id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 24 september 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090924.5 Rolnummer: 48 AGA 2008 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2011-01-25 Raadplegingen: 119 - laatst gezien 2026-07-02 20:18 Fiche
- Zoals hoger reeds aangeduid bevatten de tenlasteleggingen D, H en K zowel in de verwijzingsbeschikking als in de dagvaardingen enkel de melding van: 't.a.v. minstens 25 werknemers' of 'voor minstens 25 werknemers' of 'voor in het totaal 25 werknemers'. Deze mededelingen zijn niet afdoende om te kunnen weten op welke personen deze tenlasteleggingen betrekking kunnen hebben. Wat deze tenlasteleggingen betreft behoort het dan ook de strafvordering onontvankelijk te verklaren, omdat de ten laste gelegde feiten niet afdoende duidelijk zijn omschreven.
- Het Hof stelt vast dat het Openbaar Ministerie heeft geoordeeld voor de omschrijving van deze feiten van tewerkstelling onderscheiden hypothesen, die elkaar al dan niet uitsluiten, te moeten voorzien. Het behoort niet aan het Hof deze wijze van vorderen van het Openbaar Ministerie te beoordelen: het staat het Openbaar Ministerie vrij de feiten te kwalificeren. Door deze onderscheiden hypothesen te ontwikkelen wordt het mogelijkerwijze moeilijker voor beklaagden om hun verwijzing te begrijpen, zonder dat daarom dient te worden besloten tot onontvankelijkheid van de dagvaarding omdat het niet duidelijk zou zijn voor welke feiten beklaagden werden verwezen.
- Wel dient het bestreden vonnis nietig te worden verklaard: het spreekt immers eerste en tweede beklaagden vrij van het hen sub B.1 en F.2 van de dagvaardingen ten laste gelegde, maar veroordeelt hen onder meer wel voor het sub E, H, en I van deze dagvaardingen ten laste gelegde. Deze tenlasteleggingen betreffen nochtans dezelfde feiten, doch anders gekwalificeerd.
- Van enige vorm van ter beschikking stellen van werknemers is te dezen geen sprake. Het is evenmin afdoende bewezen dat werkgever, S.A.R.L. S., geen exploitatie had in het Groot Hertogdom Luxemburg. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Algemene rechtsbeginselen van procesrecht - Recht van verdediging Vrije woorden:
- Strafvordering - obscuri libelli - verwijzingsbeschikking - dagvaarding - niet eenduidige aanduidingen - niet afdoende duidelijke omschrijving van de feiten - onontvankelijkheid
- Strafvordering - zelfde feiten - verschillende strafbare hypothesen - verschillende kwalificaties - geen obscuri libelli
- Strafprocesrecht - vonnis - zelfde feiten - verschillende kwalificaties - vrijspraak en veroordeling - tegenstrijdig - nietig
- Bijzonder strafrecht - sociaal strafrecht - tewerkstelling naar buitenlandse recht - geen terbeschikkingstelling van werknemers - geen bewijs een postbusadres in het buitenland Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het wetboek van Strafvordering - 20 Nota: De voorziening in cassatie werd verworpen bij arrest van 9 november 2010 P.09.1562.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101109.3 Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende op 24 september 2009 te Antwerpen, veertiende kamer-sociaal (...) De strafvordering werd te dezen aanhangig gemaakt door de verwijzingsbeschikking van de Raadkamer van 14 maart
- De vijf beklaagden werden naar de correctionele rechtbank verwezen voor feiten van tewerkstelling in de Rijn- en binnenvaart. De tewerkgestelden werden onderworpen aan de Arbeids- en Sociale Zekerheidswetgeving van het Groot Hertogdom Luxemburg, doordat zij in dienst waren van de S.A.R.L. S. S., die een vennootschap was naar het Recht van het Groot Hertogdom Luxemburg en aldaar haar zetel had. Het Hof dient vast te stellen dat er geen overeenstemming is tussen de in de verwijzingsbeschikking opgenomen tenlasteleggingen en deze vermeld in de dagvaardingen. Het behoort dan ook vooreerst de opsomming van de tenlasteleggingen op elkaar af te stemmen door de in de dagvaardingen respectievelijk als G, H en I vermelde tenlasteleggingen aan te duiden als H, J en K. Beklaagden werden niet verwezen voor de tenlasteleggingen G en I van de eindvordering. Verder worden in de verwijzingsbeschikking enkel voor de tenlastelegging A de bedoelde werknemers nominatim vermeld. Ze verwijst voor een aantal andere tenlasteleggingen enkel naar een onderzoeksverslag, terwijl de dagvaardingen dan wel soms een opsomming geven van de betrokken tewerkgestelden. De tenlasteleggingen D, J en K bevatten, zowel in de verwijzingsbeschikking als in de dagvaardingen, geen opsomming van de betrokken werknemers noch een verwijzing naar een stuk uit het strafdossier. Het betrokken hoger vermelde onderzoeksverslag is een verslag van 8 februari
- Het betreft stuk 399 van het strafdossier, dat het verslag zelf is. De stukken 398 tot en met 372 bevatten een lijst van de betrokken werknemers, hun periodes van tewerkstelling, verloning en dergelijke. Wat de tenlasteleggingen A, B en J betreft is het duidelijk voor welke feiten de onderscheiden beklaagden worden vervolgd. Het behoort enkel in de tenlasteleggingen B.1 en B.2 het woord "minstens" weg te laten: de toevoeging van dit woord in de tenlastelegging kan onmogelijk een uitbreiding van de ten laste gelegde feiten bedoelen of beogen. Ook de tenlastelegging C is duidelijk: de dagvaarding heeft in deze tenlastelegging de opsomming opgenomen van de in de verwijzingsbeschikking bedoelde werknemers, namelijk zij die voor 1 maart 2003 in dienst zijn getreden. Het is passend ook in deze tenlastelegging deze verwijzing, zoals vermeld in de verwijzingsbeschikking, op te nemen en met name: "(zie lijst verslag SI van 8/2/06: werknemers voor 1/1/2003 in dienst getreden - stuk 399 e.v.)". Ook de tenlastelegging E is afdoende duidelijk: de dagvaarding heeft in deze tenlastelegging de opsomming opgenomen van de in de verwijzingsbeschikking bedoelde werknemers, namelijk zij die na 1 januari 2003 nog in dienst waren. Het is passend ook in deze tenlastelegging deze verwijzing, zoals vermeld in de verwijzingsbeschikking, op te nemen en met name: "werknemers die na 1/1/2003 nog bij SA S. s. in dienst waren of in dienst zijn getreden". Het woord "minstens" wordt weggelaten om de hoger reeds aangehaalde redenen, waarnaar het hof verwijst. Zoals hoger reeds aangeduid bevatten de tenlasteleggingen D, H en K zowel in de verwijzingsbeschikking als in de dagvaardingen enkel de melding van: "t.a.v. minstens 25 werknemers" of "voor minstens 25 werknemers" of "voor in het totaal 25 werknemers". Deze mededelingen zijn niet afdoende om te kunnen weten op welke personen deze tenlasteleggingen betrekking kunnen hebben. Er kan niet zonder meer worden aangenomen dat in deze tenlasteleggingen ook alle 25 werknemers, zoals onder meer bedoeld in de tenlasteleggingen B en J, betrokken zijn. Er zijn immers ook tenlasteleggingen voorzien waarin slechts een beperkt aantal van hen betrokken zijn. Wat deze tenlasteleggingen betreft behoort het dan ook de strafvordering onontvankelijk te verklaren, omdat de ten laste gelegde feiten niet afdoende duidelijk zijn omschreven. De onderscheiden aangehouden tenlasteleggingen omschrijven dezelfde feiten, zij het dat niet steeds voor elk misdrijf alle 25 in de tenlasteleggingen B en J opgesomde werknemers betrokken zijn. In de tenlastelegging A betreft het enkel twee buitenlandse werknemers en de tenlasteleggingen C en E weerhouden de betrokkenen in functie van het tijdstip van hun in dienst zijn. Het Hof stelt vast dat het Openbaar Ministerie heeft geoordeeld voor de omschrijving van deze feiten van tewerkstelling onderscheiden hypothesen, die elkaar al dan niet uitsluiten, te moeten voorzien. Enerzijds dient te worden vastgesteld dat ervan wordt uitgegaan dat elke beklaagde werkgever, zijn aangestelde of lasthebber kan zijn van de betrokken tewerkgestelden, en anderzijds wordt ook de hypothese van een terbeschikkingstelling door eerste tot en met derde beklaagden aan vierde en vijfde beklaagden voorzien. Derde beklaagde wordt vervolgd als werkgever, maar ook als arbeidsbemiddelingsbureau. Het behoort niet aan het Hof deze wijze van vorderen van het Openbaar Ministerie te beoordelen: het staat het Openbaar Ministerie vrij de feiten te kwalificeren. Door deze onderscheiden hypothesen te ontwikkelen wordt het mogelijkerwijze moeilijker voor beklaagden om hun verwijzing te begrijpen, zonder dat daarom dient te worden besloten tot onontvankelijkheid van de dagvaarding omdat het niet duidelijk zou zijn voor welke feiten beklaagden werden verwezen. Wel dient het bestreden vonnis te worden nietig verklaard: het spreekt immers eerste en tweede beklaagden vrij van het hen sub B.1 en F.2 van de dagvaardingen ten laste gelegde, maar veroordeelt hen onder meer wel voor het sub E, H, en I van deze dagvaardingen ten laste gelegde. Deze tenlasteleggingen betreffen nochtans dezelfde feiten, doch anders gekwalificeerd. De S.A.R.L. S. S. werd op 26 december 2006 ontbonden en de vereffening werd afgesloten. De strafvordering is dan ook overeenkomstig artikel 20 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering vervallen. Geen gronden zijn voorhanden om aan te nemen dat deze ontbinding is tussengekomen om als nog te ontsnappen aan vervolging. Van enige vorm van ter beschikking stellen van werknemers is te dezen geen sprake. De betrokken met name genoemde personen verrichten geen uitzendarbeid. De kwalificaties sub B.1 en B.2 en F.1 en F.2 zijn dan ook niet bewezen. Zoals hoger reeds uiteengezet worden alle beklaagden aanzien als werkgever of aangestelde of lasthebber. Nochtans zijn de B.V.B.A. P. T. R; en de N.V. Ch. D. W. enkel de eigenaars van de schepen waarop de met name genoemde personen waren tewerkgesteld. Zij hadden deze vaartuigen verhuurd aan de S.A.R.L. S. S., die instond voor de exploitatie ervan. Als enige werkgever dient in deze dan ook S.A.R.L. S. S. te worden weerhouden. Zowel Th. D. W. als P. D. W. zijn van deze vennootschap bestuurder en gemachtigd elk afzonderlijk de vennootschap te verbinden: Th. D. W. was aanvankelijk mede zaakvoerder en later directeur (cfr. verklaring van betrokkene stuk 31 van het strafdossier) en als aangestelde gemachtigd om beleidsbeslissingen te nemen en onder meer wat het personeelsbeleid betreft. P. D. W. was de zaakvoerder van deze vennootschap naar het recht van het Groot Hertogdom Luxemburg (cfr. onderzoeksverslag van 4 mei 2004, stuk 7 van het strafdossier). Beklaagden de B.V.B.A. P. T. R. en de N.V. Ch. D. W. worden dan ook van het hen ten laste gelegde vrijgesproken. Ook de schuld van beklaagden Th. D. W. en P. D. W. aan de hen sub A, C, E en J ten laste gelegde feiten, zoals hoger aangepast en verbeterd, is evenmin bewezen door het gevoerde strafonderzoek en het onderzoek ter terechtzitting. Ook deze beklaagden worden vrijgesproken van het hen ten laste gelegde. Het is met name niet afdoende bewezen dat werkgever, S.A.R.L. S., geen exploitatie had in het Groot Hertogdom Luxemburg. De werkgever was inderdaad een Luxemburgse vennootschap die ook in het Groot Hertogdom Luxemburg haar maatschappelijke zetel had en ook daar instond voor de exploitatie van de economische activiteit waarvoor de tewerkgestelden in dienst waren van de vennootschap. Dat exploitatie ook en mede in België, en meer bepaald in Antwerpen, in de ...straat 5, gebeurde, sluit hun tewerkstelling in het Groot Hertogdom Luxemburg niet uit. Het is geenszins bewezen dat de zetel te Luxemburg enkel een postbusadres was. Beklaagde Th. D. W. was in dienst van deze vennootschap en eenmaal per week aanwezig in het kantoor dat de betrokken vennootschap in het Groot Hertogdom ter beschikking had. De vaststellingen van het onderzoeksverslag van 19 mei 2005 weerleggen de werkelijkheid van deze feiten niet (cfr. stukken 224-227 van het strafdossier). Nu ten aanzien van geen der beklaagden geen der ten laste gelegde feiten kunnen worden aangehouden, is het Hof zonder rechtsmacht om over de vorderingen van de burgerlijke partij en tot ambtshalve veroordeling te oordelen. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20090924.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101109.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.