← België

ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080305.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 05 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080305.3 Rolnummer: 1216 P 2007 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-06-18 Raadplegingen: 108 - laatst gezien 2026-07-02 17:09 Fiche De bewering dat een onderhoudsgerechtigde de haar toekomende gelden niet zou gebruiken waarvoor ze bestemd zijn doet het door artikel 369bis van het Strafwetboek bedoelde misdrijf niet verdwijnen. Dat geldt ook voor de bewering van de onderhoudsplichtige dat hij de onderhoudsgelden onmogelijk kan voldoen indien blijkt dat hij op eigen initiatief voor de kinderen grote uitgaven heeft gedaan. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen familie en zeden - Familieverlating Vrije woorden: Strafrecht - Familieverlating Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 369bis - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Nota: Tegen de beslissing werd geen cassatieberoep aangetekend Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep te Antwerpen (9de kamer) heeft op 5 maart 2008 het volgende arrest uitgesproken: iii/1) Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beslissing van de vrederechter van het kanton Borgloon van 18 maart 2004 werd de beklaagde veroordeeld om voor elk van de drie kinderen Stefanie, Chris en Michelle een maandelijkse onderhoudsuitkering van 50,00 euro te betalen (bijl. 3 bij st. 4/17 OK V zaak II). Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beslissing van de vrederechter van het kanton Borgloon d.d. 24 juni 2004 werd de voormelde beslissing d.d. 18 maart 2004 wat het aspect van de onderhoudsbijdrage voor de kinderen ten bedrage van 50,00 euro elk bevestigd (bijl. 3/5 st. 10/16 OK V zaak II). iii/2) Het staat vast dat de beklaagde voor de periode tussen 18 mei 2004 en 1 mei 2005 vrijwillig in gebreke is gebleven gedurende minstens twee maanden om deze onderhoudsuitkering te voldoen, terwijl die beslissing van de vrederechter niet meer vatbaar was voor verzet of hoger beroep. De beklaagde blijkt volgens de in informatie verstrekt door de burgerlijke partij de onderhoudsgelden voor de maanden maart, april, mei, juni, juli, november, december 2004 en februari, maart en april 2005 niet te hebben voldaan (st. 10 OK V zaak II ; bijl. 1 st. 2/17 OK V zaak II ; bijl. 1 st. 3/17 OK V zaak II ; bijl. 1 st. 4/17 OK V zaak II ; bijl. 2 st. 5/17 OK V zaak II ; bijl.. 1 st. 6b/17 OK V zaak II ; st. 29 OK V zaak II). Hij betaalde slechts na een beslag op roerend goed met dreigende verkoop een gedeelte van de achterstallen (st. 10 OK V zaak II). iii/3) De beklaagde moet de onderhoudsbijdrage waartoe hij ingevolge de voormelde rechterlijke beslissingen gehouden is tijdig voldoen. De omstandigheid dat hij van oordeel is dat de burgerlijke partij de gelden niet zou gebruiken waarvoor ze naar zijn oordeel bestemd zijn (bijl. 1 st. 2b/17 OK V zaak II en st. 35 OK V zaak II) ontslaat hem niet van die verplichting. De bewering dat hij de onderhoudsgelden onmogelijk kon voldoen (bijl. 2 st. 3b/7 OK V zaak II ; bijl. 2 st. 4/17 OK V zaak II ; st. 35 OK V zaak II) is gelet op de grote uitgaven die hij blijkbaar op eigen initiatief voor de kinderen heeft gedaan (bijl. 1 st. 2b/17 OK V zaak II) ongeloofwaardig. Zijn schuld aan de feiten der tenlastelegging IV (zoals gepreciseerd) staat dan ook vast. PDF document ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080305.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.