nader te bepalen tijdstippen: De misdaad van verkrachting, zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, gepleegd te hebben op de persoon van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar op het ogenblik der feiten, namelijk op V. D. B. E., geboren op 23 maart 1981, die daar niet in had toegestemd, hetzij doordat de daad is opgedrongen door middel van geweld, dwang of list, hetzij mogelijk is gemaakt door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of een geestelijk gebrek van het slachtoffer. B. De misdaad van verkrachting, zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, gepleegd te hebben op hierna vermelde personen, die daar niet in hadden toegestemd, hetzij doordat de daad is opgedrongen door middel van geweld, dwang of list, hetzij mogelijk is gemaakt door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of een geestelijk gebrek van het slachtoffer:
- Te Herselt tussen 23 maart 1999 en 30 juli 2000, meermaals, op niet nader te bepalen tijdstippen: Op de persoon van op V. D. B. E. .
- Te Herselt tussen 1 september 1984 en 31 december 1997, meermaals, op niet nader te bepalen tijdstippen: Op de persoon van C. A. .
- Te Herselt tussen 1 januari 1976 en 31 december 1982, meermaals, op niet nader te bepalen tijdstippen: Op de persoon van C. S..
- Te Tielen en te Herentals, tussen 1 januari 1974 en 31 december 1977, meermaals, op niet nader te bepalen tijdstippen: Op de persoon van V. A. . Terwijl deze feiten de achtereenvolgende en voortdurende uiting van eenzelfde misdadig opzet uitmaakten, zonder onderbreking gedurende drie jaar voor zover de feiten gepleegd werden voor 31 december 1993 en zonder onderbreking gedurende vijf jaar voor zover de feiten gepleegd werden na 31 december
- C. Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon van een minderjarige, geen volle zestien jaar oud op het ogenblik van de feiten, met de omstandigheid dat de aanranding van de eerbaarheid gepleegd is op een persoon die ingevolge zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid bijzonder kwetsbaar is, namelijk:
- Te Herselt tussen 13 november 1998 en 13 november 2000, meermaals, op niet nader te bepalen tijdstippen: Op de persoon van J. L., geboren op 13 november 1985;
- Te Herselt in januari 2000: Op de persoon van V. D. B. D., geboren op 18 oktober 1984; D. Opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan hierna vermelde personen:
- Te Herselt tussen 1 januari 1998 en 30 juli 2000, meermaals, op niet nader te bepalen tijdstippen: Aan V. D. B. E. .
- Te Herselt tussen 1 september 1984 en 31 december 1997, meermaals, op niet nader te bepalen tijdstippen: Aan C. A. .
- Te Herselt tussen 1 januari 1976 en 31 december 1982, meermaals, op niet nader te bepalen tijdstippen: Aan C. S..
- Te Tielen en te Herentals, tussen 1 januari 1974 en 31 december 1977, meermaals, op niet nader te bepalen tijdstippen: Aan V. A. . Terwijl deze feiten de achtereenvolgende en voortdurende uiting van eenzelfde misdadig opzet uitmaakten, zonder onderbreking gedurende drie jaar voor zover de feiten gepleegd werden voor 31 december 1993 en zonder onderbreking gedurende vijf jaar voor zover de feiten gepleegd werden na 31 december
- E. Zonder een bevel van het gestelde gezag en buiten de gevallen waarin de wet de aanhouding of de gevangenhouding van bijzondere personen toelaat of voorschrijft, hierna vermelde personen aangehouden te hebben of te hebben doen aanhouden, gevangen gehouden te hebben of te hebben doen gevangen houden:
- Te Herselt tussen 1 februari 2000 en 30 juli 2000, meermaals, op niet nader te bepalen tijdstippen: V. D. B. E.;
- Te Herselt tussen 1 september 1984 en 31 december 1997, meermaals, op niet nader te bepalen tijdstippen: C. A..
- Te Herselt tussen 1 januari 1976 en 31 december 1982, meermaals, op niet nader te bepalen tijdstippen: C. S..
- Te Tielen en te Herentals, tussen 1 januari 1974 en 31 december 1977, meermaals, op niet nader te bepalen tijdstippen: V. A. . Terwijl deze feiten de achtereenvolgende en voortdurende uiting van eenzelfde misdadig opzet uitmaakten, zonder onderbreking gedurende drie jaar voor zover de feiten gepleegd werden voor 31 december 1993 en zonder onderbreking gedurende vijf jaar voor zover de feiten gepleegd werden na 31 december
- F. Te Herselt tussen 30 juli 2000 en 5 januari 2001, meermaals, op niet nader te bepalen tijdstippen: In een openbare plaats, door woorden, gebaren of tekens, een persoon tot ontucht aangezet te hebben, namelijk J. L., geboren op 13 november
- (...) Betreffende de verjaring van de strafvordering. Betreffende de tenlasteleggingen sub B.3, B.4, D.3, D.4, E.3 en E.
- Beklaagde wordt onder voormelde tenlasteleggingen vervolgd wegens feiten waarvoor geen precieze aanduiding van de datum wordt gegeven, doch enkel een tijdspanne waarbinnen de feiten, zo bewezen, werden gepleegd. Er dient derhalve te worden nagegaan of, afhankelijk van de verschillende mogelijke data der feiten, in geen enkele hypothese de verjaring van de strafvordering is bereikt. Aldus dient het beginpunt van de periode in aanmerking te worden genomen, zijnde de voor de beklaagde meest gunstige hypothese. Hiermee rekening houdend dient, wat de tenlasteleggingen sub B.4, D.4 en E.4 betreft, de datum van 2 januari 1974 in aanmerking te worden genomen als beginpunt voor de berekening en, wat de tenlasteleggingen sub B.3, D.3 en E.3 betreft, de datum van 2 januari
- Gelet op het ten tijde van deze feiten hiervoor geldende verjaringsregime (drie jaar vanaf het feit) en bij gebreke aan tijdige stuiting van de verjaring, is de verjaring van de strafvordering met betrekking tot de feiten sub B.4, D.4 en E.4 ingetreden op 1 januari 1977 (middernacht) en met betrekking tot de feiten sub B.3, D.3 en E.3 op 1 januari
- Deze vaststelling (verval van de strafvordering door verjaring) geldt evenzeer wanneer zou dienen aangenomen te worden dat alle voormelde feiten, zo bewezen, in hoofde van beklaagde de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet, in welk geval de verjaring van de strafvordering voor al deze feiten is ingetreden op 1 januari
- Er kan geen sprake zijn van eenheid van misdadig opzet tussen voormelde feiten en de feiten der overige tenlasteleggingen, nu op de voor laatst vermelde feiten in aanmerking te nemen data (zie verder) de strafvordering met betrekking tot de feiten sub B.3, B.4, D.3, D.4, E.3 en E.4 reeds door verjaring was vervallen. Betreffende de tenlasteleggingen sub B.2, D.2 en E.
- Om de voormelde redenen (geen precieze aanduiding der data) dient, wat de feiten sub B.2, D.2 en E.2 betreft, de datum van 2 september 1984 als beginpunt voor de berekening in aanmerking te worden genomen. Gelet op het ten tijde van deze feiten hiervoor geldende verjaringsregime (drie jaar vanaf het feit) en bij gebreke aan tijdige stuiting, is de verjaring van de strafvordering met betrekking tot deze feiten ingetreden op 1 september 1987 (middernacht), tijdstip zich situerende vóór de in aanmerking te nemen data met betrekking tot de zich later in de tijd situerende overige feiten der tenlasteleggingen (zie verder). Betreffende de tenlastelegging sub A (verkrachting minderjarige). Mede rekening houdend met de eenheid van misdadig opzet tussen de feiten van deze tenlastelegging, zo bewezen, gepleegd zijnde op 27 juni 1997 en de feiten van deze tenlastelegging, zo bewezen, gepleegd zijnde op meerdere niet nader te bepalen data tussen 19 oktober 1997 en 23 maart 1999, dient ter zake initieel de datum van 20 oktober 1997 in aanmerking te worden genomen als beginpunt voor de berekening. De strafvordering met betrekking tot het geheel dezer feiten was derhalve nog niet verjaard op 27 maart 2001, zodat de vanaf deze datum geldende verjaringstermijn van tien jaar vanaf de dag waarop het slachtoffer de leeftijd van achttien jaar bereikt, van toepassing is (artikel 21bis van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering) en de verjaringstermijn loopt tot en met 22 maart 2009, ongeacht gebeurlijke stuiting en/of schorsing van de verjaring, het slachtoffer E. V. d. B. geboren zijnde op 23 maart
- Betreffende de tenlastelegging sub C.1 (aanranding der eerbaarheid met geweld of bedreiging op een minderjarige). Om de voormelde redenen (geen precieze aanduiding der data) dient te dezen initieel de datum van 14 november 1998 in aanmerking te worden genomen als beginpunt voor de berekening. De strafvordering met betrekking tot deze feiten was derhalve nog niet verjaard op 27 maart 2001, zodat de vanaf deze datum geldende verjaringstermijn van tien jaar vanaf de dag waarop het slachtoffer de leeftijd van achttien jaar bereikt, van toepassing is (artikel 21bis van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering) en de verjaringstermijn loopt tot en met 12 november 2013, het slachtoffer L. J. geboren zijnde op 13 november
- Betreffende de tenlastelegging sub C.2 (aanranding der eerbaarheid met geweld of bedreiging op een minderjarige). Desbetreffend geldt dezelfde redenering als wat de tenlastelegging sub C.1 betreft, met dien verstande dat de datum van 1 januari 2000 in aanmerking dient genomen als beginpunt voor de berekening en dat de verjaringstermijn loopt tot en met 17 oktober 2012, het slachtoffer D. V. d. B. geboren zijnde op 18 oktober
- Betreffende de overige tenlasteleggingen. Nu ook voor de feiten van de tenlasteleggingen sub B.1, D.1, E.1 en F geen precieze aanduiding van de data wordt gegeven, worden de hierna vermelde respectieve data in aanmerking genomen als beginpunt voor de berekening, zijnde telkens de voor beklaagde meest gunstige hypothese, namelijk: - betreffende de feiten sub B.1: 24 maart
- - betreffende de feiten sub D.1: 2 januari
- - betreffende de feiten sub E.1: 2 februari
- - betreffende de feiten sub F: 31 juli
- De verjaring van de strafvordering werd wat deze feiten betreft rechtsgeldig gestuit door respectievelijk: - betreffende de feiten sub B.1: het proces-verbaal van terechtzitting van de correctionele rechtbank te Turnhout de dato 3 december
- - betreffende de feiten sub D.1: het door de Procureur des Konings te Turnhout ondertekende kantschrift de dato 23 december 2002, gericht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand te Diest, met het verzoek tot overmaking van een afschrift van de geboorteakte van L J. - betreffende de feiten sub E.1: het (tussen)vonnis van de correctionele rechtbank te Turnhout de dato 13 oktober
- - betreffende de feiten sub F: de verklaring van hoger beroep van de Procureur des Konings te Turnhout de dato 30 juni
- Wat de feiten sub G betreft die, zo bewezen, gepleegd werden op 23 oktober 2000, werd de verjaring van de strafvordering rechtsgeldig gestuit door de verklaring van hoger beroep van de Procureur des Konings te Turnhout de dato 30 juni
- (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20071213.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div