← België

ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20081022.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 22 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20081022.11 Rolnummer: 450 P 2008 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2008-11-27 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-07-02 18:10 Fiche Ook een blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid voor een beperkt percentage (2%) is een blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid in de zin van artikel 400 Sw. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Opzettelijke doding en slagen Vrije woorden: blijvende arbeidsongeschiktheid Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 400 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 392 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 398 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 399 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Nota: Tegen dit arrest werd geen voorziening in cassatie ingesteld. Tekst van de beslissing 1) de eerder geringe graad van blijvende arbeidsongeschiktheid (2%) levert aan het oordeel van het Hof geen grond op om de aan de beklaagde ten laste gelegde feiten (inbreuk op de artikelen 392, 398 en 400, eerste lid van het Strafwetboek) te heromschrijven (naar een inbreuk op artikelen 392, 398 en 399, eerste lid van het Strafwetboek), zoals werd gevorderd door het Openbaar Ministerie en daarin bijgevallen door de beklaagde. 2) Voor de toepassing van artikel 400 van het Strafwetboek is het noodzakelijk maar voldoende dat de toegebrachte slagen of verwondingen hebben geleid tot een blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid, zonder dat daarbij vereist is dat die ongeschiktheid volledig zou zijn. Ook een blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid in de zin van artikel 400 Sw. Voor zover de vastgestelde ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid reëel is, wat in dit dossier wel degelijk het geval is, is de graad van ongeschiktheid voor de aanwezigheid van de verzwarende omstandigheid niet van belang. 3) De rechtspraak waarnaar werd verwezen om de gevorderde heromschrijving te verantwoorden is in dit dossier niet dienstig. De aangestelde deskundige heeft uitdrukkelijk aangegeven dat het klinisch onderzoek "littekens met lokale dysethesie heeft weerhouden, met matige afremming van de pro-supunatie in de linkervoorarm, een matige atrofie van dezelfde linker voorarmmusculatuur en verminderde grijpkracht links" (p. 10 voorlopig verslag) heeft weerhouden en hij besloot tot een "matige afremming, vooral van de pro-supinatie in de linker voorarm en een matig verminderde grijpkracht aan dezelfde linkerkant, naast de operatiezone een matige spierherniatie met onderliggend duidelijk gevoelig en voelbaar osteosynthesemateriaal (besluit nr. 5 voorlopig verslag, p. 11) wat onmiskenbaar een blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid rechtvaardigt. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.