id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 04 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091104.7 Rolnummer: 2009AR7 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-02-04 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-07-02 20:32 Fiche
- Echtgenoten die beslissen in onverdeeldheid een onroerend goed aan te kopen om als gezinswoning te gebruiken geven uitdrukking aan hun wil om de verkrijging als een normale gezinslast te beschouwen. In principe dienen aldus de beide echtgenoten te bewijzen dat zij in verhouding tot hun mogelijkheden hebben bijgedragen tot de lasten van het huwelijk. De clausules in het huwelijkscontract vormen een bewijsregeling betreffende de tussen de echtgenoten op te stellen afrekeningen die erop neerkomt dat zij beiden geacht worden naar hun vermogen te hebben bijgedragen in de lasten van het huwelijk, zodat de echtgenoot die op dit punt een vergoeding vraagt, het bewijs moet leveren dat de andere echtgenoot niet naar vermogen heeft bijgedragen.
- Partijen zijn er toe gehouden in het kader van een loyale procesvoering hun stukken tijdig, d.w.z. vóór het opstellen van de staat van vereffening en verdeling, aan de notaris over te maken. Een laattijdige mededeling van stukken maakt een misbruik van procesrecht uit, die door de notaris gesanctioneerd wordt met een wering van de stukken die in strijd met de tussen partijen afgesproken kalender werden overgemaakt.
- De echtgenoot aan wie tijdens de echtscheidingsprocedure de gemeenschappelijke woning werd toegewezen, die hij alleen heeft gebruikt en waarvan hij het exclusieve genot heeft gehad is hiervoor een bewoningsvergoeding verschuldigd die gelijk is aan de opbrengstwaarde van dit goed. Indien de echtgenoot die het gebruik van de gemeenschappelijke woning bekomt tevens onderhoudsgerechtigd is, kan de toekenning van de gemeenschappelijke woning evenwel een emanatie zijn van de onderhoudsplicht, in welk geval geen woonstvergoeding verschuldigd is. Na het voltrekken van de echtscheiding vervalt de hulpverplichting tussen de echtgenoten en kan deze de toekenning van een woonstvergoeding niet in de weg staan. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJKSVERMOGENSRECHT BURGERLIJK RECHT - HUWELIJKSVERMOGENSRECHT - Scheiding van goederen Vrije woorden:
- Huwelijksvermogensrecht - scheiding van goederen - lasten van het huwelijk - bewijsregeling
- akkoord met betrekking tot kalender - wering laattijdige stukken door notaris - loyale procesvoering - misbruik van procesrecht
- woonstvergoeding - principes Tekst van de beslissing In zake : 2009/AR/7 H.M. appellante tegen een vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Turnhout dd. 19 september 2008; vertegenwoordigd door Meester E. Van Goethem, advocaat te 2600 Berchem, Koninklijke Laan 60; tegen : W.L. geïntimeerde vertegenwoordigd door Meester A.M. Ramon, advocaat te 2260 Westerlo, Baksveld 3 E;
- voorgaande Partijen zijn gehuwd te Herentals op 27/02/1981, onder een stelsel van scheiding van goederen ingevolge akte verleden voor notaris Guido Goossens te Grobbendonk op 23/02/
- Bij vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Turnhout dd. 01/06/2006 werd tussen partijen de echtscheiding uitgesproken en werden zij voor wat betreft de bewerkingen van vereffening en verdeling verzonden naar notaris A. Van den Bossche te Vorselaar. Dit vonnis werd betekend op 20/06/2006, zodat de echtscheiding definitief is geworden na het verstrijken van de beroepstermijn van 1 maand. Op 16/11/2007 legde de boedelnotaris ter griffie volgende akten neer: - boedelbeschrijving dd. 30/11/2006, - opening werkzaamheden dd. 11/01/2007, - staat van vereffening en verdeling, met de zwarigheden van partijen en het advies van de notaris dd. 25/10/
- Bij vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Turnhout dd. 19/09/2008 werden alle zwarigheden als ongegrond afgewezen en werd de staat gehomologeerd.
- vorderingen in beroep Tegen dit vonnis tekende mevrouw H. hoger beroep aan bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 02/01/
- Zij vordert inwilliging van enkele zwarigheden en vraagt bijgevolg: - het bedrag van euro 73.192,27, zijnde een vordering van de heer W. op de onverdeeldheid in verband met de facturen van de verbouwing, niet toe te kennen, - verrekening van het bedrag van euro 4.978,94 dat de heer W. zou afgehaald hebben van de zichtrekening, - in de beheersafrekening rekening te houden met betaalde onkosten ten behoeve van de onverdeeldheid (brandverzekering, onroerende voorheffing, herstellingen etc.) voor een bedrag van euro 6.312,
- De heer W. besluit tot ongegrondheid van het hoofdberoep en stelt incidenteel beroep in met betrekking tot de woonstvergoeding, dewelke hij gebracht wil zien op euro 42.000, zijnde euro 1.000 per maand vanaf 13/04/2004, datum van inleiding van de echtscheidingsvordering.
- ontvankelijkheid Het bestreden vonnis werd betekend op 08/12/
- Het hoger beroep en het incidenteel beroep, die beide regelmatig zijn naar vorm en termijn, zijn ontvankelijk.
- beoordeling 1.1 Echtgenoten die beslissen in onverdeeldheid een onroerend goed aan te kopen om het als gezinswoning te gebruiken, geven aldus uitdrukking aan hun wil dergelijke verkrijging als een normaal gevolg van hun huwelijk, dus als een normale huwelijkslast, te beschouwen. De ene echtgenoot is bijgevolg niet gerechtigd van de andere echtgenoot enige terugbetaling te vragen van de door hem gedragen lasten, voor zover de andere echtgenoot zijn verplichting tot bijdrage, namelijk in evenredigheid tot zijn mogelijkheden, naar behoren is nagekomen. (zie Cass., 24 april 1976, R.W. 1976-77, 993, met noot CASMAN H.) Hetzelfde geldt voor de nadien aan dit onverdeelde goed uitgevoerde verbouwingswerken, die dus eveneens in principe dienen aanzien te worden als onderdeel van de bijdrage in de lasten van het huwelijk. In een stelsel van scheiding van goederen dient immers geen enkele rekening betreffende de bijdrage in de lasten van het huwelijk te worden opgesteld, zolang de bijdragen van de echtgenoten evenwichtig zijn. Dergelijke rekeningen kunnen enkel worden gevraagd wanneer een der echtgenoten zijn plicht tot bijdrage niet regelmatig is nagekomen. 1.2 In principe dienen aldus de beide echtgenoten te bewijzen dat zij in verhouding tot hun mogelijkheden hebben bijgedragen tot de lasten van het huwelijk. In het huwelijkscontract van partijen is onder art. 2 evenwel volgende clausule opgenomen: "Beide echtgenoten dragen bij in de lasten van het huwelijk volgens hun vermogen. Zij worden geacht hun bijdrage te hebben geleverd van dag tot dag." en onder art. 6: "Bij ontstentenis van geschreven rekeningen zal vermoed worden dat de echtgenoten de rekeningen die zij elkaar verschuldigd zijn van dag tot dag vereffend hebben, inbegrepen deze betreffende de bijdragen in de lasten van het huwelijk en deze betreffende de vergoeding voor het familiaal, het huishoudelijk of het sociaal werk van ieder van hen.". Deze clausules vormen een bewijsregeling betreffende de tussen de echtgenoten op te stellen afrekeningen die erop neerkomt dat zij beiden geacht worden naar hun vermogen te hebben bijgedragen in de lasten van het huwelijk, zodat de echtgenoot die op dit punt een vergoeding vraagt, het bewijs moet leveren dat de andere echtgenoot niet naar vermogen heeft bijgedragen. 1.3 Het komt bijgevolg te dezen de heer W. toe te bewijzen dat zijn echtgenote niet naar evenredigheid heeft bijgedragen in de lasten van het huwelijk, waarbij vanzelfsprekend alle bijdragen in de lasten moeten in aanmerking genomen worden en dus ook de bijdragen in natura (zorg voor huishouding en kinderen bijvoorbeeld) en dit volgens het vermogen en de mogelijkheden van de echtgenoten. Nu de heer W. zulks niet bewijst, of zulk bewijs niet aanbiedt, kan hij ook geen vergoeding vorderen voor zijn aandeel in de verbouwingskosten van de onverdeelde gezinswoning. 1.4 Bijgevolg heeft de boedelnotaris ten onrechte in de staat van vereffening en verdeling een vergoeding aan de heer W. voorzien van euro 73.192,
- Het eerste vonnis, dat de zienswijze van de notaris volgde, dient dan ook op dit punt hervormd te worden. 2.1 Mevrouw H. verwijst naar een aantal afhalingen van een onverdeelde zichtrekening op beider naam die zouden gebeurd zijn door de heer W. en waarvoor hij geen verantwoording kan of wil afleggen. Zij wil deze afhalingen verrekend zien ten belope van euro 4.978,
- 2.2 Terecht heeft de notaris gesteld dat de rekeninguittreksels die worden voorgelegd niet bewijzen ten voordele van wie deze afhalingen of overboekingen gebeurden en dat zij evenmin de bestemming van de gelden aantonen. Eveneens terecht heeft de eerste rechter daaraan toegevoegd dat ingevolge art. 6 van de huwelijksovereenkomst, bij ontstentenis van geschreven rekeningen, vermoed wordt dat partijen de rekeningen die zij elkaar verschuldigd zijn van dag tot dag vereffend hebben. 2.3 Bijgevolg dient de vraag tot verrekening van de genoemde afhalingen als ongegrond te worden afgewezen. 3.1 Ter gelegenheid van het opstellen van het proces-verbaal van zwarigheden heeft mevrouw H. nog een aantal stukken medegedeeld aan de notaris betreffende door haar betaalde kosten in verband met het onverdeelde onroerend goed, die zij opgenomen wenst te zien in de beheersrekening. De notaris heeft deze stukken geweerd, nu ze laattijdig werden medegedeeld en in strijd met de tussen partijen overeenkomstig het protocol tussen balie en notariaat afgesproken agenda. Deze zienswijze van de notaris dient bijgetreden te worden. 3.2 In het kader van een loyale procesvoering zijn partijen er immers toe gehouden mee te werken aan de bewijsvoering en aan een afwerking van de bewerkingen van vereffening en verdeling binnen een redelijke termijn. Daartoe dienen zij tijdig, dit wil zeggen alleszins voorafgaand aan het opstellen van de staat van vereffening en verdeling, hun aanspraken met daarbij de nodige stavingsstukken aan de notaris over te maken. Enkel onder deze voorwaarde kan de notaris op nuttige wijze een staat van vereffening en verdeling opstellen en deze aan partijen voorleggen, die alsdan hun eventuele zwarigheden kunnen voordragen. Het protocol dat afgesloten werd tussen de balie en het notariaat met betrekking tot de procedures van vereffening en verdeling is niets anders dan een uitvoering van dit algemeen beginsel van loyale procesvoering en heeft als doel ervoor te zorgen dat deze procedures binnen een redelijke termijn kunnen afgehandeld worden en dat de door de rechtbank aangestelde boedelnotaris gewapend is tegen eventuele vertragingsmaneuvers door een der partijen. Om die reden wordt de notarissen onder meer opgelegd bij de opening der werkzaamheden een voor elke partij bindende kalender op te stellen. 3.3 Te dezen werd bij de akte van opening werkzaamheden dd. 11/01/2007, trouwens onder uitdrukkelijke verwijzing naar het protocol balie - notariaat, tussen partijen een kalender afgesproken, waarbij onder meer werd overeengekomen de nodige stukken mede te delen vóór 21/01/
- Partij H. heeft de stukken met betrekking tot een reeks kosten in verband met de echtelijke woning die zij met eigen gelden zou betaald hebben, pas neergelegd ter gelegenheid van het opstellen van het proces-verbaal van zwarigheden en meerbepaald als bijlage bij het schrijven van haar raadsman dd. 18/10/2007, zoals door de notaris gevoegd bij de staat van vereffening en verdeling als blad 21 e.v. Het argument van mevrouw H. dat een aantal van deze stukken dateren van na de datum waarop de neerlegging was voorzien, zodat zij deze niet tijdig kon mededelen, gaat niet op. Het overgrote deel van de bedoelde stukken dateert immers van vóór de afgesproken uiterste datum van neerlegging, zodat er geen enkele aannemelijke reden was om deze niet tijdig aan de notaris over te maken, eventueel vergezeld van een voorbehoud voor nog te verwachten kosten en daarbij horende stukken. Door deze laattijdige overmaking van stukken heeft mevrouw H. misbruik van procesrecht gepleegd. 3.4 Terecht heeft de notaris deze stukken geweerd. Er anders over oordelen zou trouwens de uitholling betekenen van een overeenkomst waardoor partijen zich verbonden hebben en het zou de deur openzetten voor allerlei vertragende maneuvers, wat niet de bedoeling kan zijn. Op die wijze zou een partij de normale afhandeling van de gerechtelijke verdeling kunnen boycotten. 3.5 Ten onrechte stelde de eerste rechter in dit verband dat de door mevrouw H. aangebrachte kosten niet geformuleerd werden ter gelegenheid van de zwarigheden en bijgevolg niet kunnen aangenomen worden. Zij werden immers aan de notaris overgemaakt ter gelegenheid van het formuleren van de zwarigheden, zij het dat zulks ten opzichte van de afgesproken uiterste datum van neerlegging laattijdig was. De stukken worden dan ook geweerd en de kosten niet in de beheersrekening opgenomen, zij het om een andere reden dan vermeld in het bestreden vonnis. 4.1 De echtgenoot aan wie tijdens de echtscheidingsprocedure de gemeenschappelijke woning werd toegewezen, die hij alleen heeft gebruikt en waarvan hij het exclusieve genot heeft gehad is hiervoor een bewoningsvergoeding verschuldigd die gelijk is aan de opbrengstwaarde van dit goed (art. 577-2 §3 B.W.). (zie hierover onder meer Cass. 4 mei 2001, E.J. 2001, 122, noot MOSSELMANS S.; T.Not. 2001, 466 met noot) Indien de echtgenoot die het gebruik van de gemeenschappelijke woning bekomt tevens onderhoudsgerechtigd is, kan de toekenning van de gemeenschappelijke woning evenwel een emanatie zijn van de onderhoudsplicht, in welk geval geen woonstvergoeding verschuldigd is. 4.2 Niet de kortgedingrechter, maar de rechter die de vereffening-verdeling beoordeelt zal, rekening houdend met alle vruchten van de onverdeelde goederen, dienen te bepalen of een woonstvergoeding verschuldigd is. (zie Van Oosterwijck G., Civielrechtelijke aspecten in Vereffening-verdeling van het huwelijksvermogen, Maklu 1993, nr. 79 en volgende) Nu blijkens de staat van vereffening en verdeling de enige vrucht van het gemeenschappelijk vermogen de woonstvergoeding betreft, kan, zelfs zonder nauwkeurige becijfering, vastgesteld worden dat het totaal van het onderhoudsgeld en de woonstvergoeding kennelijk hoger ligt dan het aandeel van mevrouw in de gezamenlijke vruchten van de onverdeelde massa, zijnde de helft van de woonstvergoeding, zodat er geen aanrekening dient te gebeuren. Het gebruik van de gemeenschappelijke woning tijdens de echtscheidingsprocedure valt ten deze bijgevolg volledig onder de onderhoudsverplichting. 4.3 Na het voltrekken van de echtscheiding vervalt de hulpverplichting tussen de echtgenoten en kan deze de toekenning van een woonstvergoeding niet in de weg staan. 4.4 De notaris heeft deze principes correct toegepast en is daarin terecht gevolgd door de eerste rechter, zodat het incidenteel beroep als ongegrond wordt afgewezen.
- Beide partijen worden op onderscheiden punten in het ongelijk gesteld, zodat de kosten van de procedure van het hoger beroep tussen hen kunnen verdeeld worden zoals hierna bepaald. OM DIE REDENEN: HET HOF, na beraad, Recht sprekend op tegenspraak; Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935; Ontvangt het hoger beroep en het incidenteel beroep, doch verklaart het hoger beroep gedeeltelijk gegrond en het incidenteel beroep ongegrond. Hervormt dienvolgens het bestreden vonnis in zoverre het de zwarigheid met betrekking tot de vordering van de heer W. op de onverdeeldheid in verband met de facturen van de verbouwing als ongegrond afwijst en in zoverre het de staat van vereffening en verdeling homologeert. Opnieuw recht sprekend verklaart deze zwarigheid gegrond en zegt dat in de staat van vereffening en verdeling de vergoeding aan de heer W. ten bedrage van euro 73.192,27 dient weggelaten te worden. Bevestigt het bestreden vonnis voor het overige. Verzendt de zaak terug naar de boedelnotaris ten einde de staat van vereffening en verdeling aan te passen in voormelde zin. Verwijst beide partijen in hun eigen gerechtskosten van de procedure in hoger beroep. Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van : VIER NOVEMBER TWEEDUIZENDENNEGEN waar aanwezig waren : J.M. WETSELS Voorzitter B. LUYTEN Raadsheer D. VAN OVERLOOP Raadsheer N. VAN DE VIJVER Griffier PDF document ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091104.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.