id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 18 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100118.9 Rolnummer: 09PGA285 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-05-03 Raadplegingen: 118 - laatst gezien 2026-07-02 21:15 Fiche De veroordeelde moet bij de betekening van een verstekvonnis niet in kennis worden gesteld van de mogelijke rechtsmiddelen, de instanties die bevoegd zijn daarvan kennis te nemen, de vormvereisten en de in acht te nemen termijnen. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Verzet (strafrecht) - Algemeen Vrije woorden: Strafprocesrecht - verstek - betekening - gedetineerde - kennisgeving van de mogelijkheid van verzet - gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 187 Nota: De voorziening in cassatie werd verworpen bij arrest van 23 maart 2010, P.10.0294-N Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende op 18 januari 2010 te Antwerpen, vijftiende kamer (...)
- - Relevante proceduriële gegevens - Betrokkene T. A. werd door het Openbaar Ministerie, op verslag van de probatiecommisie van 17 november 2005 dat strekt tot herroeping, gedagvaard op 19 januari 2006 ten einde het probatie-uitstel verleend bij vonnis van de correctionele rechtbank te Antwerpen van 10 januari 2005 te doen herroepen. Bij verstekvonnis van de correctionele rechtbank te Antwerpen van 6 februari 2006 werd het probatie-uitstel herroepen. Op verzoek van de procureur des Konings te Antwerpen werd door de directeur van de gevangenis te Antwerpen een eensluidend afschrift van dit verstekvonnis van 6 februari 2006 integraal aan de persoon van betrokkene betekend op 15 maart
- Tegen het verstekvonnis tekende gedaagde verzet aan op 7 september 2009 bij een verklaring afgelegd aan de afgevaardigde door de directeur van de strafinrichting te Merksplas. Het vonnis op tegenspraak gewezen door de correctionele rechtbank te Antwerpen op 5 oktober 2009 verklaarde dit verzet onontvankelijk. Hoger beroep tegen het vonnis op verzet werd door gedaagde ingesteld op 8 oktober 2009 bij een verklaring afgelegd aan de afgevaardigde door de directeur van de gevangenis te Merksplas. Het Openbaar Ministerie heeft geen hoger beroep ingesteld. (...)
- - Onontvankelijkheid van het aangetekend verzet - 3.1 - De betekening van het verstekvonnis werd op 15 maart 2006 aan de persoon van gedaagde gedaan in de gevangenis door de d.d. directeur van de gevangenis te Antwerpen. Het afschrift van de betekende akte voor eensluidend ondertekend door de griffier (bijgevolg integraal afschrift van de betekende beslissing) werd aan gedaagde overhandigd evenals afschrift van de akte van betekening. De betekening van het verstekvonnis is derhalve regelmatig. Gedaagde tekende in de strafinrichting verzet aan op 7 september 2009 bij verklaring aan de afgevaardigde van de directeur van de strafinrichting te Merksplas. (conform art. 2 van het K.B. van 20 januari 1936 tot vereenvoudiging van sommige vormen van de strafvordering ten opzichte van gedetineerden). Overeenkomstig artikel 187 Sw. kan hij die bij verstek is veroordeeld tegen dit vonnis in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop het is betekend. Er werd derhalve verzet aangetekend na het verstrijken van de termijn. 3.2 - Gedaagde stelt dat de termijn voor verzet nooit een aanvang zou hebben genomen, omdat uit het strafdossier niet blijkt dat hij ingelicht werd omtrent de mogelijkheid verzet aan te tekenen, of de modaliteiten en voorwaarden die verbonden zijn aan dit rechtsmiddel. 3.3 - De omstandigheid dat artikel 187 Sv. niet voorschrijft dat de veroordeelde bij de betekening van een verstek-vonnis in kennis moet worden gesteld van de mogelijke rechtsmiddelen, de instanties die bevoegd zijn daarvan kennis te nemen, de vormvereisten en de in acht te nemen termijnen maakt geen schending uit van de art. 10 en 11 van de Grondwet (Arbitragehof 21 december 2004, nr. 210/2004). 3.
- - In zijn arrest van 9 april 2008 met betrekking tot de heropening van de procedure in strafzaken ingevolge het arrest van het Europees Hof voor de rechten van de mens van 24 mei 2007, besliste het Hof van Cassatie dat wanneer een verstekbeslissing aan de beklaagde in een buitenlandse gevangenis is betekend, zonder dat hij is ingelicht over de wijze waarop hij zich tegen deze beslissing kan voorzien, deze betekening zonder gevolg blijft en zij bijgevolg de buitengewone termijn om verzet aan te tekenen niet kan doen ingaan. (Cass.9 april 2008, P.2008.0051F). In zijn arrest d.d. 24 mei 2007 besliste het Europees Hof in de zaak Da Luz Domingues Ferreira / Belgique dat het arrest van het Hof van beroep te Liège van 4 november 1998, waarbij het verzet onontvankelijk werd verklaard, artikel 6,§ 1, van het E.V.R.M. schendt. In voormeld geval bevond verzoeker zich bij de betekening van het arrest bij verstek in een Duitse gevangenis. Het Europees Hof voor de rechten van de mens begrijpt dat het naleven van de procedureregels van groot belang is, maar dat in casu de gerechtelijke overheden te formalistisch zijn opgetreden. Het Europees Hof beklemtoonde dat verzoeker in concreto door verzet te doen bij aangetekend schrijven gericht aan het Openbaar Ministerie de dag zelf van de betekening en nadien na zijn uitlevering opnieuw via verklaring aan de directeur van de gevangenis duidelijk en op ondubbelzinnige wijze te kennen had gegeven dat hij persoonlijk wilde verschijnen en zich wilde verdedigen... Nochtans werd zijn verzoek niet ontvankelijk verklaard in het eerste geval wegens niet naleving van de procedure regels en wegens laattijdigheid in het tweede geval. De Belgische wetgever heeft de wet overigens inmiddels aangepast aan de uitspraak van het Europees Hof door het tweede lid van artikel 187 Sv. als volgt te vervangen (Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie (II) van 30/12/2009, B.S. 15/1/2010, 2de editie, art. 7) : « Is de betekening van het vonnis niet aan de beklaagde in persoon gedaan, dan kan deze, wat de veroordelingen tot straf betreft, in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij van de betekening kennis heeft gekregen. Indien hij hiervan kennis heeft gekregen door de betekening van een Europees aanhoudingsbevel of een uitleveringsverzoek of indien de lopende termijn van vijftien dagen nog niet verstreken was op het ogenblik van zijn aanhouding in het buitenland, kan hij in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij werd overgeleverd of in het buitenland terug in vrijheid werd gesteld. Indien het niet blijkt dat hij kennis heeft gekregen van de betekening, kan de beklaagde in verzet komen totdat de termijnen van verjaring van de straf verstreken zijn. Wat de burgerrechtelijke veroordelingen betreft, kan hij in verzet komen tot de tenuitvoerlegging van het vonnis.». 3.5 - In huidig geval is de situatie totaal anders, enerzijds had de betekening plaats in een Belgische gevangenis en anderzijds heeft gedaagde niet te kennen gegeven enig rechtsmiddel te willen aanwenden, ofschoon hij hiertoe de mogelijkheid had en in de voorwaarden verkeerde. In hoofde van de gedaagde is de laattijdigheid niet te wijten aan overmacht. Het verzet van gedaagde is niet ontvankelijk zoals de eerste rechter terecht besliste. Het Hof stelt bovendien vast dat niet is aangetoond dat de rechten van verdediging werden geschonden. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100118.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div