← België

ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091118.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 18 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091118.6 Rolnummer: 922 P 2009 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-12-15 Raadplegingen: 117 - laatst gezien 2026-07-02 20:38 Fiche De eerste rechter heeft terecht het aan de beklaagde verweten feit heromschreven als oplichting. Aan de beklaagde wordt immers verweten dat hij gebruikmakend van listen de burgerlijke partij ertoe heeft gebracht hem gelden af te geven. Het aan de beklaagde verweten bedrog situeert zich vóór de afgifte van de som van 4.000,00 euro. Om die reden kan de oorspronkelijke omschrijving van misbruik van vertrouwen, die een bedrogloze afgifte te precairen titel van gelden of goederen veronderstelt, niet worden weerhouden. Zelfs zo zou worden aangenomen dat de beklaagde tegenover de burgerlijke patij een hartziekte zou hebben geveinsd, dan bevat het dossier onvoldoende elementen om daar uit listige kunstgrepen in de zin van artikel 496 van het Strafwetboek te kunnen afleiden. Een eenvoudige leugen zelfs bij herhaling volstaat niet om een dergelijke listige kunstgreep op te leveren. Er blijkt niet dat de vermeende eenvoudige leugens kracht werden bijgezet door uitwendige handelingen. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen eigendommen - Misbruik van vertrouwen STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen eigendommen - Oplichting Vrije woorden: Oplichting en misbruik van vertrouwen - onderscheid - oplichting - begrip listige kunstgreep Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 496 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 491 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Nota: tegen dit arrest werd geen cassatieberoep ingesteld Tekst van de beslissing Hof van Beroep, zitting houdende op 18 november 2009 te Antwerpen, negende kamer ... i/1) De eerste rechter heeft terecht het aan de beklaagde verweten feit heromschreven als oplichting. Aan de beklaagde wordt immers verweten dat hij gebruikmakend van listen de burgerlijke partij ertoe heeft gebracht hem gelden af te geven. Het aan de beklaagde verweten bedrog situeert zich vóór de afgifte van de som van 4.000,00 euro. Om die reden kan de oorspronkelijke omschrijving van misbruik van vertrouwen, die een bedrogloze afgifte te precairen titel van gelden of goederen veronderstelt, niet worden weerhouden. i/2) Het past dan ook om in het licht van de dossiergegevens de omschrijving van de feiten der enige tenlastelegging als volgt aan te passen : "Te Antwerpen en/of elders in het gerechtelijk arrondissement Antwerpen en/of bij samenhang elders in het Rijk, tussen 31 december 2004 en 1 januari 2006, in meerdere malen, op niet nader te bepalen data, Met het oogmerk om zich een zaak toe te eigenen, die aan een ander toebehoort, zich gelden, roerende goederen, verbintenissen, kwijtingen, schuldbevrijdingen te hebben doen afgeven of leveren, hetzij door het gebruikmaken van valse namen, of valse hoedanigheden hetzij door het aanwenden van listige kunstgrepen om te doen geloven aan het bestaan van valse ondernemingen, van een denkbeeldige macht of van een denkbeeldig krediet, om een goede afloop, een ongeval of enige andere hersenschimmige gebeurtenis te doen verwachten of te doen vrezen of om op andere wijze misbruik te maken van het vertrouwen of van de lichtgelovigheid, namelijk door zich ten nadele van J. in meerdere malen een bedrag van 4.000,00 euro te hebben laten overhandigen, voorhoudende dat hij een hartoperatie diende te ondergaan" i/3) Partijen hebben de gelegenheid gehad om omtrent deze heromschrijving standpunt in te nemen. Deze heromschrijving laat het vervolgde feit ongewijzigd. ii/1) Anders dan de eerste rechter is het Hof van oordeel dat de vervolgende partijen, die de bewijslast dragen, niet het overtuigend bewijs leveren van de schuld van de beklaagde aan het hem ten laste gelegde (zoals thans heromschreven). Het Hof wordt geconfronteerd met twee tegenstrijdige versies - de beklaagde ontkende bij herhaling de beweringen van de burgerlijke partij als zou hij van haar 4.000,00 euro hebben ontvangen en als zou hij haar geld hebben gevraagd voor een operatie (st. 20 en 27) - waarbij geen elementen voorliggen die zouden kunnen toelaten de versies van partijen te objectiveren en waarbij het Hof moeilijk heen kan om de vaststelling dat de klacht te situeren is het kader van een stukgelopen relatie : - er zijn geen objectieve elementen beschikbaar zoals documenten of de verklaringen van niet belanghebbende derden of andere elementen die het Hof ertoe zouden kunnen brengen de voorkeur te geven aan de ene versie boven de andere ; - de burgerlijke partij heeft zelf verklaard dat er niemand getuige was van de overhandiging van de gelden aan de beklaagde en dat er ook geen document van werd opgesteld (st. 14) ; - anders dan door de burgerlijke partij wordt voorgehouden kan uit de opgenomen telefoongesprekken - los van de problematiek van de toelaatbaarheid ervan - niet worden afgeleid dat de beklaagde het ontvangen van de 4.000,00 euro heeft toegegeven, laat staan dat eruit zou blijken dat dit ontvangen zou gebeurd zijn gebruikmakend van listige kunstgrepen. In het telefoongesprek tussen de beklaagde en de burgerlijke partij blijkt de beklaagde - volgens zeggen van de burgerlijke partij - op de vraag of hij de 4.000,00 euro wilde teruggeven en de bedenking van de burgerlijke partij dat zij financieel en mentaal zoveel heeft verloren, enkel te hebben geantwoord dat hij ook veel heeft verloren (st. 13) : uit dit antwoord kan geen instemming worden afgeleid met de bewering dat hij 4.000,00 euro zou hebben ontvangen van de burgerlijke partij. Uit de uitgetikte versies van het gesprek tussen de beklaagde en ene N., zijnde een vriend van de burgerlijke partij (st. 47-49 en 68-72) kan evenmin worden afgeleid dat de beklaagde heeft toegegeven dat hij 4.000,00 euro heeft ontvangen. In die omstandigheden ziet het Hof geen noodzaak om de problematiek van de toelaatbaarheid van deze telefoonregistraties als belastend bewijsmateriaal tegenover de beklaagde te onderzoeken ; - uit de verklaring van de burgerlijke partij zelf blijkt dat de afgifte van de eerste schijf van 2.000,00 euro er niet is gekomen op vraag van de beklaagde zelf ("Hij heeft de eerste maal zelf niet echt om het geld gevraagd maar ik had hem voorgesteld om hem financieel een beetje te steunen met het geld dat ik had van mijn studiebeurs en vakantiejob. Het eerste geld dat ik hem gaf was 2.000 euro en dit gaf ik hem cash. Ik gaf hem dit in vertrouwen en heb hem niets laten ondertekenen." - st. 14), zodat bezwaarlijk kan worden voorgehouden dat de beklaagde de afgifte ervan heeft bewerkt met listige kunstgrepen ; - zelfs zo zou worden aangenomen dat de beklaagde tegenover de burgerlijke patij een hartziekte zou hebben geveinsd, dan bevat het dossier onvoldoende elementen om daar uit listige kunstgrepen in de zin van artikel 496 van het Strafwetboek te kunnen afleiden. Een eenvoudige leugen zelfs bij herhaling volstaat niet om een dergelijke listige kunstgreep op te leveren. Er blijkt niet dat de vermeende eenvoudige leugens kracht werden bijgezet door uitwendige handelingen ; - uit de omstandigheid dat de beklaagde de beschikking zou hebben over foto's van de burgerlijke partij, die in haar beleving haar eer zouden kunnen schenden, kan niet worden afgeleid dat de beklaagde zich schuldig heeft gemaakt aan de oplichting van de 4.000,00 euro. ii/2) De beklaagde moet dan ook worden vrijgesproken voor het hem ten laste gelegde (zoals thans heromschreven). iii) Aangezien het gerechtelijk onderzoek werd geopend ingevolge het optreden van de burgerlijke partij dient deze bij toepassing van de artikelen 162, tweede lid en 211 van het Wetboek van strafvordering te worden veroordeeld tot alle kosten van de strafvordering van beide aanleggen. ... PDF document ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091118.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.