id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 27 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080227.17 Rolnummer: 2007AR686 Rechtsgebied: Intellectuele eigendom Invoerdatum: 2008-12-11 Raadplegingen: 171 - laatst gezien 2026-07-02 17:06 Fiche
- Een architectonisch werk kan auteursrechtelijk beschermd worden in zoverre het in een concrete vorm bestaat en voldoet aan het vereiste van oorspronkelijkheid. De tekeningen hebben een concrete vorm. De omstandigheid dat het slechts om schetsen gaat, doet hieraan niet af. De oorspronkelijkheid van het architectonisch werk vereist dat het werk de sporen draagt van een intellectuele inspanning zodanig dat men er de persoonlijke stempel van de maker in kan zien. Het feit dat het ontwerp kan gesitueerd worden binnen een meer gevolgde bouwstijl, dat de nieuwheid van het ontwerp beperkt is en dat met de bouwwensen van de bouwheer, zoals uitgedrukt in eigen schetsen en een gesprek, en de functionele noodwendigheden rekening gehouden werd, staat de oorspronkelijkheid van de tekeningen van de architect niet in de weg. Deze elementen hebben immers niet verhinderd dat de architect zijn eigen persoonlijke keuzes heeft moeten maken om tot het ontwerp te komen, die uitsluiten dat het te dezen zou gaan om een louter banale expressie.
- Het bewijs van een schending van het reproductierecht vereist geen bewijs van slaafse nabootsing. Ook een gedeeltelijke reproductie kan ongeoorloofd zijn indien de gelijkenissen die het tweede werk vertoont ten opzichte van het eerste werk zwaarder doorwegen dan de verschillen. Zelfs indien geen kwaadwilligheid of bedrog aan de zijde van de bouwheer bewezen is, zodat geen misdrijf in de zin van art. 80 Auteurswet is aangetoond, dan blijft bewezen dat hij inbreuk pleegde op het reproductierecht m.b.t. de tekeningen in kwestie. Deze inbreuk op art. 1, §1 Auteurswet is een onrechtmatige daad die met toepassing van art. 1382 van het Burgerlijk Wetboek verplicht tot schadeloosstelling. Door het maken van de tekeningen is er in het patrimonium van de architect een auteursrechtelijk vermogensbestanddeel terecht gekomen. Dit bestanddeel is in zijn waarde aangetast door de schending van het auteursrecht door de bouwheer. Door de afwezigheid van een architectenovereenkomst had de architect evenwel nog geen zekerheid op inkomsten uit architectenprestaties ter verwezenlijking van een bouwwerk op grond van de tekeningen in kwestie. Ten aanzien van de bouwheer is desbetreffend geen verbintenis tot het verstrekken van een architectenopdracht bewezen. Het staat dan ook niet met zekerheid vast dat de architect zonder de fout van de bouwheer wel aanspraak had kunnen maken op de thans gevorderde erelonen en verbrekingsvergoeding. Het verlies van de architect bestaat er dan ook in dat zij de mogelijkheid verloor om er zich tegen te verzetten dat geïntimeerde de tekeningen zou gebruiken voor het verwezenlijken van de bouw van zijn woning of desgevallend voor dat gebruik een vergoeding te vragen. De waarde van dit verlies is enkel ex aequo et bono te ramen. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Auteursrecht en Naburige rechten - Auteursrecht - Beschermingsvoorwaarden auteursrecht HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Auteursrecht en Naburige rechten - Auteursrecht - Afstand en overdracht van auteursrechten - Overdracht van auteursrechten HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Auteursrecht en naburige rechten - Gemeenschappelijke bepalingen - Vergoeding voor reprografie Vrije woorden: aansprakelijkheid
- auteursrechtelijke bescherming architectonisch werk - begrip - tekeningen architect
- schending reproductierecht - schadeloosstelling Tekst van de beslissing Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, TWEEDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen: In zake: 2007/AR/686 Atelier J. BLOCKX Architecten en Ingenieurs BVBA, met maatschappelijke zetel te 2320 HOOGSTRATEN, Burgemeester J. Van Aperenstraat 10, KBO-nummer 0449.916.979, appellante, vertegenwoordigd door Mr. Marc DELANNOYE loco Mr. DESMEDT August, advocaat te 2000 ANTWERPEN, Amerikalei 122 bus 14 tegen het vonnis gewezen op 26 januari 2007 door de Rechtbank van eerste aanleg te Turnhout tegen A.V.H., geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. H. UBBEN loco Mr. VAN NOPPEN Ilse, advocaat te 2320 HOOGSTRATEN, Heilig Bloedlaan 255 ***
- Wat voorafgaat. 1.
- In een dagvaarding van 16 maart 2006 om te verschijnen voor de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout heeft de b.v.b.a. Ateliers J. Blockx Architecten & Ingenieurs uiteengezet dat zij in opdracht van A.V.H. in de loop van 2004 een voorontwerp en een gedetailleerde prijsraming opstelde voor een op te richten woning te.... Zij hield voor dat de opdracht in onderling overleg daaropvolgend beëindigd werd. A.V.H. zou zich dan tot een andere architect (J.Bo.) hebben gewend en het ontwerp van het Atelier J. Blockx hebben laten uitwerken en zou dan tot de bouw van een quasi-identieke woning zijn overgegaan. Steunend op dit feit heeft het Ateliers J. Blockx bij aangetekende brief van 27 september 2005 een afrekening van de geleverde prestaties aan A.V.H. overgemaakt. Er werd met toepassing van de deontologische norm nr. 2 betaling gevraagd van de som van euro 14
- In de dagvaarding werd ook verwezen naar de auteursrechtelijke bescherming van het werk van de architect. Het Atelier J. Blockx vorderde de veroordeling van A.V.H. tot de betaling van een som van euro 14 149,79, vermeerderd met verwijlinteresten vanaf 27 september 2005 en de gerechtelijke interesten, alsook tot de betaling van een schadevergoeding van euro 1 414, vermeerderd met de gerechtelijke interesten en de proceskosten. 1.
- A.V.H. heeft de eis in rechte betwist. Hij heeft aangehaald dat hij bij de beëindiging van de opdracht van het Ateliers J. Blockx in onderlinge overeenstemming de som van euro 1 000 betaalde. Hij diende ook een tegeneis in tot veroordeling van de eiseres tot de betaling van euro 1, provisioneel, tot vergoeding van zijn advocaatkosten. Hij stelde daarna ook een bijkomende tegeneis in tot veroordeling van eiseres tot de betaling van een vergoeding van euro 4 000 wegens tergend en roekeloos geding. De b.v.b.a. Ateliers J. Blockx Architecten & Ingenieurs heeft haar eis aangepast door, enerzijds, af te zien van de eis tot schadevergoeding en, anderzijds, haar eis uit te breiden door de veroordeling van A.V.H. te vragen tot de betaling van een som van euro 1 500, provisioneel, ter vergoeding van haar advocaatkosten. 1.
- Het beroepen vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout van 26 januari 2007 heeft de hoofdeis van de b.v.b.a. Ateliers J. Blockx Architecten & Ingenieurs en de tegeneis van A.V.H. ongegrond verklaard. Partijen werden ieder in de helft van de proceskosten verwezen. De eerste rechter oordeelde dat niet werd aangetoond dat het voorontwerp voldoende origineel was om auteursrechtelijke bescherming te genieten. Er werd tevens opgemerkt dat A.V.H. betaalde voor het voorontwerp, er derhalve de eigenaar van geworden was en het hem vrijstond daarvan gebruik te maken. Er werd evenmin een contractuele fout aan de zijde van de verweerder aangenomen. De eerste rechter oordeelde eveneens dat niet bewezen werd dat eiseres op tergende een roekeloze wijze het geding had ingesteld. De tegeneis tot vergoeding van de advocaatkosten werd ongegrond verklaard omdat dergelijke eis niet "bij wijze van blind automatisme" zou mogen toegewezen worden. 1.
- De b.v.b.a. Ateliers J. Blockx Architecten & Ingenieurs, hierna appellante genoemd, stelde een naar vorm en termijn regelmatig hoger beroep in bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 6 maart
- De zaak werd behandeld ter terechtzitting van 16 januari
- De eisen in hoger beroep. 2.
- Appellante vordert, blijkens haar laatste conclusie, dat haar oorspronkelijke eisen bij hervorming van het beroepen vonnis gegrond zouden worden verklaard door de veroordeling uit te spreken van geïntimeerde tot de betaling van de som van euro 14 149,79, vermeerderd met de verwijlinteresten vanaf 27 september 2005 en de gerechtelijke interesten, alsook van de som van euro 2 500, provisioneel, wegens advocaatkosten. Zij vordert tevens de verwijzing van geïntimeerde in de proceskosten van beide aanleggen. 2.
- A.V.H., hierna geïntimeerde genoemd, concludeert tot de afwijzing van het hoger beroep van appellante als ongegrond. Hij heeft incidenteel beroep ingesteld en vordert, blijkens zijn laatste conclusie, de veroordeling van appellante tot de betaling van een schadevergoeding van euro 4 000 wegens tergend en roekeloos geding en van een provisie van euro 1 wegens advocaatkosten.
- De beoordeling. 3.
- Appellante laat haar eis tot schadeloosstelling, in eerste orde, steunen op de delictuele (art. 80 Auteurswet), minstens quasi-delictuele (art. 1382 van het Burgerlijk Wetboek) aansprakelijkheid van geïntimeerde. Het misdrijf en/of de onrechtmatige daad van geïntimeerde zou, volgens appellante, bestaan in de inbreuk op de auteursrechten die zij zou kunnen laten gelden ter bescherming van tekeningen, die architect J. Blockx maakte op verzoek van geïntimeerde met het oog op een voor hem op te richten woning. De inbreuk op het auteursrecht zou zijn gepleegd door de tekeningen in kwestie te laten reproduceren zonder toelating van de titularis van de auteursrechten, die op die tekeningen rusten, en door aan de gereproduceerde tekeningen vervolgens vorm te geven door daarmee een bouwwerk op te richten. Geïntimeerde heeft tegengeworpen dat de tekeningen in kwestie geen auteursrechtelijke bescherming genieten, minstens dat geen reproductie of geen slaafse nabootsing bewezen is. Hij houdt voor dat hij appellante reeds heeft vergoed en dat hij over de tekeningen mocht beschikken, ook al bij gebreke van enig verbod tot gebruik hiervan. 3.
- In het beroepen vonnis werd geoordeeld dat de tekeningen in kwestie niet voldeden aan het vereiste van originaliteit om auteursrechtelijke bescherming te kunnen genieten. De eerste rechter haalde in dit verband aan dat architecten wel eens bouwstijlen overnemen, dat het in onderhavig geval om een klassieke bouwstijl gaat, dat het nog maar een voorontwerp betreft en dat niet kan uitgemaakt worden in welke mate de tekening van de indeling van het gebouw "een eigen originele creatie" was van de architect dan wel slechts de weergave was van "zeer scherpe instructies" van geïntimeerde. Appellante betwist deze beoordeling en houdt de auteursrechtelijke bescherming van de tekeningen in kwestie staande. Geïntimeerde treedt de beoordeling van de eerste rechter bij. 3.
- Een architectonisch werk kan auteursrechtelijk beschermd worden in zoverre het in een concrete vorm bestaat en voldoet aan het vereiste van oorspronkelijkheid. Het laat geen twijfel dat de 7 tekeningen, die appellante voorlegt onder stuk 1 van haar dossier, een concrete vorm hebben. De omstandigheid dat het slechts om schetsen gaat, doet hieraan niet af. De oorspronkelijkheid van het architectonisch werk vereist dat het werk de sporen draagt van een intellectuele inspanning zodanig dat men er de persoonlijke stempel van de maker in kan zien. Volgens appellante is door de architect door middel van de tekeningen (lijnen, vormen en volumes) het uitzicht van een woning gecreëerd, zonder daarbij geheel gedetermineerd te zijn door de bouwtechnische of functionele vereisten van het ontworpen bouwwerk of door de dwingende richtlijnen van de opdrachtgever. Aldus zouden de tekeningen blijk geven van de intellectuele inspanning van de architect en wel zodanig dat er zijn persoonlijke stempel in te onderkennen valt. Geïntimeerde voert daarentegen aan dat hij aan architect J. Blockx schetsen, documentatie van het bouwbedrijf Danilith en een foto van een bestaande woning in Nederland overhandigde om zijn eigen ideeën over de te bouwen woning te verduidelijken (stukken 3 van zijn dossier). De tekeningen zouden slechts de weergave zijn van die documentatie. Volgens geïntimeerde bevatten de tekeningen bovendien slechts een banaal ontwerp omdat de vormgeving van de ontworpen woning architectonisch gemeengoed is. Er zouden reeds meerdere gelijkaardige woningen bestaan. Appellante moet de oorspronkelijkheid van het werk aantonen. Appellante betwist dat geïntimeerde de beweerde stukken (stukken 3 van het dossier van geïntimeerde) aan architect J. Blockx heeft overhandigd. Zij zegt dat alleen de door haar overgelegde schetsen (stukken 1 van haar dossier) werden afgegeven. Geïntimeerde voldoet niet aan zijn bewijslast. Hij toont de beweerde afgifte van stukken niet aan. De tekeningen vertonen, naar het oordeel van het Hof, sporen van intellectuele inspanning van de architect. Het torentje in de voorgevel, de verhoogde inkom, de plaats van de voordeur naast een brede vensterpartij in de vorm van een vooruitstekende loggia, de half ondergrondse garages, de plaats en de vorm van de vensters in de gevels, de kruisvorm van de dakconstructie, de dakhelling met knik, de indeling van de kamers geven in combinatie met elkaar blijk van de persoonlijke stempel van de architect. Het feit dat het ontwerp kan gesitueerd worden binnen een meer gevolgde bouwstijl, dat de nieuwheid van het ontwerp beperkt is en dat met de bouwwensen van geïntimeerde, zoals uitgedrukt in eigen schetsen en een gesprek, en de functionele noodwendigheden rekening gehouden werd, staat de oorspronkelijkheid van de tekeningen van architect J. Blockx niet in de weg. Deze elementen hebben immers niet verhinderd dat de architect zijn eigen persoonlijke keuzes heeft moeten maken om tot het ontwerp te komen, die uitsluiten dat het te dezen zou gaan om een louter banale expressie. De tekeningen in kwestie genieten dan ook auteursrechtelijke bescherming. 3.
- Het is niet betwist dat de tekeningen van de hand zijn van architect J. Blockx. Het is evenmin betwist dat architect J. Blockx zijn beroep uitoefent onder vorm van een rechtspersoon, met name appellante, waaraan de vermogensrechten, verbonden aan het auteursrecht zijn overgedragen (art. 3, §3, 1ste lid Auteurswet). 3.
- Geïntimeerde beweert dat hij na zijn betaling ( euro 1 000) vrij kon beschikken over de tekeningen. Hij houdt derhalve voor dat de rechten verbonden aan de tekeningen aan hem zijn overgedragen krachtens een akkoord tussen partijen in uitvoering waarvan hij aan appellante een som betaalde van euro 1
- Geïntimeerde draagt de bewijslast van de beweerde overdracht. Krachtens art. 3, §1, 2de lid Auteurswet is ten laste van de auteur een schriftelijk bewijs vereist. Geïntimeerde levert in dit verband geen enkel bewijs. Hij houdt, integendeel, zelfs voor dat er tussen partijen daarover nooit gesproken is, laat staan dat daarover zou zijn overeengekomen. 3.
- Volgens geïntimeerde is het bouwplan, dat in zijn opdracht werd getekend door architect J. Bo., en het gebouw dat werd opgericht, geen slaafse nabootsing van het ontwerp van architect J. Blockx en kan hierin geen schending van het auteursrecht worden gevonden. Appellante voert aan dat geïntimeerde haar reproductierecht heeft geschonden door aan architect J. Bo. opdracht te geven op basis van de tekeningen van architect J. Blockx bouwplannen te tekenen en vervolgens op basis hiervan zijn woning op te laten trekken. Het bewijs van een schending van het reproductierecht vereist geen bewijs van slaafse nabootsing. Ook een gedeeltelijke reproductie kan ongeoorloofd zijn indien de gelijkenissen die het tweede werk vertoont ten opzichte van het eerste werk zwaarder doorwegen dan de verschillen. Geïntimeerde wijst op die verschillen: het dak en de dakstructuur, ramen en garagepoorten. Na vergelijking van de tekeningen in kwestie en de plannen van architect J.Bo. overwegen echter de gelijkenissen: - het globale beeld van de voorgevel: met centraal het torentje met puntdak en één rechthoekig venster, met links daarvan de half in de grond verzonken garage met boven de poort een blinde muur met één venster aan de rechterzijde naast de toren, met aan de rechterkant van de toren de verhoogde inkom die naar de voordeur leidt rechts naast de toren, met rechts naast de voordeur een ruime, vooruitstekende vensterpartij in de vorm van een loggia, - de schouw aan de rechterzijde van het dak (bij frontaal zicht op de voorgevel) - de kruisvorm van de daken (uitgezonderd het hoger opgewerkt dak van de toren naar het centrale punt van het dal) - een bijna identiek zijaanzicht op de zijgevel west (dakvenster uitgezonderd) - een bijna volledig identiek aanzicht op de zijgevel oost (dakvenster uitgezonderd) - een bijna identiek aanzicht op de achtergevel (dakvenster uitgezonderd) - een bijna identieke indeling van de ruimten op de verschillende niveau's van de woning. De schending van het reproductierecht komt bewezen voor. Het betreft een onrechtmatige daad. 3.
- Appellante bewijst op afdoende wijze dat geïntimeerde de tekeningen van architect J. Blockx heeft gebruikt om bouwplannen te laten maken door architect J. Bo. en zodoende de opdracht tot reproductie te geven om dan vervolgens met die reproductie het gebouw te laten optrekken door een aannemer. Dit bewijs komt voort uit de brief van architect J. Bo. van 4 november
- Daaruit blijkt immers dat geïntimeerde de tekeningen in kwestie heeft overgemaakt aan architect J. Bo. met verzoek deze uit te werken. De tekeningen mochten alleen worden "bijgeschaafd en uitgewerkt, omdat het precies was zoals de bouwheer het wenste". Op verzoek van architect J. Bo. ondertekende geïntimeerde trouwens een verklaring waarin werd gezegd dat m.b.t. de afgegeven ontwerpschetsen geen verplichtingen meer bestonden t.o.v. een ander architect. Er is hem dus gewezen op de mogelijk ongeoorloofde praktijk. Zelfs indien geen kwaadwilligheid of bedrog aan de zijde van geïntimeerde bewezen is, zodat geen misdrijf in de zin van art. 80 Auteurswet is aangetoond, dan blijft bewezen dat geïntimeerde inbreuk pleegde op het reproductierecht m.b.t. de tekeningen in kwestie. Deze inbreuk op art. 1, §1 Auteurswet is een onrechtmatige daad die met toepassing van art. 1382 van het Burgerlijk Wetboek verplicht tot schadeloosstelling. 3.
- Appellante vordert schadeloosstelling door het verkrijgen van een schadevergoeding. Het behoort appellante haar schade te bewijzen. Zij vordert op basis van barema's van de deontologische norm nr. 2, meer bepaald de daarin voorziene vergoeding voor een voorontwerp en voor te verwachten doch niet-uitgevoerde prestaties. De desbetreffende percentages worden dan berekend op basis van de geraamde kostprijs van de werken ten belope van euro 315
- Op die wijze komt appellante tot een begroting van haar beweerde schade van euro 12 768, vermeerderd met B.T.W. naar rato van 21% en verminderd met een som van euro 1 000, die geïntimeerde reeds betaalde, of samen op euro 14 449, vermeerderd met verwijlinteresten en gerechtelijke interesten. Geïntimeerde werpt terecht tegen dat er geen architectenovereenkomst met appellante bewezen is, zodat geen vergoeding voor de ontijdige beëindiging van een dergelijke opdracht verschuldigd kan zijn. Appellante brengt geen geschreven architectenovereenkomst voor. Door het loutere feit dat architect J. Blockx de schetsen in kwestie maakte en daarbij ook een prijsraming opstelde is het bestaan van een architectenovereenkomst evenmin bewezen. Er is derhalve niet meer bewezen dan hetgeen geïntimeerde heeft toegegeven, te weten dat hij aan architect J. Blockx heeft gevraagd een schets en een prijsraming te maken. Door het maken van de tekeningen door architect J. Blockx is er in het patrimonium van appellante een auteursrechtelijk vermogensbestanddeel terecht gekomen. Dit bestanddeel is in zijn waarde aangetast door de schending van het auteursrecht door geïntimeerde. Door de afwezigheid van een architectenovereenkomst met geïntimeerde had appellante evenwel nog geen zekerheid op inkomsten uit architectenprestaties ter verwezenlijking van een bouwwerk op grond van de tekeningen in kwestie. Ten aanzien van geïntimeerde is desbetreffend geen verbintenis tot het verstrekken van een architectenopdracht bewezen. Het staat dan ook niet met zekerheid vast dat appellante zonder de fout van geïntimeerde wel aanspraak had kunnen maken op de thans gevorderde erelonen en verbrekingsvergoeding. Het verlies van appellante bestaat er dan ook in dat zij de mogelijkheid verloor om er zich tegen te verzetten dat geïntimeerde de tekeningen zou gebruiken voor het verwezenlijken van de bouw van zijn woning of desgevallend voor dat gebruik een vergoeding te vragen. De waarde van dit verlies is enkel ex aequo et bono te ramen. Het Hof raamt de schade van appellante naar billijkheid op euro 3
- De reeds betaalde som van euro 1 000 blijft buiten deze raming vermits deze louter de vergoeding betrof van de kosten van het gepresteerde werk. Het hoger beroep van appellante is in zoverre gegrond. 3.
- Geïntimeerde diende in eerste aanleg een tegeneis in tot veroordeling van appellante tot de betaling van een schadevergoeding van euro 4 000 wegens tergend en roekeloos geding. De eerste rechter verklaarde deze tegeneis ongegrond. Tegen deze beoordeling diende geïntimeerde een incidenteel beroep in met herneming van zijn tegeneis. Rekening houdend met de beoordeling van de hoofdeis door het Hof, zoals voormeld, komt vast te staan dat appellante door het instellen van zijn eis weliswaar teveel heeft gevorderd doch daaruit blijkt niet dat zij, gezien haar gedeeltelijk gelijk, een tergende of roekeloze proceshouding zou hebben aangenomen. Het incidenteel beroep van geïntimeerde is ongegrond. 3.
- In eerste aanleg had appellante haar oorspronkelijke eis in de loop van het geding uitgebreid met een vordering tot schadevergoeding wegens advocaatkosten ten belope van euro 1 500, provisioneel. Bij tegeneis vorderde ook geïntimeerde in eerste aanleg ten laste van appellante een vergoeding voor advocaatkosten ten belope van euro 1,00, provisioneel. Beide partijen hebben deze eisen in hoger beroep opnieuw ingediend en, wat appellante betreft, nog uitgebreid: - appellante: euro 2 500, provisioneel - geïntimeerde: euro 1,00, provisioneel. Ter terechtzitting van het Hof van 16 januari 2008 hebben de raadslieden van partijen verklaard dat er niet verder wordt aangedrongen op de toewijzing van deze eisen, gezien de inwerkingtreding vanaf 1 januari 2008 van de wet van 27 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat en de toepasbaarheid van het koninklijk besluit van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding. Beide partijen hebben de toepassing van de nieuwe wettelijke regeling gevorderd. Partijen hebben aldus hun eisen tot verwijzing van de tegenpartij in de proceskosten aangepast en vorderen de toekenning van het basistarief van de rechtsplegingsvergoeding. OM DIE REDENEN, HET HOF, Recht doende op tegenspraak. Gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni
- Verklaart het hoger beroep van appellante, de b.v.b.a. Ateliers J. Blockx Architecten & Ingenieurs, toelaatbaar en gedeeltelijk gegrond. Wijzigt het beroepen vonnis. Verklaart de oorspronkelijke eis van b.v.b.a. Ateliers J. Blockx Architecten & Ingenieurs gedeeltelijk gegrond. Veroordeelt geïntimeerde A.V.H. tot de betaling aan appellante b.v.b.a. Ateliers J. B. Architecten & Ingenieurs van de som van euro 3 000, vermeerderd met de vergoedende interesten naar rato van de wettelijk rentevoet vanaf 27 september 2005 tot op de dag van onderhavige uitspraak en met de gerechtelijke interesten vanaf dan tot op de dag van de betaling. Wijst het meer gevorderde af. Verklaart het incidenteel beroep van geïntimeerde A.V.H. toelaatbaar doch ongegrond. Bevestigt het beroepen vonnis m.b.t de afwijzing van de oorspronkelijke tegeneis van geïntimeerde. Verwijst appellante in 1/3de en geïntimeerde in 2/3de van de proceskosten in eerste aanleg vereffend: - aan de zijde van appellante in hun geheel op de kosten van dagvaarding en rolstelling van euro 377,75 en op de rechtsplegingsvergoeding van euro 364,40, - aan de zijde van geïntimeerde in hun geheel op de rechtsplegingsvergoeding van euro 364,
- Verwijst appellante in 1/3de en geïntimeerde in 2/3de van de proceskosten in hoger beroep vereffend: - aan de zijde van appellante in hun geheel op de rolrechten van euro 186 en de rechtsplegingsvergoeding van euro 1 100, - aan de zijde van geïntimeerde in hun geheel op de rechtsplegingsvergoeding van euro 1
- Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van 27 februari
- waar aanwezig waren: F. PEETERS Voorzitter K. ALLEGAERT Raadsheer A. VERHAERT Raadsheer M. GIJSEMANS Griffier M. GIJSEMANS A. VERHAERT K. ALLEGAERT F. PEETERS PDF document ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080227.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.