id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 01 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090401.4 Rolnummer: 191 P 2009 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-04-22 Raadplegingen: 114 - laatst gezien 2026-07-02 19:30 Fiche 1. Voor de toepassing van artikel 23, tweede lid van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken (hierna genoemd de taalwet) is van belang dat de beklaagde alleen Frans kent of zich gemakkelijker in deze taal uitdrukt. De taalkennis van de raadsman van de beklaagde is zonder relevantie voor de toepassing van deze bepaling. 2. De verwijzing naar een rechtbank met het Frans als taal van de rechtspleging is geen automatisme. Volgens artikel 23, vierde lid, laatste zin van de taalwet kan het strafgerecht wegens de omstandigheden van de zaak beslissen niet op de vraag tot verwijzing van de zaak in te gaan. 3. Het komt de strafrechter toe te onderzoeken of er in een dossier concrete elementen aanwezig zijn die, doordat ze een goede rechtsbedeling zouden bemoeilijken, een afwijzing van het verzoek van de beklaagde noodzakelijk maken. 4. De plaats waar de aan een beklaagde verweten misdrijven zouden zijn gepleegd of het gegeven dat de beklaagde niet persoonlijk verschijnt om de taalwijziging te vragen zijn geen bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 23, vierde lid, laatste zin van de taalwet. 5. De omstandigheden dat 1) een hoofd beklaagde in een zaak niet verzocht om een verwijzing van de zaak naar een Franstalig rechtscollege, 2) dat een verwijzing de vertaling noodzakelijk zou maken van talrijke procedurestukken en zo vertraging en aanzienlijke kosten van vertaling zou veroorzaken en dat 3) het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht van een beklaagde om binnen een redelijke termijn te horen beslissen over de lastens hem ingestelde strafvordering (waardoor elk verder uitstel - ook dit veroorzaakt door een verwijzing naar een rechtscollege met het Frans als taal van de rechtspleging - moet worden vermeden) kunnen een afwijzing van het verzoek tot verwijzing verantwoorden. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE (STRAFZAKEN) - Algemeen (verwijzing van een rechtbank naar een andere (strafzaken)) Vrije woorden: Talen in gerechtszaken - Verwijzing naar een rechtscollege met een andere taal Wettelijke bepalingen: Wet - 15-06-1935 - 23 Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep te Antwerpen, 9de kamer, heeft het volgende arrest uitgesproken: (...) 3. De gegrondheid van het hoger beroep
- i)Overeenkomstig artikel 23, tweede lid van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken (hierna genoemd de taalwet) kan elke beklaagde die terechtstaat voor de correctionele rechtbank waarvan de taal van de rechtspleging het Nederlands is en die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in deze taal uitdrukt vragen dat de rechtspleging gebeurt in het Frans. In dat geval kan de rechtbank overeenkomstig artikel 23, vierde lid van de taalwet bevelen dat de zaak wordt verwezen naar het dichtst bijgelegen gerecht van dezelfde rang waarvan de taal van de rechtspleging de taal is die door de beklaagde wordt gevraagd.
- ii)Van belang is dus dat de beklaagde alleen Frans kent of zich gemakkelijker in deze taal uitdrukt. Anders dan gesuggereerd door de raadsman van de beklaagde is de taalkennis van de raadsman van de beklaagde zonder relevantie voor de toepassing van deze bepaling. Er bestaat in dit dossier geen betwisting over dat de beklaagde alleen maar Frans kent of zich gemakkelijker in deze taal uitdrukt. iii/1) De verwijzing naar een rechtbank met het Frans als taal van de rechtspleging is geen automatisme. Volgens artikel 23, vierde lid, laatste zin van de taalwet kan het strafgerecht wegens de omstandigheden van de zaak beslissen niet op de vraag tot verwijzing van de zaak in te gaan. iii/2) Het komt dit Hof als feitenrechter toe te onderzoeken of er in dit dossier concrete elementen aanwezig zijn die, doordat ze een goede rechtsbedeling zouden bemoeilijken, een afwijzing van het verzoek van de beklaagde noodzakelijk maken. iii/3) De omstandigheid dat medebeklaagden, wier analoog verzoek tot verwijzing naar een Franstalig rechtscollege eveneens werd afgewezen, tegen het bestreden vonnis geen rechtsmiddel hebben aangewend, ontslaat dit Hof niet van de verplichting het verzoek van de beklaagde te toetsen aan artikel 23, tweede en vierde lid van de taalwet. iii/4) De plaats waar de aan de beklaagde verweten misdrijven zouden zijn gepleegd of het gegeven dat de beklaagde niet persoonlijk verschijnt om de taalwijziging te vragen zijn geen bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 23, vierde lid, laatste zin van de taalwet.
- iv)Het Hof is van oordeel dat de eerste rechter terecht heeft beslist tot afwijzing van het verzoek van de beklaagde om de zaak te verzenden naar een Franstalig rechtscollege. De volgende omstandigheden van de zaak verantwoorden deze beslissing: - de eerste en hoofdbeklaagde in deze zaak (gelet op het aantal feiten dat hem ten laste worden gelegd), die in Antwerpen woonachtig is en die Nederlands spreekt, heeft niet verzocht om een verwijzing van de zaak naar een Franstalig rechtscollege; - een verwijzing van de zaak naar een rechtscollege met het Frans als taal van de rechtspleging zou de extra vertaling noodzakelijk maken van talrijke procedurestukken en zo vertraging en aanzienlijke kosten van vertaling veroorzaken; - er moet worden op toegezien dat het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht van de beklaagde om binnen een redelijke termijn te horen beslissen over de lastens hem ingestelde strafvordering niet wordt geschonden. Het onderzoek nam een aanvang in 2001 (hij werd aangehouden op 25 september 2001) en intussen zijn meer dan zeven jaar verstreken. Elk verder uitstel - en een verwijzing naar een rechtscollege met het Frans als taal van de rechtspleging dat nog niet met het dossier is vertrouwd zou ongetwijfeld verder uitstel impliceren moet dan ook worden vermeden.
- v)Het hoger beroep van de beklaagde is ongegrond.
- vi)Teneinde de verdere rechtspleging niet nodeloos te vertragen en het recht op een beslissing binnen een redelijke termijn niet in het gedrang te brengen moet dit arrest uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. vii) De kosten van deze beroepsprocedure zijn ten laste van de beklaagde. PDF document ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090401.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div