id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 12 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090212.6 Rolnummer: 715 P 2008 Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2009-03-16 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-07-02 19:11 Fiche Geen wettelijke bepaling laat het Hof in strafzaken toe kennis te nemen van een tegenvordering van de beklaagden/verwezenen wegens tergend en roekeloze geding van de burgerlijke partij. Deze dient dienvolgens onontvankelijk te worden verklaard. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Uitgaven en kosten (gerechtelijk recht) - Rechtsplegingsvergoeding STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Straffen - Hoofdelijkheid Vrije woorden:
- Strafrecht - Burgerlijke partij - Tegenvordering wegens tergend en roekeloos geding tegen de burgerlijke partij - Onontvankelijk
- Rechtsplegingsvergoedingen - Meerdere schuldenaars en schuldeisers Nota: tegen deze onderdelen van het arrest werd geen cassatieberoep aangetekend Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende, 12 februari 2009 te Antwerpen, veertiende kamer, (...) Tegenvorderingen van verwezenen en beklaagden.
- Verwezenen G. H. en F. B. stellen bij conclusies een tegenvordering in wegens tergend en roekeloos geding ten laste van de burgerlijke partijen de NV G., Y. H. en M. Tr. M. . Geen wettelijke bepaling laat het Hof toe van dergelijke vorderingen kennis nemen. Ze dienen dienvolgens onontvankelijk te worden verklaard. Het arrest van het Hof van Cassatie de dato 2 december 2003 (P03120N) biedt geen afdoende rechtsgrond tot deze tegenvorderingen.
- Beklaagde F. d. K. stelt ook tegen de burgerlijke partijen de N.V. G., Y. H. en M. T. M. een vordering in wegens "tergende en roekeloze procedure", terwijl dient te worden vastgesteld dat deze partijen nooit een vordering ten aanzien van hem hebben gesteld (sic). Bovendien stelt deze beklaagde partij te zijn in een geding in graad van beroep op basis van het hoger beroep van deze burgerlijke partijen, terwijl hijzelf als beklaagde hoger beroep aantekende, en terwijl deze partijen tegen hem geen hoger beroep aantekenden (sic). Deze vordering is dan ook niet ontvankelijk. Rechtsplegingsvergoedingen en kosten.
- Er dient aan elke niet in het ongelijk gestelde partij, die zich te dezen als burgerlijke partij heeft gesteld en werd bijgestaan door een advocaat, een rechtsplegingsvergoeding te worden toegekend zowel voor de procedure in eerste aanleg als thans in graad van beroep ten laste van de veroordeelde beklaagde en/of verwezene. Noch in feite noch in rechte is er te dezen enige grond voorhanden om een burgerlijke partij te veroordelen tot de betaling van een rechtsplegingsvergoeding. Het ter zake door beklaagde F. d. K. in zijn ter terechtzitting van 30 oktober 2008 neergelegde conclusies uiteengezette faalt in feite en in rechte. De strafvordering werd niet door toedoen van een burgerlijke partij aanhangig gemaakt en de rechtstreekse dagvaarding uitgaande van de partijen C. W. en L. R. is niet meer aanhangig bij het Hof. De door verwezene F. B. voorgestelde prejudiciële vraagstelling is niet dienend. Deze verwezene verliest immers uit het oog dat hij ten aanzien van de burgerlijke partijen Y. H. en M. Tr. M. veroordeeld blijft door het bestreden vonnis, dat immers bij afwezigheid van enig ontvankelijk hoger beroep te dezen kracht van gewijsde heeft verworven. Hij gaat er dan ook in zijn voorgestelde vraagstelling ten onrechte vanuit dat de burgerlijke partijen Y. H. en M. Tr. M. in het ongelijk werden gesteld en dat de rechtsmacht in hoger beroep gevat zou zijn betreffende deze burgerlijke partijstelling en de burgerlijke partijstelling van de N.V. G. .
- Bij het bepalen van het bedrag van deze rechtsplegingsvergoedingen wordt door geen der rechthebbende of schuldenaars afdoende redenen aangehaald om van het basisbedrag af te wijken, behoudens voor zover een rechtsplegingsvergoeding dient te worden toegekend ten laste van beklaagde M. S., die immers is toegelaten tot de tweedelijns juridische bijstand. Tevens wordt er rekening gehouden met eventuele eisuitbreidingen en met de wettelijke begrenzing indien er meerdere schuldenaars van een rechtsplegingsvergoeding zijn. Indien meerdere beklaagden/verwezenen worden veroordeeld tot betaling van eenzelfde rechtsplegingsvergoeding, zijn zij conform artikel 50 van het Strafwetboek daartoe hoofdelijk gehouden. (...) BESLISSING (...) Verklaart de vordering van de verwezenen F. B. en G. H. tegen de burgerlijke partijen de N.V. G., Y. H. en M. Tr. M. niet ontvankelijk. Veroordeelt verwezenen F. B. en G. H. in de kosten van deze vorderingen begroot op nihil. Verklaart de vordering van beklaagde F. de Kok tegen de burgerlijke partijen de N.V. G., Y. H. en M. Tr. M. niet ontvankelijk. Veroordeelt beklaagde F. d. K. in de kosten van deze vordering begroot op nihil. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.