← België

ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091223.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 23 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091223.8 Rolnummer: 582 P 2007 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-09-20 Raadplegingen: 113 - laatst gezien 2026-07-02 20:53 Fiche Wegens gebrek aan motivering kan niet worden geoordeeld of deze herstelvordering al dan niet kennelijk onredelijk is dan wel is genomen vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties - Herstelvordering Vrije woorden: Strafrecht - ruimtelijke ordening - herstelvordering - geen motivering - ongegrond Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 159 Decreet Vlaamse Raad - 149 (DRO) Nota: De voorziening in cassatie van de Gewestelijk Stedenbouwkundig inspecteur werd verworpen bij arrest van 15 juni 2010 Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende op 23 december 2009 te Antwerpen, Twaalfde kamer (...) II. Motivering ten gronde

  1. Voorafgaandelijk Het Hof is nog enkel gevat te oordelen over de herstelvordering in zaak III, ingesteld bij brief van 8 juli 2003 (stuk 128) waarbij de stedenbouwkundige inspecteur zich aansluit bij de vordering van de woudmeester daterend van 17.07.2000 (stuk 102). De percelen die het voorwerp uitmaken van de tenlasteleggingen A tot en met I zijn gelegen deels in natuurgebied, deels in landschappelijk waardevol agrarisch gebied volgens het gewestplan Herentals - Mol, goedgekeurd bij K.B. van 18.07.
  2. Gezien het Hof reeds uitspraak deed op strafrechtelijk gebied over de feiten van zaak III, is het Hof nog bevoegd om over de herstelvordering geënt op deze feiten A tot en met I (niet deze sub J en K die enkel inbreuken op het bosdecreet zijn), te oordelen ook al is inmiddels de strafbaarstelling van de feiten met betrekking tot de percelen gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied opgeheven ingevolge de wijziging door het decreet van 27 maart 2009 met ingang van 1 september
  3. Met betrekking tot de percelen gelegen in het natuurgebied is er geen wijziging opgetreden in de strafbaarstelling. Derhalve zijn de door de stedenbouwkundige inspecteur ingestelde prejudiciële vragen in onderhavige zaak niet opportuun om te stellen.
  4. Ten gronde Bij tussenarrest werd vastgesteld dat de herstelvordering van de stedenbouwkundige inspecteur per brief van 8.07.2003 overgemaakt werd aan het Openbaar Ministerie, verwijzend naar de herstelvordering van 17.07.2000 ingesteld door de afdeling Bos en Groen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. In dit tussenarrest oordeelde het Hof reeds dat de herstelmaatregel ingediend door de woudmeester van de afdeling Bos en Groen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap op deze feiten niet van toepassing is maar dat de stedenbouwkundige inspecteur ook de bevoegdheid heeft om een herstelvordering in te dienen op grond van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw zoals gewijzigd bij latere wetten en decreten. De stedenbouwkundige inspecteur komt na dit tussenarrest vrijwillig tussen in de procedure ter zitting van 2 december 2009 en handhaaft zijn herstelvordering verwijzend naar de herstelvordering van de woudmeester van Bos en Groen en naar de gemotiveerde analyse van de stedenbouwkundige inspecteur overgemaakt aan de Hoge Raad voor het Herstelbeleid naar aanleiding van het advies gevraagd door het Hof in het kader van art. 198bis DRO. De Hoge Raad voor het Herstelbeleid verleent een niet eensluidend advies, neergelegd ter griffie op 6.07.2009, stellende dat de stedenbouwkundige inspecteur geen gevolg geeft aan het verzoek van het Hof in zijn tussenarrest en geeft om die reden geen inhoudelijk advies over de ingestelde herstelvordering met betrekking tot de goede ruimtelijke ordening. Dit advies is niet bindend voor de rechter noch voor de herstelvorderende overheid. De rechter is gehouden de herstelmaatregelen te bevelen zoals gevorderd door de herstelvorderende overheid. Krachtens art. 159 GW en art. 149 §1 DRO heeft de rechter de bevoegdheid om de gevorderde herstelmaatregel op zijn interne en externe wettigheid te toetsen en te onderzoeken of deze strookt met de wet dan wel op machtsoverschrijding of machtsafwending berust. De rechter gaat na of de herstelvordering steunt op motieven die een goede ruimtelijke ordening betreffen en op een opvatting van de ruimtelijke ordening die niet onredelijk is. Bovendien moet de rechter ook nagaan of de last, die voor de overtreder uit het gevorderde herstel zou voortvloeien, opweegt tegen het voordeel dat voor de ruimtelijke ordening zou ontstaan. Door zelf geen herstelvordering op te stellen en enkel wat betreft de inhoud van deze herstelvordering te verwijzen naar de herstelvordering van de woudmeester van Bos en Groen (die overigens al dateert van 17 juli 2000), waarmee het Hof geen rekening houdt om redenen zoals uiteengezet in het tussenarrest, heeft de stedenbouwkundige inspecteur in zijn brief van 8.07.2003 weliswaar zijn wil te kennen gegeven om een herstelvordering in te stellen maar niet nader gespecificeerd wat deze herstelvordering inhoudt. Ook in besluiten neergelegd ter zitting (dus na het tussenarrest van het Hof) en ook in zijn analyse overgemaakt aan de Hoge Raad voor het Herstelbeleid sluit de stedenbouwkundige inspecteur zich nog steeds aan bij de herstelvordering van de woudmeester zonder zelf een herstelvordering te formuleren. Wegens gebrek aan motivering kan het Hof derhalve niet oordelen of deze herstelvordering al dan niet kennelijk onredelijk is dan wel is genomen vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Bovendien is het niet uitgesloten, gezien het tijdsverloop, dat de natuur zich op natuurlijke wijze mogelijks zou hebben hersteld hetgeen uiteraard belangrijk is om de redelijkheid van de herstelvordering te kunnen beoordelen. De herstelvordering is derhalve niet gemotiveerd op een wettige wijze en is derhalve ongegrond. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2009:ARR.20091223.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.