id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 28 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090528.23 Rolnummer: 981 P 2008 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-12-17 Raadplegingen: 105 - laatst gezien 2026-07-02 19:50 Fiche Opdat derhalve de privé-opnames van de betrokken telefoongesprekken als bewijs kunnen worden aangewend, dient achtereenvolgens te worden onderzocht: - of het recht op eerbiediging en bescherming van het privé-leven van een deelnemer aan een gesprek werd geschonden doordat een gesprekspartner de inhoud van dit gesprek openbaar maakt door een opname van dit gesprek aan te wenden als bewijs in een geding. - of, indien het recht op eerbiediging en bescherming van het privé-leven werd geschonden, daardoor ook het recht op een eerlijk proces werd geschonden. - of, indien een schending van het recht op eerbiediging en bescherming van het privé-leven het recht op een eerlijk proces niet heeft geschonden, de betrokken opnames van de telefoongesprekken betrouwbaar zijn als weergave van de gesprekken. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Algemeen (bewijs (strafrecht) STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Bewijsmiddelen Vrije woorden: Strafrecht - bewijs - privé-opnames van telefoongesprekken - toelaatbaarheid - voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 6 EVRM Verdrag of internationale overeenkomst - 8 EVRM Verdrag of internationale overeenkomst - 17 IVBPR Nota: Het cassatieberoep tegen dit arrest werd verworpen bij arrest van 1 december 2009, P.09.1061.N Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende op 28 mei 2009 te Antwerpen, veertiende kamer (...) 2.a. Beklaagden stellen dat de opnames van vier telefoongesprekken, die D. V. voerde met A. V., C. V. en J. V. (cfr. stukken 17 van het strafdossier) "onrechtmatige bewijsgaring betreft, die volledig dienen geweerd bij het beoordelen van de feiten" (cfr. 13de bladzijde van de "syntheseberoepsbesluiten na cassatie" voor beklaagden C. en N. V. en bladzijde 31 van de "beroepsconclusie na cassatie" voor beklaagden A. en J. V.). Te dezen oordeelde het Hof van Cassatie dat de betwiste telefoongesprekken mede dienen te worden getoetst aan de redelijke privacyverwachting om de rechtmatigheid van het gebruik ervan te kunnen beoordelen. Daarbij dient te worden gelet op de inhoud van het gesprek en op de omstandigheden waarin het werd gevoerd. De verdragsrechtelijke bescherming (artikel 8.1 E.V.R.M. en artikel 17 I.V.B.P.R.) van de persoonlijke levenssfeer heeft ook betrekking op privé-communicaties en is dus van toepassing in de relaties tussen burgers. Het betreft te dezen privé-opnames van een telefonisch gevoerd gesprek door één van de gesprekspartners, die hiervan in het huidig strafgeding gebruik maakt zonder toestemming van de andere gesprekspartners. 2.b. Opdat derhalve de privé-opnames van de betrokken telefoongesprekken als bewijs kunnen worden aangewend, dient achtereenvolgens te worden onderzocht: - of het recht op eerbiediging en bescherming van het privé-leven van een deelnemer aan een gesprek werd geschonden doordat een gesprekspartner de inhoud van dit gesprek openbaar maakt door een opname van dit gesprek aan te wenden als bewijs in een geding. Mochten, met andere woorden, de betrokken beklaagden in redelijkheid verwachten dat hun gesprekken niet aan derden kenbaar zouden worden gemaakt, rekening houdende met de inhoud en de omstandigheden waarin het gesprek werd gevoerd? - of, indien het recht op eerbiediging en bescherming van het privé-leven werd geschonden, daardoor ook het recht op een eerlijk proces werd geschonden. Zelfs indien de redelijke privacyverwachtingen van de betrokken beklaagden geschonden zouden zijn doordat de burgerlijke partijen de met hen telefonisch gevoerde gesprekken hebben opgenomen en thans aanwenden in het hangende strafgeding tegen beklaagden, betekent dit nog niet dat deze opnames als bewijs dienen te worden geweerd. Geen sanctie is voorzien, zodat enkel indien het recht op een eerlijk proces daardoor zou zijn geschonden deze opnames als bewijs dienen te worden geweerd. - of, indien een schending van het recht op eerbiediging en bescherming van het privé-leven het recht op een eerlijk proces niet heeft geschonden, de betrokken opnames van de telefoongesprekken betrouwbaar zijn als weergave van de gesprekken. 2.c. De door beklaagden geconcipieerde bedoeling van de betrokken gesprekken was blijkbaar alsnog een minnelijke oplossing te betrachten, het zij een minnelijke verdeling van liggende gelden, al dan niet buiten weten van de overheid, zodat beklaagden er mochten van uitgaan dat de inhoud van deze gesprekken naderhand niet openbaar zou worden gemaakt. Dat mogelijkerwijze de betrokken burgerlijke partij in werkelijkheid geen oplossing in der minne meer voorstond en er enkel op uit was beklaagden tot bekentenissen te overhalen, zoals de burgerlijke partijen stellen in hun conclusies, konden de betrokken beklaagden op dat ogenblik niet vermoeden. Geen afdoende gronden zijn voorhanden om aan te nemen dat de relaties tussen beklaagden en de burgerlijke partijen op dat ogenblik reeds dermate waren verziekt dat beklaagden a priori elke mate, hoe beperkt ook, van goede trouw in hoofde van de telefonerende burgerlijke partij dienden uit te sluiten. Bovendien werden de gesprekken gevoerd vanuit eerder besloten en niet openbare ruimtes. Er werd geen gebruik gemaakt van een zich op een openbare plaats bevindend toestel, zodat derden niet konden meeluisteren. Er werd bovendien gebruik gemaakt van een communicatiemiddel dat uit zich geen sporen nalaat van de inhoud van de gesprekken. Door het gebruik van de opnames van de betrokken gesprekken is bijgevolg het recht op eerbiediging van het privé-leven geschonden. Het recht van beklaagden op een eerlijk proces is evenwel niet geschonden. Beklaagden hebben in de loop van het onderzoek kennis gekregen van deze gesprekken en hen werd het mogelijk gemaakt hun opmerkingen te formuleren. De door hen afgelegde verklaringen in deze gesprekken hebben zij kunnen bevestigen of ontkennen in de loop van het onderzoek. Bovendien is er geen probleem van betrouwbaarheid. De opnames werden weliswaar particulier uitgetypt maar de opnames zelf werden eveneens ter beschikking gesteld van de onderzoekers en zijn aldus reeds lopende het strafonderzoek aan tegenspraak onderworpen geweest. Geen grond is dan ook voorhanden om de betrokken gesprekken uit de debatten te weren. De nietigheid ervan dient niet worden uitgesproken. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090528.23 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.