← België

ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20081120.16

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 20 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20081120.16 Rolnummer: J. 514/2008 Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Strafrecht Invoerdatum: 2009-01-15 Raadplegingen: 99 - laatst gezien 2026-07-02 18:21 Fiche De strikt aan termijnen gebonden procedure van uithandengeving dient te worden gezien in het licht van de redelijke termijn vereiste zoals omschreven in de mensenrechtenverdragen en het IVRK UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Strafrechtelijke aansprakelijkheid - Andere Vrije woorden: uithandengeving termijn Wettelijke bepalingen: Wet - 08-04-1965 - 57bis Wet - 08-04-1965 - 58 Tekst van de beslissing ARREST Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, ZESTIENDE BIS KAMER - JEUGDKAMER verleent het volgende arrest : Inzake Nr. J. 514/2008 van het OPENBAAR MINISTERIE Tegen:

  1. S. A. - eerste gedaagde, minderjarige, ter terechtzitting d.d. 6/11/2008 aanwezig en bijgestaan door Mr.N. Arnols, advocaat bij de balie te Antwerpen
  2. S. I. - tweede gedaagde -burgerrechtelijk aansprakelijke partij, vader van de minderjarige ter terechtzitting d.d. 6/11/2008 aanwezig in persoon
  3. A. F. - derde gedaagde - burgerrechtelijk aansprakelijke partij, moeder van de minderjarige ter terechtzitting d.d. 6/11/2008 aanwezig in persoon GEDAGVAARD OM : De eerste: Hetzij door de misdaad of het wanbedrijf te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt, hetzij door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf zonder zijn bijstand niet had kunnen worden gepleegd A. Te R, gerechtelijk arrondissement Turnhout, in de nacht van 28 maart 2006 op 29 maart 2006: Door middel van geweld of bedreiging, ten nadele van hierna vermelde personen, de hierna vermelde goederen, die hem niet toebehoorde(n), bedrieglijk weggenomen te hebben; De diefstal gepleegd zijnde onder twee van de in artikel 471 van het strafwetboek vermelde omstandigheden, namelijk - wapens of op wapens gelijkende voorwerpen gebruik of getoond zijnde, de schuldige hebbende doen geloven dat hij gewapend was - de schuldige om de diefstal te vergemakkelijken of zijn vlucht te verzekeren, gebruik gemaakt hebbende van een gestolen voertuig of enig ander al dan niet met een motor aangedreven gestolen tuig; - het geweld of de bedreiging, een blijvende fysische of psychische ongeschiktheid, ten gevolge gehad hebbend; 1) Ten nadele van V. Z. P.; een GSM-toestel Samsung, juwelen van niet nader te bepalen waarde en een niet nader te bepalen geldsom 2) Ten nadele van T. D.; een bankkaart ABN-AMRO, een bankpas ABN-AMRO, een giropas, een GPS-toestel Tom Tom, persoonlijke documenten, een GPS-toestel Nec en twee GSM-toestellen Nokia 3410, en een niet nader te bepalen geldsom; 3) Ten nadele van V. D. D. M. en/of V. Z. P. en/of café/restaurant ‘Le Chateau'; een geldsom van 267 euro en drie autosleutels; B. Te Antwerpen, op 18 maart 2006: Door middel van geweld of bedreiging, ten nadele van NV Moviemax en/of V. H. V., geldsommen voor een niet nader bepaald bedrag, die hem niet toebehoorde(n), bedrieglijk weggenomen te hebben; De diefstal gepleegd zijnde onder twee van de in artikel 471 van het strafwetboek vermelde omstandigheden, namelijk - de diefstal gepleegd zijnde door twee of meer personen; - de diefstal gepleegd zijnde bij nacht; - wapens of op wapens gelijkende voorwerpen gebruikt of getoond zijnde, of de schuldige hebbende doen geloven dat hij gewapend was; - het geweld of de bedreiging, een blijvende fysische of psychische ongeschiktheid, ten gevolge gehad hebbend; C. Te Antwerpen, op 28 maart 2006: Door middel van braak, inklimming of valse sleutels, ten nadele van J. M., een Ford Escort met nummerplaat PRK 064, die hem niet toebehoorde(n), bedrieglijk weggenomen te hebben. D. Te Antwerpen, op 27 juni 2006: Gepoogd te hebben ten nadele van B. R., een voertuig Ford Mondeo met nummerplaat LLV 884, die hem niet toebehoorde(n), door middel van braak, inklimming of valse sleutels bedrieglijk weg te nemen, het voornemen om deze misdaad te plegen zich geopenbaard hebbende door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad uitmaken, en alleen tengevolge van omstandigheden, van de wil van de dader onafhankelijk zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist; E. Te R, gerechtelijk arrondissement Turnhout, in de nacht van 28 maart 2006 op 29 maart 2006: Gepoogd te hebben, hetzij voor zichzelf of voor een ander, een bedrieglijk vermogensvoordeel te verwerven, door gegevens die werden opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een informaticasysteem, in een informaticasysteem in te voeren, te wijzigen, te wissen of met enig ander technologisch middel de mogelijke aanwending van gegevens in een informaticasysteem te veranderen, het voornemen om deze misdaad te plegen zich geopenbaard hebbende door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad uitmaken, en alleen tengevolge van omstandigheden, van de wil van de dader onafhankelijk zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist, namelijk door te pogen geldsommen af te halen door middel van een ABN Bankkaart, toebehorende aan T. D.; de tweede en de derde: ten einde zich hoofdelijk en burgerlijk aansprakelijk te horen verklaren met de eerste voor de onkosten en de schadeloosstelling. Teneinde overeenkomstig artikel 57bis wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming en het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd (zoals ingevoegd door art. 21 wet 13 juni 2006) de zaak uit handen te geven en ze naar het openbaar ministerie te horen verwijzen met het oog op vervolging voor het gerecht dat bevoegd is krachtens het gemeen recht, en de uithandengeving bij voorraad te verklaren (art. 58 JBW). * * * Gezien het hoger beroep ingesteld op : - 16 april 2008 door het Openbaar Ministerie tegen alle beschikkingen van het vonnis op tegenspraak, uitgesproken op 8 april 2008 door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, Jeugdrechtbank, 2de kamer, waarbij als volgt werd beslist : " Wijst de vordering tot uithandengeving van de zaak af; Houdt de kosten aan; Houdt ambtshalve de burgerlijke belangen aan. Beveelt de voorlopige uitvoering van onderhavig vonnis." * * * Het Openbaar Ministerie werd in zijn vorderingen gehoord. De minderjarige werd gehoord in zijn verklaringen en in zijn middelen ontwikkeld door zijn raadsman voornoemd. De ouders van de minderjarige werden gehoord in hun verklaringen. * * * Het Openbaar Ministerie tekende op 16 april 2008 hoger beroep aan tegen het vonnis van 8 april 2008 waarbij de vordering tot uithandengeving werd afgewezen. Het hoger beroep van het openbaar ministerie is tijdig en regelmatig qua vorm en derhalve ontvankelijk. Conform artikel 57 bis van de jeugdwet beschikt de procureur generaal over een termijn van 20 werkdagen te rekenen vanaf het einde van de termijn van hoger beroep om te dagvaarden voor de Jeugdkamer van het Hof van Beroep. De termijn voor het instellen van hoger beroep verstreek op 2 mei
  4. De procureur generaal dagvaardde op 16 oktober 2008 - de dag trouwens waarop het dossier op het parket generaal is toegekomen - voor de zitting van 6 november 2008, hetzij ruim buiten de wettelijk voorgeschreven termijn. BEOORDELING De wettelijk voorgeschreven termijn dient te worden gezien in het licht van de redelijkheidsvereiste zoals omschreven in de mensenrechtenverdragen en het IVRK. De minderjarige werd geboren op . De feiten die hem ten laste worden gelegd situeren zich in de periode tussen 17 maart 2006 en 28 juni
  5. De inleidende dagvaarding tot uithandengeving dateert van 12 februari
  6. Het is volstrekt onredelijk dat, ruim buiten de wettelijk voorgeschreven termijn, bijna 7 maanden na het tussenkomen van het eerste vonnis de zaak ingeleid wordt voor de Jeugdkamer van het Hof van Beroep. De minderjarige heeft het fundamentele recht zo snel als mogelijk te weten waar hij of zij aan toe is. In de huidige procedure verstreek zonder enige reden meer dan 6 maand vooraleer tot vaststelling kon worden overgegaan. Deze niet te verantwoorden vertraging houdt een overschrijding van de redelijke termijn in die van die aard is dat thans nog enkel kan worden vastgesteld dat de vordering wegens deze overschrijding vervallen dient te worden verklaard. OM DEZE REDENEN, HET HOF, DE JEUGDKAMER, Recht doende op tegenspraak Gelet op de artikelen : - 11, 12, 14, 24, 31 tot 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 - 162, 185, 190, 190 ter, 194, 195, 199, 200, 202, 203, 203 bis, 210, 211 van het wetboek van Strafvordering; - 1, 3, 7 SW; - 10, 36/4, 57bis, 58, 61bis en 62 van de wet van 8 april 1965 betreffende de Jeugdbescherming zoals gewijzigd en aangevuld door de wet van 2/2/1994 en de wetten van 15/05/2006 en 13/06/2006 tot wijziging van de wetgeving betreffende de jeugdbescherming en het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd Ontvangt het hoger beroep; Verklaart de vordering tot uithandengeving vervallen wegens overschrijding van de redelijke termijn, Laat de kosten ten laste van de Staat Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de ZESTIENDE BIS KAMER -JEUGDKAMER van het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, op TWINTIG NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ACHT waar aanwezig waren : A. DE PROOST, Raadsheer, Jeugdrechter in hoger beroep; L. VAN LERBERGHE Advocaat-generaal; C. VAN GOMPEL, Griffier; Doorhaling goedgekeurd van regel(s) en woord(en). C. VAN GOMPEL A. DE PROOST Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.