← België

ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100121.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 21 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100121.6 Rolnummer: 2009 P 657 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-02-16 Raadplegingen: 256 - laatst gezien 2026-07-02 21:17 Fiche Een verzoekschrift tot invrijheidstelling overeenkomstig artikel 27 Voorlopige Hechteniswet is onontvankelijk indien blijkt dat het verzet tegen het oorspronkelijk verstekvonnis wegens laattijdigheid kennelijk niet ontvankelijk is. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Andere (voorlopige hechtenis) Vrije woorden: Strafprocesrecht - voorlopige in vrijheidstelling - kennelijk niet ontvankelijk verzet - onontvankelijkheid van het verzoekschrift Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 27 Wetboek van Strafvordering - 187 Nota: Tegen dit arrest werd geen cassatieberoep ingesteld De rechtbank/hof gevat met het verzoekschrift kan deze kennelijke niet ontvankelijkheid zelf vaststellen a.h.v. de gegevens van het strafdossier. Cf. Cass. 21 november 2001, P011509F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011121.5 ; Antwerpen 3 december 2007, 1094/P/2007 ; Antwerpen 22 september 2005, 2005/P/971 ; Antwerpen 22 december 1995, A.J.T., 1997-98, 586, + noot B.VERDOODT; R.DECLERCQ, Beginselen van strafrechtspleging, 2007, 519. Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende op 21 januari 2010 te Antwerpen, Elfde kamer (...) Deze feiten kunnen een hoofdgevangenisstraf van één jaar of zwaardere straf tot gevolg hebben. (...) Het verzoekschrift is niet ontvankelijk. Bij arrest van de 9de kamer van het hof van beroep te Antwerpen van 20 januari 2010 werd het oorspronkelijk verzet van verzoeker als laattijdig en derhalve niet ontvankelijk afgewezen. Verzoeker had op 31 augustus 2008 kennis gekregen van de betekening van het verstekvonnis. Zijn verzet van 19 december 2008 geschiedde meer dan 15 dagen na de dag waarop hij van de betekening had kennis gekregen. Het Hof besliste dat de eerste rechter in zijn vonnis nr.2154 (zaak I) terecht oordeelde dat het verzet op strafgebied tegen het verstekvonnis van 25 juni 2008 niet ontvankelijk is. Uit deze kennelijk niet ontvankelijkheid van het verzet volgt dat ook het verzoekschrift strekkende tot de invrijheidstelling van verzoeker niet ontvankelijk is. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100121.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011121.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.