← België

ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20081210.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 10 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20081210.8 Rolnummer: 139 P 2007 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-02-19 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-07-02 18:29 Fiche De herstelvordering houdt, naast andere elementen, de complete sloping in van de verbouwde woning.De complete afbraak van de woning is kennelijk onredelijk:- bij renovatiewerken zijn naast een aantal niet-vergunningsplichtige werken ook een aantal vergunningsplichtige werken uitgevoerd die echter eerder beperkt zijn, zodat een totale afbraak van het woonhuis, dat geacht wordt vergund te zijn, kennelijk onevenredig is met de vastgestelde inbreuken;- de motivering dat in landschappelijk waardevol agrarisch gebied enkel bewoning is toegelaten in zoverre er sprake is van exploitatie van een landbouwbedrijf, treedt het Hof niet bij gezien niet aangetoond is dat sinds de oprichting van het huis in 1939 er altijd een landbouwbedrijf is geweest. Wel is er sinds de oprichting steeds een woonfunctie geweest.Bovendien beweert beklaagde dat er landbouwactiviteiten worden uitgevoerd - een aantal elementen als het gebruik van weiland als paarden- en schapenweide en de aanvraag van een mestbanknummer wijzen in die richting - wat niet weerlegd wordt door de Stedenbouwkundig Inspecteur. Begrijpelijk is ook dat beklaagde, gelet op de herstelvordering, geen stappen onderneemt om het landbouwbedrijf uit te bouwen. De overige onderdelen van de herstelvordering steunen wel op motieven van een goede ruimtelijke ordening en zijn niet kennelijk onredelijk. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE STRAFWETTEN - Algemeen (bijzondere strafwetten) Vrije woorden: Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw - herstelvordering - gegrondheid - deels kennelijk onredelijk Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - 146 Tekst van de beslissing ... Op 16.10.1997 werd de woning opgenomen op de lijst van leegstand en werd hiervan geschrapt op 15.03.2000. Op 21.01.1999 werd de woning opgenomen op de lijst van verwaarlozing doch ongedaan gemaakt wegens procedurefouten. Bij verder onderzoek in april 2001 werd vastgesteld dat er inmiddels renovatiewerken werden opgestart zodat de procedure voor nieuwe opname op de lijst van verwaarlozing niet werd heropgestart (zie brief 8.01.2006 van de Vlaamse overheid stuk 1 bundel B.). Dit impliceert dat de woning niet dermate verkrot was dat er geen bewoning meer mogelijk was. Dit blijkt tevens uit de foto's in het strafdossier voor de aanvang van de renovatiewerken. Ingevolge het uitvoeren van renovatiewerken kon de woning terug woonklaar gemaakt worden reden ook waarom de woning niet werd opgenomen op de lijst van verwaarlozing. Het Hof verwijst naar haar tussenarrest waarbij werd gestipuleerd dat de werken uitgevoerd binnen in de woning om de woning woonklaar te maken, de achterbouw ingericht werd als bergingshok en waarbij dakpannen en buitenschrijnwerkerij (nieuwe ramen) werden geplaatst, dit geen vergunningsplichtige werken waren. Tevens werd vastgesteld dat het huis in zijn oorspronkelijke toestand werd opgericht voor de wet van 29 maart 1962 zodat het huis geacht werd te zijn vergund (onweerlegbaar vermoeden van vergunning). Met betrekking tot de verbouwing van de woning annex deels vervallen bijgebouw heeft het Hof beslist dat dit wel vergunningsplichtig is (met name de heropbouw van de verzakte en vervallen zijgevel, de verbinding tussen de achterbouw en de woning, de eternieten golfplaten tegen een gedeelte van de zijgevel links van de woning). Bij de uitvoering van de renovatiewerken werden werken uitgevoerd die vergunningsplichtig zijn maar deze werken zijn eerder beperkt zodat een totale afbraak van het woonhuis kennelijk onevenredig is met de vastgestelde inbreuken. Rekening houdend met deze gegevens acht het Hof de volledige afbraak onredelijk mede gelet op het niet éénsluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid. De eternieten golfplaten werden reeds verwijderd gelet op de neergelegde foto's van 27.06.2007 gevoegd door de stedenbouwkundige inspecteur voor de Hoge Raad voor het Herstelbeleid. Sinds het huis is opgericht in 1939, is daar steeds een woonfunctie geweest ook al is het huis ver afgelegen van de openbare weg en ligt het geïsoleerd. De motivering, dat gelet op de bestemming van het gebied waarin de woning ligt met name landschappelijk waardevol agrarisch gebied, enkel bewoning is toegelaten in zoverre er sprake is van de exploitatie van een landbouwbedrijf, treedt het Hof niet bij gezien niet is aangetoond dat sinds de oprichting ervan in 1939 er altijd een landbouwbedrijf is geweest. Bij de eerste vaststelling door de afdeling natuur op 3 juni 2004 werd tevens vastgesteld dat het weiland in gebruik was als paarden- en schapenweide (stuk 60 strafdossier). Bovendien beweert beklaagde B. dat er wel landbouwactiviteiten worden uitgevoerd, reden waarom hij een mestbanknummer heeft aangevraagd en verkregen. De stedenbouwkundige inspecteur weerlegt dit niet. Rekening houdend met de herstelvordering is het dan ook begrijpelijk dat de eigenaar geen stappen onderneemt om dit landbouwbedrijf verder uit te bouwen. De volledige afbraak van de woning acht het Hof kennelijk onredelijk en dit onderdeel van de herstelvordering is derhalve ongegrond. De overige onderdelen van de herstelvordering met name de verwijdering van het terras, de omheiningen en verhardingen daarentegen steunen wel op motieven van een goede ruimtelijke ordening en zijn niet kennelijk onredelijk. ... Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.