← België

ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20081001.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 01 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20081001.7 Rolnummer: 722 P 2008 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-11-17 Raadplegingen: 158 - laatst gezien 2026-07-02 18:00 Fiche De extreme handelingen waren duidelijk gericht op het toebrengen van ernstige pijn en lichamelijk leed als straf en waren slechts de exponenten van de zeer hardhandige 'opvoeding' door beklaagde. Waar deze daden elk op zich niet noodzakelijk of steeds als een onmenselijke behandeling in de zin van artikel 417quater Strafwetboek te benoemen zijn, is deze kwalificatie wél te weerhouden voor het geheel van de terugkerende en gedurende een lange periode toegepaste handelingen, die een werkelijke volgehouden mishandeling uitmaken. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Opzettelijke doding en slagen Vrije woorden: Strafvordering - Foltering, onmenselijke en onterende behandeling Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Nota: Tegen dit arrest werd geen cassatieberoep aangetekend. Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende, 1 oktober 2008 te Antwerpen, veertiende kamer (...) Beticht van: te Brasschaat, tussen 1 augustus 1997 en 15 mei 2007, de feiten de achtereenvolgende en voortdurende uiting zijnde van eenzelfde opzet, A. tussen 23 augustus 2002 en 15 mei 2007, meermaals, op niet nader te bepalen data: D. B. E. en d. B. Y. aan een onmenselijke behandeling, zijnde elke behandeling waardoor een persoon opzettelijk ernstig geestelijk of lichamelijk leed wordt toegebracht, onder meer om van hem inlichtingen te verkrijgen of bekentenissen af te dwingen of om hem te straffen, of om druk op hem of op derden uit te oefenen, of hem of derden te intimideren, onderworpen te hebben, de onmenselijke behandeling gepleegd zijnde op een minderjarige of op een persoon die uit hoofde van zijn lichaams- of geestestoestand niet bij machte is om in zijn onderhoud te voorzien, door de vader, de moeder of door andere bloedverwanten in de opgaande lijn, door enig andere persoon die gezag over hem heeft of die hem onder zijn bewaring heeft, of door iedere meerderjarige persoon die occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenleeft. (...) Inzake de tenlastelegging A dient de tijdsbepaling verbeterd te worden in "tussen 22 augustus 2002 en 20 maart 2007". Zo bewezen kunnen de feiten zich immers niet hebben voorgedaan tot 15 mei 2007, gezien uit het onderzoek blijkt dat beklaagde in psychiatrische verpleging werd opgenomen van 20 maart 2007 tot 24 mei 2007. In de loop van deze opname werden de minderjarigen E. d. B. en Y. d. B. door het Comité Bijzondere Jeugdzorg geplaatst. De oorspronkelijke vermelding van 15 mei 2007 als einddatum is te aanzien als een materiële vergissing. (...) Door beklaagde is in het strafrechtelijk onderzoek en ter terechtzitting toegegeven dat hij in de opvoeding van zijn minderjarige kinderen E. d. B. en Y. d. B. te gewelddadig is opgetreden, zeker ter gelegenheid van woede-uitbarstingen en dat hij daarbij ter bestraffing afkeurenswaardige methodes gebruikte. Terzake zijn uit de eigen verklaring van beklaagde onder meer te weerhouden: het plaatsen van de kinderen onder een koude douche wanneer zij onzindelijk waren geweest, hen met blote knieën op een regeltje doen zitten, het kind vanop een afstand in de zetel gooien, bij de nek nemen en daarbij overdreven hard nijpen, een van de kinderen dermate hardhandig bij de schouder vastnemen dat de duim van beklaagde uit de kom sloeg (kennelijk eenmalig), met zijn knokels of een stokje op het hoofd slaan, een ontstopper op de rug duwen en het kind op die wijze opheffen of trachten op te heffen (kennelijk eenmalig). Weliswaar was dit laatste volgens beklaagde bij wijze van grap bedoeld, doch zulks is niet aanneembaar vermits blijkt dat het betrokken kind een bloeduitstorting opliep. Deze extreme handelingen waren duidelijk gericht op het toebrengen van ernstige pijn en lichamelijk leed als straf en waren slechts de exponenten van de zeer hardhandige "opvoeding" door beklaagde. Waar deze daden elk op zich niet noodzakelijk of steeds als een onmenselijke behandeling in de zin van artikel 417quater Strafwetboek te benoemen zijn, is deze kwalificatie wél te weerhouden voor het geheel van de terugkerende en gedurende een lange periode toegepaste handelingen, die een werkelijke volgehouden mishandeling uitmaken. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20081001.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.