id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 09 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090909.6 Rolnummer: 259P2009 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-05-31 Raadplegingen: 135 - laatst gezien 2026-07-02 20:13 Fiche
- De zaak werd niet hernomen, daar het Openbaar Ministerie op deze zitting niet meer aan het woord is geweest. Aldus staat het niet vast dat alle rechters die het vonnis hebben gewezen ook alle debatten hebben bijgewoond. Het bestreden vonnis wordt dienvolgens dan ook nietig verklaard.
- Er is geen ontvluchting noch een begin van uitvoering van enige ontvluchting van de in de tenlasteleggingen genoemde personen geweest, nu de feiten enkel voorbereidende handelingen betreffen. De ten laste gelegde feiten worden ook omschreven als een vereniging met als oogmerk het plegen van een aanslag op personen of op eigendommen (artikel 322 van het Strafwetboek) (tenlastelegging A, ten laste van tweede beklaagde als aanstoker van de bende en tenlastelegging B, ten laste van eerste en derde beklaagde als leden van de bende). Strafbaar is te dezen het enkel inrichten van de bende, zonder dat de beoogde misdrijven of andere misdrijven werden gepleegd. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare veiligheid - Bendevorming STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen openbare veiligheid - Ontvluchting gevangenen Vrije woorden:
- Strafrecht - strafrechtspleging - herneming - niet geldig - nietigheid van het vonnis
- Strafrecht - strafbare ontvluchting - poging - geen begin van uitvoering - voorbereidende handelingen - bendevorming Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 322 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 337 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende op 9 september 2009 te Antwerpen, Veertiende kamer. Beticht van: (...) Feit A: de tweede: Te Dendermonde, te Gent, te Mechelen, te Antwerpen, te Brugge of elders in het Rijk op niet nader te bepalen data in de periode gaande van 1.3.2007 tot en met 26.3.2007: De aanstoker te zijn geweest tot een vereniging met het oogmerk om een aanslag te plegen op personen of op eigendommen, of er als hoofd van die bende deel van uitgemaakt te hebben of daarin enig bevel te hebben gevoerd de vereniging bestaande door het enkele feit van het inrichten der bende, en ten doel hebbende wanbedrijven te plegen, namelijk deze bestraft door artikel 337 lid 1 en 2 Strafwetboek. Feit B: de eerste, de derde, ...: Te Dendermonde, te Gent, te Mechelen, te Antwerpen, te Brugge of elders in het Rijk op niet nader te bepalen data in de periode gaande van 1.3.2007 tot en met 26.3.2007: Om de misdaad of het wanbedrijf uitgevoerd te hebben of om aan de uitvoering ervan rechtstreeks medegewerkt te hebben, om door enige daad, tot de uitvoering zodanige hulp verleend te hebben dat zonder zijn bijstand het misdrijf niet kon gepleegd worden, om door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, dit misdrijf rechtstreeks uitgelokt te hebben, om hetzij door woorden in openbare bijeenkomsten of plaatsen gesproken, hetzij door enigerlei geschrift, drukwerk, prent of zinnebeeld, aangeplakt, rondgedeeld of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld, het feit rechtstreeks uitgelokt te hebben, als dader of mededader zoals voorzien door artikel 66 van het Strafwetboek. Deel uitgemaakt te hebben van een vereniging met het oogmerk om een aanslag te plegen op personen of op eigendommen, bestaande door het enkele feit van het inrichten der bende, de vereniging ten doel hebbende wanbedrijven te plegen, namelijk deze bestraft door artikel 337 lid 1 en 2 Strafwetboek. Feit C: de eerste en de tweede: Te Dendermonde, te Gent, te Mechelen, te Antwerpen, te Brugge of elders in het Rijk op niet nader te bepalen data in de periode gaande van 1.3.2007 tot en met 26.3.2007: Om de misdaad of het wanbedrijf uitgevoerd te hebben of om aan de uitvoering ervan rechtstreeks medegewerkt te hebben, om door enige daad, tot de uitvoering zodanige hulp verleend te hebben dat zonder zijn bijstand het misdrijf niet kon gepleegd worden, om door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, dit misdrijf rechtstreeks uitgelokt te hebben, om hetzij door woorden in openbare bijeenkomsten of plaatsen gesproken, hetzij door enigerlei geschrift, drukwerk, prent of zinnebeeld, aangeplakt, rondgedeeld of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld, het feit rechtstreeks uitgelokt te hebben, als dader of mededader zoals voorzien door artikel 66 van het Strafwetboek. Niet belast zijnde met het bewaken of het geleiden van gevangene Z. J., diens ontvluchting of diens poging tot ontvluchting bevorderd te hebben door het verschaffen van wapens met de omstandigheid dat de ontvluchting of de poging daartoe geschied is met geweld, bedreiging of gevangenisbraak en dat de ontvluchte vervolgd werd of veroordeeld werd wegens een wanbedrijf. Feit D: de derde: Te Dendermonde, te Gent, te Mechelen, te Antwerpen, te Brugge of elders in het Rijk op niet nader te bepalen data in de periode gaande van 1.3.2007 tot en met 26.3.2007: Niet belast zijnde met het bewaken of het geleiden van gevangene Z. J., diens ontvluchting of de poging tot ontvluchting bevorderd te hebben door het verschaffen van de daartoe geschikte werktuigen met de omstandigheid dat de ontvluchting of de poging daartoe geschied is met geweld, bedreiging of gevangenisbraak en dat de ontvluchte vervolgd werd of veroordeeld werd wegens een wanbedrijf. Feit E: de eerste, de derde, ...: Te Dendermonde, te Gent, te Mechelen, te Antwerpen, te Brugge of elders in het Rijk op niet nader te bepalen data in de periode gaande van 1.3.2007 tot en met 26.3.2007: Om de misdaad of het wanbedrijf uitgevoerd te hebben of om aan de uitvoering ervan rechtstreeks medegewerkt te hebben, om door enige daad, tot de uitvoering zodanige hulp verleend te hebben dat zonder zijn bijstand het misdrijf niet kon gepleegd worden, om door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, dit misdrijf rechtstreeks uitgelokt te hebben, om hetzij door woorden in openbare bijeenkomsten of plaatsen gesproken, hetzij door enigerlei geschrift, drukwerk, prent of zinnebeeld, aangeplakt, rondgedeeld of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld, het feit rechtstreeks uitgelokt te hebben, als dader of mededader zoals voorzien door artikel 66 van het Strafwetboek. Niet belast zijnde met het bewaken of het geleiden van gevangene S. A., diens ontvluchting of de poging tot ontvluchting bevorderd te hebben door het verschaffen van de daartoe geschikte werktuigen met de omstandigheid dat de ontvluchting of de poging daartoe geschied is met geweld, bedreiging of gevangenisbraak en dat de ontvluchte geïnterneerd was krachtens de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij. Feit F: de eerste: Te Dendermonde, te Gent, te Mechelen, te Antwerpen, te Brugge of elders in het Rijk op niet nader te bepalen data in de periode gaande van 1.3.2007 tot en met 26.3.2007: Bij inbreuk op de artikelen 3 §3.1°, 14 en 23 lid 1 van de Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens de dato 8.6.2006, een vergunningsplichtig vuurwapen, meer bepaald een pistool FN cal. 7.65, te hebben gedragen zonder een wettige reden, zonder in het bezit te zijn van een vergunning tot het voorhanden hebben van het betrokken wapen evenals zonder in het bezit te zijn van een wapendrachtvergunning. (...) Het Hof verbetert de incriminatieperiode van de diverse tenlasteleggingen en zegt dat dient gelezen: "tussen 28 februari 2007 en 26 maart 2007" in plaats van "van 1.3.2007 tot en met 26.3.2007". Het bestreden vonnis werd getekend en gewezen door drie rechters, waarvan er slechts twee alle debatten hebben bijgewoond. Volgens het bestreden vonnis en de voorliggende zittingsbladen vorderde het Openbaar Ministerie alleen op de zitting van 10 december
- Op deze zitting was toegevoegd rechter A. niet aanwezig. Deze vaststelling is in strijd met de opname op het zittingsblad van 26 mei 2008 dat de zaak wordt hernomen, nu immers de zaak niet werd hernomen, daar het Openbaar Ministerie op deze zitting niet meer aan het woord is geweest. Aldus staat het niet vast dat alle rechters die het vonnis hebben gewezen ook alle debatten hebben bijgewoond. Het bestreden vonnis wordt dienvolgens dan ook nietig verklaard. Beklaagden worden vervolgd voor feiten die betrekking hebben op een voorgenomen ontvluchting uit de gevangenis van gevangene J. Z. en tweede beklaagde zelf. Aan beklaagden, die met elkaar in contact waren, worden feiten verweten die voorbereidingen vormen op de ontvluchting van de genoemde gevangenen. Het staat vast dat zij toen niet zijn ontvlucht. Deze feiten worden enerzijds gekwalificeerd als het bevorderen van een ontvluchting of een poging tot ontvluchting door het verschaffen van daartoe geschikte werktuigen (tenlastelegging D, enkel ten laste van derde beklaagde N. S. betreffende de voorgenomen ontsnapping van gevangene J. Z.), of door het verschaffen van wapens (tenlasteleggingen C ten laste van eerste en tweede beklaagden betreffende de voorgenomen ontsnapping van gevangene J. Z. en E ten laste van eerste en derde beklaagden betreffende de voorgenomen ontsnapping van tweede beklaagde). Er is evenwel geen ontvluchting noch een begin van uitvoering van enige ontvluchting van de in de tenlasteleggingen genoemde personen geweest. De feiten betreffen enkel voorbereidende handelingen. Het gevoerde strafonderzoek heeft geen feiten opgeleverd die kunnen worden aangemerkt als een daad van ontvluchting of als een begin van uitvoering daarvan. De in de tenlasteleggingen C, D en E genoemde kwalificaties zijn dan ook niet bewezen en kunnen bijgevolg niet worden aangehouden ten laste van de betrokken beklaagden. De ten laste gelegde feiten worden anderzijds ook omschreven als een vereniging met als oogmerk het plegen van een aanslag op personen of op eigendommen (artikel 322 van het Strafwetboek) (tenlastelegging A, ten laste van tweede beklaagde als aanstoker van de bende en tenlastelegging B, ten laste van eerste en derde beklaagde als leden van de bende). Strafbaar is te dezen het enkel inrichten van de bende, zonder dat de beoogde misdrijven of andere misdrijven werden gepleegd. Bijkomend constitutief is te dezen het door de vereniging beoogde wanbedrijf, met name de bevordering van een ontvluchting of een poging daartoe met geweld, bedreiging of gevangenisbraak door het verschaffen van wapens, zoals omschreven in artikel 337 van het Strafwetboek. Geen der beklaagden wordt vervolgd om deel te hebben uitgemaakt van een vereniging die ontvluchting, zoals voorzien in de artikelen 335 en 336 van het Strafwetboek, beoogde. Het Hof kan thans de betrokken tenlasteleggingen niet uitbreiden door ook deze wanbedrijven als doelstellingen van de vereniging waarvan beklaagden lid waren, op te nemen. In het strafonderzoek is nochtans sprake van zowel wapens als werktuigen die ter beschikking van de betrokken gevangenen zouden worden gesteld om hun ontsnapping te bevorderen. Het Hof merkt ook op dat derde beklaagde, wat de beoogde ontvluchting van J. Z. betreft, niet wordt vervolgd voor het bevorderen van deze ontvluchting of poging tot ontvluchting door het verstrekken van wapens. Het is bewezen dat tweede beklaagde A. S. in een eerste fase de ontvluchting van gevangene Z. J. beoogde. Deze beklaagde heeft daartoe de hulp en medewerking ingeroepen van anderen, en onder meer eerste en derde beklaagden. Elk kreeg bepaalde opdrachten, zodat een georganiseerde structuur, zoals bedoeld door artikel 322 van het Strafwetboek, ontstond. Het is evenwel niet bewezen dat de beoogde ontvluchting van beklaagde A. S. bevorderd diende te worden door het verschaffen wapens. Bij de beoogde ontsnapping van Z. J. daartegen staat het ontegensprekelijk vast dat een wapen ter beschikking zou worden gesteld om zijn ontsnapping mogelijk te maken. Derde beklaagde N. S. was evenwel van dit aspect, dat door uitdrukkelijke opname ervan in de voorliggende delictsomschrijving een constitutief bestanddeel is geworden, niet op hoogte. De schuld van derde beklaagde N. S. aan de hem sub B van de dagvaarding ten laste gelegde feiten is door het strafonderzoek en het onderzoek ter terechtzitting dan ook niet bewezen geworden. Hij wordt vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. De schuld van eerste beklaagde D. B. aan de hem sub B van de dagvaarding ten laste gelegde feiten, doch enkel voor zover de ontvluchting van J. Z. werd beoogd, en aan het hem sub F van de dagvaarding ten laste gelegde feit, is door het strafonderzoek en het onderzoek ter terechtzitting bewezen geworden. Deze beklaagde betwist zijn schuld aan deze hem ten laste gelegde feiten niet: bij conclusie verzoekt hij om een mildere toepassing van de strafwet en overweegt hij uitdrukkelijk "... erkent de consequentie van zijn handelingen die wel degelijk een bijdrage leverden tot de poging tot ontvluchting van J. Z., namelijk de veroordeling wegens deelname aan een vereniging" (pagina 10). Beklaagde heeft wetens en willens zijn medewerking verleend en deel uitgemaakt van de vereniging. Zijn overwegingen dat hij onder meer niet is ingegaan op de vraag van tweede beklaagde zichzelf te voorzien van wapens om zichzelf te beschermen of om een nepbom te maken kunnen aan zijn schuld geen afbreuk doen. De vereniging waarvan hij deel uitmaakte beoogde met geweld, bedreiging of gevangenisbraak de ontvluchting van J. Z. middels het verschaffen van een wapen te bekomen. Eerste beklaagde was hiervan op de hoogte en heeft zijn medewerking verleend, door onder meer het wapen onder zich te houden. Of hij daarbij al dan niet onder druk stond van tweede beklaagde en al dan niet weigerachtig stond ten aanzien van het door laatste genoemde aan hem gevraagde doet geen afbreuk aan zijn schuld. Deze elementen worden wel ter beoordeling genomen bij het bepalen van de strafmaat. De schuld van tweede beklaagde A. S. aan de hem sub A van de dagvaarding ten laste gelegde feiten, doch enkel voor zover de ontvluchting van J. Z. werd beoogd, is door het strafonderzoek en het onderzoek ter terechtzitting bewezen gebleven. (...) HET HOF, recht doende op tegenspraak en met inachtneming van de artikelen: (...) Verklaart het bestreden vonnis nietig. (...) Betreffende beklaagde D. B. Stelt vast dat de feiten sub C en E zich vereenzelvigen met de feiten sub B. Verklaart beklaagde schuldig aan de hem ten laste gelegde feiten zoals aangehouden onder de tenlastelegging sub B doch enkel voorzover het de ontvluchting van JZ betreft, en aan het hem ten laste gelegde feit sub F. (...) Betreffende beklaagde A. S. Stelt vast dat de feiten sub C zich vereenzelvigen met de feiten sub A. Verklaart beklaagde schuldig aan de hem ten laste gelegde feiten zoals aangehouden onder de tenlastelegging sub A doch enkel voorzover het de ontvluchting van JZ betreft. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090909.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.