← België

ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20071224.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 24 december 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20071224.7 Rolnummer: 2005AR3117 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2010-07-19 Raadplegingen: 127 - laatst gezien 2026-07-02 16:33 Fiche Het herstel in natura van de verplichtingen in hoofde van de concessiegever kan echter niet met terugwerkende kracht worden toegekend. Het primaire herstel van de overeenkomst wordt opgelegd. De vordering tot bijkomende schadevergoeding wordt toegekend voor de periode vanaf de uitspraak bij voorraad van de eerste rechter waarbij de beëindiging van de overeenkomst werd bevolen, waarna de concessiegever op eigen risico de uitvoering stopzette en de datum waarop het herstel in natura ingaat. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - TUSSENPERSONEN (HANDEL) - Concessie Vrije woorden: 1. concessieovereenkomst - exclusiviteit m.b.t. Nederlandse markt - forumkeuze - Belgisch recht 2. uitdrukkelijk ontbindend beding - toepassing - op ernstige wijze onvoldoende interesse en/of inzet en/of inspanningen gedaan ivm verkoopsvolume - onvoldoende bewijs 3. Onterechte beëindiging door concessiegever - wanprestatie - herstel in natura opgelegd - schadevergoeding bij equivalent voor periode dat eerste rechter bij voorraad de beëindiging beval en de datum waarop het herstel in natura ingaat. Tekst van de beslissing Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, 4e bis KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen : inzake : 2005/AR/3117 1. de vennootschap naar Nederlands recht NV REESINK, met ven-nootschapszetel gevestigd in Nederland, te 7202 CZ Zutphen, Loskade 6 en geregistreerd bij de kamer van koophandel onder nr. 08056708°0000; 2. de vennootschap naar Nederlands recht B.V. KAMPS DE WILD, met vennootschapszetel gevestigd in Nederland, te 6902 PK Zevenaar, Edisonstraat 10 en geregistreerd bij de kamer van koophandel onder nr. 09003545°0000; A P P E L L A N T E N tegen een vonnis gewezen door de 13e kamer van de rechtbank van koophandel te Antwerpen d.d. 30 september 2005, aldaar gekend onder nr. A.R. A/04/09389; eerste appellante is verschenen in de personen van T. D. in zijn hoedanigheid van bestuurder en R. in zijn hoedanigheid van verkoopleider; beiden werden bijgestaan door Mr. Steven Ongena, advocaat, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 250 bus 64, die tevens verschenen is voor tweede appellante; tegen : NV HYUNDAI HEAVY INDUSTRIES EUROPE, met vennootschaps-zetel gevestigd te 2440 Geel, Vossendaal 11 en ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nr. 0454.495.082; G E I N T I M E E R D E verschenen in persoon van Alain Daniel WORP die volmacht kreeg van gedelegeerd bestuurder en bijgestaan door Mr. Tom De Meester in eigen naam en tevens loco Mr. François Lebacq, advocaten, beiden kantoor houdende te 2000 Antwerpen, Mechelsesteenweg 12 bus 3 (ref. : 12610); Bij tussenarrest d.d. 16 april 2007 werd het hoger beroep toelaat-baar verklaard en het verhoor van getuigen bevolen. Het proces-verbaal d.d. 11 juni 2007 bevindt zich in het procedurebundel onder stuk 47. Voorafgaand werd een verhoor van partij REESINK en KAMPS DE WILD afgenomen. Proces-verbaal d.d. 19 maart 2007 ligt voor on-der stuk 29. Na deze verhoren hebben partijen opnieuw geconcludeerd : Appellanten herhalen het beschikkend gedeelte van hun synthese-conclusie van 14 februari 2007. Geïntimeerde doet hetzelfde onder referte van haar hernemende conclusie van 28 februari 2007. Het tussenarrest d.d. 16 april 2007 wordt verder uitgewerkt. * De relevante feiten en antecedenten kunnen samengevat worden als volgt : 1. Op 16 april 1999 sloten REESINK en HYUNDAI een concessieover-eenkomst af met betrekking tot de exclusieve verdeling van zware grondverzetmachines op de Nederlandse markt. De overeenkomst werd aangegaan voor een periode van 5 jaar om te eindigen op 1 juli 2004 met mogelijkheid van verlenging, behou-dens tijdige opzegging. Niet betwist wordt dat de overeenkomst actueel minstens verlengd werd, bij gebreke aan opzegging, tot 1 juli 2009. Bij aangetekend schrijven van 30 maart 2007 - hangende de proce-dure voor het Hof - stelde HYUNDAI REESINK / KAMPS DE WILD in kennis dat zij de overeenkomst niet verder wenste te vernieuwen en/of te verlengen vanaf 1 juli 2009. Zij deed met andere woorden opzegging overeenkomstig art. 12 van de overeenkomst. 2. De overeenkomst werd in feite uitgevoerd door KAMPS DE WILD, zijnde een 100% dochter van de beursgenoteerde moedervennoot-schap REESINK. 3. Tussen HYUNDAI en KAMPS DE WILD had een vergadering plaats op 28 januari 2003 waarbij verkoopplanning met betrekking tot 2003 werd besproken (KAMPS DE WILD), terwijl HYUNDAI het houdt op het vastleggen van (afdwingbare en sanctioneerbare) verkoopobjec-tieven met betrekking tot het jaar 2003. Op 21 november 2003 hadden REESINK / KAMPS DE WILD en HYUNDAI een nieuwe bijeenkomst, onder meer in verband met de verkoop. 4. Per aangetekend schrijven van 26 januari 2004 beëindigde HYUN-DAI de samenwerking met REESINK / KAMPS DE WILD. De ingeroepen gronden waren :

  1. a)het niet-behalen van de verkoop-objectieven ingevolge onvoldoende interesse of inzet en
  2. b)uit-voeren van de overeenkomst niet door de contractpartij REESINK maar door KAMPS DE WILD. Bij schrijven van 4 februari 2004 werd de beëindiging van de over-eenkomst gecontesteerd. 5. Ondertussen verleende HYUNDAI sedert 23 maart 2004 een niet-exclusieve concessie met betrekking tot de grondverzetmachines op de Nederlandse markt aan de firma VDS (Vianen). 6. Krachtens beschikking d.d. 22 november 2004 van de voorzienin-genrechter te Zutphen, bevestigd door een arrest d.d. 5 juli 2005 (gerechtshof te Arnhem) diende HYUNDAI de exclusieve concessie ten gunste van REESINK / KAMPS DE WILD verder te eerbiedigen tot er een uitspraak ten gronde tussenkwam. 7. Het vonnis a quo d.d. 30 september 2005, uitvoerbaar bij voorraad verklaard, besliste dat de overeenkomst rechtsgeldig beëindigd werd door HYUNDAI, maar wees de (tegenvordering) in schadevergoe-ding van HYUNDAI af in verband met het (gedwongen) verder uit-voeren van de overeenkomst krachtens de voorzieningsbeschikking, hoger vermeld. HYUNDAI stelt geen incidenteel beroep in tegen het feit dat de eerste rechter haar (tegen)vordering afwees (conclusie pagina 40). 8. Sedert oktober 2005 heeft HYUNDAI REESINK / KAMPS DE WILD niet meer beleverd, met uitzondering van (enkele) wisselstukken. VERDERE BEOORDELING A. Niet betwist wordt dat partijen REESINK en HYUNDAI gebonden waren door een exclusieve concessieovereenkomst inzake de verkoop van HYUNDAI -grondverzetmachines in Nederland. Op de overeenkomst hebben partijen rechtsgeldig het Belgisch recht van toepassing verklaard. B. Partijen verschillen niet van mening dat art. 14 van de overeenkomst als een uitdrukkelijk ontbindend beding dient te worden aanzien (conclusie appellanten d.d. 14 februari 2007 - pagina 7/4 en conclu-sie geïntimeerde d.d. 28 februari 2007 - pagina 13/3). In niet-betwiste vertaling luidt het art. 14 (partim) als volgt : "... elke partij kan deze overeenkomst beëindigen ingevolge tekort-koming vanwege de andere contractpartij. Een dergelijke beëindi-ging zal onmiddellijk na de afgifte aan de andere partij van een schriftelijke kennisgeving per aangetekend schrijven in werking tre-den. Deze tekortkoming moet een ernstige niet-naleving van de ver-plichtingen zijn onder deze overeenkomst (eigen onderlijning). Het heeft betrekking op, maar is niet beperkt tot ...
  3. c)het niet -behalen van de verkoopvolumes door de concessie-houder binnen zijn territorium zoals deze jaarlijks besproken wor-den en overeengekomen met de vennootschapsvertegenwoor-diger en dit ten gevolge van een gebrek aan interesse of een ge-brek aan inspanning van de concessiehouder". In haar schrijven van 26 januari 2004 refereert HYUNDAI aan art. 14.c voormeld, meer specifiek de ‘zwakke resultaten (inzake ver-koop) die als een teken van een gebrek aan interesse of een gebrek aan inspanning worden beschouwd'. HYUNDAI refereert eveneens aan art. 18 waarbij aan REESINK wordt verweten de overeenkomst te hebben laten uitvoeren door KAMPS DE WILD zonder vooraf-gaande schriftelijke goedkeuring. Volledigheidshalve merkt het Hof op dat de wijze van beëindiging op basis van art. 14.c van de overeenkomst geen wijze van beëindiging door opzegging inhoudt maar een uitdrukkelijk overeengekomen wij-ze van beëindiging waarbij op specifieke conventioneel vastgelegde grondslag bij wijze van sanctie een einde wordt gesteld aan de overeenkomst. C. HYUNDAI roept het beding in en zij dient te bewijzen, minstens vol-doende aannemelijk te maken dat REESINK / KAMPS DE WILD een ernstig gebrek aan inzet of inspanning en/of interesse hebben be-toond inzake de verkoop van de grondverzetmachines. Appellanten hebben, in tegenstelling tot wat geïntimeerde voorhoudt, zich niet geëngageerd tot een bepaald (verkoop)resultaat of objec-tief per jaar - met uitzondering van het beginjaar 1999 (art. 3). Het gaat met andere woorden niet om een ernstige schending van een resultaatsverbintenis doch wel - desgevallend - om een (ern-stige) schending van het al dan niet betonen van de nodige inzet / inspanning / interesse wat betreft het behalen van een ‘verkoop-volume'. Met betrekking tot de jaren 2000 e.v. waren contractueel geen ver-koopsquota of verkoopsobjectieven vastgesteld. Uit het verhoor van partijen en het getuigenis van de heer R blijkt dat REESINK / KAMPS DE WILD voor 2003 een planning hadden opgesteld, met reserve dan nog inzake de marktonzekerheden en in de wetenschap dat de populaire 07-machinemodellen van HYUNDAI zouden aangeleverd worden, quod non. Uit de niet-betwiste (verkoop)cijfers blijkt dat appellanten een markt-aandeel hadden variërend van 1,62% in 1999 om te stijgen tot 1,99% in 2000, vervolgens te dalen in 2001 (1,29%) en 2002 (0,84%) om daarna terug te stijgen tot 0,91% in 2003. Vaststaat dat het marktaandeel van appellanten in 2003 gestegen was ten aanzien van 2002, dit in een dalende markt. De situatie met betrekking tot 2004 en de verkoopcijfers door de nieuwe concessiehouder VDS is irrelevant bij de beoordeling van de door HYUNDAI ingeroepen motieven om de overeenkomst te beëindigen bij toepassing van art. 14.c der overeenkomst. De marktsituatie in 2004 lag immers anders (stijgende markt) en het relatieve aandeel van VDS (1,87%) was mede beïnvloed door het voorhanden zijn op de markt van de 07-serie (zie verklaring V D en T D - proces-verbaal d.d. 19 maart 2007). Uit de briefwisseling uitgaande van HYUNDAI aan REESINK / KAMPS DE WILD blijkt dat HYUNDAI niet bepaald ontevreden was over de inspanningen die de concessiehouder leverde op het vlak van dienstverlening, reservestukken en de verkooporganisatie (zie fax d.d. 4 juni 2002 - stuk 42 bundel appellanten). KAMPS DE WILD trok ook extra personeel aan, hetgeen door HYUNDAI als positief werd beoordeeld (bezoekrapport HYUNDAI d.d. 28 januari 2003 - stuk 5 bundel geïntimeerde). Appellanten wijzen terecht op andere factoren, zoals de (opgelegde) prijzen die door HYUNDAI gehanteerd werden ten aanzien van de concurrentie en die HYUNDAI liet besluiten om de prijzen te laten dalen (brief 27 maart 2003 - stuk 17 bundel geïntimeerde), de (da-lende) dollarkoers ten aanzien van de euro in 2002/2003, het uit-blijven van de introductie op de markt door HYUNDAI van de 07-serie in 2003 (stukken 5, 6 en 44 bundel geïntimeerde) en ongun-stige marktomstandigheden door de bouwfraude in Nederland (stuk 66 bundel appellanten). Al deze elementen, in hun onderling verband en samenhang, leiden tot de conclusie dat geïntimeerde niet alleen onvoldoende bewijst, zelfs niet eens aannemelijk maakt dat appellanten op ernstige wijze onvoldoende interesse en/of inzet en/of inspanningen hebben ge-daan in verband met het jaarlijkse volume of quotum inzake ver-kopen zodat de door geïntimeerde ingeroepen eerste grond, geba-seerd op art. 14.c van de overeenkomst, op los zand is gebaseerd. * De tweede ingeroepen grond, met name dat KAMPS DE WILD zon-der uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van HYUNDAI de uitvoe-ring van de overeenkomst de facto zou uitgevoerd hebben is, gelet op de door HYUNDAI in de praktijk toegelaten situatie, minstens een zonder enige vorm van protest aanvaarde situatie en ter zake niet als een ernstige schending van welke contractuele verplichting dan ook te aanzien. De beweerde schending van art. 18 voormeld rechtvaardigt geen be-roep op het uitdrukkelijk ontbindend beding en is van elke grond ont-bloot. * In de mate dat geïntimeerde het stilzwijgend ontbindend beding in-roept voortspruitend uit art. 1184 B.W. gelden de hoger voormelde elementen evenzeer om de gerechtelijke ontbinding af te wijzen. Niet bewezen is dat REESINK / KAMPS DE WILD een contractuele wanprestatie begingen van die aard dat de ontbinding in rechte dient te worden bevestigd, dan wel te worden uitgesproken ten laste van REESINK / KAMPS DE WILD. * Besluit Door HYUNDAI werd onterecht beroep gedaan op het uitdrukkelijk ontbindend beding, c.q het stilzwijgend ontbindend beding. De overeenkomst werd onterecht beëindigd / stopgezet door HYUNDAI. In tegenstelling tot de eerste rechter oordeelt het Hof dat HYUNDAI contractuele wanprestatie heeft gepleegd ten nadele van REESINK / KAMPS DE WILD. D. Appellanten verzoeken om herstel in natura, respectievelijk en aan-vullend in een schadevergoeding, begroot op provisioneel 1,00 EUR in hoofdsom, in de periode tussen 24 januari 2004 tot en met eind december 2004 en evenals met betrekking tot de periode vanaf 30 september 2005 tot de datum van de effectieve hervatting van de concessieovereenkomst door HYUNDAI. Zij verzoekt de aanstelling van een gerechtsdeskundige om deze ‘tussentijdse' schade te be-groten, inclusief reputatieschade (zie beschikkend gedeelte van de aanvullende conclusie van REESINK / KAMPS DE WILD d.d. 31 juli 2007). De (Nederlandse) voorzieningenrechter beval de eerbiediging van de overeenkomst zolang geen uitspraak ten gronde tussenkwam. Dit is de situatie tussen eind december 2004 en 30 september 2005. Uit de verhoren is gebleken dat na de uitspraak door de eerste rechter (ten gronde, zijnde per 1 oktober 2005) er in het geheel geen (verdere) uitvoering meer werd gegeven aan de overeenkomst (zie stukken 70 en 71 bundel appellanten). Onbewezen is door HYUNDAI dat een verdere uitvoering in natura van de overeenkomst - die (minstens) tot 1 juni 2009 loopt - en waarin REESINK / KAMPS DE WILD gedurende ruim 5 jaar hadden geïnvesteerd rechtsmisbruik zou uitmaken. Het herstel in natura van de verplichtingen in hoofde van HYUNDAI kan echter niet met terugwerkende kracht worden toegekend. Het primaire herstel van de overeenkomst wordt HYUNDAI opgelegd met ingang van 72 uur na het laten betekenen door REESINK / KAMPS DE WILD van huidig arrest aan HYUNDAI, dit op straffe van de verbeurte van een dwangsom van 10.000,00 EUR per dag inge-val van weigering door HYUNDAI hieraan te voldoen, met een maxi-mum van 1.000.000,00 EUR. De vordering tot bijkomende schadevergoeding voor de periode tus-sen 26 januari 2004 en de datum waarop het herstel in natura ingaat is gegrond tot beloop van 1,00 EUR provisioneel, vermeerderd met de (gevraagde) intrest aan 7% per jaar vanaf 4 februari 2004 tot de dagvaarding en vanaf dan met de gerechtelijke intresten. Teneinde deze bijkomende schadevergoeding definitief te begroten wordt de hiernavolgende onderzoeksmaatregel bevolen. De vordering wordt toegewezen aan REESINK / KAMPS DE WILD, met dien verstande dat betaling door HYUNDAI aan één van deze partijen bevrijdend is ten aanzien van de andere partij. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Recht doende op tegenspraak; Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken; Het tussenarrest van 16 april 2007 verder uitwerkend, Verklaart het hoger beroep in huidige stand van wijzen gegrond in de hierna bepaalde wijze, zegt voor recht dat HYUNDAI ten onrechte de exclusieve concessieovereenkomst van 16 april 1999 heeft be-eindigd ten aanzien van REESINK / KAMPS DE WILD; zegt voor recht dat REESINK / KAMPS DE WILD gerechtigd zijn op de verdere uitvoering in natura van de overeenkomst met ingang van 72 uur na de betekening van dit arrest op straffe van de verbeurte van een dwangsom van 10.000,00 EUR per dag ingeval van weigering door HYUNDAI hieraan te voldoen, met een maximum van 1.000.000,00 EUR. Zegt verder voor recht dat REESINK / KAMPS DE WILD gerechtigd zijn op een schadevergoeding wegens de onrechtmatige stopzetting van de concessieovereenkomst d.d. 16 april 1999 per 26 januari 2004, zowel in termen van geleden verlies als gederfde winst, repu-tatieschade inbegrepen, en zulks met betrekking tot de periode tus-sen 26 januari 2004 tot eind december 2004, alsook met betrekking tot de periode vanaf 30 september 2005 tot op de dag van de effectieve hervatting van de concessieovereenkomst door HYUNDAI; deze schade wordt voorlopig begroot op 1,00 EUR provisioneel, ver-hoogd met de verwijlintresten aan de wettelijke intrestvoet van 7% per jaar vanaf 4 februari 2004 (zoals gevraagd) tot 16 juli 2004 en van dan af met de gerechtelijke intresten aan dezelfde intrestvoet tot de dag van effectieve betaling. Beveelt verder de aanstelling van een gerechtsdeskundige in de persoon van Jean BERGS, bedrijfsrevisor, kantoor houden- de te 2180 Ekeren-Antwerpen, Kapelsesteenweg 119 (tel. : 03/605.09.92 en fax : 03/605.12.95), met als opdracht, na te gaan welke de schade is die REESINK / KAMPS DE WILD hebben ge-leden, zowel in termen van geleden verlies als gederfde winst, repu-tatieschade inbegrepen, en zulks met betrekking tot de periode tus-sen 26 januari 2004 tot eind september 2004 evenals met betrekking tot de periode vanaf 30 september 2005 tot op de dag van de ef-fectieve hervatting van de concessieovereenkomst door HYUNDAI ingevolge de onrechtmatige beëindiging / stopzetting van de over-eenkomst in de periode hoger aangegeven en gepreciseerd; verder te antwoorden op de vragen van partijen en dit alles na een poging te hebben ondernomen om partijen te verzoenen. Zegt verder dat dit arrest door de griffie binnen de vijf dagen bij ge-rechtsbrief ter kennis zal worden gebracht aan de deskundige en per gewone brief aan de partijen en hun raadslieden. Zegt dat de deskundige over een termijn van acht dagen na de ken-nisgeving van dit arrest zal beschikken om desgewenst de opdracht met behoorlijk omklede redenen te weigeren. Zegt dat de deskundige en de partijen zich naar aanleiding van het deskundig onderzoek verder dienen te gedragen naar de bepalingen van de artikelen 962 tot 991bis van het Gerechtelijk Wetboek. Zegt dat de installatievergadering, bedoeld in artikel 972 van het Gerechtelijk Wetboek, zal plaatsvinden op 4 FEBRUARI 2008 om 12.00 uur in de raadkamer van zaal K op de eerste verdieping van het Hof van beroep, Waalse Kaai 35 A te 2000 Antwerpen. Zegt dat de deskundige zich op de datum en het uur van de in-stallatievergadering ter beschikking van het Hof dient te houden en voorafgaand aan het Hof (tel. : 03/247.97.11 - fax : 03/247.97.86) dient mede te delen op welk telefoonnummer hij alsdan zal kunnen worden bereikt teneinde zijn zienswijze te vernemen nopens : - de plaats, de dag en het uur van zijn verdere werkzaamheden; - de noodzaak om al dan niet een beroep te doen op technische raadgevers; - de raming van de algemene kostprijs van het deskundigenonder-zoek, of tenminste de manier waarop zijn kosten en ereloon en de kosten en het ereloon van eventuele technische raadgevers zul-len berekend worden; - het bedrag van het voorschot dat ter griffie dient te worden ge-consigneerd op rekeningnummer 679-2009100-36; - het redelijk deel van het voorschot dat kan worden vrijgegeven aan de deskundige; - de termijn waarbinnen de partijen hun opmerkingen kunnen laten gelden aangaande zijn voorlopig advies; - de termijn voor het neerleggen van het eindverslag. Zegt dat de deskundige in persoon aanwezig zal dienen te zijn op de installatievergadering indien één van de partijen hem dit zal vragen middels een aangetekende brief met ontvangstbewijs die uiterlijk vijf-tien dagen vóór de datum van de installatievergadering door de post aan de deskundige zal dienen te zijn bezorgd. Zegt evenwel dat van het houden van deze installatievergadering zal worden afgezien indien alle partijen of hun raadslieden uiterlijk 21 januari 2008 om 16.00 uur schriftelijk (of per faxbericht) aan het Hof en aan de deskundige zullen hebben laten weten dat zij hiermee instemmen en dat in dit geval als volgt zal worden gehandeld : - de deskundige zal zelf de plaats, de dag en het uur bepalen waar-op hij zijn werkzaamheden zal aanvatten en zal dit per aan-getekende brief met ontvangstbewijs meedelen aan de partijen en per gewone brief aan hun raadslieden, tenzij hij door de partijen wordt vrijgesteld van de verplichting om per aangetekende post te corresponderen; - de deskundige zal in de loop van zijn opdracht zelf bepalen of het noodzakelijk is om al dan niet een beroep te doen op technische raadgevers; - de deskundige zal aan de partijen zelf een raming laten geworden van de algemene kostprijs van het deskundigenonderzoek of ten-minste van de manier waarop zijn kosten en ereloon en de kosten en het ereloon van de eventuele technische raadgevers zullen be-rekend worden; - de deskundige zal zelf de redelijke termijn bepalen waarbinnen de partijen hun opmerkingen kunnen laten gelden aangaande zijn voorlopig advies; - over het bedrag van het voorschot en het redelijk deel dat vrij-gegeven kan worden, zal beslist worden nadat de deskundige deze informatie heeft verstrekt; - de termijn voor het neerleggen van het eindverslag wordt bepaald op zes maanden vanaf de datum waarop de deskundige zijn werk-zaamheden zal hebben aangevat, onverminderd artikel 972bis, §2, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek. Zegt dat het de deskundige toekomt het Hof in kennis te stellen van het verloop van het onderzoek zoals bepaald is in art. 972bis van het Gerechtelijk Wetboek. Zegt dat het de deskundige overeenkomstig art. 509quater van het Strafwetboek verboden is een rechtstreekse betaling van een partij in het geding te ontvangen. Houdt de uitspraak omtrent de kosten aan. Verwijst de zaak voor verdere afhandeling naar de bijzondere rol. Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van VIERENTWINTIG DECEMBER TWEEDUIZEND EN ZEVEN, waar aanwezig waren : P. DE BAETS, alleenzetelend raadsheer G. VELTMANS, griffier PDF document ECLI:BE:HBANT:2007:ARR.20071224.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.