← België

ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090923.13

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 23 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090923.13 Rolnummer: 329 P 2009 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-04-06 Raadplegingen: 109 - laatst gezien 2026-07-02 20:17 Fiche Wanneer in een vonnis een te laag bedrag wordt vermeld als som van de - op zich juiste - geldboete en opdeciemen, kan dit vonnis verbeterd worden door de opgave van het juiste, hogere, eindbedrag. Hierdoor worden de in het vonnis bevestigde rechten niet uitgebreid, beperkt of gewijzigd. De aard en de omvang van de opgelegde geldboete worden immers bepaald door het aanvankelijke bedrag dat de rechter als geldboete bepaalt en niet door het samengestelde bedrag van de geldboete en de opdeciemen. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Behandeling van de zaak - Vonnis - Uitlegging en verbetering Vrije woorden: Geldboete en opdeciemen - Te laag bedrag vermeld - Verbetering vonnis - Geen uitbreiding, wijziging of beperking Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 794 Nota: cassatieberoep verworpen op 23-03-2010 (P.09.1557.N) Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende op 23 september 2009 te Antwerpen, 9e kamer (...) De hogere beroepen van gedaagde "tegen de opgelegde geldboete van het vonnis" en van het openbaar ministerie tegen al de schikkingen van het bestreden vonnis op strafgebied, beide hogere beroepen te lezen als gericht zijnde tegen de door het bestreden vonnis aangebrachte verbetering aan het vonnis d.d. 5 november 2007, zijn, regelmatig naar vorm en termijn, ontvankelijk. Bij vonnis van de correctionele rechtbank te Tongeren d.d. 5 november 2007 werd P. wegens drugsfeiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden met uitstel gedurende drie jaar en een geldboete van 1.000,00 euro, vermeerderd met 45 opdeciemen en aldus gebracht op 275,00 euro of twee maanden vervangende gevangenisstraf. Volgens bevel tot dagvaarding d.d. 20 oktober 2008 heeft de procureur des Konings te Tongeren P. gedagvaard tot verbetering van dit vonnis, hierbij stellende: "Gezien bij materiële vergissing de geldboete van 1000 euro vermeerderd met 45 opdeciemen gebracht werd op 275 euro daar waar in werkelijkheid deze diende gebracht te worden op 5500 euro". In het bestreden vonnis heeft de correctionele rechtbank te Tongeren het vonnis d.d. 5 november 2007 verbeterd in de zin zoals door de procureur des Konings gevorderd. P. is daarentegen van oordeel dat de geldboete van 275,00 euro, die vermeld werd in laatst vermeld vonnis, door hem verworven is en niet kan uitgebreid worden tot 5.500,00 euro. Artikel 1 van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten bepaalt in zijn eerste lid dat het bedrag van de uitgesproken geldboeten verhoogd wordt met het toepasselijke aantal opdeciemen, zonder dat die verhoging het juridisch karakter van die boeten wijzigt. Het tweede lid voegt daaraan toe dat de hoven en rechtbanken in hun arresten of vonnissen moeten vaststellen dat de uitgesproken geldboeten met het toepasselijke aantal opdeciemen is verhoogd bij toepassing van deze wet, en dat tevens het uit die verhoging voortvloeiende cijfer moet worden vermeld. Uit het voorgaande volgt dat de aard en de hoogte van de opgelegde geldboete wordt bepaald door het aanvankelijke bedrag dat de rechter als geldboete bepaalt, en niet door het cijfer dat voortvloeit uit de samentelling van dit bedrag met het toepasselijke aantal opdeciemen (waarvan de juiste toepassing in casu niet wordt betwist). Bijgevolg kan een misrekening, die voortvloeit uit het verkeerd samentellen van de geldboete met de opdeciemen, aanleiding geven tot verbetering, in die zin dat het verkeerde cijfer vervangen wordt door het juiste cijfer dat uit deze samentelling volgt. Hierdoor worden de in het vonnis bevestigde rechten niet uitgebreid, beperkt of gewijzigd. Te dezen is het duidelijk dat de rechter niet een geldboete heeft willen opleggen van 50,00 euro, zoals volgt uit de argumentatie van P., maar wel een geldboete van 1.000,00 euro, zijnde de minimumgeldboete die voorzien is in artikel 2bis van de wet van 24 februari 1921. Het hoger beroep van P. is dan ook niet gegrond. Wel bestaat er aanleiding om het beschikkend gedeelte van het bestreden vonnis te herformuleren in die zin dat enkel de verschrijving wordt verbeterd. Het Hof heeft rekening gehouden met de hierna volgende wettelijke bepalingen: - 2, 11, 12, 14, 24, 31 tot 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935; - 162, 185, 190, 194, 210 en 211 van het Wetboek van strafvordering; - 794, 795, 796, 798, 799 en 801 van het Gerechtelijk Wetboek. Op grond van de hoger vermelde redenen beslist het Hof binnen de perken van de hogere beroepen zoals hierna bepaald, op tegenspraak. Verklaart de hogere beroepen van gedaagde en van het openbaar ministerie, te lezen zoals hiervoor vermeld, ontvankelijk. Bevestigt het bestreden vonnis met de enkele wijziging dat het vonnis van 5 november 2007 wordt verbeterd als volgt: Zegt voor recht dat in het beschikkend gedeelte van het vonnis van 5 november 2007 de misrekening "en aldus gebracht op 275 euro" wordt verbeterd tot "en aldus gebracht op 5500 euro". Veroordeelt gedaagde P. in de kosten van zijn hoger beroep begroot op euro 36,13. Laat de overige kosten van huidige procedure in beide aanleggen ten laste van de Staat. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090923.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.