← België

ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080131.23

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 31 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080131.23 Rolnummer: 573 P 2007 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-03-24 Raadplegingen: 284 - laatst gezien 2026-07-03 06:15 Fiche Een uitspraak is discriminerend, wanneer zij een spottende, denigrerende en negatieve beoordeling inhoudt van personen die in het kader van hun afkomst en cultuur een offerfeest houden en daarbij gelijkgesteld worden met de schapen, die traditioneel op zulk feest worden geslacht. Het volstaat er door zijn gedrag toe te hebben bijgedragen en het is niet nodig zelf de uitspraak te doen. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - DISCRIMINATIE - RACISME - XENOFOBIE - Algemeen (discriminatie - racisme - xenofobie) Vrije woorden: Strafrecht - racisme - voorwaarden - racistische uitspraak - ertoe te hebben bijgedragen Wettelijke bepalingen: Wet - 30-07-1981 Nota: Het cassatieberoep tegen dit arrest werd verworpen op 27 mei 2008 (P.08.0402.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080527.12) Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende op 31 januari 2008 te Antwerpen, Dertiende kamer (...) Het herverhoor van de Turkse mensen geschiedde ruimschoots voor 05.05.2003, namelijk op 15, 16 en 27 februari

  1. Op dat ogenblik kan er onmogelijk sprake zijn van enige vooringenomenheid van de onderzoekers tegen beklaagde. Uit deze eerste herverhoren van de vijf Turkse mensen blijkt ondermeer dat : - De gewelddaden zijn begonnen nadat zij allen waren overgebracht naar de burelen van de politie. - Eens overgebracht werden zij allen geplaatst in een lokaal achter glas. B. U. was de laatste die hier binnen werd gebracht. - Op een bepaald ogenblik moesten zij allen met hun gezicht naar de muur gaan staan. - Een van de agenten heeft met de vlakke hand tegen het oor van B. U. geslagen kort nadat deze in het lokaal was binnengebracht. Volgens zijn broer K. werd deze slag toegebracht door een politieman van ongeveer 30 jaar, kort haar en een langere neus; volgens hem betrof het de man die min of meer de leiding nam over het hele gebeuren. Volgens F. A. werd deze slag toegebracht door een politieman van circa 30 jaar met een iets langere neus en geel haar (had blijkbaar de leiding). Volgens M. K. werd de slag toegebracht door een lange blonde man die hij alleen in het lokaal heeft gezien. - De GSM van K. U. werd door één van de agenten met kracht tegen een muur geworpen. F. A. en K. U. verklaarden dat het de politieman (chef) was die deze feiten pleegde. - Op een bepaald ogenblik, in het begin toen ze allen op een rij stonden, heeft iemand gezegd: " We hebben nu vijf schapen, het offerfeest kan beginnen. - Een van de politiemannen heeft gezegd dat M. B. het meeste slaag moest krijgen omdat hij een ijzeren staaf had. - De halsketting van F. A. werd afgerukt, volgens hem door de politieman (chef) wat eveneens werd verklaard door K. U. . - M. B. werd het zwaarste aangepakt nadat zij allen met hun gezicht naar de muur stonden. Hij werd hardhandig geduwd waardoor hij met zijn hoofd tegen de radiator terecht kwam waardoor een stoel omver viel tegen het been van die agent. Deze heeft vervolgens de stoel vastgenomen en sloeg ermee op de rug van B.. K. U. wees "blijkbaar de chef- met een langere neus" aan als dader van deze feiten. F. A. spreekt over de politieman die reeds eerder in de fout was gegaan. Vanaf dat M. B. niet meer bewoog en tegen de radiator bleef hangen zijn de mishandelingen in het lokaal gestopt. (...) Wat betreft de tenlastelegging I.I en I.II De feiten van deze tenlasteleggingen zijn thans voorzien en strafbaar gesteld door de bepalingen van de wet van 30 juli 1981, in de versie zoals gewijzigd door de wet van 10 mei
  2. De gewijzigde wetgeving is voorwerp geweest van het debat ter zitting van 29 november 2007, zodat beklaagde terzake zijn middelen heeft kunnen naar voor brengen. De omschrijving van het misdrijf dient geactualiseerd te worden zoals bepaald in het beschikkend gedeelte van huidig arrest. Deze actualisering wijzigt geenszins de aan beklaagde ten laste gelegde feiten. De eerste rechter heeft een te enge feitelijke interpretatie gemaakt door de tenlasteleggingen enkel te beoordelen vanuit de vraag of beklaagde zelf de uitspraak "Wij hebben nu vijf schapen, het offerfeest kan beginnen" heeft gedaan dan wel er door zijn gedrag heeft toe bijgedragen. Het staat buiten kijf dat deze uitspraak discriminerend is, vermits zij een spottende, denigrerende en negatieve beoordeling inhoudt van personen die in het kader van hun afkomst en cultuur een offerfeest houden en daarbij gelijkgesteld worden met de schapen, die traditioneel op zulk feest worden geslacht. Door zulke uitspraak werd in hoofde van de arrestanten een direct onderscheid gemaakt op grond van afkomst en etnie, vermits bij zulk gezegde duidelijk de doelstelling voorligt om de betrokkenen negatief af te schilderen bij vergelijking met de meerderheid van de bevolking, die in haar afkomst en cultuur zulk offerfeest niet kent. Gelet op de voorliggende gegevens met betrekking tot de behandeling van de arrestanten in het politiecommissariaat en die reeds voorgaand werden behandeld is het duidelijk dat die uitspraak enkel het trieste hoogtepunt is geweest van een optreden, waarbij de arrestanten discriminerend, hatelijk en gewelddadig werden behandeld omwille van hun Turkse afkomst. Het Hof weerhoudt dat niet voldoende is aangetoond dat beklaagde de bedoelde uitspraak zelf heeft gedaan. Het staat evenwel vast dat : - de gewelddaden pas echt begonnen zijn wanneer U. als laatste van de vijf werd binnengebracht; - beklaagde die avond de meest agressieve was, hij had de leiding en moedigde de anderen aan tot agressiviteit (verklaring K. U.); - beklaagde de meeste slagen uitdeelde (verklaring B. U.); - beklaagde de oorzaak was van het machtsmisbruik (verklaring M. K.); - beklaagde werd herkend als de persoon die zeer kwaad en furieus tekeerging, hij had de leiding, liet de zaak escaleren en trok de anderen mee (verklaring A. F.); - de vijf Turkse arrestanten op bevel van beklaagde op een rij moesten gaan staan met hun gezicht tegen de muur; - de hogervermelde uitspraak werd gedaan op het ogenblik dat de vijf arrestanten op een rij stonden met het gezicht tegen de muur. Op grond van de voorliggende feitelijke gegevens staat het vast dat beklaagde zijn collega's-ondergeschikten heeft opgehitst en dat dezen zich lieten meeslepen door de opruiende taal van hun overste. Beklaagde gebruikte daarbij het meeste geweld. Het is duidelijk dat het door het bijzonder agressieve gedrag van de leidinggevende beklaagde is geweest dat de uitermate afwijkende behandeling van de arrestanten heeft kunnen plaatsvinden zoals zij zich in concreto heeft voorgedaan. De uitspraak - door wie van de aanwezige politiefunctionarissen dan ook gedaan - is slechts de verbale veruitwendiging van de door beklaagde gecreëerde sfeer en handelwijze en toont aan dat het optreden van beklaagde gericht was op het afwijkend, hatelijk en gewelddadig behandelen van de arrestanten omwille van hun afkomst en etnie. Zoals uit de feitelijke gegevens blijkt heeft de beklaagde aangezet tot dit gedrag wegens de aangehaalde redenen en is derhalve na nieuw onderzoek door het Hof zijn schuld aan de onder de tenlasteleggingen I.I en I.II omschreven feiten bewezen geworden. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080131.23 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080527.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.