id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 06 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090506.6 Rolnummer: 2008AR1870 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-01-28 Raadplegingen: 118 - laatst gezien 2026-07-02 19:42 Fiche De belangenschade, bedoeld in art. 861 van het Gerechtelijk Wetboek, onderstelt dat de partij die de exceptie opwerpt, door het verzuim of de onregelmatigheid haar rechten in het geding redelijkerwijze niet of niet volledig heeft kunnen laten gelden binnen de normale procesgang. Die belangenschade is aldus beperkt tot het belang van de partij, die de exceptie opwerpt, binnen de eigenlijke procedure, of tot haar procesbelangen. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Excepties (Gerechtelijk Wetboek) - Nietigheid - Belangenschade Vrije woorden: Rechtspleging - akte van hoger beroep - nietigheid belangenschade Tekst van de beslissing Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, TWEEDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen: In zake: 2008/AR/1870
- R.V.,
- R.N, appellanten, beiden vertegenwoordigd door Mr. K. EMMERS loco Mr. AGTEN Marc, advocaat te 3960 BREE, Malta 9 tegen het vonnis gewezen op 20 mei 2008 door de Rechtbank van eerste aanleg te Tongeren tegen
- NOELMANS Philippe, advocaat te 3700 TONGEREN, Moerenstraat 33, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement JEHOUL EDDY INDUSTRIEBOUW NV, KBO-nummer 0459.064.673, met vennootschapszetel te 3670 Meeuwen-Gruitrode, Biesbosstraat 6, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Tongeren d.d. 3 juli 2003
- NOELMANS Cécile, advocaat te 3700 TONGEREN, Moerenstraat 33, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement JEHOUL EDDY INDUSTRIEBOUW NV, KBO-nummer 0459.064.673, met vennootschapszetel te 3670 Meeuwen-Gruitrode, Biesbosstraat 6, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Tongeren d.d. 3 juli 2003 geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. Dirk STEYVERS loco Mr. NEUTS Erik, en loco Mr. ICKMANS Theo, advocaten te 3960 BREE, Witte Torenwal 17/1/1 ***
- Wat voorafgaat. 1.
- In een dagvaarding van 8/02/2001 om te verschijnen voor de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren heeft de n.v. Eddy Jehoul Industriebouw uiteengezet dat zij een aannemingsovereenkomst tot de bouw van een woning had gesloten met R.V. en zijn echtgenote R.N.. Volgens de n.v. Eddy Jehoul Industriebouw had zij het aangenomen werk uitgevoerd doch weigerden de bouwheren ten onrechte de betaling van een deel van de aannemingssom. De aannemer berekende de nog verschuldigde hoofdsom op euro 86.962,51 (3.508.059,- : 40,3399), vermeerderd met verwijlinteresten naar rato van 10% of met euro 1 548,64 (62.472,- 40,3399). Volgens de aannemer waren de gebreken aan het gebouw eerder beperkt en had hij aangeboden, mits betaling van euro 74 368,06 (3.000.000,- : 40,3399), tot herstelling over te gaan. De n.v. Eddy Jehoul Industriebouw vorderde dan de veroordeling van het echtpaar R.V. - R.N. tot de betaling van een provisie van euro 74 368,06 (3.000.000,- : 40,3399) en een deskundigenonderzoek. 1.
- In een tussenvonnis van 30/03/2001 heeft de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren vooraleer over de grond van de zaak te oordelen een deskundigenonderzoek bevolen naar de werken en leveringen van de aannemer, naar de eventuele gebreken van het werk en naar de afrekening tussen partijen. De heer G. Rutten werd aangesteld als gerechtsdeskundige. 1.
- De n.v. Eddy Jehoul Industriebouw werd failliet verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Tongeren van 03/07/
- 1.
- De gerechtsdeskundige heeft zijn opdracht uitgevoerd en heeft zijn verslag neergelegd op 20/07/
- Uit het eindverslag worden volgende ter zake dienende vermeldingen aangehaald: -"
- De huidige staat van de werf is in feite een opgeleverde werf wat betreft de hoofdaanneming met enig voorbehoud voor de elektrische schema's, voor een risico op waterinfiltratie in de kelder, voor eventuele lekkages aan een daklicht. (...) -
- De werken zijn voor het merendeel uitgevoerd volgens de regels van de kunst, alleszins na uitvoering van de herstellingen. -
- Alle gebreken waren uitvoeringsfouten, te weten aan aannemer Eddy Jehoul Industriebouw. -
- De minderwaarde is verrekend in de afrekening. De totale min kom ik uit op een bedrag van (...) of euro 24 800,
- (...) -
- In eindafrekening dient er op de totaliteit van de werf een bedrag betaald te worden van (...) of van euro 183 183,
- -
- Er is zeker en vast een vertraging op de werf die op 2 jaar kan worden ingeschat. -
- De huurwaarde van de woning adviseer ik op euro 750,00 per maand. -
- Indien er een vertragingsboete zou zijn, zou ik deze beperken tot 2,5% van de uiteindelijke aanneemsom, exclusief BTW hetzij op euro 3 784,78." 1.
- Het beroepen vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren van 20/05/2008 heeft de oorspronkelijke eis van de curatele van het faillissement n.v. Eddy Jehoul Industriebouw gegrond verklaard door R.V. en R.N. "hoofdelijk, in solidum, hetzij de een bij gebreke aan de andere" te veroordelen tot de betaling van een som van euro 75 739,45, vermeerderd met de "G.I" aan de wettelijke rentevoet op een som van euro 55 410,59 vanaf 01/01/2007 tot op de dag van de betaling, en door voor recht te zeggen dat geen vertraging door het optreden van de aannemer heeft plaats gevonden. De verweerders werden tevens "hoofdelijk, in solidum, hetzij de een bij gebreke aan de andere" verwezen in de kosten van het geding, inclusief de kosten van het deskundigenonderzoek. Er werd een verhoogde rechtsplegingsvergoeding toegekend naar rato van het maximumtarief van euro 6
- Het vonnis werd uitvoerbaar verklaard bij voorraad. De eerste rechter stelde vast dat eerste verweerder E.V. zich gedroeg naar de wijsheid van de rechtbank en dat tweede verweerster R.N. verstek maakte. De eerste rechter kende de eis van de curators toe bij gebreke van verweer van de gedaagden. 1.
- R.V. en R.N., hierna eerste en tweede appellant genoemd, legden een verzoekschrift tot hoger beroep neer ter griffie van het Hof op 14/07/
- Ter inleidende terechtzitting van 17/09/2008 hebben appellanten gevraagd de zaak te behandelen met toepassing van art. 1066, 6de van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de betwisting van de uitvoerbaarheid bij voorraad van het beroepen vonnis. De zaak werd enkel met het oog daarop behandeld ter terechtzitting van 17/12/
- Alsdan hebben geïntimeerden ter terechtzitting de nietigheid van het verzoekschrift tot hoger beroep opgeworpen omdat de woonplaats van eerste appellant niet is vermeld. Op verzoek van partijen werden nieuwe conclusietermijnen verleend en werd een nieuwe rechtsdag bepaald op 31/03/
- De eisen in hoger beroep m.b.t. de uitvoerbaarheid bij voorraad van het beroepen vonnis. 2.
- Appellanten vragen hun hoger beroep ontvankelijk te verklaren en de vernietiging van de uitvoerbaarheid bij voorraad van het beroepen vonnis uit te spreken. Zij verzoeken geïntimeerden te verwijzen in de kosten van het geding in hoger beroep. 2.
- De curators van het faillissement n.v. Eddy Jehoul Industriebouw, hierna geïntimeerden genoemd, concluderen tot de nietigheid van het verzoekschrift tot hoger beroep, minstens tot onontvankelijkheid van het hoger beroep van appellanten. Zij voeren het gebrek aan vermelding van de woonplaats van eerste appellant en van de opgave van de grieven aan. Zij vorderen het verzoek van appellanten m.b.t. de voorlopige tenuitvoerlegging van het beroepen vonnis ongegrond te verklaren. Zij hebben ook een tegeneis ingesteld en vragen de veroordeling van appellanten tot de betaling van een schadevergoeding van euro 5 000, vermeerderd met de moratoire rente naar rato van de wettelijke rentevoet vanaf 14/07/2008, met de gerechtelijke interesten wegens tergend en roekeloos hoger beroep. Zij verzoeken appellanten te verwijzen in de gedingkosten in hoger beroep en begroten daarbij de rechtsplegingsvergoeding op het maximumtarief van euro 6
- De beoordeling. De nietigheid van het verzoekschrift tot hoger beroep wegens gebrek aan vermelding van de woonplaats van eerste appellant R.V. in de akte van hoger beroep. 3.
- Geïntimeerden verzoeken het hoger beroep van eerste appellant R.V. nietig te verklaren wegens het gebrek aan vermelding van zijn woonplaats in de akte tot hoger beroep. Naar luid van art. 1057, 2° van het Gerechtelijk Wetboek moet de akte van hoger beroep op straffe van nietigheid de naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de eiser in hoger beroep vermelden. Te dezen wordt in het verzoekschrift tot hoger beroep vermeld: "R.V., ... doch aldaar bij beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Hechtel-Eksel, geschrapt uit de registers van de burgerlijke stand dd. 03.09.2007". Aldus staat vast dat eerste appellant noch zijn woonplaats, en bij ontstentenis daarvan, noch zijn verblijfplaats noch zijn referentieadres heeft vermeld en dat daardoor niet werd voldaan aan het vereiste van art. 1057, 2° van het Gerechtelijk Wetboek. Eerste appellant werpt tegen dat deze tekortkoming slechts tot een relatieve nietigheid leidt en de nietigheidssanctie slechts kan worden toegepast indien geïntimeerden hun belangenschade bewijzen. Hij houdt voor dat zij niet aan deze bewijslast voldoen. 3.
- De rechter kan de onregelmatige proceshandeling krachtens art. 861 van het Gerechtelijk Wetboek slechts dan nietig verklaren wanneer het aangeklaagde verzuim of de aangeklaagde onregelmatigheid de belangen van de partij schaadt die de exceptie opwerpt. Volgens geïntimeerden bestaat de belangenschade van de failliete boedel erin dat deze verplicht wordt kosten van verdediging te maken die niet kunnen verhaald worden op eerste appellant omdat hij zijn woonplaats niet kenbaar heeft gemaakt. Zij halen bovendien aan dat dezelfde onregelmatigheid ertoe leidt dat hen de mogelijkheid wordt ontnomen bewarende maatregelen te nemen of daden van uitvoering te stellen ter woonplaats van eerste appellant. 3.
- De belangenschade, bedoeld in art. 861 van het Gerechtelijk Wetboek, onderstelt dat de partij die de exceptie opwerpt, door het verzuim of de onregelmatigheid haar rechten in het geding redelijkerwijze niet of niet volledig heeft kunnen laten gelden binnen de normale procesgang. Die belangenschade is aldus beperkt tot het belang van de partij, die de exceptie opwerpt, binnen de eigenlijke procedure, of tot haar procesbelangen. De schade die geïntimeerden willen laten gelden, bevindt zich buiten de onderhavige rechtspleging, te weten de vermogenschade door de kosten van de verdediging en de hinder bij bewarend of uitvoerend beslag. Andere schade, inzonderheid schade van hun procesbelangen, wordt door hen niet voorgehouden, laat staan bewezen. Bij gebreke van afdoend bewijs van belangenschade in de zin van art. 861 van het Gerechtelijk Wetboek uit oorzaak van de aangeklaagde vormfout, is de gevorderde nietigheidssanctie niet toepasbaar. De nietigheid van het verzoekschrift tot hoger beroep wegens schending van art. 1057, 7° van het Gerechtelijk Wetboek 3.
- Geïntimeerde werpen op dat het verzoekschrift tot hoger beroep niet voldoet aan het vereiste van art. 1057, 7° van het Gerechtelijk Wetboek m.b.t. de vermelding van de grieven waarop het rechtsmiddel steunt. Zij houden voor dat dit verzoekschrift geen uiteenzetting bevat van de bezwaren die appellanten willen laten gelden ten aanzien van het beroepen vonnis, dat het summier is en eigenlijk geen grieven bevat. Appellanten hebben in hun verzoekschrift uiteengezet dat zij, in strijd met de veroordeling tot betaling die in eerste aanleg tegen hen werd uitgesproken, niets meer verschuldigd zijn aan geïntimeerden ten gevolge van een overeenkomst die tussen hen en de gefailleerde werd gesloten bij het plaatsbezoek van gerechtsdeskundige Rutten op 17/05/
- Appellanten hebben tevens aangehaald dat uit het deskundigenonderzoek zou gebleken zijn dat de gefailleerde ernstige fouten maakte bij de bouw van hun woning. Appellanten hebben ingeroepen dat zij na het faillissement zelf ongeveer euro 20 000 hebben besteed om de lekkages in de kelder van hun woning te herstellen. De redengeving van het beroepen vonnis is uiterst beperkt en slechts in algemene bewoordingen uitgedrukt door te verwijzen naar de stukken en het gebrek aan verweer van appellanten. 3.
- De grieven die appellanten aldus in het verzoekschrift tot hoger beroep hebben vermeld zijn voldoende klaar, duidelijk en specifiek om hun bezwaren tegen de in eerste aanleg tegen hen uitgesproken veroordeling uit te drukken, om geïntimeerden toe te laten terstond hun verweer voor te bereiden en voor te dragen, en om aan de appelrechter de draagwijdte van het rechtsmiddel te laten onderzoeken. Appellanten hebben door de bewoordingen van het verzoekschrift tot hoger beroep voldaan aan het vereiste van art. 1057, 7° van het Gerechtelijk Wetboek.. De gevorderde nietigheid is niet aangetoond. De onontvankelijkheid van het hoger beroep van eerste appellant R.V.. 3.
- Geïntimeerden voeren aan dat het hoger beroep van eerste appellant alleszins onontvankelijk is bij gebrek aan belang. Zij beweren dat eerste appellant hun eis niet heeft betwist in eerste aanleg. In het beroepen vonnis staat vermeld dat eerste appellant (na het deskundigenonderzoek) geen conclusie meer heeft genomen en dat hij zich gedraagt naar de wijsheid van de rechtbank. Geïntimeerden bevestigen deze stellingname van eerste appellant voor de eerste rechter. Aldus heeft eerste appellant een principiële betwisting uitgedrukt. Hij werd samen met tweede appellant veroordeeld tot de voormelde betalingen. Hij heeft duidelijk het vereiste belang om tegen zijn veroordeling hoger beroep in te stellen. Zijn hoger beroep is toelaatbaar. De eis van appellanten m.b.t. de uitvoerbaarheid bij voorraad. 3.
- Appellanten vorderen dat het Hof de uitvoerbaarheid bij voorraad van het beroepen vonnis teniet zou doen. Zij motiveren hun eis enkel door te beweren dat de wijze waarop geïntimeerden aan het beroepen vonnis een voorlopige tenuitvoerlegging willen geven, erop wijst dat zij handelen met de bedoeling om hen te schaden. Geïntimeerden vragen de afwijzing van de eis van appellanten. 3.
- Krachtens art. 1402 van het Gerechtelijk Wetboek kan de appelrechter in geen geval de tenuitvoerlegging van vonnissen verbieden of doen schorsen, zulks op straffe van nietigheid. Appellanten hebben niet aangevoerd, laat staan bewezen dat de beslissing tot voorlopige tenuitvoerlegging door de eerste rechter niet regelmatig tot stand zou zijn gebracht. De eis van appellanten tot het tenietdoen of tot schorsing van de voorlopige tenuitvoerlegging is ongegrond. De tegeneis van geïntimeerden. 3.
- Geïntimeerden vorderen op tegeneis de veroordeling van appellanten tot de betaling van een schadevergoeding van euro 2 500 wegens tergend en roekeloos hoger beroep. Deze tegeneis is thans niet in staat van wijzen vermits deze moet worden beoordeeld tegelijk met de grond van het hoger beroep. OM DIE REDENEN, HET HOF, Recht doende op tegenspraak. Gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni
- Verklaart het hoger beroep van appellanten R.V. en R.N. toelaatbaar. Recht doende op het verzoek van appellanten tot het tenietdoen of schorsen van de voorlopige tenuitvoerlegging van het beroepen vonnis. Verklaart deze eis van appellanten ongegrond. Verklaart de tegeneis van geïntimeerden toelaatbaar doch stelt vast dat deze niet in staat van wijzen is. Verwijst deze tegeneis naar de bijzondere rol om te worden berecht tegelijk met de andere betwistingen over de grond van het hoger beroep. Houdt de beslissing over de gedingkosten aan. Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van 6 mei
- waar aanwezig waren: F. PEETERS Voorzitter A. VERHAERT Raadsheer I. COUWENBERG Raadsheer M. GIJSEMANS Griffier M. GIJSEMANS I. COUWENBERG A. VERHAERT F. PEETERS PDF document ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090506.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div