← België

ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091001.13

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 01 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091001.13 Rolnummer: 548 p 2009 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-04-06 Raadplegingen: 107 - laatst gezien 2026-07-02 20:20 Fiche De correctionele rechter is onbevoegd om kennis te nemen van een feit dat dient omschreven te worden als een misdaad, van alle daarmee intrinsiek verbonden feiten en van de op deze feiten gesteunde burgerlijke vordering, die bij hem zijn aangebracht door de rechtstreekse dagvaarding van een burgerlijke partij. De rechtstreeks dagende partij wordt veroordeeld tot een schadevergoeding voor tergend en roekeloos beroep, wanneer het zinloze van de ingestelde dagvaarding hem reeds duidelijk moest zijn voor de eerste rechter en hij desondanks hoger beroep instelde uitsluitend met het oogmerk bijkomend leed te veroorzaken aan de rechtstreeks gedaagde. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Bevoegdheid Vrije woorden: Correctionele rechter - Rechtstreekse dagvaarding - Bevoegdheid - Misdaad - Met misdaad intrinsiek verbonden feiten - Burgerlijke vordering - Onbevoegd - Tergend en roekeloos beroep Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 240 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - 182 Grondwet 1994 - 150 Nota: beroep in cassatie verworpen op 02/02/2010 (P.09.1546.N) Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende op 1 oktober 2009 te Antwerpen, 9e kamer (...)

  1. De bevoegdheid van het Hof Het aan de rechtstreeks gedaagde verweten feit wordt in de inleidende dagvaarding aangemerkt als verduistering, zoals voorzien in artikel 240 van het strafwetboek en volgende, hetzij een misdaad. Het Hof is onbevoegd om er kennis van te nemen op rechtstreekse dagvaarding uitgaande van een rechtstreeks dagende partij. Eventuele andere in de dagvaarding bedoelde feiten zijn met het als verduistering aangemerkte feit dermate verbonden dat het geheel aan dezelfde strafrechter zou dienen te worden voorgelegd. Het Hof is dan ook onbevoegd om kennis te nemen van de strafvordering omtrent om het even welk van de in de dagvaarding bedoelde feiten. De burgerlijke vordering een accessorium van de strafvordering zijnde, is het Hof dienvolgens ook onbevoegd om kennis te nemen van de erop gesteunde burgerlijke vordering.
  2. De door de beklaagde gevorderde schadevergoeding De rechtstreeks gedaagde V. vordert tegen de rechtstreeks dagende partij een schadevergoeding voor tergend en roekeloos beroep. De vordering is gegrond zoals hierna bepaald. Het zinloze van de ingestelde dagvaarding moest de rechtstreeks dagende partij reeds duidelijk zijn van voor de eerste rechter. Desondanks stelde hij hoger beroep in. Duidelijk uitsluitend met het oogmerk bijkomend leed te veroorzaken aan de rechtstreeks gedaagde. Rekening houdend met de onrust welke deze procedure bij de rechtstreeks gedaagde ongetwijfeld veroorzaakte, mede rekening houdend met haar hoedanigheid als griffier, komt het gepast voor aan haar de schadevergoeding toe te kennen zoals hierna bepaald.
  3. De rechtsplegingsvergoeding De rechtstreeks dagende partij wordt in het ongelijk gesteld in de zin van artikel 162bis van het wetboek van strafvordering. Er is dan ook een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd voor elk van de beide aanleggen. De rechtstreeks gedaagde beperkt haar vordering voor elk van de aanleggen tot de som van euro 1.200,
  4. BESLISSING (...) Ontvangt het hoger beroep van de rechtstreeks dagende partij; Wijzigt het bestreden vonnis; Verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de strafvordering en de burgerlijke vordering; Veroordeelt de rechtstreeks dagende partij C. tot betaling aan de rechtstreeks gedaagde V. ten titel van schadevergoeding in de zin artikel 191 van het wetboek van strafvordering, van een bedrag van euro 1.000,00, vermeerderd met de gerechtelijke intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf heden; Veroordeelt de rechtstreeks dagende partij C. in de kosten van huidige procedure in beide aanleggen, deze voorgeschoten door de openbare partij begroot op euro 77,56 ; Veroordeelt de rechtstreeks dagende partij C. tevens in de kosten van de rechtstreekse dagvaarding; Veroordeelt de rechtstreeks dagende partij C. tot betaling aan de rechtstreeks gedaagde V. van tweemaal de som van euro 1.200,00 ten titel van rechtsplegingsvergoeding, hetzij samen de som van euro 2.400,00; (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091001.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.