← België

ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080213.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 13 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080213.5 Rolnummer: 604 P 2007 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-09-30 Raadplegingen: 106 - laatst gezien 2026-07-02 17:01 Fiche Bij vonnis van de Rechtbank van Koophandel werd de datum van staking van betaling vastgesteld op 24.3.2005. Gelet op de gegevens in het dossier neem het Hof aan dat de vennootschap zich reeds in staat van faillissement bevond op 1.5.2004 nu zij op die datum op duurzame wijze opgehouden had te betalen en haar krediet geschokt was en derhalve alsdan de faillissementsvoorwaarden vervuld waren, wat niet tegengesproken wordt het feit dat een of andere schuldenaar niet onmiddellijk tot gerechtelijke invordering is overgegaan, noch door de feitelijke beweringen van beklaagde. De tenlastelegging dat beklaagde niet binnen de maand aangifte van staking van betaling heeft gedaan is dan ook bewezen. Met betrekking tot de verduistering van activa faalt de redenering van beklaagde dat hij niet illegaal handelde nu er volgens zijn mening een tegenwaarde genoten werd, onder vorm van vermindering van zijn persoonlijke schuldvordering op de vennootschap in de rekening-courant, gelet op de compensatie. Het bedrieglijk opzet van beklaagde schuilt in het eenzijdig creëren van de bewuste factuur, en daardoor het openen van het recht op compensatie, op een ogenblijk dat de vennootschap al failliet was. Daardoor heeft beklaagde op bedrieglijke wijze en louter om zichzelf te bevoordelen en de massa van de schuldeisers te benadelen, de enige waardevolle activa door een boekhoudkundige ingreep willen onttrekken aan de massa waarop de gezamenlijke schuldeisers zouden kunnen aanspraak maken, wat nog bevestigd worden door de andere feitelijke gegevens in het dossier, waardoor de bewering van beklaagde dat hij met betrekking tot die uitgaven handelde ingevolge een loutere slordigheid/vergetelheid volkomen ongeloofwaardig is en waardoor zijn bedrieglijk opzet bewezen is. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen eigendommen - Faillissement Vrije woorden: Faillissementsmisdrijven - Vaststelling datum faillissement - Verduistering activa Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 489bis - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 489ter - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Nota: Tegen dit arrest werd geen rechtsmiddel aangewend. Tekst van de beslissing Hof van Beroep zitting houdende te Antwerpen, 12e kamer arrest d.d. 13 februari 2008 (604 P 2007) Het faillissement en de aangifteplicht: De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid E. T. E. & C. is als handelsvennootschap vatbaar voor faillietverklaring en werd failliet verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel van Tongeren van 4 april 2005 en waarbij de datum van staking van betaling vastgesteld werd op 24 maart 2005, zijnde de datum van eigen aangifte van staking van betaling; beklaagde was van deze vennootschap de zaakvoerder. Leverancier NV S. R. S. had zijn diensten aan de vennootschap gestaakt per 8 maart 2004 na betalingsmoeilijkheden te hebben vastgesteld vanaf 16 januari 2004; leverancier N. deed vanaf 5 april 2004 geen leveringen meer nadat zij betalingsmoeilijkheden had vastgesteld aangaande facturen vanaf 31 maart 2004; een factuur van NV L. met vervaldag op 26 april 2004 bleef onbetaald en ook aan NV U. S.werd een laatste levering van februari 2004 niet meer betaald; daarnaast bestond reeds een omvangrijke oudere BTW-schuld waaromtrent, na een eerste niet nageleefd afbetalingsplan, een tweede betalingsregeling was opgesteld per 16 april 2004 welke regeling reeds voor de maand mei 2004 niet meer werd nageleefd; verder waren er voorheen reeds diverse uitvoerende roerende beslagen gelegd alsmede verschillende tot betaling veroordelende vonnissen van verschillende rechtbanken tussen gekomen; tenslotte blijkt dat de vennootschap alsdan niet meer beschikte over enige belangwekkende stock noch was er personeel in dienst. In die omstandigheden neemt het Hof aan dat uit de stukken van het dossier genoegzaam blijkt dat de vennootschap zich in staat van faillissement bevond op 1 mei 2004 nu zij op die datum op duurzame wijze opgehouden had te betalen en haar krediet geschokt was en derhalve alsdan de faillissementsvoorwaarden vervuld waren. Het gegeven dat een of andere schuldeiser niet onmiddellijk tot gerechtelijke invordering overgaat betekent nog niet dat de faillissementsvoorwaarden in hoofde van de vennootschap nog niet zouden zijn vervuld; stuk 4 zoals neergelegd geeft evenmin aan dat de vennootschap nog krediet had, integendeel: de adviseur van F. stelt dat er in oktober 2004 nog een voorstel omtrent kredietverlening is geweest doch uit de volledige lezing van die brief blijkt dat de bankier in zijn voorstel een essentiële voorwaarde stelde m.n. een bijkomende hypotheek op de private woning en waaromtrent dan geen akkoord werd bereikt (de bankier schrijft: "ik meen dat mevrouw hier niet mee akkoord was") hetgeen eens te meer onderlijnt dat de eigen kredietwaardigheid van de vennootschap onbestaande was; het beweerde kaskrediet was duidelijk bedoeld als reserve en was blijkbaar reeds opgebruikt; dat er nog enkele verkopen nadien geschiedden doet aan voorgaande vaststelling geen afbreuk; tenslotte dient vastgesteld dat de vennootschap bij factuur van 14 juni 2004 quasi al de roerende goederen "verkocht" aan de zaakvoerder (een voertuig Mercedes, een voertuig Citroën, een TV, een PC, hoeveelheid werktuigen) zodat ook daaruit blijkt dat de vennootschap over geen materiaal noch materieel beschikte om ook maar op enigszins ernstige basis nog economisch actief te blijven, mede bij gebrek aan stock en personeel. De feitelijke beweringen van de beklaagde desbetreffend overtuigen het Hof dan ook niet en zijn niet van aard anders te moeten oordelen zodat wordt aangenomen dat op datum van 1 mei 2004 de faillissementsvoorwaarden vervuld waren en dat derhalve de vennootschap, bij monde van de beklaagde, dan ook binnen de maand aangifte van staking van betaling en faillissement had moeten doen, hetgeen niet geschiedde; beklaagde heeft deze faillietverklaring bewust willen uitstellen derwijze dat hij schuldig is aan het hem ten laste gelegde feit sub II zoals in de tijd gepreciseerd. De voorgehouden overdracht van goederen, de som van 1.083 euro, de taksen en verzekeringskosten alsmede de verrekening via R/C zaakvoerder (feit I): Ten onrechte houdt beklaagde voor dat hij niet illegaal handelde nu er volgens zijn mening een tegenwaarde werd genoten (onder vorm van vermindering van zijn persoonlijke schuldvordering op de vennootschap in de R/C) gelet op de compensatie; deze redenering faalt. Een rekening-courant is per definitie een vorm van constante compensatie; het bedrieglijk opzet schuilt juist in het eenzijdig creëren van de bewuste factuur (en daardoor het openen van het recht op compensatie) op een ogenbik dat de vennootschap reeds failliet was zodat alsdan zelfs geen beweerde overdracht noch recht op compensatie meer mogelijk was; op die manier heeft beklaagde op bedrieglijke wijze en louter om zichzelf te bevoordelen en de massa van de schuldeisers te benadelen, de enige waardevolle activa door een boekhoudkundige ingreep willen onttrekken aan de massa waarop de gezamenlijke schuldeisers zouden kunnen aanspraak maken; bovendien is er geen enkele controle op de op papier gehanteerde waarde; finaal blijkt dat beklaagde die kunstmatige ingreep weloverwogen in de tijd pleegde en vervolgen zes maanden en enkele dagen wachtte om dan nadien "spontaan" aangifte van staking van betaling te doen ter griffie; daarenboven blijkt geen enkel bedrijfsmatig nut voor de vennootschap om zodanige uitverkoop op dat ogenblik te houden en integendeel blijkt uit de aard van de goederen dat beklaagde zichzelf persoonlijk wenste te bevoordelen: het ging om de twee voertuigen van de vennootschap waaronder een luxevoertuig Mercedes, een televisie, een computer en quasi alle gereedschap zodat de vennootschap zelfs in de feitelijke onmogelijkheid kwam om nog prestaties te leveren; al die bijzondere omstandigheden en het bijzondere voordeel dat beklaagde voor zichzelf daarmee beoogde toe te kennen tonen genoegzaam aan dat de beklaagde door zo te handelen, die activa heeft verduisterd ten nadele van de gezamenlijke schuldeisers zonder toekenning van een tegenwaarde voor de gezamenlijke schuldeisers; dat op papier de schuldvordering van beklaagde in rekening-courant daalde doet aan voorgaande vaststellingen geen afbreuk; zijn bewering dat hij nadien die goederen nog aanwendde ten voordele van de vennootschap is niet ter zake dienend en onderlijnt alleen maar de vaststelling dat er geen economisch nut was voor de vennootschap tot zodanige overdracht; die louter persoonlijke bevoordeling en daarmee het bedrieglijk karakter van diens handelen, vindt nog bevestiging in het gegeven dat beklaagde wel nog de taksen en verzekeringskosten voor de voertuigen liet betalen door de vennootschap. In die omstandigheden is de bewering van de beklaagde dat hij met betrekking tot die uitgaven handelde ingevolge een loutere slordigheid/vergetelheid volkomen ongeloofwaardig; een en ander maakt deel uit van zijn bedrieglijk opzet om, door alzo te handelen, zich zelf te bevoordelen en de gezamenlijke schuldeisers te benadelen en hun onderpand, de resterende activa, te bezwaren; dat hij veel later nog enig tegoed ter beschikking stelde hetwelk door de curator kan worden opgevraagd bij de verzekeraar/bemiddelaar, doet aan voorgaande vaststelling geen afbreuk; dit zelfde geldt voor de persoonlijke uitgaven - die omschrijving op zich wordt door beklaagde niet betwist - die hij liet betalen door de vennootschap ter gelegenheid van verschillende persoonlijke vakanties op een ogenblik dat de vennootschap reeds failliet was zoals hiervoor vastgesteld zodat het tegen boeken in de rekening-courant niet eens mogelijk toegelaten was en dus zeker niet het voorwerp van een geldige compensatie kon uitmaken, temeer nu hierdoor enkel de schuldvordering van de vennootschap steeg op een ogenblik dat dergelijke boeking niet kan via een rekening-courant. PDF document ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080213.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.