id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 03 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080103.4 Rolnummer: 2007AR2137 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2008-05-05 Raadplegingen: 137 - laatst gezien 2026-07-02 16:49 Fiche Geen staking kan worden bevolen wanneer de inbreuk, erin bestaande tijdens de tewerkstelling daden van mededinging te hebben gesteld, wanneer deze tewerkstelling definitief een einde heeft genomen. Het recht op vrije mededinging brengt mee dat het verbod, het cliënteel van de voormalige werkgever te benaderen, kan slechts worden opgelegd voor een korte tijd na het einde van de tewerkstelling. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - HANDELSPRAKTIJKEN - Eerlijke gebruiken en oneerlijke handelspraktijken Vrije woorden: WHPC - afwerving van personeel en cliënteel ten nadele van de werkgever tijdens de duur van de tewerkstelling - einde van de tewerkstelling - gevolgen verbod tot het benaderen van het cliënteel - essentieel tijdelijke maatregel Wettelijke bepalingen: Wet - 14-07-1991 - 95 - 30 ELI link Pub nr 1991011261 Tekst van de beslissing - BVBA QUINT WELLINGTON REDWOOD BELUX, afgekort Quint Belux, met maatschappelijke zetel gevestigd te 2020 Antwerpen, Jan Van Rijswijcklaan 219. APPELLANTE tegen een vonnis van de Voorzitter van de rechtbank van koophandel te Antwerpen, zetelend zoals in kort geding, de dato 10 mei 2007. vertegenwoordigd door Mr. S. Loosveld, advocaat te 1000 Brussel, Brederodestraat 13. TEGEN : - K. S., - B. F., - L. D., - T. J., - NV KITE CONSULTANTS, met maatschappelijke zetel gevestigd te 2060 Antwerpen, Lange Winkelhaakstraat 26. - BVBA SERVICE MANAGEMENT CONSULT, met maatschappelij-ke zetel gevestigd te 2390 Malle, Hallebaan 120. - BVBA POCO DI GIOCO, met maatschappelijke zetel gevestigd te 3945 Ham, Vlinderstraat 2b. - BVBA STRATEGIC CONSENT, met maatschappelijke zetel geves-tigd te 9900 Eeklo, Schaapsdreef 17. - BVBA MISO, met maatschappelijke zetel gevestigd te 9308 Hof-stade, Kasteelstraat 60. GEÏNTIMEERDEN alle vertegenwoordigd door Mr. Ph. Meulepas loco Mr. G. Bruneel, advocaat te 2000 Antwerpen, Amerikalei 22. ****** 1. De antecedenten en de vorderingen 1.1. De door appellante tegen geïntimeerden gestelde vordering en hun oorzaak werden in het bestreden vonnis van de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Antwerpen dd. 10.05.2007 uiteengezet. Het hof verwijst ernaar. 1.2. Met een op 20.07.2007 neergelegd verzoekschrift heeft appellan-te hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis, waarbij de eerste rechter zich onbevoegd verklaarde over de vordering tot schadevergoeding en haar vordering voor het overige ongegrond werd verklaard. Zij vraagt : «- het hoger beroep ingesteld door Quint Belux (appellante) tegen het vonnis van 10 mei 2007 van de Voorzitter van de Rechtbank van Koophan-del te Antwerpen, zetelend zoals in kort geding, en gekend onder het nummer A/07/558, ontvankelijk en gegrond te verklaren; - dienvolgens de bestreden beslissing te vernietigen in de mate dat deze de oorspronkelijke vordering van appellante ontvankelijk doch onge-grond heeft verklaard en, opnieuw rechtdoende, - de oorspronkelijke vordering van appellante toelaatbaar en ge-grond te verklaren, en dienvolgens; - vast te stellen dat elk van eerste t.e.m. vierde geïntimeerden tijdens hun werkzaamheden voor appellante en met gebruik van de infrastructuur en confidentiële informatie van appellante, bestaande klanten en werk-nemers van appellante heeft afgeworven of dit minstens hebben gepro-beerd, en aldus hun opzet hebben voorbereid en/of verwezenlijkt om geor-kestreerd ontslag te nemen bij appellante en om daarop bij het aldus af-geworven of nog af te werven cliënteel en met het aldus afgeworven of nog af te werven personeel concurrerende activiteiten uit te oefenen, al dan niet via vijfde geïntimeerde; - vast te stellen dat elke uitoefening door elke geïntimeerde van der-gelijke concurrerende activiteiten oneerlijk is jegens appellante; - in elk geval jegens elk van geïntimeerden de staking te bevelen om: (
- i)direct of indirect enige activiteit uit te oefenen die rechtstreeks of onrechtstreeks kan concurreren met de activiteiten van appellante bij alle op 15 september 2006 bestaande klanten van appellante en alle potentiële klanten die eerste t.e.m. vierde geïntimeerden nog tijdens hun werkzaamheden voor appellante contacteerden, waar-onder onder meer: ABSI, AGFA GEVAERT, ATOS ORIGIN, BANKSYS, BASE, BELGACOM, CRP HENRI TUDOR, ELECTRABEL, ERNST & YOUNG, ERNST & YOUNG LUXEM-BOURG, ERNST & YOUNG SEE, EUROPESE COMMISSIE, FABRICOM-GTI, INDEXIS, INFOCO, ING BANK, ISABEL, KBC, KBC VERZEKERINGEN, KED-DY, LEVI STRAUSS, NATIONALE BANK VAN BELGIË, RTBF, SCA PACKA-GING, SUN MICROSYSTEMS, TELINDUS, VALTECH, VRT en WOLTERS KLUWER BELGIË; (
- ii)direct of indirect enige persoon af te werven die op 15 septem-ber 2006 in dienst was van appellante; en (iii) direct of indirect gebruik te maken, jegens derden of onderling, van enig recht of vermogensbestanddeel dat aan appellante toe-behoort, dat bij derden de indruk kan scheppen dat eerste t.e.m. vierde geïntimeerden nog bij appellante werkzaam zijn, of waardoor op 15 september 2006 bestaande klanten van appellante die ap-pellante willen contacteren bij geïntimeerden zouden terechtko-men, met inbegrip van doch niet beperkt tot de telefoonnummers die eerste t.e.m. vierde geïntimeerden voor de uitoefening van hun werkzaamheden voor appellante gebruikten, dit alles op straffe van verbeurdverklaring van een dwangsom van 10.000 euro per dag, per persoon en per inbreuk vanaf de beteke-ning van het te wijzen arrest; - eerste t.e.m. vijfde geïntimeerden hoofdelijk, solidair en in solidum te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding aan appellante, pro-visioneel begroot op 25.000 euro, onder voorbehoud van verandering in de latere stand van het geding; - appellante te machtigen om op kosten van eerste t.e.m. vijfde geïn-timeerden, die daarvoor hoofdelijk en in solidum instaan, het te wijzen von-nis in twee dagbladen en twee vaktijdschriften te laten publiceren; - geïntimeerden hoofdelijk en in solidum te veroordelen tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtplegingsvergoeding voor de twee aanleggen.» De geïntimeerden vragen «het hoger beroep onontvankelijk te verklaren, doch af te wijzen als zijnde manifest ongegrond». Impliciet stellen zij inci-denteel beroep in, voor zover de eerste rechter de vordering tegenover de heren Knaepkens, Berben, Lievens en Tanghe toelaatbaar verklaar-de. 1.3. Bij krachtens art. 747 § 2 Ger. W. gewezen beschikking werd als uiterste datum voor de neerlegging van de dossiers 21.11.2007 be-paald. Appellante heeft haar dossier niet binnen deze termijn neerge-legd. 2. Beoordeling 2.1. DE FEITEN De feiten die aan het geding ten grondslag liggen werden in het bestre-den vonnis correct weergegeven (onder "I Feiten en procedurevoor-gaanden"). Het hof verwijst ernaar en vermeldt enkel duidelijkheidshal-ve volgende gegevens. BVBA Quint Wellington Redwood Belux (afgekort en hierna verder ge-noemd BVBA Quint Belux) werd op 24.03.1998 opgericht door de Ne-derlandse vennootschap The Quint Wellington Redwood Group BV - 75 % - en BVBA Service Management Consult (de heer K.) - 25 %. De heer K. was (mede-)zaakvoerder en Country Manager. Het bedrijf is werkzaam in de adviesverlening aan bedrijven op het vlak van informatica-technologie. Op 05.07.2006 diende de heer Knaepkens zijn ontslag in als zaakvoer-der. In september 2006 berichtten de media dat de heer K. BVBA Quint Belux verliet en dat hij een nieuwe onderneming in dezelf-de sector zou opstarten, doch met andere accenten en niet als concur-rent van BVBA Quint Belux. Tussen 25 augustus en 11 september 2006 verlieten de heren T. , B. en L., werknemers bij BVBA Quint Belux, hun vroegere werkgever en de vier voornoemden richtten in november 2006 NV Kite Consultants op. BVBA Quint Belux verwijt de heren K. , B. , L. en T. daden van onrechtmatige mededinging, gepleegd tijdens hun pe-riode van tewerkstelling bij haar, en zij verwijt alle geïntimeerden de medeplichtigheid en het gebruik ervan. 2.2. DE EXCEPTIES 2.2.1. Ter zitting verklaarden geïntimeerden hun exceptie van ontoe-laatbaarheid van het hoger beroep niet te handhaven en het hof vond geen ambtshalve op te werpen excepties van ontoelaatbaarheid. Het hoger beroep is toelaatbaar. 2.2.2. Ter zitting verduidelijkten geïntimeerden hun in conclusie ontwik-kelde stelling betreffende het gezag van gewijsde, en verklaarden dat de vordering van appellante niet in strijd komt met het gezag van gewijsde van enige eerder gewezen beslissing. 2.2.3. De heren K. , B. , L. en T. achten de tegen hen gestelde vordering niet toelaatbaar, minstens ongegrond. Zij voeren daartoe aan dat uitsluitend NV Kite Consultants als verkoper kan worden aangemerkt. De eerste rechter heeft er terecht op gewezen dat zij daarmee het in art. 1.6 WHPC omschreven begrip "verkoper" miskennen, vermits in het licht van die bepaling als verkoper onder meer worden beschouwd :«
- c)de personen die, hetzij in eigen naam, hetzij in naam of rekening van een al dan niet met rechtspersoonlijkheid beklede derde met of zonder winstoog-merk, een commerciële, financiële of industriële activiteit uitoefenen en die produkten of diensten te koop aanbieden of verkopen;». Waar zij aanvoeren dat zij niet onder deze categorie vallen omdat werk-nemers niet als verkoper in de zin van deze bepaling kunnen worden beschouwd, zeggen zij zelfs niet dat zij werknemers van NV Kite Con-sultants of van hun managementsvennootschappen (zesde tot negende geïntimeerden : BVBA Service Management Consult, BVBA Poco Di Gioco, BVBA Strategic Consent en BVBA Miso) zijn en nog minder leggen zij daar een bewijs van voor. Zij zijn de werkende vennoten van NV Kite Consultants en nu zij zelf in contact komen met het cliënteel en de activiteiten van de vennootschap ontwikkelen, zijn zij verkopers in de zin van de wet. 2.2.4. De voorzitter van de rechtbank van koophandel die op grond van de WHPC zoals in kort geding oordeelt, heeft enkel de bevoegdheden die deze wet hem verleent. Het hof, dat als beroepsrechter van de sta-kingsrechter oordeelt, heeft geen andere bevoegdheden. De eerste rechter heeft terecht vastgesteld dat hij niet bevoegd was om te oorde-len over vorderingen tot schadevergoeding en dit is voor het hof even-zeer het geval. 2.3. DE GROND VAN DE ZAAK 2.3.1. De vordering van BVBA Quint Belux, zoals hoger (randnummer 1.2.) weergegeven, strekt er in essentie toe vast te stellen dat
(1)de heren K. , B. , L. en T. met de eerlijke handels-praktijken strijdige daden hebben gesteld door, terwijl zij nog in dienst van BVBA Quint Belux waren, de door henzelf, hun managementsven-nootschappen en de door hen nieuw opgerichte NV Kite Consultants concurrerende activiteit te hebben voorbereid door (
- a)het cliënteel van BVBA Quint Belux te benaderen met gebruik van haar interne vertrou-welijke informatie (
- b)andere werknemers van BVBA Quint Belux te benaderen in een poging te bekomen dat ook zij haar zouden verlaten en toetreden tot NV Kite Consultants en dat
(2)geïntimeerden van deze onrechtmatige daden gebruik maken om thans BVBA Quint Belux te beconcurreren. Met haar stakingsvordering beoogt BVBA Quint Belux te bekomen dat geïntimeerden geen nut meer zouden kunnen putten uit de aangeklaag-de feiten, doordat hen verbod zou worden opgelegd gebruik te maken van de informatie die de heren K. , B. , L. en T. bij haar bekwamen, het op 15.09.2006 bestaand cliënteel van BVBA Quint Belux te benaderen en enig personeelslid dat op 15.09.2006 bij haar in dienst was af te werven. 2.3.
- Niet voorgehouden noch bewezen wordt dat geïntimeerden na het vertrek van de heren K. , B. , L. en T. (juli - september 2006) enige met de eerlijke handelspraktijken strijdige daad zouden hebben gesteld, andere dan - volgens BVBA Quint Belux al-thans - het putten van voordeel uit de aangevoerde daden die de heren K. , B. , L. en T. tijdens hun tewerkstelling zouden hebben gepleegd. 2.3.
- De tewerkstelling van de heren K. , B. , L. en T. bij BVBA Quint Belux heeft definitief een einde genomen tus-sen juli en september 2006 zodat de aangevoerde daden, voor zover zij bewezen zouden zijn, definitief een einde hebben genomen en niet meer kunnen worden herhaald. De staking van die daden kan niet wor-den bevolen. 2.3.
- In zoverre BVBA Quint Belux door middel van de door haar ge-stelde stakingsvordering wil voorkomen dat geïntimeerden nut zouden kunnen putten uit de daden die zij aan de heren K. , B. , L. en T. verwijt, gaat het om maatregelen die enkel gedurende een korte periode na het einde van de tewerkstelling kunnen worden bevolen vermits zij, in het andere geval, een inbreuk uitmaken op het recht op vrije mededinging van geïntimeerden. Nu de aangeklaagde inbreuken op de eerlijke handelsgebruiken uiterlijk op 15.09.2006 een definitief einde hebben genomen kan thans, meer dan vijftien maanden later, aan geïntimeerden geen algemeen verbod meer worden opgelegd om cliënteel van BVBA Quint Belux te benade-ren of personeelsleden af te werven. De verlopen periode behoorde voor BVBA Quint Belux te volstaan opdat de beweerde daden die de heren K. , B. , L. en T. tijdens hun te-werkstelling zouden hebben gesteld hun nawerking zouden hebben ver-loren. Niet voorgehouden noch aangetoond wordt dat de heren K. , B. , L. en T. zich na hun vertrek bij BVBA Quint Belux zouden hebben voorgesteld als personeelsleden van BVBA Quint Belux - het verwijt van BVBA Quint Belux is precies dat deze heren hun vertrek reeds hadden aangekondigd vooraleer zij hun arbeidsovereen-komst beëindigden - en evenmin wordt aangevoerd of aangetoond dat de heren K. , B. , L. en T. zich zou-den bedienen van toestellen die aan BVBA Quint Belux toebehoren. Voor wat de informatie betreft die de heren K. , B. , L. en T. uit hoofde van hun tewerkstelling bij BVBA Quint Belux bekwamen zou het - voor zover zou vaststaan dat geïnti-meerden daarvan gebruik zouden hebben gemaakt - al evenmin zinvol een stakingsbevel op te leggen daar deze informatie, die betrekking zou hebben op contactpersonen bij bedrijven, door het verstrijken van de tijd, iedere relevantie moet hebben verloren. 2.3.
- Nu er geen aanleiding toe bestaat enig stakingsbevel op te leg-gen, kan het hof niet overgaan tot het vaststellen van enige met de eer-lijke handelspraktijken strijdige daad, zodat de door BVBA Quint Belux aangevoerde daden niet verder dienen onderzocht. O M D E Z E R E D E N E N H E T H O F Recht doend op tegenspraak; Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935; Gelet op art. 770 Ger. W.; Verklaart het hoger beroep en het incidenteel beroep ongegrond; Verwijst BVBA Quint Belux in de kosten van het hoger beroep en be-groot deze aan de zijde van geïntimeerden op 1200,00 EUR rechtsple-gingsvergoeding; Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van 3 JANUARI 2008 waar aanwezig waren : de heer E. HULPIAU Voorzitter de heer E. LEMMENS Raadsheer de heer J. EMBRECHTS Raadsheer mevrouw C. VERSWYVELEN Griffier C. VERSWYVELEN J. EMBRECHTS E. LEMMENS E. HULPIAU PDF document ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080103.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div