← België

ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080227.19

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 27 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080227.19 Rolnummer: 850 P 2005 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-12-19 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-07-02 17:07 Fiche

  1. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is geen beoordelingsgrond om de redelijkheid van de herstelvordering te beoordelen.
  2. Er is geen verplichting om de adviezen van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid te toetsen op hun wettigheid conform artikel 159 van de Grondwet. Omdat het advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid niet bindend is zijn de algemene regels voor behoorlijk bestuurd hierop niet van toepassing. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE STRAFWETTEN - Algemeen (bijzondere strafwetten) Vrije woorden: Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw
  3. herstelvordering - redelijkheid - Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen geen beoordelingsgrond
  4. advies Hoge Raad voor het Herstelbeleid - wettigheidstoetsing aan art. 159 GW niet verplicht Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 159 Tekst van de beslissing Beklaagde beweert ten onrechte dat de herstelvordering onredelijk zou zijn om reden dat:
  5. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (afgekort RSV) een beoordelingsgrond is om de redelijkheid van de herstelvordering te beoordelen en hiermede geen rekening werd gehouden. Art. 18 DRO bepaalt uitdrukkelijk dat een ruimtelijk structuurplan een beleidsdocument is dat op verschillende niveaus wordt gemaakt (Vlaams Gewest, provinciaal en gemeentelijk) waarvan de bepalingen kunnen bindend zijn voor de instellingen die ressorteren onder deze niveaus. Ten onrechte leidt beklaagde af uit art. 19,6° DRO dat om de redelijkheid van de herstelvordering te beoordelen de rechter het RSV moet toepassen. Art. 149 DRO laat de rechter toe om de herstelvordering op haar externe en interne wettigheid te toetsen en te onderzoeken of ze conform de wet is dan wel op machtsoverschrijding of machtsafwending berust. Teneinde deze wettigheid te toetsen is de rechter niet gehouden het RSV toe te passen op grond van het decreet ruimtelijke ordening van 18 mei
  6. De bewering dat de gemachtigde ambtenaar bij het instellen van deze herstelvordering op 21.01.99 geen rekening hield met het RSV waardoor de herstelvordering onwettig zou zijn, is voorbarig en niet aangetoond. Op grond van art. 19,5° DRO dient de overheid maatregelen te nemen om ruimtelijke uitvoeringsplannen in overeenstemming te brengen met ruimtelijk structuurplan. Dit Ruimtelijk Uitvoeringsplan Vlaanderen dat de gewestplannen dient te herzien teneinde het agrarisch gebied af te bakenen en te verminderen met 56.000 ha op grond van de decreten van 16.12.96 en 19.03.04, is nog niet opgesteld zodat nog niet met zekerheid vaststaat of de herstelvordering met betrekking tot dit perceel de bindende bepalingen van het RSV schendt. Het feit dat de overheid zou nalaten deze decretale verplichting uit te voeren binnen een redelijke termijn, is irrelevant om de redelijkheid van deze herstelvordering door de rechter te beoordelen. Bijkomend dient het Hof niet te oordelen op welke wijze deze afbakening van het agrarisch gebied dient te gebeuren omdat dit maatregelen zijn die door de bevoegde overheid worden genomen. Het feit dat een vermindering van de agrarische gebieden met 56.000 ha in het RSV is opgenomen, impliceert niet dat alle bestaande gewestplanbestemmingen "agrarisch gebied" achterhaald zijn en om deze reden deze herstelvordering onredelijk zou zijn. Immers tot op heden staat het niet vast of het kwestieuze perceel van beklaagde al dan niet wordt opgenomen in de nieuwe afbakening van het agrarisch gebied. Om dezelfde reden houdt het Hof dan ook geen rekening bij de beoordeling van de redelijkheid van de herstelvordering met de omzendbrief RO/2005/01 die een zogenaamde administratieve afbakening inhoudt van de agrarische gebieden. ...
  7. Het advies van de Hoge Raad voor Herstelbeleid Het advies van de Hoge Raad voor Herstelbeleid is niet bindend. Immers in het decreet van 18 mei 1999 werd in Titel I algemene bepalingen onder de rubriek "Adviesorganen" een afdeling 4 ingelast, de "Hoge Raad voor het Herstelbeleid". De éénsluidende adviezen met betrekking tot de verzoeken bedoeld in art. 198 bis DRO zijn geen bestuursbeslissingen die kunnen worden genomen ten aanzien van een persoon d.w.z. éénzijdige beslissingen die de rechtspositie van een persoon kunnen wijzigingen. Het zijn louter adviezen en de rechter behoudt zijn volledige beoordelingsbevoegdheid omtrent de gevorderde herstelmaatregel hetgeen impliceert dat de rechter de mogelijkheid heeft om de herstelvordering te beoordelen op zijn wettigheid ongeacht of de Hoge Raad een éénsluidend dan wel een andersluidend advies geeft omtrent het toekennen van de herstelvordering. Derhalve dient het Hof deze adviezen niet te toetsen aan hun wettigheid in de zin van art. 159 GW en aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Om deze reden is de Hoge Raad voor het Herstelbeleid dan ook geen rechtsprekend orgaan zodat gelet op deze gegevens en overwegingen er geen aanleiding bestaat om een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof nu het antwoord er op niet onontbeerlijk is om in deze zaak uitspraak te doen. Er is geen schending van de rechten van verdediging noch van een schending van een eerlijk proces nu beklaagde ter terechtzitting al zijn middelen en argumenten met betrekking tot dit advies heeft kunnen doen gelden. Omdat de Hoge Raad voor het Herstelbeleid enkel een niet bindend advies aan het Hof verleent, zijn de algemene regels van behoorlijk bestuur zoals de hoorplicht en de al dan niet partijdige samenstelling van deze Raad, hierop niet van toepassing. Het is immers het Hof dat oordeelt of de herstelvordering intern dan wel extern wettig is en steunt op motieven van een goede ruimtelijke ordening en niet onredelijk is. ... Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.