id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 21 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091021.8 Rolnummer: 1288 P 2008 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-06-01 Raadplegingen: 116 - laatst gezien 2026-07-02 20:27 Fiche Nu geen blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de rechtstreeks dagende partijen om aan de hoofdveroordeling te voldoen is aangetoond in de zin van artikel 1385 quinquies Ger.W. , is het niet toegelaten om de destijds opgelegde dwangsom retroactief te verminderen. De latere gefaseerde regularisaties brengen niet mee dat er nooit een bevel tot herstel onder dwang van verbeurte van een dwangsom nodig is geweest. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - DWANGSOM - Opheffing, vermindering Vrije woorden: Strafrecht - stedenbouw - dwangsom - vermindering - onmogelijkheid om de hoofdveroordeling te voldoen - latere regularisaties Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 1385quinquies Nota: De voorziening in cassatie door de rechtstreeks dagende partijen werd verworpen bij arrest van 30 maart 2010 (P.09.1695.N) Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende op 21 oktober 2009 te Antwerpen, Twaalfde kamer (...) Inzake van het Openbaar Ministerie en
- V. R. A. (...) rechtstreeks dagende partij
- L.W. rechtstreeks dagende partij tegen DE STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR van de afdeling Ruimtelijke ordening Huisvesting, Monumenten en Landschappen voor de provincie Antwerpen met kantoor gevestigd (...) rechtstreeks gedaagde partij (...) en inzake DE GEMEENTE NIJLEN vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen wiens kantoren gevestigd zijn te 2560 Nijlen, Gemeenthuis, Kerkstraat 4 eiser tot herstel afwezig Rechtstreeks gedaagd: (...) de rechtstreekse dagvaarding luidende als volgt: Aangezien verzoekende partijen - in hoofdorde - de opheffing vragen van de dwangsom die bijkomend werd opgelegd bij een veroordeling tot herstel van de plaats in zijn oorspronkelijke toestand bij vonnis van de Correctionele Rechtbank te Mechelen d.d. 27 november 2002, 11e kamer, nr. 1745; In ondergeschikte orde, wordt de vermindering van de dwangsom gevorderd; Het bevel opgelegd in dit vonnis luidt als volgt: "Beveelt op vordering van de gemachtigde ambtenaar (thans Stedenbouwkundig Inspecteur) of van het College van Burgemeester en Schepenen, het herstel van de plaats, nader omschreven in de betichting, in haar oorspronkelijke staat door het slopen van het wederrechtelijk aangebouwde gedeelte en de wederrechtelijk verbouwde en tot garage en berging omgevormde ruimte (de vroegere stal), vermeld in de tenlastelegging; Bepaalt de termijn van herstel op één jaar, beginnende op de dag volgend op de dag waarop onderhavig vonnis in kracht van gewijsde is getreden; Voor het geval de plaats niet vrijwillig in de vorige staat wordt hersteld binnen de gestelde termijn, beveelt dat de gemachtigde ambtenaar of het College van Burgemeester en Schepenen van ambtswege in de uitvoering van het vonnis kan voorzien voor wat het herstel betreft, onder een leiding en toezicht van de eerste daartoe aangezochte gerechtsdeurwaarder, deze desnoods bijgestaan door de Openbare Macht; Zegt dat wie het vonnis doet uitvoeren, gerechtigd is de van de herstelling van de plaats afkomstige materialen en voorwerpen te verkopen, te vervoeren, op te slaan en te vernietigen op een gekozen plaats; Zegt voor recht dat de veroordeelden gehouden zijn tot alle uitvoeringskosten, te verminderen met de opbrengst van de verkoop van de materialen en de voorwerpen; Verklaart de uitvoeringskosten invorderbaar op vertoon van een staat of afrekening, begroot en invorderbaar verklaard door de Beslagrechter; Zegt dat de herstelmaatregel wordt opgelegd onder verbeurte van een dwangsom van 75 EUR per kalenderdag vertraging in het voltooid herstel van de plaats in de vorige staat en dit vanaf de dag volgend op de laatste dag van de gestelde hersteltermijn;" De opheffing, en ondergeschikt de vermindering van de dwangsom, overeenkomstig artikel 1385quinquies Ger.Wb., te verkrijgen; (...) Gelet op het hoger beroep ingesteld op 2 oktober 2008 door de rechtstreeks gedaagde partij tegen al de beschikkingen ten hare laste tegen het vonnis, op tegenspraak gewezen door 1 rechter op 17 september 2008 door de correctionele rechtbank van Mechelen, 11e kamer, dewelke als volgt heeft beslist: De rechtbank verklaart het verzoek ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. De rechtbank vermindert de bij vonnis 27 november 2002 van 11e kamer opgelegde dwangsom met euro 45,00 per dag en begroot de dwangsom, zonder aan de dwangsomtermijnen te raken, op euro 30,00 per dag. Wijst het meer of anders gevorderde af. (...) II. Motivering ten gronde. Er is geen aanleiding om de behandeling van onderhavig geschil uit te stellen in afwachting van een advies van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid. De latere gefaseerde regularisaties brengen niet mee dat er nooit een bevel tot herstel onder dwang van verbeurte van een dwangsom nodig is geweest; ten tijde van de gevorderde dwangsommen hadden de rechtstreeks dagende partijen niet vrijwillig voldaan aan het opgelegde herstel; finaal zijn die regularisaties ook maar nadien tussengekomen na verzoeken daartoe dewelke mede onder de dwang van het opgelegde herstel met risico van verbeurte van een dwangsom zijn ingediend. De rechtstreeks dagende partijen kunnen niet ernstig voorhouden dat zij, na de regularisatie van 18 augustus 2003, in de overtuiging mochten en konden zijn dat aan het rechterlijk opgelegde herstel volledig was voldaan; de trap was wel degelijk ook vermeld (in het exposé van de tenlastelegging A.) terwijl de kwestie van het afdak alsdan evenmin was geregeld; betrokkenen waren daarvan op de hoogte en werden daarop gewezen o.a. bij het proces-verbaal van 24 mei 2004 waarin duidelijk werd gesteld dat niet was voldaan aan het rechterlijk bevolen herstel. Het eenzijdig rapport van ir. Yskout dateert slechts van 21 september 2009 en nooit voorheen is voorgehouden, laat staan aangetoond, dat de destijds bevolen afbraak van het afdak materieel onmogelijk zou zijn geweest en dat daardoor de stabiliteit van het overige in gevaar zou zijn gekomen; zijn verslag geeft hoogstens aan dat een en ander mogelijks aanpassingswerken zou hebben meegebracht maar wijst niet op een onmogelijkheid om destijds daaraan te voldoen. In de bewuste periode hadden de rechtstreeks dagende partijen dan ook wel degelijk de mogelijkheid om aan het rechterlijk bevel tegemoet te komen en al hun feitelijke beweringen zijn niet van aard anders te moeten oordelen; het was niet onredelijk om van hen alsdan meer inspanningen en zorgvuldigheid te vergen dan zij in werkelijkheid hebben betracht; dat zij eerder de weg kozen van diverse procedures dan tot herstel over te gaan, is hun eigen keuze geweest doch brengt geen onmogelijkheid in hunnen hoofde mee om aan de veroordeling te voldoen; de opgelegde dwangsom, als dwangmiddel om de nakoming van het opgelegde herstel te bekomen, had nog steeds zin waarbij tegelijk vastgesteld wordt dat de Stedenbouwkundig Inspecteur aangeeft dat de dwangsom niet meer kan verbeuren vanaf 28 december
- Nu geen blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de rechtstreeks dagende partijen om aan de hoofdveroordeling te voldoen is aangetoond in de zin van artikel 1385 quinquies G.W. is het niet toegelaten om de destijds opgelegde dwangsom retroactief te verminderen; een gedeeltelijk voldoen aan het opgelegde herstel is daartoe evenmin grond; zelfs zo er al een gebeurlijke wanverhouding zou kunnen ontstaan tussen de dwangsom en het nog te verrichten deel van de rechterlijk opgelegde prestatie, kan zodanige vaststelling niet tot vermindering van de opgelegde dwangsom leiden; in die optiek vermocht de eerste rechter, vaststellende dat er geen sprake is van enige onmogelijkheid, de opgelegde dwangsom niet verminderen. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091021.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div