← België

ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090618.12

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 18 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090618.12 Rolnummer: B 762/03 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-12-21 Raadplegingen: 278 - laatst gezien 2026-07-02 20:01 Fiche

  1. Het gebruik van valse stukken duurt voort, zelfs zonder een nieuw feit van de aangewezen dader van de valsheid en zonder herhaalde tussenkomst van zijnentwege zolang de hem verweten beginhandeling verder, zonder verzet van zijn kant, het nuttig voordeel heeft dat hij ervan verwachtte.
  2. Het debat voor de kamer van inbeschuldigingstelling kan niet tot voorwerp hebben de datum van het laatst gepleegde feit, waaromtrent de raadkamer het bestaan van voldoende bezwaren bij een niet voor hoger beroep vatbare beslissing heeft vastgesteld. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare trouw - Valsheid - In geschriften STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Hoger beroep (strafrecht) - Beslissingen waartegen hoger beroep Vrije woorden:
  3. Valsheid in geschriften - gebruik - einde - nuttig voordeel
  4. Regeling van de rechtspleging - hoger beroep van de inverdenkinggestelde - voorwaarden - voldoende bezwaren - feitelijke beoordeling Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 135§2 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 197 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Nota: cassatievoorziening werd verworpen bij arrest van 17 november 2009 (P 09.1098.N) Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende op 18 juni 2009 te Antwerpen, Kamer van inbeschuldigingstelling (...) 3.1.1 De inverdenkinggestelden kunnen conform artikel 135,§2 Sv. alleen hoger beroep instellen tegen de beschikking van de raadkamer die hen naar de correctionele rechtbank heeft verwezen: - in geval van onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden als bedoeld in artikel 131,§1 Sv., of met betrekking tot de verwijzingsbeschikking, - in geval van het bestaan van gronden van niet-ontvankelijkheid of van verval van de strafvordering of - wanneer een bevoegdheidsbetwisting werd opgeworpen overeenkomstig artikel 539 Sv. 3.1.2 Het hoger beroep is slechts ontvankelijk indien genoemde onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden bij schriftelijke conclusie werden ingeroepen voor de raadkamer. Hetzelfde geldt voor de gronden van niet-ontvankelijkheid of van verval van de strafvordering, behalve wanneer die zijn ontstaan na het debat voor de raadkamer. 3.2 Voor zover het hoger beroep betrekking heeft op de betwisting van de voldoende bezwaren, beantwoordt dit niet aan de hoger omschreven voorwaarden van artikel 135 Sv. en is dit niet ontvankelijk. Dit is zonder meer het geval voor de betwisting van C. L. voor de tenlasteleggingen B.I.17 en C.30, waar zij argumenteert dat zij het van valsheid betichte stuk niet zou hebben opgesteld, ondertekend of gebruikt. 3.3 Het hoger beroep is ontvankelijk wat betreft het reeds voor de raadkamer bij schriftelijke conclusie opgeworpen verval van de strafvordering door verjaring. 3.3.1 De ten laste gelegde feiten, in de veronderstelling dat zij zouden zijn bewezen, leveren een collectief misdrijf op door éénheid van opzet, zodat de verjaring van de strafvordering slechts begint te lopen vanaf het ogenblik dat het laatste feit zo bewezen en niet verjaard is. Tussen de ten laste gelegde feiten onderling is geen termijn verstreken waardoor de strafvordering zou zijn vervallen door verjaring. 3.3.2 Het debat voor de kamer van inbeschuldigingstelling kan niet tot voorwerp hebben de datum van het laatst gepleegde feit, waaromtrent de raadkamer het bestaan van voldoende bezwaren bij een niet voor hoger beroep vatbare beslissing heeft vastgesteld (Cfr., Cass., 28 juni 2005, P050658N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050628.18). De betwisting aangaande de datum van het laatste gebruik van de van valsheid betichte stukken is een feitenkwestie en omvat het bestaan van al dan niet voldoende bezwaren. Dit middel beantwoordt niet aan de voorwaarden van artikel 135 Sv. (Cfr., Cass., 14 oktober 2003, P030848N). 3.3.3 Waar de inverdenkinggestelden in rechte voorhouden dat het gebruik van een van valsheid beticht stuk eindigt bij de datum waarop het faillissement van een vennootschap, in deze zaak de BVBA L. G., werd uitgesproken, dient zulks te worden tegengesproken. Het gebruik van een van valsheid beticht stuk houdt niet op bij het openvallen van een faillissement en blijft nadien nog zijn nuttig gevolg sorteren. Het betreft voorgehouden valsheden en gebruik om te ontkomen aan de dwingende bepalingen van de faillissementswetgeving en aan de nadelige gevolgen ervan, alsmede om aansprakelijkheden ten aanzien van de schuldeisers te ontlopen. Door de voorgehouden valse stukken en gebruik ervan wordt een valse situatie aan curator en schuldeisers voorgehouden. 3.3.4 Het gebruik van voorgehouden valse stukken duurt voort, zelfs zonder een nieuw feit van de aangewezen dader van de valsheid en zonder herhaalde tussenkomst van zijnentwege zolang de hem verweten beginhandeling verder, zonder verzet van zijn kant, het nuttig voordeel heeft dat hij ervan verwachtte. 3.3.5 In deze zaak eindigt dit nuttig gevolg op het ogenblik dat de politiediensten M. F. interpelleerden en de kwestieuze stukken werden overhandigd en in beslag genomen, namelijk op 12 juni
  5. De laatst nuttige stuitingsdatum situeert zich op 20 mei 2008, zijnde de beschikking tot mededeling door de onderzoeksrechter (stuk 378, kaft X). De verjaring van de strafvordering is derhalve niet ingetreden. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090618.12 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050628.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.