← België

ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080910.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 10 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080910.6 Rolnummer: 238 P 08 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-01-22 Raadplegingen: 179 - laatst gezien 2026-07-02 17:53 Fiche Het misbruiken van een bankkaart om daarmee elektronisch niet toegelaten afhalingen, betalingen en overschrijving te doen is een vorm van informaticabedrog; het feit dat diegene die de afhalingen, betalingen of overschrijvingen verrichtte door de titularis van de kaart zelf in het bezit werd gesteld van de kaart en de code, doet daaraan geen afbreuk. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Informaticamisdrijven Vrije woorden: Bijzonder strafrecht - Informaticabedrog - Ter beschikkingstelling van bankkaart en code - Toelating van het gebruik van een bankkaart voor huishoudelijke aankopen - Gebruik van de kaart voor andere betalingen Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 504quater - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Nota: Tegen deze beslissing werd geen cassatieberoep aangetekend. Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep te Antwerpen (10de kamer) heeft op 10 september 2008 het volgende arrest uitgesproken: [...] Heromschriiving van de tenlastelegging Na nazicht van het strafdossier is het gepast het ten laste gelegde feit te heromschrijven als volgt : "DE EERSTE (V.G.P.) EN DE TWEEDE (K.R.) Te Turnhout, tussen 15 augustus 2006 en 8 december 2006, in meerdere malen, op niet nader te bepalen data. Als dader of mededader, doordat zij het wanbedrijf hebben uitgevoerd of aan de uitvoering ervan rechtstreeks hebben meegewerkt, of door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp hebben verleend dat zonder hun bijstand het wanbedrijf niet had kunnen worden gepleegd, voor zichzelf of voor een ander, een bedrieglijk vermogensvoordeel, meer bepaald gelden en koopwaar ten belope van minstens vijfenveertigduizend Euro, te hebben verworven, door gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een informatiesysteem, in een informaticasysteem in te voeren, te wijzigen, te wissen of met enig ander technologisch middel de mogelijke aanwending van gegevens in een informaticasysteem te veranderen (artikel 66 en het toenmalig artikel 504 quater, paragraaf 1, van het Strafwetboek); deze feiten thans ingevolge het artikel 4 van de wet van 15 mei 2006 (Belgisch Staatsblad van 12 september 2006, tweede uitgave) strafbaar gesteld zijnde als: als dader of mededader, doordat zij het wanbedrijf hebben uitgevoerd of aan de uitvoering ervan rechtstreeks hebben meegewerkt, of door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp hebben verleend dat zonder hun bijstand het wanbedrijf niet had kunnen worden gepleegd, voor zichzelf of voor een ander met bedrieglijk opzet de verwerving van een onrechtmatig economisch voordeel beoogd te hebben, meer bepaald gelden en koopwaar ten belope van minstens vijfenveertigduizend Euro, door gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een informaticasysteem, in een informaticasysteem in te voeren, te wijzigen, te wissen of met enig ander technologisch middel de normale aanwending van gegevens in een informaticasysteem te veranderen (artikel 66 en het huidig artikel 504 quater, paragraaf 1, van het Strafwetboek)". Beklaagden kregen van deze heromschrijving kennis door de vordering dd. 20 maart 2008 van het Openbaar Ministerie waarnaar uitdrukkelijk verwezen in de dagstelling en konden ter zake verweer voeren; Voormelde heromschrijving wijzigt de ten laste gelegde feiten niet; De ten laste gelegde feiten, voor zover bewezen, waren strafbaar onder de oude misdrijfomschrijving van informaticabedrog zoals deze gold voor de wet van 15 mei 2006 tot wijziging van de art. 259bis, 314bis, 504quater, 550bis en 550ter S.W. (B.S. 12.9.2006), zowel als onder de nieuwe misdrijfomschrijving zoals deze geldt sedert voormelde wet; Ten gronde · de schuld Na onderzoek van het strafdossier en na onderzoek ter terechtzitting gedaan is de schuld van beide beklaagden aan de hen ten laste gelegde feiten (zoals heromschreven) wel bewezen geworden met dien verstande dat wat beklaagde V.G. betreft haar schuld slechts bewezen is met betrekking tot een verworven vermogensvoordeel van "minstens 15.021,52 euro" en wat beklaagde K. betreft tot een verworven vermogensvoordeel van "minstens 5.821,52 euro"; Uit het strafdossier blijkt dat beklaagde V.G. de bankkaart van O.C. mocht gebruiken om aankopen te doen voor het gezin en voor de (lees: haar) kinderen; V.G. betwist niet dat zij de bankkaart misbruikte om andere betalingen te doen, o.m. allerlei betalingen aan en ten voordele van beklaagde K. (st 161-164); Het misbruiken van een bankkaart (ook al is deze op geen enkele manier vervalst - cfr. Antwerpen, 28 mei 2008 gepubliceerd op www.juridatbe) om daarmee elektronisch niet toegelaten afhalingen, betalingen en overschrijving te doen is een vorm van informaticabedrog zoals bedoeld in art. 504quater S.W.; het feit dat diegene die de afhalingen, betalingen of overschrijvingen verrichtte door de titularis van de kaart zelf in het bezit werd gesteld van de kaart en de code, doet aan wat voorafgaat geen afbreuk; De afhalingen, betalingen of overschrijvingen gebeurden in casu zeker met bedrieglijk opzet, nu het onbetwistbaar de bedoeling was om de gelden aan de eigenaar te ontnemen en dit tegen diens wil; De schuld van beklaagden kan evenwel slechts weerhouden worden ten belope van de hiervoren vermelde bedragen; Uit de verklaring van O.C. zelf (st. 249) blijkt immers dat in de periode van de samenwoonst vele aankopen en overschrijvingen gebeurden door O.C. zelf; van een aantal betalingen is het niet uit te maken of zij gebeurden door O., minstens met zijn medeweten, dan wel dat zij gebeurden buiten zijn medeweten; voor deze betalingen genieten beklaagden het voordeel van de twijfel; Van een aantal betalingen staat het evenwel vast dat zij gebeurden buiten medeweten van O. en buiten de aan V.G. gegeven toelating; het betreft betalingen die V.G. deed aan of ten voordele van haar schoonzus en overschrijvingen van grote bedragen die zij deed naar haar persoonlijke rekening; ter zake wordt verwezen naar de verklaringen van beklaagden (V.G.- st. 161-164; K. - st. 144); bovendien gebeurden een aantal afhalingen van gelden na de opname van O. in het ziekenhuis, van deze afhalingen neemt het Hof eveneens aan dat zij gebeurden buiten medeweten van O. en zonder diens toelating Het mededaderschap van beklaagde K. kan slechts weerhouden worden voor die betalingen en overschrijvingen die zonder haar medewerking niet hadden kunnen gebeuren zoals zij zich in concreto voordeden, m.n. de overschrijvingen naar haar rekening (2.400 euro), naar de rekening van haar zoon (500 euro), naar de rekeningen van haar schuldeisers (180 + 1.639,49 + 114,52 + 148,99 + 148, 52 euro) en de betalingen van haar aankopen door V.G. t.b.v. minstens 690 euro; Gelet op de heromschrijving van de ten laste gelegde feiten, wordt er niet geantwoord op de argumenten van beklaagden en de burgerlijke partijen aangaande het misdrijf misbruik van vertrouwen; Het feit dat beklaagde V. G. een deel van de door haar en door C.O. gekochte goederen teruggaf aan de burgerlijke partijen, doet niets af aan de schuld van beklaagden zoals hoger weerhouden; er wordt trouwens nogmaals op gewezen dat de schuld van beklaagden slechts beperkt weerhouden wordt en dat beklaagde V.G. met betrekking tot de aankoop van meubelen, electronica apparatuur, juwelen en kledij waarvan niet met zekerheid kan uitgemaakt wie de aankoop verrichtte niet schuldig verklaard wordt; · de straf [...] · de burgerlijke vorderingen [...] PDF document ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080910.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.