← België

ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091001.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 01 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091001.1 Rolnummer: 2007AR2778 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2009-10-08 Raadplegingen: 109 - laatst gezien 2026-07-02 20:19 Fiche K.B. dd. 25 mei 1999 ter uitvoering van de artikelen 73 en 83 van de Faillissementswet van 8 augustus 1997 - Activa die uit geldsommen en waardepapieren bestaan en te voorschijn komen na de sluiting van het faillissement - De schuldeiser van de vennootschap, die zijn schuldvordering wil innen door middel van de geconsigneerde gelden, dient een vordering in te stellen tegen de personen die overeenkomstig art. 185 W. Venn. als vereffenaars van de gefailleerde rechtspersoon worden beschouwd. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement - Rechten van de schuldeisers Vrije woorden: Faillissement - afsluiting - geldsommen ontdekt na afsluiting - Deposito- en Consignatiekas - vordering tot vrijgave door schuldeiser - te richten tegen vereffenaars van de gefailleerde rechtspersoon Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 25-05-1999 - 46 ELI link Pub nr 1999009669 Tekst van de beslissing Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, 5DE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen: In zake: 2007/AR/2778 - G.. APPELLANT tegen het vonnis gewezen op 24 april 2007 door de rechtbank van koophandel te Hasselt. - vertegenwoordigd door Mr. Ph. Thiery, advocaat te 3500 Hasselt, Geraetsstraat

  1. tegen : - de heer AGENT VAN DE DEPOSITO-EN CONSIGNATIEKAS TE HASSELT, met kantoren gevestigd te 3500 Hasselt, Maastrichterstraat
  2. GEINTIMEERDE - vertegenwoordigd door Mr. N. Starckx loco Mr. M. Van Huffelen, advocaat te 2970 Schilde, Heidedreef
  3. De antecedenten en de vorderingen 1.
  4. NV Algemene Ondernemingen Gijbels werd op 08.02.1996 failliet verklaard en het faillissement werd op 18.04.2002 afgesloten. NV Algemene Ondernemingen Gijbels had met NV Fortis AG een bedrijfsleidersverzekering afgesloten met haarzelf als begunstigde en de heer G. als verzekerde. Deze polis kwam op 01.12.2004 op vervaldag en NV Fortis AG heeft het eisbaar bedrag van 15.870,16 EUR in toepassing van het KB van 25 mei 1999 tot uitvoering van de artikelen 73 en 83 van de Faillissementswet in deposito gegeven bij de Deposito- en Consignatiekas. 1.
  5. Op 18.10.2005 heeft de heer G. de agent van de Deposito- en Consignatiekas te Hasselt doen dagvaarden om te verschijnen voor de rechtbank van koophandel te Hasselt. Hij voerde aan dat hij de verzekerde en begunstigde was van de voormelde verzekeringsovereenkomst en dat hij gerechtigd was op de uitkering die hij normalerwijze via NV Algemene Ondernemingen Gijbels zou hebben ontvangen. Hij vroeg de veroordeling van de agent van de Deposito- en Consignatiekas te Hasselt tot betaling van de som van 15.870,16 EUR, vermeerderd met de interesten vanaf 08.06.2005 (datum van de aanmaning). In het bestreden vonnis dd. 24.04.2007 heeft de eerste rechter de vordering ontoelaatbaar verklaard. De eerste rechter oordeelde dat niet de agent van de Deposito- en Consignatiekas te Hasselt, maar wel de vereffenaars van NV Algemene Ondernemingen Gijbels de te dagen tegenpartijen waren. 1.
  6. Tegen dit vonnis heeft de heer G. met een op 12.10.2007 neergelegd verzoekschrift hoger beroep ingesteld. In hoofdorde vraagt hij de toekenning van zijn voor de eerste rechter gestelde eis; in ondergeschikte orde vraagt hij dat zou worden gezegd voor recht dat de volledige tegoeden aan hem toekomen in zijn hoedanigheid van schuldeiser, minstens van aandeelhouder van de vroegere vennootschap «en dat aldus de agent van de Deposito- en Consignatiekas te Hasselt zou worden veroordeeld tot volledige afgifte van deze tegoeden». De agent van de Deposito- en Consignatiekas te Hasselt besluit tot de bevestiging van het bestreden vonnis.
  7. Beoordeling De gelden die NV Fortis AG krachtens art. 1 van het KB dd. 25.05.1999 in deposito gaf bij het bevoegde agentschap van de Deposito- en Consignatiekas zijn activa die toebehoren aan NV Algemene Ondernemingen Gijbels. Dat deze storting plaatsvond op een ogenblik waarop het faillissement van NV Algemene Ondernemingen Gijbels was gesloten en dat zij, (ook) krachtens het ten tijde van de sluiting geldend art. 83 Faill. W., ten tijde van de storting diende beschouwd als een vennootschap waarvan de vereffening is gesloten, beïnvloedt deze vaststelling niet. Art. 2 van het KB dd. 25.05.1999 bepaalt de wijze waarop bij de Deposito- en Consignatiekas toevertrouwde geldsommen, die activa uitmaken van vennootschappen waarvan het faillissement werd afgesloten, kunnen worden vrijgegeven. Uit deze bepaling volgt dat de schuldeiser van de vennootschap, die zijn schuldvordering wil innen door middel van de geconsigneerde gelden, een vordering dient in te stellen tegen de personen die overeenkomstig art. 180 Venn. W. (thans art. 185 W. Venn.) als vereffenaars van de gefailleerde rechtspersoon worden beschouwd. De eerste rechter heeft er terecht op gewezen dat het de gefailleerde is die de aanspraak van de schuldeiser moet beantwoorden. Hij is de ware tegenpartij van de schuldeiser. In het geding is immers de vraag of diegene die aanspraak maakt op de geconsigneerde gelden een vordering heeft op de vennootschap. Het voorwerp van de vordering strekt er ook toe uitbetaling te bekomen van gelden van de vennootschap. Het gaat om een aanspraak op het vermogen van de vennootschap, wat meebrengt dat - nu de vereffening werd gesloten - de vordering tegen diegenen dient gesteld die als vereffenaars van de vennootschap worden beschouwd. Wil de schuldeiser afgifte kunnen vorderen van geconsigneerde gelden, dan dient hij over een uitvoerbare titel lastens zijn schuldenaar te beschikken. De eerste rechter heeft er terecht op gewezen dat de bewering van de heer G. , dat hij krachtens art. 185 W. Venn. als vereffenaar dient beschouwd, niet relevant is, gelet op de mogelijkheid tot aanstelling van een vereffenaar ad hoc. Er zijn geen redenen om af te wijken van de basisrechtsplegings-vergoeding. O M D E Z E R E D E N E N H E T H O F Recht doend op tegenspraak; Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935; Verklaart het hoger beroep ongegrond; Verwijst de heer G. in de kosten van het hoger beroep en begroot deze aan de zijde van de agent van de Depositio- en Consignatiekas te Hasselt op 1100,00 EUR rechtsplegings-vergoeding. Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van: 1 oktober 2009 waar aanwezig waren: de heer E. HULPIAU Voorzitter mevrouw A. WINANTS Raadsheer de heer J. EMBRECHTS Raadsheer mevrouw C. VERSWYVELEN Griffier C. VERSWYVELEN J. EMBRECHTS A. WINANTS E. HULPIAU PDF document ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091001.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.