← België

ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080924.19

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 24 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080924.19 Rolnummer: 45 AGA 2008 Rechtsgebied: Strafrecht - Arbeidsrecht Invoerdatum: 2009-12-17 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-07-02 17:58 Fiche

  1. De strafvordering met betrekking tot de tenlasteleggingen A.1 en A.
  2. is niet ontvankelijk, nu beklaagde reeds voor dezelfde feiten, thans gekwalificeerd als een tewerkstelling door beklaagde van de anderen, werd vervolgd en waarvan hij bij een in kracht van gewijsde getreden arrest van dit Hof van 19 mei 2009 werd vrijgesproken.
  3. Aangezien er te dezen geen economische activiteit was die strijdig was met het genot van werkloosheidsuitkeringen, is er dan ook geen sprake van arbeid in de zin van artikel 44 en 45 van het Werkloosheidsbesluit en bestond er ook geen aangifteplicht in hoofde van beklaagde van deze nevenactiviteit. De activiteit was immers, bij gebrek aan het commercieel karakter ervan, niet daadwerkelijk ingeschakeld in het economisch ruilverkeer van goederen en diensten en zij werd niet uitgeoefend met het oog op het bekomen van een opbrengst, terwijl zij evenmin de bedoeling had de waarde van het bezit van beklaagde te verhogen. Ook bracht de minieme omvang van de activiteit het zoeken naar en het uitoefenen van een dienstbetrekking niet in het gedrang. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Non bis in idem STRAFRECHT - BIJZONDERE STRAFWETTEN - Algemeen (bijzondere strafwetten) SOCIAAL RECHT - ARBEID - Brugpensioen - Voltijds - Werkloosheidsuitkering Vrije woorden:
  4. Strafrecht - strafrechtspleging - ne bis in idem - zelfde feiten - verschillende kwalificatie - onontvankelijkheid van de strafvordering
  5. Strafrecht - sociaal strafrecht - inbreuk werkloosheidsuitkeringen - aangifte plicht - aard economische activiteit Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 25-11-1991 - 45 Werkloosheidsbesluit Koninklijk Besluit - 25-11-1991 - 44 Werkloosheidsbesluit Nota: tegen dit arrest werd geen cassatieberoep ingesteld Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende op 24 september 2009 te Antwerpen, veertiende kamer (sociaal) (...) Op 18 juli 2005 voerde de lokale politie van de politiezone Zara een gerechtelijke actie uit naar illegale gokpraktijken in feestzaal 't F. te Ranst in samenwerking met de Kansspelcommissie. De feestzaal werd gehuurd door de V.Z.W. D. J. . De strafvordering met betrekking tot de tenlasteleggingen A.1 en A.
  6. is niet ontvankelijk, nu beklaagde reeds voor dezelfde feiten werd vervolgd en waarvan hij bij een in kracht van gewijsde getreden arrest van dit Hof van 19 mei 2009 werd vrijgesproken. In het betrokken strafdossier is enkel sprake van door beklaagde en door de in deze tenlasteleggingen genoemde personen gestelde handelingen die worden benoemd als het organiseren van het illegale kansspel banken te Ranst en onder meer op 18 juli
  7. Beklaagde werd aangewezen als organisator en in de organisatie van dit spel krijgen de in de tenlasteleggingen genoemde personen elk een eigen rol toebedeeld. Ditzelfde feitelijk verband wordt thans gekwalificeerd als een tewerkstelling door beklaagde van de anderen. Er werden overigens door de sociale inspectie geen eigen vaststellingen verricht en a fortiori werden geen andere feiten vastgesteld. Te dezen is, wat de tenlasteleggingen A.1 en A.2 betreft, geen sprake van andere feiten dan deze waarvan beklaagde reeds werd vrijgesproken. De schuld van beklaagde M. V. aan de hem ten laste gelegde feiten sub B is niet bewezen gebleven door het strafonderzoek en het onderzoek ter terechtzitting. Hij dient ervan vrijgesproken te worden. Beklaagde M. V. deed bij de RVA geen aangifte van zijn mandaat als voorzitter van de V.Z.W. De J.. Het Hof is van oordeel dat beklaagde, in dit specifiek dossier en in deze specifieke omstandigheden, geen aangifte diende te doen. De J. is een vereniging zonder winstoogmerk en geen commerciële vennootschap. Om aanspraak te kunnen maken op werkloosheidsuitkeringen, moet de werkloze wegens omstandigheden onafhankelijk van zijn wil zonder arbeid en zonder loon zijn. Artikel 45 van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991 schrijft voor dat als arbeid moet worden beschouwd: 1° de activiteit verricht voor zichzelf die ingeschakeld kan worden in het economisch ruilverkeer van goederen en diensten en die niet beperkt is tot het gewone beheer van het eigen bezit. 2° de activiteit voor een derde, waarvoor de werknemer enig loon of materieel voordeel ontvangt dat tot zijn levensonderhoud of dat van zijn gezin kan bijdragen, waarbij elke activiteit verricht voor een derde geacht wordt een loon of materieel voordeel op te leveren. Dit zelfde artikel bepaalt in zijn laatste lid dat een activiteit voor de toepassing van het eerste lid, 1° slechts beschouwd wordt als een activiteit die beperkt is tot het gewone beheer van het eigen bezit indien gelijktijdig voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1° de activiteit is niet daadwerkelijk ingeschakeld in het economisch ruilverkeer van goederen en diensten en wordt niet uitgeoefend met het oog op het verkrijgen van een opbrengst. 2° door de activiteit wordt de waarde van het bezit in stand gehouden of slechts in beperkte mate verhoogd. 3° de activiteit brengt door haar omvang het zoeken naar en het uitoefenen van een dienstbetrekking niet in het gedrang. Een vereniging zonder winstgevend oogmerk houdt zich, normalerwijze, niet bezig met de exploitatie of met verrichtingen van winstgevende aard. Uit het strafdossier kan hoegenaamd niet afgeleid worden dat de V.Z.W. D. J. zich bezighield met commerciële activiteiten. Wanneer een V.Z.W. geen commerciële onderneming uitmaakt, kan de kostenloze uitoefening van het mandaat van voorzitter ten aanzien van de werkloosheidsreglementering niet gelijkgesteld worden met een kosteloos mandaat van beheerder of zaakvoerder in een commerciële vennootschap, zodat hieruit geen zelfstandige activiteit blijkt die aanleiding geeft tot verplichte aangifte. Uit het strafdossier blijkt niet dat het vervullen door beklaagde M. V. van het mandaat van voorzitter van de V.Z.W. D. J. een economische of commerciële activiteit inhield. Wel blijkt dat de exploitatie van de feestzaal kosteloos gebeurde door de leden van de V.Z.W. en dat de opbrengst enkel diende om de kas van de vereniging te spijzen ter dekking van de kosten in functie van de doelstellingen van de V.Z.W., als daar zijn het bevorderen van de vrijetijdsbesteding voor 40-plussers door het inrichten van kaart-, bingo-, dans-, kwis- en animatieavonden en info-avonden over sociale en actuele problemen. Beklaagde kreeg geen vergoeding voor zijn voorzitterschap en beschouwde het mandaat als een hobby, waarin hij overigens weinig tijd stak. Dat andere bestuursleden van de gelegenheid profiteerden om in de feestzaal ook illegale gokpartijen te organiseren, kan deze laatste niet verweten worden. Het is niet bewezen dat de opbrengst ten goede kwam noch aan de V.Z.W. noch aan beklaagde. Het voornoemde arrest van de 10de kamer van het Hof van Beroep kwam overigens tot hetzelfde besluit. In deze specifieke omstandigheden beantwoordde het voorzitterschap van de V.Z.W. D. J. ook aan de voorwaarden van artikel 45, laatste lid, van het Werkloosheidsbesluit. De activiteit was immers, bij gebrek aan het commercieel karakter ervan, niet daadwerkelijk ingeschakeld in het economisch ruilverkeer van goederen en diensten en zij werd niet uitgeoefend met het oog op het bekomen van een opbrengst, terwijl zij evenmin de bedoeling had de waarde van het bezit van beklaagde te verhogen. Ook bracht de minieme omvang van de activiteit het zoeken naar en het uitoefenen van een dienstbetrekking niet in het gedrang. Aangezien er te dezen geen economische activiteit was die strijdig was met het genot van werkloosheidsuitkeringen, is er dan ook geen sprake van arbeid in de zin van artikel 44 en 45 van het Werkloosheidsbesluit en bestond er ook geen aangifteplicht in hoofde van beklaagde van deze nevenactiviteit. De schuld van beklaagde aan de hem ten laste gelegde feiten sub C is niet bewezen gebleven door het strafonderzoek en het onderzoek ter terechtzitting. Uit wat voorafgaat blijkt dat beklaagde M. V. niet gehouden was zijn controlekaarten in te vullen in verband met zijn mandaat als voorzitter van de V.Z.W. D. J. . (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080924.19 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.