bepaalt dat ingeval één van de ouders weigert de rechterlijke beslissingen met betrekking tot de verblijfsregeling van het kind of het recht op persoonlijk contact uit te voeren, de zaak opnieuw voor de bevoegde rechter kan gebracht worden. Als beginsel wordt gesteld dat de rechter die de niet nageleefde beslissing heeft genomen, optreedt. Indien echter de zaak, nadat de eerste rechter uitspraak heeft gedaan en er uitvoeringsmoeilijkheden optreden, inmiddels bij een andere rechter aanhangig werd gemaakt, dan dient de vordering inzake tenuitvoerlegging voor deze laatste rechter gebracht te worden (art.
In geval van niet-uitvoering van een rechterlijke beslissing, kan de zaak derhalve terug aanhangig gemaakt worden bij de rechter die de niet nageleefde beslissing heeft geveld, in zoverre deze rechter temporeel nog bevoegd is. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEKWAAMHEID - Ouderlijk gezag - Gezag op de persoon - Bewaring en toezicht Vrije woorden: Art.
B.W. - omgangsregeling kinderen - dwangmaatregelen - bevoegdheid - rechter die de niet-nageleefde beslissing heeft genomen Tekst van de beslissing K.V.R. VERZOEKSTER (ART. 387 TER B.W.) vertegenwoordigd door mr. Roel De Cleermaecker, advocaat te 2200 Herentals, Lierseweg 238; TEGEN : G.V.R. VERWEERDER in persoon verschenen zijnde, bijgestaan door mr. Wim Veldeman, advocaat te 9300 Aalst, Karel Van de Woes-tijnestraat 4; Gelet op de conclusies van K.V.R. neergelegd ter griffie van het Hof van beroep op 5 augustus 2008 teneinde bij toepassing van artikel
1.- Bij beschikking op 5 mei 2008 op tegenspraak tussen de partijen uitgesproken door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout, werd omtrent het omgangsrecht geoordeeld dat de kinderen zullen verblijven: bij de VADER - iedere officiële schoolvakantie die één week duurt, - gedurende een volledige week (maandag tot en met zondag) tijdens iedere officiële schoolvakantie die twee weken duurt, - gedurende één aansluitende maand (01 juli tot en met 31 juli) tijdens de zomervakantie, met dien verstande dat de vader telkens zal instaan voor de reis-kosten bij de MOEDER - de rest van de tijd. 2.- G.V.R. heeft tegen deze beschikking hoger beroep ingesteld bij verzoekschrift neergelegd op 2 juli 2008 (gekend 2008/RK/190) wat betreft de ouderlijke verplichtingen zoals voort-vloeiende uit artikel 203 Burgerlijk wetboek, teneinde : - de beide partijen een onderhoudsbijdrage te doen betalen aan de vaderlijke grootouders voor Kevyn ad 200,- EUR en voor Wendy en Wina een maandelijks vaste bijdrage ad 100,- EUR, alle bedragen geïndexeerd, - K.V.R. te verplichten tussen te komen in de helft van de uitzonderlijke kosten met betrekking tot de kinderen. G.V.R. verwijt verder de eerste rechter omtrent de verblijfsregeling met betrekking tot Kevyn, geboren op 25 november 1993, deze niet gehoord te hebben aangaande het secundair verblijf en zonder verder onderzoek aanvaard te hebben dat de escorte activiteiten van de moeder geen negatieve invloed zouden hebben op de opvoeding en de verzorging van de kinderen. 3.- In conclusies neergelegd op 25 augustus 2008 (2008/RK/190) vraagt G.V.R. de exclusieve bewaring over de kinderen. Hij vordert dat verbod wordt opgelegd aan K.V.R. om hem en de kinderen te komen verontrusten op hun woonplaats. Verder herhaalt G.V.R. zijn vorderingen zoals gesteld in het verzoekschrift met dien verstande dat K.V.R. zou veroordeeld worden ten titel van diens bijdrage in het levensonderhoud, opvoeding en opleiding van de kinderen, boven het kindergeld, een maandelijks bedrag te betalen ad 200,- EUR per kind, index gekoppeld, te betalen voor iedere 5de van de maand en elk jaar per 01/01 aanpasbaar aan de ontwikkeling der index de consumptieprijzen (basis indexcijfer maart 2006 = 103,89 (basis 2004); dat hij de kinderbijslag alleen en zonder tussenkomst van K.V.R. zou ontvangen evenals de jaarlijkse schoolpremie en dat de beide ouders bij helften zouden bijdragen in de buitengewone kosten met betrekking tot de kinderen. G.V.R. stelt geconfronteerd te zijn met absoluut ontoelaatbare gedragingen van K.V.R. door haar activiteiten als 'escortedame', die hem genoodzaakt hebben onverwijld op te treden en de bestreden beschikking van 5 mei 2008 naast zich neer te leggen in het belang van de kinderen. 4.- Bij beschikking van 9 september 2008 is akte verleend van het schriftelijk akkoord tussen partijen tot regeling van de conclusietermijnen en werd de zaak voor behandeling gesteld op zitting van 21 januari 2009. Aangezien G.V.R. echter weigert de tussengekomen beschikking van 5 mei 2008 na te leven, wenst K.V.R. beroep te doen op artikel
Burgerlijk wetboek. Het verzoekschrift op grond van artikel
Burgerlijk wetboek strekt er namelijk toe voor recht te zeggen dat de beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout van 5 mei 2008, zitting houdend in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad minstens in grond van artikel 1039 Gerechtelijk wetboek, niet wordt nageleefd; dat G.V.R. conform de gewezen beschikking de kinderen diende terug te brengen bij K.V.R. uiterlijk op 1 augustus 2008 in de voormiddag; en dienvolgens de navolgende dwangmaatregelen te bevelen : - K.V.R. in hoofdorde te machtigen tot gedwongen uitvoering, waarbij de naleving van de beschikking kan worden afgedwongen door tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder op eender welk adres alwaar G.V.R. zou worden aangetroffen met de minderjarige kinderen, waaronder het adres van diens moeder te xxx en het adres van de familie-leden van de vriendin van G.V.R. te Antwerpen alwaar de kinderen eveneens reeds werden opgemerkt, - minstens G.V.R. te veroordelen tot een dwangsom van 1000,- EUR per dag dat hij weigert over te gaan tot overhandiging van de minderjarige kinderen en dit vanaf de betekening van de tussengekomen beslissing tot daadwerkelijke overhandiging. K.V.R. werpt op door haar echtgenoot geëxploiteerd te zijn geworden en hijzelf haar op verschillende pornografische/erotische website heeft aangeprezen. Zij beklaagt zich erover dat G.V.R. als haar pooier opgetreden is en hij zich thans met de opbrengst gaan installeren is met zijn nieuwe vriendin en kinderen te Dendermonde. 5.- Gelet het halsstarrig weigeren door G.V.R. om de kinderen terug te brengen en gelet op het feit dat K.V.R. vreest voor het welzijn van haar kinderen, vordert zij thans bij conclusies in hoofdorde de gedwongen uitvoering door een gerechtsdeurwaarder van de beschikking. 6.- Blijkbaar heeft G.V.R. vervolgens de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg recht sprekend in kort geding te Dendermonde gevat bij absolute hoogdringendheid in een zaak aldaar gekend onder rolnummer 08/1751-B. Hij legt de beschikking op eenzijdig verzoekschrift neer van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde van 13 augustus 2008 waarin voor recht wordt gezegd dat Wendy en Wina gedomicilieerd worden aan de xxx en dat Kevyn gedomicilieerd wordt aan de xxx en dat de vader de exclusieve bewaring van de kinderen wordt toegekend met verbod aan K.V.R. om G.V.R. en de kinderen te komen verontrusten op diens woonplaats. 7.- Het artikel
Burgerlijk wetboek ingevoegd bij wet van 18 juli 2006 voorziet dat : "Ingeval één van de ouders weigert de rechterlijke beslissingen met betrekking tot de huisvesting van de kinderen of het recht op persoonlijk contact uit te voeren, kan de zaak opnieuw voor de bevoegde rechter worden gebracht. In afwijking van artikel 569, 5 Gerechtelijk Wetboek, is de bevoegde rechter degene die de niet-nageleefde beslissing heeft gewezen, tenzij de zaak inmiddels bij een andere rechter aanhangig is gemaakt, in welk geval de vordering voor deze laatste wordt gebracht. De rechter doet uitspraak met voorrang boven alle andere zaken.". 8.- Het toepassingsgebied van artikel
Burgerlijk wetboek is beperkt tot de gevallen waarin reeds een rechterlijke beslissing met betrekking tot het verblijf van het kind of het recht op persoonlijk contact werd geveld, waarna deze beslissing door één van de ouders niet wordt uitgevoerd. Artikel
Burgerlijk wetboek is van toepassing op alle beslissingen inzake de verblijfsregeling en het omgangsrecht, ongeacht welke de rechtbank is wiens beslissing uitgevoerd moet worden. Artikel
, 1ste lid Burgerlijk wetboek bepaalt dat ingeval één van de ouders weigert de rechterlijke beslissingen met betrekking tot de verblijfsregeling van het kind of het recht op persoonlijk contact uit te voeren, de zaak opnieuw voor de bevoegde rechter kan gebracht worden. 9.- Als beginsel wordt gesteld dat de rechter die de niet nageleefde beslissing heeft genomen, optreedt (art.
Indien echter de zaak, nadat de eerste rechter uitspraak heeft gedaan en er uitvoeringsmoeilijkheden optreden, inmiddels bij een andere rechter aanhangig werd gemaakt, dan dient de vordering inzake tenuitvoerlegging voor deze laatste rechter gebracht te worden (art.
In geval van niet-uitvoering van een rechterlijke beslissing, kan de zaak derhalve terug aanhangig gemaakt worden bij de rechter die de niet nageleefde beslissing heeft geveld, in zoverre deze rechter temporeel nog bevoegd is. 10.- K.V.R. wenst dat er uitvoeringsmaatregelen zouden worden opgelegd met betrekking tot de bestreden beslissing van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout van 5 mei 2008. Aangezien artikel
Burgerlijk wetboek van toepassing is op alle beslissingen inzake de verblijfsregeling en het recht op persoonlijk contact, ongeacht welke de rechtbank is wiens beslissing uitgevoerd moet worden, is geoordeeld dat het hof van beroep de bevoegde rechter is wanneer men uitvoeringsmaatregelen beoogt te verkrijgen na niet-naleving van een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg waartegen hoger beroep voor het hof hangend is (zie ook Gent, 25 oktober 2007, NJW, 2008, 456 met noot G. Verschelden). Doch ingevolge de tussentijds genomen gewijzigde beslissing door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde op 14 augustus 2008 is echter deze laatste van kracht, is - in principe - deze laatste de bevoegde rechter. 11.- Hoe dan ook kan de zaak slechts bij het Hof aanhangig gemaakt worden in zoverre het - althans wat betreft de beschikking van 5 mei 2008 - nog de bevoegde temporele rechter is. Bijgevolg is de zaak zonder voorwerp. O M D I E R E D E N E N : H E T H O F, Rechtsprekend op tegenspraak; Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken; Gelet op het mondeling advies van Advocaat-Generaal M. TACK dat, wegens de omstandigheden van de zaak, terstond mondeling ter zitting werd uitgebracht en waarop partijen terstond mondeling ter zitting hebben kunnen repliceren; Verklaart de zaak zonder voorwerp. Houdt de uitspraak over de kosten aan. Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van VIERENTWINTIG SEPTEMBER TWEEDUIZEND EN ACHT waar aanwezig waren : de heer P. ADRIAENSEN dd. Voorzitter de heer J. MERTENS DE WILMARS Raadsheer mevrouw A. VAN MUYLDER Raadsheer mevrouw G. VERSYPT Griffier G. VERSYPT A. VAN MUYLDER J. MERTENS DE WILMARS P. ADRIAENSEN PDF document ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080924.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.