← België

ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20071220.13

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 20 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20071220.13 Rolnummer: 2007AR413 Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Insolventierecht Invoerdatum: 2008-05-05 Raadplegingen: 109 - laatst gezien 2026-07-02 16:32 Fiche De bewijslast van het kosteloos karakter ligt bij diegene die zich erop beroept gelet op artikel 1315,lid 2 BW en gelet op het gegeven dat de bevrijding van deze verbintenissen een van het gemeen recht afwijkende regel is die wil dat overeenkomsten partijen tot wet strekken. De kosteloze aard dient beoordeeld te worden ten tijde van het sluiten der borgtochtovereenkomsten en wordt gekenmerkt door het ontbreken van enig rechtstreeks of onrechtstreeks economisch voordeel in hoofde van de borgsteller, niet door het ontbreken van een materiële tegenprestatie (vergoeding) vanwege de hoofdschuldenaar zoals appellante onterecht meent. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ZEKERHEDEN - Persoonlijke zekerheid - Borgtocht HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement - Rechten van de schuldeisers Vrije woorden: Zekerheden - persoonlijke zekerheid - borgtocht - Kosteloos karakter - begrip Wettelijke bepalingen: Wet - 08-08-1997 - 80 - 80 ELI link Pub nr 1997009766 Tekst van de beslissing - T. APPELLANTE tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen d.d. 5 december

  1. In persoon aanwezig en bijgestaan door Mr. V. Allaerts lo-co Mr. J. Du Mongh, advocaat te 2000 Antwerpen, Frank-rijklei
  2. TEGEN : - NV KBC BANK, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1080 Brussel, Havenlaan
  3. GEÏNTIMEERDE vertegenwoordigd door Mr. N. Peeters, advocaat te 2000 Antwerpen, Huidevettersstraat 22-
  4. - NV EUROPABANK, met zetel gevestigd te 9000 Gent, Burgstraat
  5. GEÏNTIMEERDE Vertegenwoordigd door Mr. A. Naeyaert loco Mr. M. Van Den Daelen, advocaat te 9000 Gent, Groot-Brittanniëlaan
  6. - Opgeroepen partijen : - V. - niemand verschenen zijnde; - Mr. B. Quanjard, advocaat te 2000 Antwerpen, Adm. De Boisot-straat 20, qq. curator faillissement BVBA MAXAN, met als maat-schappelijke zetel gevestigd te 2650 Edegem, Te Nijverdoncklaan
  7. Failliet verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Ant-werpen op 21 april 2005 - voor wie verschijnt : Mr. N. Schellemans, advocaat te 2580 Putte, Waversesteenweg
  8. De antecedenten In het bestreden vonnis van de rechtbank van koophandel te Ant-werpen dd 5.12.2006 werd op het verzoek van dame T. ertoe strekkende bevrijd te worden van haar verbintenissen voort-vloeiende uit de zekerheidstellingen voor de schulden van de gefail-leerde,de BVBA Maxan, als volgt uitspraak gedaan: - geen bevrijding wordt toegestaan voor de jegens NV KBC Bank en NV Europabank aangegane verbintenis - ten overstaan van NV Recordbank wordt voor recht gezegd dat geen bewijs van een zekerheidstelling bewezen is. In ditzelfde vonnis werd tevens geoordeeld dat de heer V. niet kon bevrijd worden van zijn verbintenissen bij gebrek aan verklaring bedoeld in artikel 72ter Faill.W. De eerste rechter overwoog hierbij dat de zekerheidstellingen in hoofde van dame Tondeur geen kosteloos karakter hadden. Bij verzoekschrift neergelegd op 9.2.2007 heeft dame T. hoger beroep ingesteld. Het hoger beroep is gericht tegen NV KBC Bank en NV Europabank; Appellante is van oordeel dat haar zekerheidstellingen (borgstellin-gen) wel een kosteloos karakter hebben en dat er een wanverhou-ding bestaat tussen de op haar wegende verbintenissen en haar patrimonium. De heer V. en de curator werden als partijen aanwezig in eerste aanleg, in de akte van hoger beroep vermeld. Geïntimeerden concluderen tot de ongegrondheid van het hoger be-roep.
  9. Beoordeling Ter zitting van 29.3.2007 waar de conclusietermijnen werden gere-geld, heeft appellante die geen vordering instelt tegen de heer V. , afstand gedaan van de oproepingen ten aanzien van deze mede opgeroepen partij. Ter zitting van 29.11.2007 is de heer V. niet versche-nen en hebben de overige partijen arrest gevorderd. In essentie dienen volgende feiten onthouden te worden: - de BVBA Maxan werd op 11.1.2001 opgericht door de heer V. en appellante die beiden zaakvoerder waren; het mandaat was onbezoldigd . - appellante en de heer V. leefden samen en uit hun duurzame relatie zijn twee kinderen geboren. - appellante heeft zich hoofdelijk borg gesteld voor de schulden van de vennootschap voortvloeiende uit diverse kredietover-eenkomsten gesloten met NV KBC Bank en uit een lening af-gesloten met NV Europabank; deze borgtochten werden ver-strekt in februari 2001 en juni
  10. - de vennootschap werd per 21.4.2005 in staat van faillisse-ment verklaard Appellante steunt haar verzoek tot bevrijding van haar borgverbinte-nissen op artikel 80,lid 3 van de Faill.W. zoals gewijzigd bij wet van 20.7.
  11. Niet betwist is dat de vormvereisten voorzien in de wet van 20.7.2005 tijdig werden nageleefd door appellante en de geïntimeer-den. Geïntimeerde NV Europabank roept in dat geen bevrijding meer kan bekomen worden omdat appellante krachtens een vóór de inwerkingtreding van de wet van 20.7.2005 in kracht van gewijsde getreden vonnis van 14.1.2004 veroordeeld werd tot betaling van de litigieuze schuld. Dit verstekvonnis wordt wel bijgebracht doch geen akte van beteke-ning zodat het bestaan van een vóór 7.8.2005 definitief geworden uitvoerbare titel niet bewezen is. Partijen hebben uitgebreid geconcludeerd omtrent de ontstaansge-schiedenis van de wet van 20.7.2005 en de tegengestelde visies in rechtsleer en rechtspraak, elk vanuit hun invalshoek, aan bod ge-bracht. Ter discussie staat het al dan niet kosteloos karakter van de door appellante verstrekte zekerheidstellingen met hieraan gekoppeld de vraag naar de bewijslast van deze wettelijke voorwaarde. De bewijslast van het kosteloos karakter ligt bij appellante gelet op artikel 1315,lid 2 BW en gelet op het gegeven dat de bevrijding van deze verbintenissen een van het gemeen recht afwijkende regel is die wil dat overeenkomsten partijen tot wet strekken. De kosteloosheid der zekerheidstelling zal overigens veelal uit de feitelijke omstandigheden moeten blijken. De kosteloze aard dient beoordeeld te worden ten tijde van het slui-ten der borgtochtovereenkomsten en wordt gekenmerkt door het ontbreken van enig rechtstreeks of onrechtstreeks economisch voor-deel in hoofde van de borgsteller, niet door het ontbreken van een materiële tegenprestatie (vergoeding) vanwege de hoofdschuldenaar zoals appellante onterecht meent. Dat de niet nader door de wet gedefinieerde term kosteloos,niet mag gelijkgeschakeld worden met belangeloos is juist nu de uit zuiver morele beweegredenen verstrekte zekerheid aan het begrip koste-loos beantwoordt en zich onderscheidt van een streven naar enig economisch-financieel belang ; het decisief element is derhalve het al dan niet voorhanden zijn van een persoonlijk economisch be-lang/voordeel ten tijde van het verstrekken der zekerheid. De vennootschap werd mede opgericht door appellante die aandeel-houder was en zaakvoerder; de kredieten en lening werden toege-kend teneinde deze vennootschap toe te laten haar activiteiten - verwerving en exploitatie van onroerende goederen - te ontplooien en er inkomsten uit te putten en konden zonder bijkomende zeker-heden kennelijk niet bekomen worden. Deze feitelijke gegevens tonen op zich aan dat de borgtochten (ook) de financiële belangen van appellante moesten dienen. Het persoonlijk materieel belang van appellante is bovendien ook gelegen in het feit dat zij met de heer V. die wellicht de leidinggevende rol binnen de gefailleerde vennootschap speelde, en de uit hun relatie geboren kinderen een feitelijk gezin vormde dat ook rekende op een inkomen dat zou bijdragen in het onderhoud en de lasten van hun huishouden. Het gegeven dat appellante toen - nu geniet zij enkel van een werk-loosheidsuitkering - eigen inkomsten genoot als tandartsassistente noch het gegeven dat zij geen vergoeding bekwam voor haar man-daat van zaakvoerder nopen tot een ander besluit. Dat appellante zich heeft "laten ompraten" door de heer V. is mogelijk maar maakt haar engagementen daarom niet kosteloos en haar onterecht gebleken vertrouwen in haar partner duidt eerder aan dat zij erop rekende dat de vennootschap inkomsten zou gene-reren waaruit het gezin voordeel kon putten. Loutere vrijgevigheid of onbaatzuchtigheid bij het verstrekken der litigieuze borgtochten kan in deze concrete omstandigheden niet weerhouden worden. Nu de zekerstellingen niet kosteloos zijn verleend,is een proportiona-liteitsonderzoek niet aan de orde. De fiscale gevolgen van de afschrijving van de schuldvorderingen van geïntimeerden op de gefailleerde vennootschap spelen geen rol in de beoordeling van het al dan niet kosteloos karakter van de ze-kerstellingen . Her hoger beroep is ongegrond. O M D E Z E R E D E N E N H E T H O F Recht doend op tegenspraak Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935; Verklaart het hoger beroep ongegrond. Verwijst appellante in de kosten van het hoger beroep en vereffend deze aan de zijde van NV KBC Bank en NV Europabank op elk 495, 79 EUR rechtsplegingsvergoeding. Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van : 20 december 2007 waar aanwezig waren : mevrouw A. WINANTS Raadsheer, wnd.Voorzitter de heer E. LEMMENS Raadsheer de heer J. EMBRECHTS Raadsheer mevrouw C. VERSWYVELEN Griffier C. VERSWYVELEN J. EMBRECHTS E. LEMMENS A. WINANTS PDF document ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20071220.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.