id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 14 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090514.21 Rolnummer: B 482/05 BB Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2009-12-03 Raadplegingen: 104 - laatst gezien 2026-07-02 19:45 Fiche
- De bestreden beschikking is nietig bij gebrek aan uitspraak in openbare terechtzitting. Het Hof kan echter, rechtsgeldig gevat zijnde over de zaak, zelf beslissen.
- Uit de samenlezing van §§ 2, 3 en 4 art. 674bis Ger.W. volgt dat, ingeval een gerechtelijk onderzoek werd gevorderd, het verzoek tot rechtsbijstand voor het bekomen van afschriften van het strafdossier moet worden gebracht voor de voorzitter van de raadkamer wanneer de procureur des Konings de regeling van de rechtspleging vordert. Het verzoek dient, op straffe van verval, uiterlijk op de eerste zitting van de raadkamer worden gedaan. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - JURIDISCHE BIJSTAND - Rechtsbijstand GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Algemene rechtsbeginselen van procesrecht - Openbare terechtzitting STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Terechtzitting - Terechtzitting Vrije woorden:
- strafrecht - strafrechtspleging - uitspraak in openbare terechtzitting - nietigheid
- rechtsbijstand - regeling van de rechtspleging - in limine litis - verval Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 674bis Nota: cassatievoorziening verworpen bij arrest van 10 november 2009, P090830N Tekst van de beslissing Hof van Beroep, zitting houdende op 14 mei 2009 te Antwerpen, Kamer van Inbeschuldigingstelling ...
- BEOORDELING VAN HET HOF 3.
- Het hoger beroep, regelmatig naar vorm en termijn, is ontvankelijk. 3.
- De bestreden beschikking is nietig bij gebrek aan uitspraak in openbare terechtzitting. Het hof kan echter, rechtsgeldig gevat zijnde over de zaak, zelf beslissen. 3.
- Na nieuw onderzoek door het hof van beroep, kamer van inbeschuldigingstelling, dient te worden vastgesteld dat het initiële verzoek niet ontvankelijk was. Uit de samenlezing van §§ 2, 3 en 4 art. 674bis Ger.W. volgt immers dat, ingeval een gerechtelijk onderzoek werd gevorderd, het verzoek tot rechtsbijstand voor de afgifte van geschriften uit het dossier dient te worden gebracht voor de voorzitter van de raadkamer wanneer de procureur des Konings de regeling van de rechtspleging vordert en dat het verzoek, op straffe van verval, uiterlijk op de eerste zitting van de raadkamer moet worden gebracht. Het verzoek van C.W. werd pas ingediend na de regeling van de rechtspleging en is bijgevolg onontvankelijk, want buiten de bij de wet - op straffe van verval - bepaalde termijnen ingediend.
- BESLISSING VAN HET HOF 4.
- De rechtspleging geschiedt in acht genomen de in de bestreden beschikking vermelde wetsartikelen, artikel 215 Wetboek van Strafvordering, het artikel 674bis gerechtelijk wetboek en de artikelen 11, 12, 13, 24 tot en met 37, 40 en 41 van de wet van 15 juni 1935 gewijzigd door de wet van 03 mei 2003 met betrekking tot het taalgebruik in gerechtszaken. 4.2 Uitspraak doende , na behandeling met gesloten deuren , in openbare terechtzitting . 4.
- Het hof, kamer van inbeschuldigingstelling, verklaart het hoger beroep ontvankelijk. 4.
- De bestreden beschikking wordt vernietigd en opnieuw wijzende, verklaart het verzoek tot het bekomen van rechtsbijstand tot kosteloze afgifte van de stukken van het strafdossier onontvankelijk. PDF document ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090514.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.