← België

ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080117.15

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 17 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080117.15 Rolnummer: 699 p 2006 Rechtsgebied: Strafrecht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-04 Raadplegingen: 101 - laatst gezien 2026-07-02 16:53 Fiche Het Mestdecreet van 23 januari 1991 voorzag dat, naast officieren van gerechtelijke politie, ook aangewezen ambtenaren proces-verbaal kunnen opstellen. Dit proces-verbaal, dat op straffe van nietigheid binnen de 14 dagen bij afschrift ter kennis dient gebracht van de overtreder, heeft bewijskracht tot het tegendeel is bewezen. Deze regeling, die niet gold voor de processen-verbaal opgesteld door de officieren van gerechtelijke politie, schendt niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, gelet op het gefundeerde onderscheid tussen enerzijds de bevoegdheid in hoofde van de officieren van gerechtelijke politie, wier processen-verbaal reeds een bijzondere bewijskracht hebben, en anderzijds de bevoegdheid in hoofde van ambtenaren, waarvoor bij decreet een bijzondere regeling is uitgewerkt om hun processen-verbaal een bijzondere bewijswaarde te geven. De kennisgeving binnen de 14 dagen geldt enkel voor processen-verbaal die de vaststelling van een misdrijf inhouden, niet voor latere processen-verbaal van de Mestbank waarbij aan informatievragen van het Openbaar Ministerie of van verbalisanten/officieren van gerechtelijke politie wordt voldaan. Dergelijke regelgeving is ook opgenomen in het decreet van 22 december 2006 houdende bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Bewijsmiddelen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - LEEFMILIEU - Mest - Vlaanderen Vrije woorden: Mestdecreet - processen-verbaal - daartoe aangewezen ambtenaren - bewijskracht - afschrift Tekst van de beslissing Hof van Beroep zitting houdende te Antwerpen, 12e kamer arrest d.d. 17 januari 2008 (699 P 2006 ) (...) II. Motivering ten gronde. Algemeen: 1. Met betrekking tot de processen-verbaal zoals opgesteld door de daartoe bijzonder aangewezen ambtenaren van de Vlaamse Regering (Executieve) inzake van het Mestdecreet: Het artikel 35 §1 van het vroegere destijds geldende Mestdecreet van 23 januari 1991 voorzag dat de bevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie in deze materie onverminderd blijft bestaan en dat daarnaast ook aangewezen ambtenaren toezicht uitoefenen op de uitvoering van het decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan; verder voorzag artikel 36 §2 van dat mestdecreet dat die bijzonder aangewezen ambtenaren bevoegd zijn om proces-verbaal op te stellen in geval van overtreding en dat zodanig proces-verbaal bewijskracht heeft tot het tegendeel is bewezen; deze processen-verbaal dienden op straffe van nietigheid bij afschrift ter kennis gebracht van de overtreder binnen de veertien dagen na vaststelling van de overtreding. Deze regeling, die immers enkel in artikel 36 §2 in fine van het Mestdecreet was voorzien, gold niet voor processen-verbaal die door de officieren van gerechtelijke politie worden opgesteld, ook niet als deze door hen zijn opgesteld in het kader van vaststellingen inzake van het Mestdecreet. Daarin is geen schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet aan te treffen gelet op het gefundeerde onderscheid dat er bestaat tussen enerzijds de bevoegdheid zoals wettelijk bestaande in hoofde van officieren van gerechtelijke politie en wier processen-verbaal reeds een bijzondere bewijskracht hebben en anderzijds de bevoegdheid van ambtenaren zodat wat hen betreft een bijzondere regeling decretaal werd uitgewerkt teneinde de door hen opgestelde processen-verbaal in het kader van hun specifieke bevoegdheid een bijzondere bewijswaarde te geven; er is dan ook geen aanleiding om enige prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof. Verder betreft voormelde specifieke regeling omtrent de kennisgeving binnen de veertien dagen op straffe van nietigheid enkel die processen-verbaal die de vaststellingen van de overtreding inhouden en derhalve slaat deze regelgeving niet op latere processen-verbaal die door de Vlaamse Landmaatschappij - afdeling Mestbank, worden opgesteld om te voldoen aan informatievragen van het Openbaar Ministerie of van verbalisanten/officieren van gerechtelijke politie. Volledigheidshalve dient opgemerkt dat onder de huidige regelgeving van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen, meer in het bijzonder in de artikelen 61 en 62, een analoge regeling is uitgewerkt waarbij de kennisgeving van het proces-verbaal inhoudende de vaststelling van de overtreding, aan de vermoedelijke overtreder indien gekend, dient ter kennis gebracht middels kopie binnen de veertien dagen op straffe van verval van bewijswaarde tot het tegendeel. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080117.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.