← België

ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091119.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 19 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091119.4 Rolnummer: 1079 P 2008 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-12-15 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-07-02 20:39 Fiche Eenzelfde partij kan overeenkomstig de regel 'opposition sur opposition ne vaut' (verzet na verzet is uitgesloten) binnen eenzelfde aanleg geen tweemaal verzet aantekenen. Het verzet d.d. 10 juli 2009 is dan ook onontvankelijk. Dat het Hof tijdens de (eerste) verzetsprocedure met een op tegenspraak gewezen tussenarrest het Openbaar Ministerie heeft verzocht aanvullend onderzoek te willen laten uitvoeren en de beklaagde pas na dit tussenarrest verstek heeft laten gaan, doet aan de toepasselijkheid van voormelde regel, die een algemene draagwijdte heeft, geen afbreuk. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Verzet (strafrecht) - Beslissingen waartegen verzet Vrije woorden: Verzet na verzet - niet ontvankelijk Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 188 Nota: tegen dit arrest werd geen cassatieberoep ingesteld Tekst van de beslissing Hof van Beroep, zitting houdende op 19 november 2009 te Antwerpen, negende kamer ... 2. De ontvankelijkheid van het verzet 2.1. Voorgaanden

  1. i)De beklaagde werd bij verstekvonnis d.d. 3 januari 2006 schuldig verklaard aan de feiten der tenlasteleggingen 1 tot en met 6 en voor die feiten veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van één jaar en een geldboete van 1000/40,3399 of 24,7893 euro, verhoogd met 1.990 opdeciemen of 4.957,88 euro of drie maanden vervangende gevangenisstraf. Zijn verzet d.d. 1 augustus 2008 tegen het verstekvonnis d.d. 3 januari 2006 werd ontvankelijk verklaard bij vonnis d.d. 17 september 2008 en met hetzelfde vonnis werd de beklaagde opnieuw schuldig verklaard aan de feiten der tenlasteleggingen 1 tot en met 6 en voor die feiten veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van één jaar en een geldboete van 24,7893 euro, verhoogd met 1.990 opdeciemen of 4.957,88 euro of drie maanden vervangende gevangenisstraf, met vaststelling van de staat van wettelijke herhaling.
  2. ii)Bij verstekarrest d.d. 24 december 2008 : - werden de hogere beroepen ontvangen, behoudens het hoger beroep van R. A. voor zover gericht tegen die beschikkingen waarbij zijn verzet d.d. 1 augustus 2008 tegen het verstekvonnis d.d. 3 januari 2006 ontvankelijk werd verklaard en dit bij gebrek aan belang ; - werd het verzet ontvangen ; - werd de verjaring van de strafvordering gestuit ; - werd het bestreden vonnis d.d. 17 september 2008 bevestigd in al zijn beschikkingen, mits de enige wijzigingen dat de geldboete diende te worden bepaald als een geldboete van 1000/40,3399 euro (in plaats van 24,7893 euro), te vermeerderen met 1.990 opdeciemen en alzo gebracht op 4.957,87 euro (in plaats van 4.957,88 euro) en dat de vastgestelde staat van wettelijke herhaling werd gesteund op artikel 56, tweede lid van het Strafwetboek (in plaats van op artikel 54 van dit wetboek) ; - werden de kosten van het uittreksel m.b.t. de akte van hoger beroep van het Openbaar Ministerie ten laste van de Belgische Staat gelegd en de beklaagde R. A. veroordeeld in de overige kosten van de strafvordering in hoger beroep begroot op 81,83 euro. iii) Tegen het verstekarrest d.d. 24 december 2008 tekende de beklaagde R. A. op 29 januari 2009 verzet aan. Bij een op tegenspraak gewezen tussenarrest d.d. 19 maart 2009 : - werd het verzet van de beklaagde, verzetdoende partij R.A. d.d. 29 januari 2009 tegen het verstekarrest d.d. 24 december 2008 ontvangen, behoudens voor zover gericht tegen die beschikkingen waarbij het hoger beroep van de beklaagde R.A. d.d. 30 september 2008 ontvankelijk werd verklaard en dit bij gebrek aan belang ; - werd het bij verstek gewezen arrest d.d. 24 december 2008 als niet bestaande verklaart en werd opnieuw recht gedaan met een nieuw arrest ; - werd het hoger beroep van het Openbaar Ministerie ontvangen; - werd het verzet van de beklaagde R.A. d.d. 1 augustus 2008 tegen het verstekvonnis d.d. 3 januari 2006 ontvangen ; - werden alvorens verder uitspraak te doen de debatten heropend en werd het Openbaar Ministerie uitgenodigd om nader onderzoek te laten uitvoeren ; - werd de zaak daartoe in voortzetting geplaatst op de openbare terechtzitting van 14 mei 2009 om 09.00 uur en werd de beslissing over de kosten aangehouden.
  3. iv)Op de openbare terechtzitting van 14 mei 2009 is de beklaagde niet verschenen noch iemand voor hem.
  4. v)Bij het verstekarrest d.d. 11 juni 2009 : - werd het tussenarrest d.d. 19 maart 2009 verder uitgewerkt ; - werd het vonnis d.d. 17 september 2008 in al zijn beschikkingen bevestigd, mits de enige wijzigingen dat de geldboete diende te worden bepaald als een geldboete van 1.000/40,3399 EUR (in plaats van 24,7893 euro), te vermeerderen met 1990 opdeciemen en alzo gebracht op 4.957,87 euro (in plaats van 4.957,88 euro), dat de vastgestelde staat van wettelijke herhaling werd gesteund op artikel 56, tweede lid van het Strafwetboek (in plaats van op artikel 54 van dit wetboek) en dat de beklaagde R.A. werd verplicht tot de betaling van een vergoeding van 25,00 euro bedoeld door artikel 91, al. 2 van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement betreffende de gerechtskosten in strafzaken (in plaats van een vergoeding van 29,30 euro bedoeld door artikel 77, al. 2 van het koninklijk besluit van 27 april 2007) ; - werden de kosten van uittreksel m.b.t. de akte van hoger beroep van het Openbaar Ministerie ten laste van de Belgische Staat gelegd; - werd de beklaagde R.A. veroordeeld in de overige kosten van de strafvordering in hoger beroep begroot op 81,83 euro ; - werd de beklaagde R.A. tevens veroordeeld in de kosten van dit verzet begroot op 84,58 euro, hierin begrepen de kosten van het eensluidend verklaard afschrift alsmede de kosten van betekening van het verstekarrest d.d. 24 december 2008, het verstek aan de beklaagde te wijten zijnde.
  5. vi)Dit arrest werd betekend aan de gekozen woonplaats van de beklaagde op 2 juli 2009. De beklaagde tekende op 10 juli 2009 verzet aan tegen het arrest d.d. 11 juni 2009 dat wat hem betreft bij verstek werd gewezen. 2.2. Beoordeling
  6. i)Eenzelfde partij kan overeenkomstig de regel "opposition sur opposition ne vaut" (verzet na verzet is uitgesloten) binnen eenzelfde aanleg geen tweemaal verzet aantekenen.
  7. ii)Het Hof dient vast te stellen dat de beklaagde in dit dossier op 29 januari 2009 verzet heeft aangetekend tegen het verstekarrest d.d. 24 december 2008 en tijdens de verzetsprocedure gericht tegen dit verstekarrest d.d. 24 december 2008 opnieuw verstek heeft laten gaan, wat dan aanleiding heeft gegeven tot het verstekarrest d.d. 11 juni 2009 en een daaropvolgend verzet van de beklaagde d.d. 10 juli 2009. iii) Het verzet d.d. 10 juli 2009 is dan ook onontvankelijk. Dat het Hof tijdens de (eerste) verzetsprocedure met een op tegenspraak gewezen tussenarrest het Openbaar Ministerie heeft verzocht aanvullend onderzoek te willen laten uitvoeren en de beklaagde pas na dit tussenarrest verstek heeft laten gaan, doet aan de toepasselijkheid van voormelde regel, die een algemene draagwijdte heeft, geen afbreuk.
  8. iv)De beklaagde dient de kosten van het verzet te dragen. PDF document ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091119.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.