id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour d'appel d'Anvers Jugement/arrêt du 01 octobre 2008 No ECLI: ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20081001.9 No Rôle: 2008RK288 Domaine juridique: Droit de la famille Date d'introduction: 2008-11-19 Consultations: 173 - dernière vue 2026-07-02 18:00 Fiche
- Artikel 387ter Burgerlijk wetboek is van toepassing op alle beslissingen inzake de verblijfsregeling en het recht op persoonlijk contact, ongeacht welke de rechtbank is wiens beslissing uitgevoerd moet worden. Het hof van beroep is de bevoegde rechter wanneer men uitvoeringsmaatregelen beoogt te verkrijgen na niet-naleving van een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg waartegen hoger beroep voor het hof hangend is.
- Het eenvoudig bijbrengen van aangiften aan de lokale politie met betrekking tot het omgangsrecht volstaat niet als bewijs dat de weigerende partij aangemaand werd haar verplichtingen na te leven en dat zij zich zou verzet hebben tegen een gedwongen tenuitvoerlegging van de beslissing. Thésaurus UTU: DROIT CIVIL - CAPACITÉ - Autorité parentale - Autorité sur la personne - Hébergement et surveillance Mots libres: Art. 387ter B.W. - omgangsregeling kinderen - dwangmaatregelen
- beschikking Voorzitter REA waartegen beroep hangende - bevoegdheid hof van beroep
- art. 387ter §3 - voorwaarden - aanmaning en verzet tegen tenuitvoerlegging Texte de la décision Nummer: Rep. nr.: 2008/ Zitting van: 1 OKTOBER 2008 EINDARREST Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, ACHTSTE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewe-zen: Inzake : 2008/RK/288 R.K. EISER (art. 387 ter B.W.) in persoon verschenen zijnde, bijgestaan door mr. I. Christiaens loco mr. Jan Verstrraete, advocaat te 2000 Antwerpen, Schermersstraat 30; TEGEN : C.S. VERWEERSTER in persoon verschenen zijnde, bijgestaan door mr. K. Wille, advocaat te 2930 Brasschaat, Bredabaan 63; Gelet op de dagvaarding uitgaande van R.K. betekend op 3 septem-ber, 2008 neergelegd ter griffie van het Hof van beroep op 17 sep-tember 2008, ertoe strekkende bij toepassing van artikel 387ter Bur-gerlijk wetboek bij voorrang uitspraak te doen boven alle andere za-ken. 1.- Bij beschikking op 21 maart 2008 op tegenspraak tussen de partijen uitgesproken door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, werd wat het omgangsrecht met de kinderen betreft onder meer een gelijk verdeeld verblijf toegekend afwisselend de ene week bij eiser en de andere week bij verweerster met wisseling op vrijdagavond om 17 uur. 2.- Tegen deze beschikking heeft C.S. hoger beroep ingesteld bij ver-zoekschrift neergelegd op 8 april 2008 (gekend 2008/RK/100) wat be-treft de opgelegde verblijfsregeling. Naar het oordeel van C.S. is een gelijk verdeeld verblijf niet wenselijk gelet op de wens van de kinderen, het totaal gebrek aan communica-tie en de afstand tussen elkaars woonplaatsen. 3.- De heer R.K. haalt dat, niettegenstaande de beschikking waartegen hoger beroep uitvoerbaar is bij voorraad, hij vast dient te stellen dat mevrouw C.S. weigert deze beschikking vrijwillig uit te voeren zodat hij sedert december 2007 verstoken blijft van ieder contact met zijn kinde-ren. Mevrouw C.S. zou zelfs haar eigen tegenvoorstel van één week-end om de veertien dagen van vrijdagavond tot zondagavond en de helft van de vakantieperiodes niet uitvoeren. Door R.K. zijn een ne-gental aangiften bijgebracht van klachten die hij vanaf 28 maart 2008 tot heden bij de politie gedaan heeft over het feit dat zijn beide kinde-ren geboren op 23 mei 1994 met hem niet wensten mee te gaan. In de gegeven omstandigheden ziet hij zich dan ook verplicht om beroep te doen op het opleggen van dwangmaatregelen zoals bedoeld in artikel 387 ter, § 1 Burgerlijk wetboek. 4.- Ter zitting van 13 mei 2008 is akte verleend van het schriftelijk akkoord tussen partijen tot regeling van de conclusietermijnen en werd de zaak voor behandeling gesteld op zitting van 5 november
- Aangezien C.S. echter weigert de tussengekomen beschikking van 21 maart 2008 na te leven, wenst R.K. wederom beroep te doen op arti-kel 387ter Burgerlijk wetboek. 5.- Bij arrest van 25 juni 2008 (gekend onder 2008/EV/32) werd het een-zijdig verzoek als toelaatbaar doch ongegrond afgewezen. Het Hof oordeelde toen dat de vordering ex artikel 387ter §3 Burgerlijk wet-boek op absolute noodzaak bij eenzijdig verzoekschrift een dringende noodzakelijkheid veronderstelt om een ernstig gevaar te vermijden en waarin een verrassingseffect dient bereikt te worden. De vakantiekamer van dit Hof heeft bij arrest van 7 augustus 2008 het nieuw verzoek niet toelaatbaar verklaard aangezien letterlijk hetzelfde gevraagd werd als wat door dezelfde partij tegen dezelfde partij werd gevraagd bij conclusies ex artikel 387ter burgerlijk wetboek op 16 juni 2008 inzake 2008/EV/32 in de procedure voor de 8ste kamer en af-gewezen bij arrest uitgesproken op 25 juni
- 6.- De dagvaarding strekt er thans toe op grond van artikel 387ter § 1 Burgerlijk wetboek aan C.S. een dwangsom van 1000,- EUR per dag en/of vastgestelde inbreuk op de verblijfsregeling op te leggen, zoals bepaald is in de beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 21 maart 2008, alsmede voor recht te zeggen dat de grenzen van het beslag op de inkomsten niet van toe-passing zijn voor de invordering van de dwangsommen. 7.- Het feit dat bij arrest van de vakantiekamer op 7 augustus 2008 op eenzijdig verzoekschrift ex artikel 387ter §1 Burgerlijk Wetboek werd geoordeeld dat het verzoek niet toelaatbaar was, raakt de rechts-geldigheid van huidige procedure niet. Evenmin bestaan er redenen om huidige procedure te voegen met de procedure in beroep tegen de beschikking van 21 maart 2008, aange-zien de rechter ingeval van onwillige houding, gehouden is met voor-rang boven alle andere zaken uitspraak te doen over het verzoek tot het opleggen van dwangmaatregelen die een effectieve tenuitvoer-legging moeten garanderen. 8.- Gelet op het halsstarrig weigeren door C.S. om het omgangsrecht van de vader met zijn kinderen na te leven en gelet op het feit dat R.K. vreest dat de kinderen van hem zullen vervreemden, vordert hij dat aan C.S. een dwangsom zou worden opgelegd. Ondertussen zouden de kinderen vanaf 1 september jongstleden van school veranderd zijn zonder medeweten van de vader. De rechter in kort geding oordeelde dienaangaande reeds op 19 sep-tember 2008 dat de inschrijving manifest indruist tegen het principe van het gezamenlijk ouderlijk gezag waartegen geen hoger beroep ingesteld werd. De verhuis naar Baarle-Nassau en de eenzijdige inschrijving van de kinderen in het instituut 'Spijker' te Hoogstraten maken het zoveelste bewijs uit van C.S. 's wil om de genomen beslis-sing te dwarsbomen. 9.- Het artikel 387ter § 1 Burgerlijk wetboek ingevoegd bij wet van 18 juli 2006 voorziet dat : "Ingeval één van de ouders weigert de rechterlijke beslissingen met betrekking tot de huisvesting van de kinderen of het recht op persoonlijk contact uit te voeren, kan de zaak opnieuw voor de bevoegde rechter worden gebracht. In afwijking van artikel 569, 5 Gerechtelijk Wetboek, is de bevoegde rechter degene die de niet-nageleefde beslissing heeft gewezen, tenzij de zaak inmiddels bij een andere rechter aanhangig is gemaakt, in welk geval de vordering voor deze laatste wordt gebracht. De rechter doet uitspraak met voorrang boven alle andere zaken.". 10.- Aangezien artikel 387ter Burgerlijk wetboek van toepassing is op alle beslissingen inzake de verblijfsregeling en het recht op persoonlijk contact, ongeacht welke de rechtbank is wiens beslissing uitgevoerd moet worden, is geoordeeld dat het hof van beroep de bevoegde rech-ter is wanneer men uitvoeringsmaatregelen beoogt te verkrijgen na niet-naleving van een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg waartegen hoger beroep voor het hof hangend is (zie ook Gent, 25 oktober 2007, NJW, 2008, 456 met noot G. Ver-schelden). 11.- C.S. stelt met "grootte" stelligheid dat zij nooit, op geen enkel ogenblik, de kinderen aangezet heeft om het vaderlijk omgangsrecht te negeren. Een alternerende verblijfsregeling voor kinderen van 14 en een half jaar oud is naar haar oordeel pedagogisch onverantwoord en in de praktijk ondoenbaar. Door de verhuis is het traject van en naar de school korter geworden. De kinderen van die leeftijd zijn volgens haar mondig genoeg en dienen zelf bereid gevonden te worden om mee te werken aan de uitvoering van de omgangsregeling. 12.- Het feit dat de kinderen onder druk van hun moeder met R.K. geen contact wensen te hebben, wordt tegengesproken. De bijgebrachte aangiften aan de lokale politie met betrekking tot het omgangsrecht gaan allemaal uit van R.K. zelf. Het blijkt niet uit de voorgelegde stukken dat R.K. de weigerende partij aangemaand heeft haar verplichtingen na te leven en dat zij zich zou verzet hebben tegen een gedwongen tenuitvoerlegging van de beslissing. O M D I E R E D E N E N : H E T H O F, Rechtsprekend op tegenspraak; Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken; Gelet op het mondeling advies van Advocaat-generaal M. Tack dat, wegens de omstandigheden van de zaak, terstond mondeling ter zitting werd uitgebracht en waarop partijen terstond mondeling ter zitting hebben kunnen repliceren; Verklaart de vordering toelaatbaar doch ongegrond; Wijst eiser hiervan af. Houdt de uitspraak over de kosten aan. Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van EEN OKTOBER TWEEDUIZEND EN ACHT waar aanwezig waren : de heer P. ADRIAENSEN dd. Voorzitter de heer J. MERTENS DE WILMARS Raadsheer mevrouw A. VAN MUYLDER Raadsheer mevrouw G. VERSYPT Griffier G. VERSYPT A. VAN MUYLDER J. MERTENS DE WILMARS P. ADRIAENSEN Document PDF ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20081001.9 Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet <div
🔗 Vers la source officielle
Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.